De Erecode door Kwame Anthony Appiah

De erecode. Hoe morele revoluties plaatsvinden. 262 blz. Uitgeverij Boom 2016 vertaling Willem Visser. Oorspronkelijke tittel The honorcode. How moral revolutions happen 2010

Ik was in de boekhandel aan de Oude Gracht in Utrecht. Met twee boeken in mijn hand liep ik voor ik ging afrekenen nog even naar de afdeling Filosofie om te zien wat er aan nieuwe publicaties was. Te midden van de stapels nieuwe boeken zag ik een niet al te dik boek met de titel Erecode. Ik pakte het op omdat op de een of andere manier de titel me intrigeerde. Wat doet een boek met de titel Erecode op de afdeling filosofie. Van de auteur had ik nog niet eerder gehoord: Kwame Anthony Appiah. Maar dat zegt natuurlijk meer over mij dan over hem. Kwam hij uit een Afrikaans land? Op de cover gedeeltelijk een antwoord op deze vraag: Brits-Ghanese Filosoof en hoogleraar filosofie aan NY University. Zijn niet geheel Westerse afkomst zou misschien kunnen verklaren waarom hij opkomt voor een herwaardering van de eer, dacht ik, want welke moderne op Europese leest geschoeide filosoof zou op deze gedachte kunnen of durven komen. ‘Eer’ is toch juist de bron van alle ellende in de wereld samen met ‘religie’ gonst het om me heen. Zijn ze zelfs niet twee handen op één buik?
Ik legde het boek terug, maar niet nadat ik toch even erin gebladerd had. Ik las in het eerste hoofdstuk over een duel van de bekende veldheer en staatsman Wellington toen hij premier was met een andere edelman. Het intrigeerde me meteen. Het duel als model van gentlemanesque gedragen is volkomen in vergetelheid geraakt. Terecht, maar hoe en waarom? Een andere hoofdstuk ging over de binding van de voeten van Chinese vrouwen gedurende vele eeuwen. Daar hoor je niets meer over, maar inderdaad een bijna duizend jarige praktijk die verdwenen is als sneeuw voor de zon. Op één lijn hiermee de geschiedenis van de slavernij. Hoe was deze mogelijk, maar vooral hoe kwam het dat de slavernij als wettelijk toegestaan fenomeen, in korte tijd verdween? Ik stond amper vijf minuten met Erecode in de handen om te weten dat dit een bijzonder boek was. Ik had al twee boeken uitgekozen. Daarom legde ik het terug. Misschien ook wel omdat ik toch twijfelde of het zo’n goed idee is om ‘eer’ in onze tijd weer voor het voetlicht te plaatsen. Niet omdat ik zelf denk dat ‘eer’ niet een buitengewoon belangrijk motief of incentief is in het leven van een mens en in maatschappij en politiek, maar omdat het iets heeft van een roepende in de woestijn. Hoeveel mensen stoppen de oren niet toe als een pleidooi gevoerd zou worden voor de ‘eer’. Roept dat niet onmiddellijk associaties op met zoiets afschuwelijks als ‘eerwraak’ waarvan vooral vrouwen slachtoffer worden?
Eenmaal thuis liet me de gedachte aan het boek niet los. Een paar weken later – de naam van de auteur was me intussen ontschoten en ook de precieze titel stond niet meer precies voor de geest – was ik weer in de boekhandel. Een moment meende ik dat het boek afgevoerd was totdat ik nog een exemplaar zag liggen met de titel Erecode (The Honor Code).
Bij een kopje cappuccino in het nabijgelegen Oudaen las ik alvast het voorwoord. Dit bevestigde voor mij dat Kwame Appiah iets heel belangrijks op het spoor is in zijn pleidooi voor de bijzondere rol van eer in mens en samenleving. En dat juist eer een belangrijke motor kan zijn in de afschaffing van ongelijkheid en moreel onaanvaardbare praktijken als eerwraak en discriminatie in allerlei vormen. Inmiddels heb ik het boek gelezen en ik ben blij dat ik met deze filosoof kennis heb gemaakt. Hij heeft ons echt iets te zeggen wat kan helpen om helderheid te brengen in de discussies in onze tijd.
Een veranderende tijd en wereld en een multiculturele samenleving brengt met zich mee dat soms vanzelfsprekende gebruiken in een andere daglicht komen te staan. Ooit waren in ons land vrouwen politiek onmondig, en kort daarvoor nog mannen indien ze arbeiders waren. We kunnen ons dat nu niet meer voorstellen. Kwame Appiah toont aan de hand van zijn voorbeelden aan dat morele argumenten en verontwaardiging rond aanvechtbare zaken als regel altijd hebben bestaan, maar dat ze op zich onvoldoende in staat waren een doorbraak te bewerkstellingen. Hij laat zien dat het op beslissende momenten de eer was die de beslissende stoot gaf tot een razendsnelle morele revolutie zoals afschaffing van slavernij. De arbeidersklasse in Engeland ( en Europa) werd zich bewust dat hun arbeid in het zweet des aanschijns op één lijn stond met het werk van slaven onder zweepslagen en boeien. Zij zagen in de slavernij van anderen allereerst een minachting voor hun arbeid als vrije mensen. Daarom aldus Appiah verzetten zij zich in korte tijd tegen de slavernij in de koloniën. Het ging dus om hun eigen eer en eerlijke arbeid. Mede door dit protest ging het Verenigd Koninkrijk slavernij als eens schande beschouwen, een smet op het blazoen van deze wereldmacht van aanzien. Ook in de kwestie van het duelleren en van de voetbinding laat de auteur zien hoe eer uiteindelijk de doorslag gaf in de veranderingen. Altijd was er vanwege moraal of religie of zelfs wet afwijzing van duelleren geweest. Hetzelfde geldt het in onze ogen bizarre en pijnlijke van de voetbinding. Er waren altijd stemmen die moreel protest aantekenden, – en dat was nodig en goed – maar pas toen de eer op het spel stond, de eer van China op het wereldtoneel, verdween de voetbinding adembenemend snel. Net als op een andere manier het duel.
Appiah besluit zijn boek met een hoofdstuk over de eerwraak. Jazeker. In de verste verte niet om begrip hiervoor te vragen als een onvermijdelijk deel van bepaalde culturen. Hij wijst eerwraak in alle vormen af. Hij toont ook het schandelijke mechanisme hierachter aan. Hij geeft wel een strategie aan die succesvol zou kunnen zijn in de strijd tegen eerwraak. Mensenrechtenorganisaties moeten samen met groeperingen in de landen en culturen zelf samenwerken om landen, volken of stammen waar eerwraak plaatsvindt tot de ontdekking te laten komen dat het een schande is die rust op een hele natie die zulke gebruiken toelaat.
Maar laten we ons niet in een soort zelfgenoegzame slaap laten sussen door onze verontwaardiging over eerwraak in bepaalde culturen alsof onze eigen samenleving of Westerse wereld geen schandelijke zaken zou dulden die maar al te gewoon worden gevonden. In feite gaat het boek natuurlijk over de eer en de waardigheid van iedere mens, ongeacht, geslacht, afkomst, huidskleur, religie etc. etc. Morele argumenten treffen pas doel tegenover verwerpelijke zaken als onrechtvaardigheid, ongelijkheid, onvrijheid wanneer het onze eer als persoon, groep, volk, land, cultuur, mensheid te na is

