Homilie 3e Paaszondag Mariakerk De Meern

Preek op de 3e zondag van Pasen 13/14 april 2013 in de Mariakerk De Meern.
Aansluitend bij het evangelie: Johannes 21:1-14

Lieve zusters en broeders, in deze Paastijd staan we stil bij de verschijningen van Jezus aan zijn leerlingen.
We doen dat om de vreugde om het mysterie van Pasen nog dieper in ons door te laten dringen.

Maar door naar die verschijningen te kijken en door erover na te denken kunnen we ook nog beter begrijpen wat de verrijzenis van Jezus voor ons betekent.
Het is fijn als we de vreugde van Pasen in ons als nieuwe energie ervaren. Die energie hebben we hard nodig als gelovigen en als kerk. Zonder vreugde wordt ons geloof futloos en onaantrekkelijk.

Wanneer we als gelovigen geen vreugde meer ervaren in ons geloof, dan moeten we elkaar aanstoten. Dan is het de hoogste tijd om te vragen: “Wat is er aan de hand met ons, want geloof is toch reden tot blijdschap. Geloof is toch zelf blijdschap? Wanneer we geloof niet meer als blijdschap ervaren, dan is dat teken dat er iets mis is? Dat de verbinding met de bron van de vreugde aan het dichtslibben is?
Dan moeten we weer op zoek gaan naar de bron van ons geloof zodat de vreugde weer in ons kan gaan stromen.
Het Paasfeest is elk jaar een enorme aansporing aan heel de kerk en aan alle gelovigen om opnieuw geloof als blijdschap te ervaren.

We luisteren dus in deze Paastijd naar de verhalen over de verschijningen van Jezus om opnieuw onuitsprekelijke vreugde te ervaren.
Maar het is ook nuttig om te begrijpen wat de verschijningen ons willen vertellen. Ze vertellen dat hij verrezen is.  Maar ze vertellen ook dat hij bij ons is en hoe hij bij ons is.
Jezus behoort door zijn verrijzenis tot een andere wereld dan de onze. Dat is duidelijk. De dood en het kwade hebben geen macht meer over hem. En toch, en toch is hij heel dicht bij ons.

Sterker nog: hij onderhoudt de gemeenschap met ons. Hij wil helemaal één met ons zijn.
Hij heeft ons niet alleen een paar schitterende ideeën nagelaten om in praktijk te brengen. Hij wil ons inspireren door zijn kracht als de levende Heer.
We mogen zelfs één lichaam met hem zijn zoals hij bij het laatste avondmaal beloofd heeft. Hoe zou dat kunnen als Jezus zelf niet als mens verrezen was met een lichaam, een verheerlijkt lichaam,  een lichaam waarover de dood en het kwade  geen macht meer hebben, maar toch: een lichaam, zijn lichaam.

De leerlingen moeten dat ook eerst ontdekken. Het is voor hen ook allemaal nieuw. Ze herkennen Jezus niet onmiddellijk. Ze herkennen hem niet onmiddellijk alsof hij gewoon weer bij hen terug als vroeger. Ze moeten echt geholpen worden door hem.
En de één herkent hem eerder dan de ander. Zo helpen ze elkaar.

We horen dat ze weer gewoon aan het werk zijn gegaan. Ze waren vissers. Dus waren ze gaan vissen. Maar ze vingen niets. Toen verscheen die vreemde persoon aan de oever die hen een beetje uit hun tent lokte met de vraag: “kinderen, hebben jullie iets om te eten?”

“We hebben helemaal niets” antwoordden ze met beteuterde gezichten.
Hij droeg hen op om de netten aan de andere kant uit te werpen. Nu vingen ze een heel net vol.
Voor Johannes was dat de reden om uit te roepen tegen Petrus: “Het is de Heer!”
Johannes was de leerling die een heel bijzondere band met Jezus had gehad. Die liefde maakte dat hij als eerste Jezus herkende.

