Allen tegen één, één voor allen

overdenking Palmzondag 2 april 2023 r.k. kerk Maurik

Dierbare zusters en broeders, wat een enorm verschil tussen de opgetogen intocht van Jezus in Jeruzalem, de stad van David, én zijn veroordeling en kruisiging buiten de poort van de stad. Toch gedenken we die beide gebeurtenissen vandaag op Palmzondag in één viering die uit twee vieringen bestaat: de intocht en het lijdens verhaal. Want Jezus is dezelfde. Degene die op een ezel reed en met palmtakken verwelkomd werd, én degene die zijn kruis droeg en bespot werd.
Hij was niet een heerser die hoog te paard gezeten zijn plek in de geschiedenis opeiste, én hij was niet een verliezer die op het verkeerde paard gewed had. Hij was zachtmoedig, degene die op een ezel kwam, en degene die alle smaad en hoon onderging als een onschuldig lam dat wordt geslacht.
Hij was steeds dezelfde, maar de massa liet zich opzwepen en veranderde op slag als een blad aan de boom. Eerst was het de uitzinnige menigte die riep: “Hosanna, de Zoon dan David, Gezegend, welkom, hij die komt in de naam van de Heer. Een dag later zwol het geschreeuw in Jeruzalem aan: kruisigt hem”. Jezus bleef kalm en waardig, de menigte liet zich meeslepen van de ene emotie naar de andere.
Een massa kan zo omslaan. Kijk maar naar de massal Demonstraties die vaak vreedzaam beginnen, maar niet zelden in chaos eindigen. Een vol voetbalstadion kan aandoenlijk stil zijn bij het gedenken van een overleden clublid, maar op andere dagen zijn tijdens een wedstrijd discriminerende spreekkoren niet van de lucht. Niet voor niets hebben veel mensen een dubbel gevoel bij massa’s en massa bijeenkomsten.
Zo zien we ook Jezus vandaag omgeven door de massa. Hij is alleen tegenover de velen, maar tegelijk is hij die ene in plaats van allen, die ene mens die zijn leven voor allen overheeft.
Want Jezus koos er bewust voor om deze weg te gaan om de wereld Gods liefde te verkondigen en om de mensen terug te voeren tot God.
Geen mens zou dit hebben kunnen bedenken. Het kruis is dwaasheid in de ogen van de wereld. Maar de apostel Paulus zegt: “wat dwaas en aanstootgevend is in de ogen van de mensen, is de wijsheid van God”. En voor allen die geloven in Jezus is hij bron van eeuwig heil geworden
Menigeen heeft van nature moeite met de gedachte dat één iemand moet sterven voor de hele wereld. Al gebeurt dat anders ook op vele manieren. De soldaten in  Oekraine bijvoorbeeld die hun leven geven, niet voor zichzelf, maar voor hun volk en land. En mogelijk zelfs voor de vrije wereld.
Mannen en vrouwen die bij de uitoefening van hun beroep als advocaat, brandweerman, politieagent  hun leven wagen voor de veiligheid en het leven van vele anderen.
Jezus gaf zijn leven om de Wil van de Vader te doen. Zijn liefde tonen. De gekwetste mensheid in haar lijden onvoorwaardelijk omarmen. Door zijn lijden en sterven de mensheid uitzicht geven op Gods barmhartigheid.
Het kruis van die ene die zijn leven gaf voor velen, voor ontelbaren, voor allen die in hem geloven, is genoeg om altijd vol hoop te zijn. Dat het kwade, het onrecht, en de dood niet het laatste woord hebben. Als wij onze ogen opslaan naar de kruisigde Heer, worden we genezen van alle cynisme en zinloosheid en crisisgevoel. Het geeft ons de kracht om zelf het kwade te overwinnen door het goede. Laat anderen ons maar voor ezels verslijten. Die ezel bij de intocht mocht in elkaar geval de redder van de wereld dragen. Amen

Martin Los, emeritus pastoor

Preek op het Hoogfeest Aankondiging van de Heer (Maria Boodschap) 25 maart 2017 Mariakerk

