Preek op de 10e zondag door het jaar 9 juni 2024 Cothen
Dierbare zusters en broeders, we pakken de draad van het leven van Jezus weer op waar we gebleven waren voordat de Veertigdagentijd op weg naar Pasen begon. Ruim honderd dagen geleden. Na de doop van Jezus in de Jordaan en de verzoeking in de woestijn hoorden we hoe Jezus zijn leerlingen uitkoos, hoe hij voor het eerst in de synagoge het woord nam, hoe hij een boze geest het zwijgen oplegde en hoe hij tot de late avond vele zieken genas.
Vandaag horen we het vervolg. Het evangelie volgens Markus vertelt ons hoe verschillende kringen rond om Jezus op hem reageren. 1) Hij is intussen onderwerp van gesprek is geworden in de streek waar hij is opgegroeid, tot zelfs in de hoofdstad Jeruzalem. Die groeperingen zijn allereerst z’n verwanten en het milieu waaruit hij voortkwam. En verder de Schriftgeleerden die uit Jeruzalem zijn gekomen om het fenomeen Jezus aan de tand te voelen. Voor ons is natuurlijk belangrijk wat deze confrontaties met Jezus ons te zeggen hebben. En vooral wat we kunnen leren van de wijze waarop Jezus zich opstelt. De evangelische boodschap.
De eerste groepering, de familie, denkt dat alle aandacht Jezus naar het hoofd gestegen is. Ze willen hem onder curatele stellen. Het is heel pijnlijk wanneer de familie de bijzondere roeping van een verwant niet begrijpt, zich ervoor schaamt, en dat men meent dat de jongen of het meisje in de war is; en dat men ze uit de publiciteit wil houden. Of hen zogenaamd met de beste bedoelingen min of meer verbant naar een verre streek; of dat men hen verzwijgt als zwarte schapen in gebieden waar een zwijgcultuur heerst. Ook Jezus ondergaat de vervreemding en de eenzaamheid dat de mensen die hem het meest na stonden, zijn familie en verwanten, hem niet begrepen en meenden hem huisarrest te moeten geven.
Hoe Jezus daarop even wonderlijk als instructief op reageert, vertelt de evangelist Marcus een eindje verderop. Maar eerst vertelt hij hoe Jezus omging met die andere groepering, met de autoriteiten die een onderzoekscommissie van Schriftgeleerden op hem afgestuurd hadden. Hun mening stond van te voren al vast: die onnavolgbare rabbi die uit het niets opgekomen was, die wonderen verrichtte, was vast bezeten, door de duivel. Zoiets noemen we tegenwoordig ‘iemand demoniseren’. We zien het vaak in de politiek. Men maakt de politieke tegenstander helemaal zwart door de ander af te schilderen als een groot gevaar voor de samenleving, een monster. Er is geen inhoudelijk gesprek en uitwisseling van argumenten. Nee, die ander is door en door slecht, en wat ie aan goede dingen doet en wat ie aan goede ideeën heeft, bedoelt ie puur en alleen om je een rad voor ogen te dragen. Het gevolg is natuurlijk een polarisatie die mensen tegen elkaar opzet. Of zoals in autoritaire landen gebeurt dat personen met een andere politieke of religieuze overtuiging opgesloten worden alsof zij geestelijk gestoord zijn en heropgevoed moeten worden.
Zo weten de Schriftgeleerden al bij voorbaat dat Jezus door de duivel bezeten is omdat hij wonderen doet, zieken geneest, en zich beroept op God als zijn Vader. “Beëlzebub huist in hem” zeggen de autoriteiten om de publieke opinie te mobiliseren. Beelzebub staat voor duivel. Het is een moedwillige verbastering om de eigenlijke naam niet te hoeven uit spreken. Zo veranderden de vrome tijdgenoten van Jezus de naam van een bepaalde afgod die officieel “Geneesheergod” heette in bijvoorbeeld “Geeneensheergod.” “Geeneensheergod heerst in hem” zeiden ze Het antwoord van Jezus is niet zonder humor: “als de satan de satan uitdrijft is er onherroepelijk een einde gekomen aan zijn rijk”. Maar Jezus’ ironie betekent niet dat hij de zaak met een grapje afdoet. Want er is integendeel iets heel ernstigs met de beschuldiging van de Schriftgeleerden aan de hand als ze hem op deze manier beschuldigden en zwart maakten.
