Homilie Allerzielen 2013

Preek bij gelegenheid van de herdenking van alle gestorvenen parochianen van het afgelopen jaar en van al onze gestorvenen
tijdens de eucharistie op 2 november Mariakerk en 3 november Willibrordkerk 2013
Schriftlezingen:  1e lezing Openbaring van Johannes 21:1-7 2e lezing 1 brief van Johannes 3:1-3 evangelielezing: Johannes 17:24-26

Lieve zusters en broeders, aan de vooravond van zijn lijden bad Jezus hartstochtelijk tot God: “Vader degenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar Ik ben zodat ze de heerlijkheid kunnen zien waarin U Mij hebt laten delen”
Als hij deze woorden spreekt, staat hij op het punt om zijn leven te geven voor de mensen om de poort naar het eeuwige voor hen te openen..
Jezus had er alles voor over. Hij had ervoor over om zelf door lijden en dood heen te gaan om alle mensen te laten weten dat niets ons kans scheiden van de liefde van God, ook niet het kwade dat ons treft, ook niet de dood, ook niet onze menselijke zwakheid of zelfs schuld.
Sinds Pasen weten we dat God het gebed van zijn Zoon heeft verhoord en dat zijn offer heeft beloond.
Voor ons heeft de toekomst nu een gezicht, een menselijk gezicht. Het gezicht van Jezus Christus die ons uitnodigt om het te wagen met Gods belofte van eeuwig leven.

Vandaag sluiten wij ons aan bij het hartstochtelijke gebed van Jezus. Want wij willen ook niets liever dan dat onze gestorven familie en vrienden nu de heerlijkheid van Jezus mogen zien. We willen ook niets liever dan dat ze mogen delen in het eeuwige geluk.
Jezus heeft door zijn goddelijke liefde alles volbracht dat onze gestorvenen ook inderdaad voorgoed gelukkig zijn in de heerlijkheid van God.
Maar wij mogen door onze liefde voor hen bijdragen aan hun geluk. We mogen door ons geloof het offer van liefde van Jezus tot het onze maken en aanbieden aan God uit liefde voor hen. We staan in onze machteloosheid toch niet met lege handen.

Natuurlijk voelen we ons allemaal machteloos om dat we onze geliefden niet vast konden houden. En we ervaren een groot en vaak pijnlijk gemis.
Het christelijk geloof kan dat gevoel van onmacht en gemis niet helemaal wegnemen.
Het zou ook onmenselijk zijn als we door ons geloof niets zouden voelen bij het verlies en de afwezigheid van hen die ons lief zijn.
Want gemis is teken van grote verbondenheid en verlies is gevoel van hoe kostbaar de ander voor je is.
Maar het geloof in Christus is wel in staat het gemis en de onmacht  te verzachten.

We staan niet met lege handen. We mogen persoonlijk bijdragen aan hun geluk door onze liefde voor hen, door ons geloof en door onze hoop.
En daarmee komen we tegemoet aan ons diepste verlangen voor hen, dat zij mogen delen in het eeuwige geluk.
Zo versterken we in ons gemis de verbondenheid met hen door ons geloof omdat we dankzij de liefde van God met elkaar verbonden verblijven..
En zo zijn we ondanks ons verdriet toch blij voor hen die kostbaar zijn in onze ogen omdat ze veilig zijn bij God in zijn schatkamer, de hemel waar niets hen nog schade kan doen.

Waaruit bestaat dat eeuwige geluk? Een soort Zwitserlevengevoel zonde einde? Maar zo’n geluk wordt meestal beleefd in een ressort. Buiten de poort van dat ressort is armoede en onrecht. In de hemel is geen sprake onrecht en ongelijkheid.
Niemand van ons heeft een kijkje kunnen nemen door de poort van de dood. En wij kunnen ons dingen alleen maar voorstellen binnen de dimensies van ruimte en tijd.
Er zijn wel de bijna-doodervaringen die mensen bijvoorbeeld tijdens een operatie op leven en dood meemaken. Die ervaringen maken diepe indruk op hen die ze  meemaken. Ze versterken in ons het vertrouwen dat de dood niet het einde van ons leven is.
Maar wat opvalt is dat het hele individuele ervaringen zijn van prachtig licht en kleuren.