Wanneer we ons bevoorrecht voelen door de persoonlijke liefde van Jezus zullen we ook des te eerder attent zijn op zijn tegenwoordigheid in wat er in ons leven gebeurt.
Je staat er dan altijd open voor om iets van hem te ontdekken wanneer er iets moois gebeurt.
U kent ze wel: mensen die als er iets opmerkelijks gebeurt, heel spontaan zeggen: “dat is de Heer!”

Je natuurlijk reactie is dan misschien dat je je schouders ophaalt, of dat je een beetje jaloers bent. Want jij gelooft toch ook, waarom zien ze iets wat jij nog niet ziet?
Maar in plaats van de ander een aansteller te vinden, zou je eigenlijk blij moeten zijn, dat die ander je met haar of zijn ogen laat zien.

Het mooie is dat Petrus de vingerwijzing van Johannes opvolgt. Hij kan niet eens meer wachten tot de boot met vissen aan land komt. Met mantel en al waadt hij door het water naar Jezus toe. De liefde van Johannes maakt Petrus enthousiast. En wie enthousiast is, ziet veel minder belemmeringen, dan wie niet vol van iets is.

Ik had het genoegen vrijdagmiddag in Deventer bij een bijeenkomst bij te wonen van vertegenwoordigers van allerlei kerken..
Eén van de inleiders hield ons voor dat we in de kerk van nature geneigd zijn om te kijken welke problemen er zijn om ze op te lossen.
Probleem is dan dat je overal problemen ziet, en dat je steeds weer nieuwe problemen ziet. Het gevolg is dat je vermoeid raakt, steeds weer op verschillen van mening stuit en met conflicten te maken krijgt. Het laatste restje enthousiasme dooft dan op de duur. De geloofsgemeenschap heeft dan ook niets aantrekkelijks voor anderen
De inleider bendrukte dat je ook kunt kijken naar de kansen in plaats van naar de problemen. Als je kansen ziet, begint er iets te kriebelen. Als je uitdagingen ziet, komt er allerlei energie vrij.
In dat enthousiasme en in die vreugde mogen we ook “de Heer” die in ons midden is herkennen.

Wanneer ze allemaal aan land zijn, nodigt Jezus hen uit om te ontbijten. Samen eten is teken van gemeenschap. De verrezen Heer nodigt hen uit tot gemeenschap met hem.
Daar gaat het om in het christelijk geloof! Dat Jezus ons het nieuwe leven wil schenken. Dat we gevoed worden met eeuwig leven, met leven waarover de dood geen macht meer heeft.

Nu weten de leerlingen allemaal dat het de Heer is. Daarom durft niemand meer te vragen “wie bent u”.
Is dat niet mooi? Eerst herkenden ze hem nog niet want Jezus vormde door zijn verrijzenis is een totaal nieuw werkelijkheid voor hen.
Maar door wat ze zelf zagen en ervaarden herkenden ze hem allemaal. En ook doordat ze elkaar daarin voorgingen en stimuleerden.

De vreugde om het Paasmysterie drinken we allemaal met volle teugen in in deze Paastijd. Dat hebben we nodig.
Maar naast de vreugde hebben we ook ínzicht nodig. Inzicht hoe het Paasmysterie doorwerkt in ons persoonlijke leven, en hoe het vruchtbaar is in het leven van de geloofsgemeenschap van de kerk.
De tegenwoordigheid van de verrezen Heer mogen we herkennen en samen vieren in de vreugde van het geloof. We mogen er geen genoegen meenemen als die vreugde wegebt. Dan moeten we ons open stellen voor nieuwe kansen.

Die kansen zijn er overal waar echte liefde tot Jezus is. Die kansen maken anderen binnen en buiten de kerk enthousiast. En tenslotte mogen we dat dan samen op allerlei wijzen vieren.
Heel bijzonder in de eucharistie waarin we allemaal de levende Heer mogen herkennen die altijd in ons midden is om ons in de gemeenschap met hem te laten delen.
Zo schenkt hij ons hier en nu al zijn leven, zuiver leven dat vol is van zijn kracht, leven vervuld van Gods liefde. Amen

Pastoor Martin Los

Homilie op Beloken Pasen 6/7 april 2013

Preek op Beloken Pasen (Zondag van de goddelijke barmhartigheid) 6 en 7 april 2013 Willibrordkerk Vleuten.
Evangelie Johannes 20:19-31