De jonge rabbi Jezus met zijn zachtmoedigheid trekt hier een rode lijn: ”alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden, ook als zij godslasteringen hebben uitgesproken, maar als iemand lastert tegen de Heilige Geest is hij bezwaard met een eeuwig blijvende zonde” zegt hij. Jezus bedoelt daarmee: God in zijn barmhartigheid vergeeft alle zonden als je hem erom smeekt, maar één ding is onvergeeflijk: als je de goede intenties van een onschuldig mens verdacht maakt, en als duivels verwerpt, wanneer je het werk van God door een mens uitmaakt voor het werk van de duivel, als je het goede en goddelijke demoniseert, dan ben je af. Want je zaagt dan de tak af waarop je zit. Overigens bad Jezus zelf voor zijn tegenstanders die hem lieten kruisingen als een misdadiger: ”Heer, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen”. Hij sluit niemands bekering uit. “Zonde tegen de heilige geest “ is niet zoals het in bepaalde bevindelijke kringen wordt ervaren; dat iemand zo onder schuldgevoelens gebukt gaat dat leven uitzichtloos lijkt. Dat is een patholgische aandoening die veel liefde en begrip vraagt van de omgeving.
Intussen heeft de familie van Jezus die hem onder voogdij wilden plaatsen om zo te zeggen bij Markus even in de wachtkamer gezeten. Want nu komt Jezus’reactie daarop. Zijn verwanten willen hem spreken. Ze vinden dat ze er recht op hebben.
De mensen in het overvolle huis zeggen tegen hem: uw familie wil u spreken. Dan kijkt Jezus om zich heen en zegt: “al wie de wil van mijn vader in de hemel doet is mijn moeder, mijn broer en mijn zuster”. Is dat niet geweldig. Hij zegt niet: ik ben mijn familie geen verantwoording schuldig. Ik heb niks met ze te maken. Nee hij nodigt iedereen uit om toe te treden tot zijn familie, de familie van God en om samen met hem naar Gods wil te leven en elkaar lief te hebben, en een veilige plek te zijn waar iedereen zich thuis voelt. Hoe vaak gebeurt het niet dat christenen Jezus voor zichzelf en voor hun eigen groep claimen. Met als gevolg dat we anderen uitsluiten. Maar Jezus staat niet bij ons onder voogdij. “Alwie de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mjjn moeder, mijn broer, mijn zuster”. Het is niet aan ons om te oordelen, maar om te aanvaarden, te respecteren en lief te hebben.
Het Evangelie van deze zondag leert ons dus in elk geval twee dingen: demoniseer niemand want de ander kan een engel zijn, een kind van God. En verder: loop Jezus niet voor de voeten door tussen hem en de mensen in te staan. Wees eerder telkens weer verwonderd over Jezus zelf. En over iedereen die probeert de boodschap van het Evangelie in praktijk te brengen. Laten we ervoor zorgen dat de kerk een veilige plaats is, een thuis voor iedereen. Jezus heet de Heiland, heelmaker. De duivel in welke vorm dan ook ontwricht en scheurt en verdeelt. God en in zijn Naam Jezus heelt en herschept. Amen
Martin Los pr
1) Evangelielezing in de eucharistie van deze zondag: Markus 3:20-35
Tag archieven: schriftgeleerden
Traditie als erfenis in vrijheid
Preek op de 22e zondag door het jaar 29 augustus 2021 Mariakerk en Willibrordkerk
https://youtu.be/QXKJpPM8sUA
“Jullie laten het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen”
Lieve zusters en broeders, onze gedachten gaan uit – ook als we in de kerk bijeen zijn om te bidden – naar de smadelijke aftocht van de Westerse bondgenoten, waaronder ook Nederland uit Afghanistan, de brute terreuraanslagen en het lot van de gehele bevolking. Wat voor boodschap hebben we in zo’n situatie aan woorden uit een heel andere tijd, toen het volk Israël in de woestijn rondtrok en leefde in het vooruitzicht van het beloofde land 1)? Of wat zegt ons een discussie – zoals in de Evangelielezing van deze zondag – van Jezus met Farizeeën en Schriftgeleerden over traditie en traditionele normen en waarden 2)?
Op het eerste gezicht lijkt er weinig of geen verband tussen onze actuele situatie en de Schriftlezingen. Maar bij nader inzien vinden we misschien toch enige aanknopingspunten tussen toen en nu.
Het volk Israël stond op het punt het land Kanaän binnen te trekken. God had een verbond met hun vaderen gesloten. Mozes zegt, nu hun nakomelingen een heel volk geworden zijn: ‘luister dan Israël naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer en handel daarnaar. Dan zult ge leven en bezit gaan nemen van het land dat de Heer, de God van uw vaderen u schikt”. Traditie is dus kennelijk nodig om een nieuwe toekomst binnen te trekken. Wat ik jammer en lastig vind, is dat onze vertalers ervoor gekozen hebben het Hebreeuwse woord hier te vertalen met ‘in bezit nemen’. Daar beluisteren we iets gewelddadigs in: “bezetten”, maar de oorspronkelijke betekenis is “beërven”, dus “het land beërven” als een nalatenschap. Het volk mag de toekomst als een soort erfenis ontvangen wanneer het zich houdt aan de overgeleverde voorschriften en bepalingen.