Zonder iets af te doen van die prachtige bijna-doodervaringen, moeten we zeggen dat het eeuwige leven bij God gaat volgens het Evangelie een paar stappen verder dan een puur individuele ervaring van geluk.
Want zegt Johannes in zijn brief:  “Nu al zijn we kinderen van God. En wat wij zúllen zijn is nog niet geopenbaard. Maar we weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat we Hem zullen zien zoals Hij is
Het eeuwige geluk, dat Jezus ons belooft, is dat we God zullen zien en dat we onszelf zullen zien zoals God ons in zijn liefde altijd gezien heeft.
Het eeuwige geluk is volgens ons geloof dat we onszelf mogen zien met de ogen van Gods volmaakte liefde. Heel onze persoon en heel ons leven, ons geleefde leven, het leven dat we met elkaar gedeeld hebben. Dus we zullen niet alleen onszelf, maar ook elkaar mogen zien met de ogen van Gods liefde.

Die verwachting wordt heel erg versterkt door het beeld uit de Openbaring van Johannes: “Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde…En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen”
De stad is het beeld van de gemeenschap van allemaal verschillende mensen. We zijn dus op weg naar een toestand, niet allen van volmaakt individueel, maar persoonlijk geluk in een gemeenschap van mensen samen.
Daarom verstaat het christelijk geloof onder eeuwige geluk ook dat we elkaar weerzien, en dat we samen mogen delen in de volmaakte liefde van God die het laatste woord heeft over ons leven.

Wij bidden hier in de wereld voor het eeuwige geluk van onze dierbare gestorvenen, en voor allen aan wie niemand denkt. Maar voor het oog van ons geloof mogen we hen ook zien als op ons wachtend.
Wachtend niet vertwijfeld of ongeduldig, maar vervuld van de eeuwige vreugde en blij dat ze ons daarin mogen verwelkomen. Hun wachten is geen wachten maar het is een zien hoe groot en oneindig het geluk is dat God voor ons heeft weggelegd als we vertrouwen op zijn genade

Dat moet ons troost en versterken in onze hoop. En het geeft ons rust om hier op aarde te proberen nog zoveel mogelijk goed te leven en het leven met anderen mooi te maken.
We geloven toch dat we zo ons steentje ogen bijdragen tot de stad van God waarheen onze dierbare gestorven ons al zijn voorgegaan.
Ze zijn niet achtergebleven in het verleden. Ze zijn opgenomen in de toekomst van God. Daarmee heeft die toekomst een gezicht, een menselijke gezicht, het gezicht van Jezus omringd door allen die ons naar Hem zijn voorgegaan.
Jezus heeft niet voor niets gebeden. “Vader degenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar Ik ben zodat ze de heerlijkheid kunnen zien waarin U Mij hebt laten delen”.
Wat kunnen wij daarop anders zeggen dan: Amen

(c) Pastoor Martin Los

Homilie Allerheiligenfeest 1 november 2013 Mariakerk De Meern

Homilie Allerheiligenfeest 1 november 2013 Mariakerk De Meern

voorgeschreven schriftlezingen voor dit feest uit het r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen. 1e lezing: Openbaring van Johannes 7:2-4.9-14 2e lezing: I Johannes 3:1-3 en Evangelie: Mattheus 5:1-12a

Lieve zusters en broeders, overal in onze r.k. kerken zijn beelden van heiligen te zien. We zijn met ze vertrouwd. Ze horen bij ons en wij horen bij hen. We horen bij elkaar.
We zijn door de dood van elkaar gescheiden. Maar we zijn door de liefde van God en Jezus Christus met elkaar verbonden in een liefde die sterker is dan de dood.

Toch valt het op dat de heiligenbeelden niet rondom ons op de grond staan. We moeten wat omhoog kijken om ze te zien.
Op die manier wordt uitgedrukt dat de heiligen opgenomen zijn in de hemel, in de schatkamer van God. Daar waar geen pijn en beproevingen en onzekerheid meer zijn.

Zij zijn in de hemel en wij op de aarde. Toch horen we bij elkaar als huisgezin van God.
Want de kerk bestaat niet alleen hier beneden, maar ook hierboven. En dat zijn niet twee kerken. Er is een Kerk. Dat is de ene Kerk van Jezus Christus.
Het is goed om door de heiligenbeelden steeds zichtbaar daaraan herinnerd te worden.
Het maakt dat we vertrouwd blijven met de hoop dat wij eens bij hen mogen zijn als onze aardse taak volbracht is.

De heiligenbeelden staan dus niet zo hoog, om te vertellen: deze figuren zijn zulke ideale mensen,  deze personen zijn heilig, daar zul jij beneden nooit aan kunnen tippen. Nee, zij staan daar juist om ons te bemoedigen.
Want wie waren de heiligen? Ze waren mensen die eens op aarde leefden. Ze hebben ook beproevingen gekend. Ze hebben soms ook fouten gemaakt. Sommigen hebben zich bekeerd van een zondig leven.
Maar in allen is iets van Christus zelf zichtbaar geworden. In hen is de boodschap van het Evangelie vlees en bloed geworden. Ze mogen delen in de belofte van de Heer: “zalig de armen van geest want zij zullen het rijk van God beërven”.

