Homilie op de 3e zondag in de Paastijd 19 april 2015

Preek op de 3e zondag in de Paastijd op zondag 19 april 2015 in de grote kapel van de zusters Sacramentinnen in Halle (B.)

Eerwaarde zusters en beste medegelovigen, de leerlingen van Jezus beginnen gaandeweg te beseffen dat hun Heer leeft.
Het lege graf, de verhalen van de medeleerlingen die de Heer hebben ontmoet, maken dat ze heen en weer geslingerd worden tussen twijfel en hoop.
Ze verwonderen zich. Ze vragen zich af wat dit alles te betekenen heeft. En dan plotseling staat Jezus zelf in hun midden en begroet hen.

Wij kunnen wel eens jaloers zijn op de apostelen omdat zij Jezus na zijn verrijzenis in levende lijve ontmoet hebben. We zouden als dat ons was overkomen, denken we, nooit moeite hebben om te geloven. We zouden helemaal verrukt zijn van onze belevenis en het de hele wereld gaan vertellen.
Maar klopt dat? Ik ben bang van niet. Er was heel wat voor nodig dat de leerlingen zelf overtuigd raakten. Want nu Jezus aan hen verschijnt als de levende, schrikken ze. Ze menen een spook te zien.

Jezus ziet ze twijfelen, daarom gaat hij een stap verder en zegt:
”waarom twijfelen jullie nog? Kijk, ik ben het zelf”. En dan toont hij hen zijn handen en voeten als herinnering aan zijn lijden.
De leerlingen die Jezus zo van nabij gekend hadden, twijfelden toen de verrezen Heer voor hen stond. Zouden u en ik dan wel onmiddellijk overtuigd zijn geweest?
Zelfs als Jezus zijn handen en voeten toont met de littekens van zijn kruisiging, kunnen ze het nog niet geloven. Want nu vinden ze dat het te mooi is om waar te zijn.

Hoe vaak wuiven wij iets weg omdat we de gedachte alleen al te mooi vinden om waar te zijn? Hoeveel kansen en mogelijkheden blijven daardoor niet onbenut?
Een beetje vriendelijkheid doet wonderen, horen we zeggen.
Hoe komt het dan dat we in de samenleving steeds meer kiezen voor harde taal? Waarom wint harde taal tegenover anderen het steeds meer in de politieke arena? Omdat we de gedachte dat vriendelijkheid wonderen doet, te mooi vinden om waar te zijn.
En toch weten we allemaal uit eigen ervaring vanaf dat we kind waren hoe heilzaam vriendelijkheid is. We hebben het wonder ervaren. En toch aarzelen we om er vanuit te gaan.

Jezus komt zijn leerlingen nog verder tegemoet. Hij vraagt hen iets te eten.
Nu moeten ze zelf in actie komen. Ze moeten hem iets aanreiken. En dat doen ze. Kijk, als ze dat doen, is alle twijfel verdwenen. Omdat ze zelf ingegaan zijn op vraag van de Heer die aan hen verscheen.

Geloof vraagt altijd om een persoonlijke investering. Geloof vraagt om durf. Je kunt wikken en wegen tot je een ons weegt. Dat helpt nauwelijks om het geloof in het Paasmysterie je toe te eigenen.
Altijd zullen er van ons uit twijfels blijven. Zelfs als we positieve ervaringen hebben met het geloof in de verrijzenis, dan nog is dat niet voldoende om het tot uitgangspunt van ons leven te maken. Daarvoor is nodig dat je ermee aan de slag gaat.
We mogen ons geloof in de verrezen heer als het ware voeden, net als de leerlingen deden toen ze hun twijfel hadden overwonnen. Ze gaven hem een stukje geroosterde vis te eten. Ze gaven hem iets van zichzelf.