Lieve zusters en broeders, de Redder van de wereld is niet uit de lucht komen vallen.
In de mythen die in de oudheid de ronde deden waren goden die voor even de gestalte van een mens of een dier aannamen, heel gewoon. De boodschap dat God mens geworden was – zoals wij christenen geloven – was dus niet iets waarvan de mensen in het Romeinse rijk van opkeken. Een god kon zich best even vermommen als mens en zich onder hen begeven.
Maar van Jezus Christus belijden wij dat hij God en mens is, geen vermomde god of vermomde mens. Nee, een echt mens, geboren uit een vrouw. Een vrouw die hem negen maanden in haar schoot onder haar hart heeft gedragen.
Elke vrouw die een kind ter wereld heeft gebracht, weet wat het betekent om een levend wezen in je te voelen groeien in die periode van negen maanden. En dat je hele lichaam daardoor zelf zichtbaar en voelbaar verandert.
Dat heeft Maria meegemaakt. Negen maanden vanaf deze dag tot de geboorte van Jezus die we met Kerstmis vieren. Al die tijd heeft zij hem in haar schoot gedragen, zich ontzien zodat haar kind geen schade ondervond. Ze heeft dit kind met liefdevolle gedachten omringd. En de boodschap van de engel heeft ze in haar hart bewaard en overpeinsd.
Al in deze negen maanden is er een unieke band ontstaan tussen Maria en haar kind. Ze kende zijn naam “Jezus”. Want al voor de geboorte, al voor de conceptie wist Maria dat haar kind de “Zoon van de Allerhoogste” was, verwekt door de Heilige Geest. Zij droeg het mysterie van Jezus, God en mens tegelijk, in haar schoot. Sterker nog. Het was niet buiten haar omgegaan alsof God stiekem zijn Zoon als een soort koekoeksei in haar gedropt had.
Ze had zelf bewust en volledig ingestemd toen de engel haar de boodschap gebracht had dat zij de moeder van de Redder van de wereld mocht worden: “Zie, de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw woord”.
Elk kind hoort verwekt te worden in volledige vrijheid van de ouders. Elk kind verdient de vrucht te zijn van de liefde tussen vader en moeder. Maria heeft in volle vrijheid ingestemd. Zij is niet alleen fysiek maar ook emotioneel en geestelijk de moeder van Jezus.
De ontmoeting met de engel was een adembenemend moment. Stelt dat Maria “nee” gezegd had? Uit bescheidenheid of omdat ze zich ongeschikt achtte of uit vrees voor wat Jozef zou denken. Maar zij antwoord met volle overgave: “Mij geschiede naar uw woord”. Want Maria is Maria. God kent haar. Hij had haar niet voor niets uitverkoren.
We gaan vanaf vandaag weer met Maria op weg die dit bijzondere kind in zich droeg, het met zorg omgaf en zich afvroeg wat het allemaal betekende wat er met haar gebeurde. Ze onderging het niet passief. Ze had er zelf volmondig mee ingestemd. Ze was in blijde verwachting.
Wanneer wij aan Maria denken, zoals vandaag – maar gelukkig mogen we het alle dagen doen – dan zijn we door haar dicht bij de Heer. Bevoorrecht dicht bij.
Maria helpt ook ons door haar moederschap van Jezus en door haar geloof dat wij zelf geloven in Hem als de Zoon van God die in de wereld kwam om ons Gods liefde te verkondigen en te laten voelen.
Door het geloof in hem mogen we door diezelfde Heilige Geest die hem in Maria’s schoot verwekte, kinderen van God zijn. Het gezelschap van Maria helpt ons om dat kindschap in onszelf te beamen, te voeden en te verzorgen als het kostbaarste wat er is. Dat kindschap mogen we zelf met alle liefde en moederlijke gevoelens omringen naar het voorbeeld van Maria.
We bewonderen Maria voor het ‘ja-woord’ waarvoor zij niet terugschrok. We zijn trots op haar dat ze de moeder van de Redder mocht worden. Laten we ook vaak en graag in de geest verkeren in haar nabijheid. Zo zullen we de genade die haar ten deel viel, zelf voelen door ons geloof in Jezus.
Die moederlijke nabijheid maakt ons geloof hartelijk en warm, spontaan en vitaal. Het behoedt ons voor het stiefmoederlijke moralisme en intellectualisme dat zich in godsdienst kan nestelen.
Jezus is waarachtig mens geworden, met een lichaam, geweven in de schoot van Maria, dat hij voor ons allen overhad, en offerde aan het kruis. Laten we dat lichaam eren door zorgvuldige omgang met de gaven van brood en wijn in de eucharistie en in de communie. Het is werkelijk de Heer die zichzelf aan ons geeft en ons voedt zoals hij werkelijk mens geworden is en geboren uit de maagd Maria. Amen

(c) Pastoor Martin Los
Evangelielezing: Lukas 1:26-38