Wie zijn armen van geest anders dan zij die geloven dat de genade en liefde van God groter en sterker zijn dan alles, groter dan wijzelf, groter dan onze zwakheden, groter dan onze zonden.
Daarom klappen wij op de feest niet alleen in de handen voor alle ontelbare heiligen, maar we klappen met hen in de handen voor God en zijn genade.
De beelden van de heiligen willen ons moed in spreken: “wij hebben vertrouwd op Gods genade. Zo zijn we de mensen geworden die we zijn. Vertrouwen jullie ook op Gods genade. Houd vol. Dan komt het goed”.

Die boodschap verkondigen niet alleen de beelden die in de kerken en kapellen te zien zijn, beelden van de officieel door de kerk erkende heiligen, maar ook de beelden in ons hart van familie en vrienden die veel voor ons betekenen door de manier waarop ze geleefd hebben, en aan wie we ons optrekken.

Omdat de heiligen in de hemel zijn opgenomen, staan zij op een verhoging in de kerk. Maar ze staan toch met hun gezicht naar ons toegekeerd.
Is dat niet vreemd, want in de kerk zijn we als biddende mensen toch allemaal op God gericht? Hoe komt het dan dat ze zijn afgebeeld met hun gezicht naar ons toe?
Inderdaad zijn allen in de hemel op God gericht, net als wij hier beneden. Maar zij zijn ook in God opgenomen.
Ze behoren helemaal tot de wereld van God en van het hemelse licht. Daarom komen ze als het ware van Gods kant nu naar ons toe om ons aan te sporen en welkom te heten in het rijk van God.
Aan dat rijk van God mogen ook wij nu al deelhebben door ons geloof, door onze hoop, en door onze liefde. We zijn er welkom als we ons laten leiden door de blijde boodschap van Jezus.
Ze staan op de uitkijken en ze heten ons welkom in hun kring hoewel we nog onderweg zijn

Wij zien nu nog alleen deze kant van het leven en van het aardse bestaan. Maar aan de heiligen in het licht kunnen we al zien dat er nog een andere kant is van ons leven, van ons leven hier en nu.
Eens zullen we die kant ervan mogen zien zoals het van God uit is. Zoals Johannes zegt: “vrienden, nu al zijn we kinderen van God, en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard”
Inderdaad we leven van geloof. En iedereen kan ontkennen wat we geloven of zijn hoofd schudden. En we kennen zelf soms twijfel.
Maar vervolgt Johannes “wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt, wij aan Hem gelijk zullen zijn”.

Geloof in de hemel, geloof in rijk van de heiligen in het licht, maakt niet dat we niet meer geïnteresseerd zijn in dit leven, en dat we alleen maar denken aan de hemel waar alle leed geleden is.
Dat werd mij laatste voor de voeten geworpen: door jullie aandacht voor de hemel en het eeuwig leven, zijn jullie onvoldoende gefocused op het leven op aarde met zijn onrecht en lijden.
Maar dat is niet waar. En juist de heiligen laten zien hoe zijn hun leven zelfs over gehad hebben om niet toe te geven aan onrecht. En velen hebben met enorme edelmoedigheid zich ingezet voor hun naasten.
Ons geloof in de hemel maakt juist dat we het hier volhouden om te vertrouwen op Gods genade, om de weg van het evangelie te gaan, van de navolging van Christus.

We zijn zoals ook paus Franciscus in zijn preek vandaag op dit feest onderstreept, wij zijn één familie als kerk en als gelovigen.
En in een familie help je elkaar en ben je blij met elkaar.
Wij zijn blij en dankbaar met de heiligen die al bij God zijn en zij helpen ons door hun voorbeeld.
We hebben juist in deze individualistische tijd waarin vele, met name ook jonge, mensen zich op zichzelf teruggeworpen voelen en angstig zijn, juist nodig te weten dat we door vele heiligen omgeven worden en dat we altijd bij hen thuis mogen zijn, voor al als we eenzaam zijn.
En ze zijn een teken van Gods bescherming doordat zij altijd om ons heen zijn en voor ons bidden dat wij ook onze weg mogen volbrengen, de weg van geloof in Jezus Christus en de overwinning van Gods liefde.
Laten we dus de hulp van de heiligen niet versmaden. Laten we niet doen alsof we er als gelovigen allen voorstaan. Zij staan om ons heen. Ze dragen bij aan de vreugde van ons geloof.
Het feest van Allerheiligen is het feest van saamhorigheid van de kerk hierboven en hierbeneden, van hen die al aangekomen zijn, en van hen die nog onderweg zijn. Het begin van het feest zonder einde. Amen

Pastoor Martin Los