Homilie op Willibrordzondag 9 november 2014 in de H. Willibrordkerk in Vleuten

willibrordzondagpreekenkoor2014Preek voor iedereen, maar speciaal voor de kinderen
Tijdens de Mis lazen we de voorgeschreven lezingen voor het feest van de H. Willibrord: 1e lezing Jesaja 52:7-10 2e lezing Hebreeenbrief 13:7-9, 15-17 Evangelie:Mattheus 28:16-20

Meisjes en jongen, zusters en broeders, eens was er in Ierland een monnik, een priester, Willibrord. Deze kwam met zijn vrienden meer dan dertien eeuwen geleden helemaal over de grote zee in een klein houten bootje naar ons land. Als een soort bootvluchteling. Alleen, hij kwam niet om armoede te ontvluchten. Hij liet juist al zijn bezit achter zich. Hij kwam hierheen om de mensen hier te vertellen over Jezus en over God.
Er waren toen nog helemaal geen kerken en geen scholen hier. Mensen hadden nog nooit van God en Jezus gehoord.
Waarom kwam Willibrord helemaal hierheen? Hij kon toch ook in Ierland de mensen vertellen over Jezus? Dat kon. Hij had thuis kunnen blijven in Ierland. Maar dat deed hij niet. Weet je waarom?
Hij en zijn vrienden zeiden: als we naar een vreemd land gaan waar we de mensen niet kennen, een land waar we geen huizen en geen eigen bezit hebben, dan zijn we helemaal afhankelijk van God.
Ze wilden ontdekken hoe God bij hen was, hen hielp, juist omdat ze zelf niets hadden.
Ze zeiden: “We kunnen de mensen wel mooie dingen vertellen over Jezus en over God. Maar als we die mooie dingen zelf niet beleven, dan spreken we niet uit eigen ervaring.”  Ze wilden God zelf ervaren. Ze werden arm om rijk met God te zijn.

De mensen hier in ons land woonden op kleine heuvels bij elkaar. Want overal was moeras en water met af en toe een stukje droog land of een bos. Ze zagen overal geesten en goden in. Bij voorbeeld in de rivier. Als die kolkte en het land overstroomde. Dan zeiden ze: de god van de rivier is woedend.
Willibrord kwam hier bij een dorpje waar op een heuveltje een hele oude eik stond. Omdat die er al stond zolang de mensen van die stam zich konden herinneren en nog veel langer was die eik voor hen iets waren ze met vrees tegenop keken. Wanneer de eik vroeg zijn bladeren verloor zagen ze daarin bijvoorbeeld een slecht teken. Ze brachten offers aan de eik.
Willibrord vertelde dat ze helemaal niet bang hoefden te zijn voor die eik. Dat geloofden de mensen niet. Ze wilden Willibrord verjagen. Want ze waren bang als ze naar Willibrord luisterden, voor de woede van de geesten die in de boom huisden.
“Wees niet bang” zei Willibrord. Hij pakte een bijl en hakte de boom om. Als de boom door de bijl getroffen werd, en er gebeurde niets, dan zouden ze zien dat de eik geen god was voor ze bang voor moeten zijn.
Er gebeurde helemaal niets. De mensen hier kregen grote bewondering voor hem. Ze luisterden naar wat hij zei over God, die onze Vader is, en over Jezus die mensen tot kinderen van God maakt, over hoe je in liefde en vrede  met elkaar kunt leven. En over het eeuwige leven.

Zo werden onze verre voorouders hier christenen. Ze lieten zich dopen en ze geloofden. Dus dank zij hen en dankzij Willibrord hebben wij het geloof doorgegeven gekregen. Dus is het feest vandaag.

Maar wij willen ook graag dat mensen Gods liefde leren kennen. Dat ze niet bang zijn.
Waar zijn mensen in onze tijd bang voor net zoals in de tijd van Willibrord mensen bang waren voor de heilige eik? Als je aan de eik komt, zeiden ze, gaan we verloren.
In onze tijd zijn veel mensen bang, dat je ongelukkig bent als je niet genoeg bezit en geld verzamelt. Maar wat zien we:  mensen worden steeds ontevredener en ongelukkiger. Als we dingen delen, zoals Jezus zegt en voordoet, dan worden we juist gelukkiger en menselijker.
Wij kunnen als christenen het goede voorbeeld geven. Eerst zullen de mensen bang zijn en denken dat alles mis gaat als je niet in de eerste plaats aan jezelf denkt, maar met anderen in nood deelt. Daarna zullen ze zien dat je veel gelukkiger wordt met elkaar.