Lieve zusters en broeders, op de derde dag nadat Jezus aan het kruis gestorven was, zaten zijn leerlingen bij elkaar. Verdrietig en angstig. Verdrietig vanwege wat hun meester was aangedaan. En angstig omdat ze zelf misschien gevaar liepen.
Plotseling  terwijl de deuren gesloten waren, verscheen Jezus aan hen als de verrezen Heer.
Ze herkenden zijn stem die zei: “vrede zij u”.
En hij toonde hen zijn handen en zijn zijde. Handen die aan het kruis met spijkers waren doorboord. En zijn zijde waar de soldaat die bij het kruis stond, een lans in had gestoken om te zien of hij gestorven was.
Dus juist aan de wonden van Jezus konden de leerlingen zien dat het hun Heer was die verrezen was. De littekens waren duidelijk zichtbaar.

Is dat niet merkwaardig? Door zijn verrijzenis deelde Jezus in de heerlijkheid van God. De heerlijkheid van God is toch het mooiste wat er is? Puur geluk. Daar is toch volstrekt geen sprake van enig gebrek?
Toch toont Jezus die verrezen is, zijn littekens aan hen. Littekens zijn toch in zekere zin een handicap?
Heb je een litteken op een zichtbare plaats, dan hoef je er niet op te rekenen dat je model, of filmster of zoiets wordt.
Da’s nou juist een droom van veel mensen, vooral jongeren. Gekend zijn. Beroemd worden.
Een litteken is dan een streep door de rekening. Ze worden gezien als een beschadiging van wat mooi en gaaf is.
Littekens herinneren aan lijden, aan pijn. Hoe kan er in het eeuwige geluk plaats zijn voor herinnering aan pijn en verdriet? Daar is toch geen verdriet? Alle tranen zijn daar voorgoed gedroogd.

Voor ons gevoel staan die twee dingen op gespannen voet: verrijzenis, delen in Gods heerlijkheid, in de eeuwige vreugde én littekens. Toch verenigt Jezus ze beiden in zich. In hem onderstrepen die heerlijkheid en littekens elkaar juist

Wat heeft ons dat te vertellen?
Allereerst dat de apostelen dóór de littekens Jezus herkenden. Het was niemand anders dan hun meester die aan het kruis geslagen was.
Hij had niet als een soort Spiderman die aan het eind van een spannend avontuur zijn vermomming aflegt, zijn aardse lichaam als een soort wetsuit uitgetrokken compleet met de littekens. Alsof zijn hele lijden en sterven een soort truukje was geweest. Alsof het hem alle niets gekost had.

De leerlingen waren ook helemaal niet teleurgesteld omdat de verrezen Heer littekens vertoonde. “Zij verheugden zich toen ze de Heer zagen” vertelt het Evangelie.
Juist door de littekens wisten zij dat het Jezus echt zelf was. Daarom waren zij zo verheugd. En de littekens waren schitterden. Ze waren niet langer iets lelijks, maar iets heel moois. Ze schitterden als deel van zijn heerlijkheid.
De littekens vertelden waarom Jezus verheerlijkt was: omdat hij geleden had en gestorven was voor de zonden van alle mensen. Ze waren teken dat Jezus niet voor niets geleden had aan het kruis, maar dat alle zonden vergeven zijn voor iedereen die in hem gelooft. Dat was de boodschap die ze voortaan moesten verkondigen aan de mensen.
De littekens van Jezus waren dus niet langer teken van smaad. Ze waren eretekens geworden. Een hemelse onderscheiding

Nu snappen we waarom het voor Thomas die er eerst niet bij was, zo belangrijk was, dat de verrezen Jezus inderdaad te herkennen was aan de littekens. Hij wilde zeker zijn dat de leerlingen geen spook gezien hadden, maar de Heer zelf die aan het kruis gestorven was.

Dat is een boodschap voor ons allen.
Niet alleen dat Jezus die verrezen is, inderdaad echt dezelfde is als degene die geleden heeft. Maar het is ook een boodschap voor hoe we aankijken tegen ons eigen lijden en dat van anderen.