Traditie, overlevering, verbindt verleden en toekomst in het heden aan elkaar. Het heden zijn wijzelf die leven in de tijd. Het verleden is voorbij, de toekomst is er nog niet. De overlevering verbindt generaties aan elkaar die leven vanuit het zelfde toekomst perspectief, maar steeds in een nieuwe situatie. Het verleden is niet iets dat helemaal achter de rug is. Het is een schatkamer vol wijsheid die een nieuwe generatie ter beschikking staat om de weg van een hoopvolle toekomst binnen te gaan en allerlei uitdagingen aan te gaan en beproevingen te kunnen overwinnen.
Een traditie kan een keurslijf worden als ze doel in zichzelf wordt. Uiterlijkheden worden dan belangrijker dan de oorspronkelijke bedoeling van traditie, namelijk de rijkdom van het verleden ter beschikking stellen van een nieuwe generatie. Voor je het weet gaat het dan niet meer om een levende traditie maar om macht. Dat zien we in de discussie van de Schriftgeleerden en Farizeen die als heersende partij Jezus voorhouden dat hij zijn leerlingen tot de orde moet roepen omdat zij zich niet houden aan de traditie van de voorvaderen doordat zij de rituele vingerwassing voor het eten achterwege laten. Traditie kan conflicten oproepen. Die kunnen voor aanpassing en vernieuwing zorgen als mensen met elkaar erover in gesprek gaan en naar elkaar luisteren. Jezus houdt zijn tegenstanders voor dat zij met hun nadruk op uiterlijke traditie vergeten waar het werkelijk omgaat: dat je hart rein is. Want jaloersheid, hebzucht, ontucht, verdwijnen niet door rituele wassingen van vingers en kannen en kruiken, maar door het hart te bekeren.
We zien in landen als Afghanistan een groot conflict over de traditie. Daar moeten we niet van opkijken bij snelle maatschappelijke veranderingen. Daar moet een volk te tijd voor krijgen. Maar dat kan natuurlijk alleen in vrijheid geschieden. Laten we hopen en bidden en door vreedzame hulp dat de goede krachten het zullen winnen en niet degenen die van traditie een machtsmiddel maken om anderen te onderdrukken.
Met goede bedoelingen hebben Westerse landen geprobeerd van een land als Afghanistan een land naar Westers model te maken. Want wij zijn trots op onze democratie en levensstandaard. We pochten op onze traditie van vrijheid en gelijkheid. Maar wat doen we vaak als we onze manier van leven en onze cultuur vergelijken met anderen? We brengen onze sterke punten naar voren en we benadrukken de zwakke punten van de anderen. Zo zetten we ook de westerse traditie af tegen die van landen als Afghanistan. En omgekeerd. Het is een beproefd middel in een strijd over beschaving en cultuur. Maar we moeten ook eerlijk naar onze eigen zwakke punten kijken. We benadrukken terecht vrijheid en gelijkheid van iedereen, ondanks geslacht, afkomst, of rijkdom. Maar tegelijk voelen heel veel mensen zich eenzaam, jongeren en ouderen. Zorg voor elkaar besteden we steeds meer uit aan robotten en allerlei technologische voorzieningen. Is dat de toekomst die wij volkeren voorhouden waarvan wij vinden dat ze een culturele achterstand hebben? Dromen we daar zelf van? Zijn wij echt het beloofde land? En als we kijken naar onze Westerse traditie, is het niet diep treurig dat we het Evangelie en de rijkdom van het christelijk geloof in zo korte tijd achter ons hebben gelaten en het van ons af te schudden. In plaats van als rijkdom te beschouwen en eruit te putten voor een toekomst die echt een erfenis is, een nalatenschap van de generaties voor ons die door schade en schande wijs geworden zijn.
Maken we echt mee dat andere volkeren zeggen zoals Mozes zijn volk voorhoudt: “Dat machtige volk is wijs en verstandig . Is er soms een andere natie aan wie hun goden zo nabij zijn als de Heer onze God nabij is zo vaak wij hem aanroepen”? vragen wij ons af of ook op ons van toepassing het woord van Jezus: “Jullie laten het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen” Het gaat om de zuiverheid van hart. Dan zullen we God zien
(c) Martin Los
schriftlezingen tijdens de Mis op de 22e zondag jaar B:
1) Evangelie: Marcus 7:1-8,14-15,21-23
2) 1e lezing: Deuteronomium4:1-2, 6-8