Dat doen wij zichtbaar en ceremonieel in de viering van de eucharistie. Christus die aan ons verschijnt door het Evangelie als de levende, vraagt ons iets van onszelf. Wij bieden onszelf aan in de gaven van brood en wijn die op het altaar worden geplaatst. En dan ontvangen wij Hem in de communie.
Daardoor hebben we deel aan de verrezen heer. We geven onszelf en dan ontvangen we Hem op zijn beurt als lichaam van de levende Heer.

Maar de eucharistie moet vlees en bloed worden in ons dagelijks leven. Het wonder houdt niet op als we de kerk verlaten. Dan begint het pas echt. Wat we als gelovigen vieren in het ontroerende ritueel van de eucharistie vraagt om uitwerking in ons dagelijks bestaan. Wat we hier vieren mag en moet handen en voeten krijgen in ons persoonlijk leven.

Dus de vraag is: waar twijfelen wij in ons dagelijks leven aan de kracht van de verrijzenis? Waar zien wij de heer als het ware verschijnen in nieuwe kansen en mogelijkheden die zich aanbieden, en verlamd twijfel ons?
Wat vraagt hij dan van ons om overtuigd te zijn en te ervaren dat hij het is die ons leidt waar we nu nog geen weg zien om te gaan?
Hoe kan het Paasgeloof vlees en bloed worden in de dingen die we doen, in de relaties die we hebben, in de gemeenschap waarvan we deel uit maken?
Dit is de tijd om ons zelf die vraag te stellen. We hebben net Pasen gevierd. Hoe kan de betekenis en de kracht van Pasen doorwerken in ons leven?

2009Baken1Ik wil graag vertellen uit mijn eigen ervaring wat ik meemaakte in mijn parochie in Utrecht die van twee dorpen is uitgegroeid tot een enorme nieuwbouwgebied met nu al 85.000 bewoners.
Bij een nieuw winkelcentrum in één van de wijken werd ook een nieuw complex in gebruik genomen dat Cultuurcampus heet. Er is een middelbare school in gevestigd, een muziekschool en theater, een openbare bibliotheek, en woningen voor mensen die bijzondere voorzieningen nodig hebben.
En er is ook een kleine aanbouw waarin wij als kerk present zijn samen met de protestantse broeders en zusters. We leveren een heel bescheiden bijdrage aan de cultuurcampus en aan de grote wijk die eromheen gebouwd wordt.
Alle deelnemende partijen ontvingen hun genodigden. Ook wij. En terwijl allerlei mensen over het grote plein liepen stonden wij in een grote kring rond een schaal met gewijd water en een palmtakje.
2009Baken2We luisterden naar een woord van Jezus. We baden. En daarna liepen we in optocht rond het gebouw en zegenden het van buiten en van binnen, terwijl we zongen: “waar liefde is en vriendschap, daar is God”.
Sommige omstanders zullen gedacht hebben: “wat en rare lui. Wat doen die hier eigenlijk op de cultuurcampus? Als ze willen geloven moeten zij dat weten. Maar laten ze hun geloof voor zich houden”.
Andere zullen gedacht hebben: “kijk die christenen eens! Die zien iets wat wij niet zien. Óf ze verbeelden zich iets. Óf ze zien echt iets wat heel bijzonder en mooi is, en dat zou ik misschien wel met ze willen delen!”

Na afloop van het ritueel vroeg een jonge vrouw met een veelzeggend hoofddoekje op. Ze was daar vanwege een firma die de catering in onze ruimte verzorgde.
“Wie bent u en wat deed u daar?” vroeg ze “Waarom sprenkelde u overal water?”
Ik vertelde dat water voor voor zegen en leven staat. En dat wij geloven dat de liefde van God een bron is die alle bevloeit en vruchtbaar maakt.
“Wat mooi”zei ze. “Ja, het is goed om daarvoor uitkomen!”