Lijden is naar onze overtuiging iets dat we zoveel mogelijk moeten vermijden voor onszelf en voor anderen. Terecht.
Veel van de discussies in de politiek gaan erover hoe we ziekte kunnen voorkomen of genezen, armoede en werkeloosheid kunnen voorkomen of verminderen, discriminatie kunnen voorkomen of de wereld uit helpen. Dat is volkomen terecht.
Maar ondanks alle pogingen zal er toch altijd mensen zijn die lijden aan ziekte, armoede, vervolging.
Zijn zij dan de verliezers in een wereld waarin alles gericht op mooi, jong, succesvol zijn?
Nee, ook een mens die lijdt, is volledig mens. Die mens verdient ons respect.
Die mens is in vele opzichten vaak een voorbeeld voor anderen die geen tegenslag kennen.

Vanuit het Evangelie gezien ben je niet geslaagd voor het leven als je succesvol bent, maar als je hart voor een ander hebt.
Het kan zijn dat je door je eigen lijden je veel beter kunt verplaatsen in anderen die het moeilijk hebben.
Het kan zijn dat je een minder gemakkelijk leven voor jezelf kiest om anderen te helpen. En dat je omdat je voor hen in de bres springt, door anderen gemeden wordt.

Het is goed dat we lijden voorkomen of verminderen. Maar niet omdat degene die lijdt zielig is of minder mens zou zijn. Alsof alleen een mens die honderd procent geniet, volledig mens zou zijn.
Nee, juist in mensen die leven met een gebrek of handicap zien we des te meer hoe kostbaar en waardig een mens is. Mens zijn is meer dan genieten, succes, schoonheid.

Het evangelie van vandaag vertelt ons, dat zij die lijden geen verliezers zijn. Hun leven is geen vergissing of een bedrijfsongeluk dat eigenlijk voorkomen had moeten worden. Alsof alleen een leven zonder lijden zinvol en de moeite waard is.
Hun leven telt. Ja, hun leven is kostbaar in Gods ogen.

Het evangelie van vandaag vertelt dat zij allen door hun lijden heen kinderen van God zijn, en dat zij mogen delen in zijn heerlijkheid. De littekens van dit aardse leven, zijn daar Koninklijke onderscheidingen, eretekenen.

Dat staat eigenlijk haaks op onze tijd. We proberen er allemaal mooi en jong uit te zien. Elk rimpeltje wordt weggewerkt.
Dat wordt versterkt door de televisie en de camera. Het oog van de camera legt elk puistje, elke rimpeltje onbarmhartig vast. De meeste foto’s in tijdschriften van bekende Nederlanders zijn gefotoshopt zodat ze er zo voordelig mogelijk uitzien.
Dat heeft grote invloed op hoe we tegen onszelf en alles aankijken. Steeds kritischer.
Maar als we eens in de hemel komen, in de heerlijkheid van God, dan is dat niet een soort fotoshop van ons leven.
God kijkt op zijn eigen liefdevolle, barmhartige wijze tegen ons aan. Eens mogen we onszelf zo zien. Maar we mogen al een beetje oefenen met Gods ogen te kijken

Het eeuwige geluk, delen in de heerlijkheid en de verrijzenis van Jezus is, dat we onszelf moge zien met de ogen van Gods liefde.
En dat we ook elkaar eindelijk mogen zien met de ogen van Gods liefde.
Alle pijn en verdriet is dan voorgoed voorbij. Maar alles wat we gedaan hebben uit liefde voor God en mensen zal daar stralen. Ook het lijden dat we gedragen hebben
Het is ons leven hier en nu dat straks mag delen in de heerlijkheid van God.
Wat hoopvol dat we dat door Jezus’ verrijzenis zo al mogen zien.
Dat geeft moed en kracht om eigen lijden te dragen en anderen die lijden bij te staan. Wat mooi dat we zo ook elkaar al een beetje zo mogen zien en respecteren en bijstaan. Amen

(c) Pastoor Martin Los