Een andere afgod is misschien wel gezondheid of er mooi uitzien. We zijn bang als we niet genoeg sporten dat we dan korter leven. Maar zou je niet gelukkiger worden als je tijd hebt voor een ouder iemand in de buurt die de deur niet meer uit kan?
Of we zijn steeds maar bezig met hoe we eruit zien uit angst dat we anders niet meetellen. Maar belangrijker is dat je weet dat je een kind van God bent. Dat God je mooi vindt zoals je bent, en dat Hij van je houdt. Niet om hoe je eruit ziet, maar om wie je bent, want Hij kent je hart. Als je niet steeds met je uiterlijk bezig bent, zie je misschien eindelijk hoe mooi en bijzonder íeder mens is, vooral mensen die een gebrek hebben, of die gediscrimineerd worden.

Het zou goed zijn om veel meer met elkaar in gesprek te gaan over dingen waarvoor wij bang zijn. Net als de mensen in Willibrords tijd.
Wij zijn niet bang voor een eeuwenoude knoestige eik. Maar mensen onze tijd hebben ook hun angsten. Als we zelf niet meer bang zijn, kunnen we ook andere mensen laten zien dat ze niet bang hoeven te zijn.
Dan moeten we net als Willibrord doen. Hij trok naar een vreemd land om God te ervaren, en ook de mensen te laten zien hoe blij en gelukkig je van God wordt
“In Gods naam gelukkig” zijn de woorden die van Willibrord zijn overgeleverd.

Laten wij daarom niet in de kerk blijven zitten wachten op zondag tot de mensen hierheen komen. Maar laten we erop uit gaan in onze eigen omgeving. We mogen laten zien hoe blij en gelukkig je bent als je Jezus navolgt in zijn liefde voor God. Laten we doof worden voor de stemmen in en om ons die zeggen: je moet dit of je moet dat, anders gaat het niet goed met jou en met ons allemaal!
Zusters en broeders, meisjes en jongens, zo kwam Willibrord Jezus en God bij de mensen hier brengen. Je kunt ook zeggen: God bracht hem bij ons. Het was alsof er een licht ging branden in de duisternis.
Wij mogen allemaal op onze eigen manier zulke lichtjes zijn in deze wereld.  Kleine Willibrordjes.
Daarom nodig ik de kinderen van het Willibrordkinderkoor uit om hun lichtjes aan te steken aan deze grote kaars, het licht van Christus. Dat is ook de naam van onze parochie. Laten we allemaal “In Gods naam gelukkig”zijn
Amen

(c) Martin Los, pastoor

Allerzielenviering 2 november 2014 Mariakerk en Willibrordkerk

Preek gehouden tijdens de Eucharistieviering op de vooravond en de morgen van Allerzielen 2 november 2014 in Willibrordkerk te Vleuten en Mariakerk De Meern (Beiden Leidsche Rijn)
De namen werden genoemd van hen die in het afgelopen jaar gestorven zijn (72) en na afloop was er een processie naar het kerkhof van beide kerken.
In het donker met kaarsen, in het licht met bloemen

“Voor wie steek jij een kaarsje aan?” Die vraag klonk deze week elke dag op de televisie in het programma Ode aan de doden. Gelukkig is het gedenken van de overledenen in deze tijd van het jaar beslist geen binnenkerkmuurlijk gebeuren.
Ik kan me voorstellen dat als gevolg van die tv-uitzending mensen ook aan elkaar gingen vragen “voor wie steek jij een kaarsje aan?” Ik heb zelf meegemaakt hoe dit deze week in een gezelschap van collega’s tot een heel mooi gesprek leidde.
Vandaag steken we hier in onze parochiekerken een kaars aan voor alle medegelovigen van wie we afscheid moesten nemen in het afgelopen jaar.
We hebben van elk van hen persoonlijk afscheid genomen in deze kerk of op een andere plaats.
Maar het is ook goed om hen samen te gedenken op deze dag. Verdriet en gemis werpt ons op ons zelf terug. Je voelt je extra alleen. Vandaag voelen we ons tenminste niet alleen staan in ons gemis en verdriet.
Daardoor komt er ruimte vrij in ons hart om niet alleen verdrietig te zijn, maar ook om trots te zijn op onze gestorvenen. We herinneren ons hoe kostbaar ze voor ons zijn en blijven. En we ervaren zo nog beter dat niets onze herinnering aan hen en onze liefde voor hen kan uitwissen.