Met dat gesprekje was voor mij het eerste wonder al geschied!
Pasen opent onze ogen ervoor dat het vol wonderen om ons heen is. Dat is een kwestie van kijken.
Maar de twijfel kan maken dat we op een afstandje blijven staan. Of we wuiven wat we zien weg als een gelukkig toeval.
Er is durf voor nodig. We zullen zelf een stap moeten zetten. We moeten iets van onszelf investeren om echt overtuigd te raken en er de smaak van te pakken te krijgen.
Wie weet in hoeveel gedaanten de verrezen Heer aan ons verschijnt, in de vorm van een verrassende ontmoeting, in een onverwachte situatie, in een nieuwe omgeving. Wat mooi als we daarop in mogen gaan met geloof, hoop en liefde.
We zijn dan wel geen ooggetuigen van de verrezen heer zoals de apostelen, maar we zijn dan wel levende getuigen in deze wereld van hem die leeft, Jezus Christus, onze Heer. Amen

Pastoor Martin Los

Homilie op het Paasfeest in de Mariakerk 2015

Paaswake en Paaszondag 2015 Mariakerk

Evangelielezing volgens het universele lectionarium van de r.k. kerk.
Paaswake: Marcus 16:1-8; Paaszondag Johannes 20:1-9

Lieve zusters en broeders, met het lege graf staan we oog in oog met een mysterie dat we niet kunnen bevatten. We kunnen het Paasmysterie niet bevatten, maar we kunnen het wel enthousiast bezingen. “De Heer is waarlijk opgestaan” klinkt de paasjubel van de eerste christenen. Wij zingen het vol vreugde na.

We kunnen het wonder niet bevatten, maar iedereen begrijpt dat ons leven er geheel anders uit zou zien zonder de ervaring van het lege graf op de Paasmorgen. We zouden niet het vuur van de hoop kennen die nu in ons leeft. Niet de vreugde van het geloof voelen zoals nu. We zouden ook de liefde van Jezus niet ervaren zoals nu. We zouden geen christen zijn. Dat kunnen we ons toch niet voorstellen?

Als Jezus alleen maar een goed mens was geweest, die twee duizend jaar geleden gestorven is, zou hij dan zo’n liefde en hoop in mensen teweeg kunnen brengen?  Nee. Hij is wel gestorven, maar niet dood. Hij is opgestaan. Hij is de levende die bij ons is. We voelen de kracht van zijn leven door ons leven stromen. Door ons geloof en door onze doop zijn we één geworden met Jezus, met de levende Heer.

Het lege graf is als het ware de voetafdruk van de verrezen Heer in de aarde. Teken dat hij leeft. Maar er is meer, veel meer.
Denk aan de verschijning aan de vrouwen en aan de leerlingen.
Denk aan de woorden van Jezus die hij als meester tot zijn leerlingen gesproken had. Ze werden na zijn verrijzenis plotseling duidelijk voor hen. Het werden woorden van eeuwig leven. Woorden die ons hart nog steeds sneller doen kloppen. Denk ook aan de geweldige kracht die uitging van de verkondiging door de apostelen. De levende Heer was met hen. De mensen die geroepen hadden “kruisigt hem” kwam tot geloof in Jezus. Ze begrepen dat aan het kruis God’s liefde voor hen zich openbaarde op een ongelofelijke wijze.

En de apostelen en de eerste christenen gingen ook op een geheel nieuwe manier naar zichzelf en naar elkaar kijken. Jezus was voor álle mensen gestorven? Dat kon maar één ding betekenen: dat alle mensen voor God gelijk waren. Mannen en vrouwen, meesters en slaven, kinderen en ouderen, rijken en armen, Joden en heidenen, volstrekt gelijk waren. Alle zonden vergeven. In geweten allemaal vrije mensen Een nieuw wereld ging voor allen open. De wereld van Gods kinderen.