Wist u dat de gedachtenis van de overledenen zoals we die in de kerk vieren, nog een heel bijzondere betekenis heeft?
Deze gedenkdag van Allerzielen is heel lang gelden ontstaan omdat voorouders zeiden: “het is mooi en het is nodig om aan onze gestorvenen te denken en voor hen te bidden. Maar er zijn ook medegelovigen aan wie niemand meer denkt. Omdat ze niet getrouwd waren, of geen kinderen hadden of geen vrienden. Of omdat ze altijd al met de nek waren aangekeken en gemeden. Laten we daarom ook met heel de kerk aan hen denken”.
Allerzielen is dus een gebaar van solidariteit van alle gelovigen met elkaar en ook met alle andere mensen die in vergetelheid gestorven zijn.
Mocht iemand van ons hier denken “wie zal er na mijn dood nog aan mij denken, want ik heb geen nabestaanden” dan weet u dat er toch voor u gebeden wordt.
Want de kerk bidt voor u. Zij is het volk van God in wiens hand al onze namen geschreven staan. Al zou iedereen ons vergeten, God niet.
Heel de kerk staat als een grote familie achter u. En ze belooft ook de diepste waarde van uw geloof en uw leven waarvoor u zich hebt ingezet, te behoeden en door te geven.  We geloven niet in ons eentje. We geloven samen. We zijn verenigd in het geloof dat de dood niet het laatste woord heeft over ons leven en over deze wereld.

Dat geloof hebben we niet zelf bedacht. Het is ons overgeleverd.
We komen het al tegen bij de oude profeten zoals Jesaja zegt: “God de Heer zal voor altijd de dood vernietigen. Hij zal alle tranen van de ogen afwissen”.
Van die woorden ging door de eeuwen een enorme kracht uit die we zelf ook voelen.
Ze helpen ons om niet cynisch en egoistisch te worden omdat aan het eind toch de dood wacht alsof alles voor niets is. We spannen ons in om elkaar lief te hebben, voor elkaar te zorgen en samen het leven mooi te maken. Allemaal door de kracht van die belofte. Want we zijn immers niet op weg naar het duister, maar naar het eeuwig licht van Gods koninkrijk?!

We zijn op weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, zoals het visioen van Johannes ons vertelt: naar de heilige stad, de stad van God waar God onder de mensen woont: “Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn. Geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn”.
We worden uitgenodigd om het leven als een mysterie te beschouwen, als een geschenk van God, iets dat veel groter is dan we in onze kleinmenselijkheid soms denken.
“Het leven is geen probleem dat moet worden opgelost, maar een mysterie dat je mag beleven” zegt een wijze spreuk.  De dood kan zoiets moois geen einde maken. Wat uit God komt, zal Hij ook in zijn liefde voltooien voorbij waar wij kunnen zien.
Toen onze Heer Jezus stierf treurden zijn apostelen en vrienden ook. Hun grote vriend en voorbeeld Jezus was gestorven en niet meer levend bij hen. Een smadelijke dood nog wel.
Gelukkig was er een rijk en goed mens die zijn eigen graf in de rots bij Jeruzalem ter beschikking stelde.
Het is fijn als je op liefdevolle wijze de laatste eer kunt bewijzen aan wie je liefhebt. Zoals u en wij allen ook het afgelopen jaar gedaan hebben.
En we gaan ermee door af en toe en bezoekje aan het graf te brengen. Door een kaarsje aan te steken bij een foto op een kast. Door op bepaalde dagen bijzonder aan en te denken. Dat is een teken van liefde, van respect, van beschaving. Dat doet onszelf ook goed.
Toch zeggen de engelen tegen de vrouwen die het graf van Jezus komen bezoeken en de steen zien weggerold: “wat zoeken jullie de levende bij de doden. Hij is niet hier. Hij is verrezen”.

Lieve zusters en broeders, we gedenken onze gestorvenen niet als doden, als schimmen die achter blijven. Voor ons leven zij. Ze leven in ons hart. Maar ze leven ook bij God.
Zouden ze alleen in ons hart leven, dan moesten we vrezen dat ze met onze eigen dood mee in de vergetelheid zouden verdwijnen. Maar zij leven voor God.
Dat is het Evangelie van onze Heer Jezus christus die zichzelf ervoor over heeft gehad om te laten zien dat niet de dood het laatste woord heeft over ons leven, maar de liefde van God.
In onze onmacht dat wij elkaar niet vast konden houden komt het geloof van de kerk ons te hulp dat God ons voor elkaar bewaart.
Door de boodschap van de kerk komt Jezus Christus zelf op ons toe als de levende Heer die zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft zal leven in eeuwigheid”.
Door onze tranen heen valt er een lichtstraal ons leven binnen. Het licht van de hoop dat door niets gedoofd kan worden.
We gedenken vandaag liefdevol onze gestorvenen. We steken een kaarsje voor hen aan. Ook voor degenen aan wie niemand denkt. En we voeden de hoop in ons dat inderdaad liefde sterker is dan de dood. Amen
Pastoor Martin Los