Wij kunnen ons nu nauwelijks voorstellen hoe revolutionair die ontdekking was. Ze maakte diepe indruk op de wereld van toen. In de antieke wereld waren mensen volstrekt ongelijk. Slaven hadden geen rechten. Ze waren nobody’s. Gewone mensen moesten elke dag maar afwachten of ze rond konden komen. Vrouwen mochten niet voor zichzelf opkomen. Kinderen telden niet mee. De samenleving was opgedeeld in klassen. En je kon nooit van de lagere in de hogere komen.

Maar Jezus was voor álle mensen gestorven. In geweten waren ze nu allemaal vrij door de vergeving van zonden. Alle klassen en verschillen vielen daardoor weg. Mensen kwamen samen, slaven en vrijen, mannen en vrouwen.
Ze kwamen samen in één huis om de maaltijd van de Heer te vieren. Niemand beschouwde zijn bezit nog als alleen voor zichzelf. Had iemand iets nodig, dan deelden de rijken met hen die niets hadden. Dat was allemaal een gevolg van het geloof in de verrezen Heer.

Wij vinden het tegenwoordig heel gewoon dat alle mensen gelijk zijn, en gelijke rechten hebben. De meesten mensen in onze tijd beseffen niet, dat deze overtuiging dat alle mensen gelijk zijn terug gaat op de dood en de verrijzenis van Christus. Zonde en dood uit het verleden tellen niet meer voor degenen die tot in geloof in Jezus als de verrezen Heer gekomen zijn. Alleen de toekomst van het rijk van God telt nog.  In het rijk van God is iedereen gelijk.

Waar mensen in Jezus geloven als de verrezen Heer, beschouwen allen elkaar als gelijke kinderen van God, bevrijd van slavernij in welke vorm dan ook. Door het geloof in de verrezen Heer zijn we bevrijd. Bevrijd van alles wat ons zou kunnen verhinderen elkaar lief te hebben. Want de vrijheid van Gods kinderen is de vrijheid om lief te hebben naar het voorbeeld van Jezus.

We zijn hier in ons land allemaal opgevoed met de gedachte dat alle mensen gelijke rechten hebben. En dat alle mensen gelijk zijn. Het is zo vanzelfsprekend. Maar die waarden spreken niet vanzelf.  Ze zijn niet door ons bedacht. Ze zijn een geschenk van God door de verrijzenis van Jezus. Ze moeten steeds weer ontdekt en doorgegeven worden. Ook in onze tijd.

De vrijheid  en gelijkheid staat onder druk door de 24/7 economie, door de groter wordende kloof tussen rijk en arm, door groepen die terreur uitoefenen, door totalitaire systemen die bang zijn voor de vrijheid van mensen. Laten we waakzaam zijn Met Pasen vieren we bevrijdingsdag. Niet van één volk of groep, maar in principe van de hele mensheid, want we gunnen alle mensen te delen in de vrijheid van Gods kinderen In de wereld is onder mensen nog veel ongelijkheid. Maar in het rijk van God zijn we allemaal kinderen van God.

Dat vieren we ook in de doop die we vannacht/vanmorgen mogen vieren. Mensen worden ongelijk geboren, maar in de doop zijn we gelijk. De doop is vereniging met de gestorven en verrezen Heer

Als teken van de bevrijding vieren we als christenen ook de zondag. Elke zondag is een verwijzing naar de Paasdag, naar de verrijzenis, naar de bevrijding. De zondag is de dag van de verrezen Heer. Een dag waarop we genieten van de vrijheid, van het leven. Op adem komen. Een dag waarop we tijd hebben voor onszelf, voor familie en vrienden. Een dag om onze Heer te danken. Een dag om zijn aanwezigheid als de Levende in ons midden te vieren.

Het gaat in het lege graf om de wereld die ons lief is, het gaat om de toekomst van de mensheid, om eeuwig leven. Laat de Paasjubel ook in ons eigen leven doorklinken. Laten we als bevrijdde en opgestane mensen elkaar ondersteunen en liefhebben. Dan kan iedereen het met eigen ogen zien en ervaren: De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluja! Amen

(c) Pastoor Martin Los