(c) Martin Los

Preek op het feest van de Openbaring van de Heer (Epifanie) op zondag 8 januari 2017

Lieve zusters en broeders, lieve kinderen die als koningen verkleed naar de kerk zijn gekomen, aangetrokken door een nieuwe ster aan de hemel komen drie wijzen in de hoofdstad aan. Ze vragen: “Waar is de pasgeboren koning der Joden”. Ze waren verbaasd, denk ik, dat de vlaggen niet uit waren om de geboorte te vieren. Er werd helemaal geen feest gevierd. Jeruzalem was niet zo groot dus het kwam al snel koning Herodes in zijn paleis ter ore dat een karavaan gearriveerd was met rijke vreemdelingen, hun kamelen beladen met geschenken voor de pasgeboren koning. Kwam nou in die stad van priesters en Schriftgeleerden niemand op de gedachten: “het lijkt wel alsof de oude verkondiging van de profeet Jesaja op het punt staat werkelijkheid te worden?”. We hebben die profetie van Jesaja zo-even nog gehoord in de eerste lezing: “Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want over u gaat de zon op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen (……) Alle bewoners van Sjeba trekken naar u toe. Ze voeren goud en wierook aan en verkondigen luid de roem van de Heer” *).
Jeruzalem stond bol van de Schriftgeleerden en in de tempel waren dagelijks tal van priesters bezig. Maar niemand die riep: “mensen. we gaan iets geweldigs beleven. Moet je die vorstelijke vreemdelingen zien met hun geschenken voor een pasgeboren koningskind”. Je zou denken: de inwoners van Jeruzalem zijn verwonderd en nieuwsgierig. Vorstelijke vreemdelingen hebben een lange reis ondernomen en komen met hun geschenken naar dit kleine stadje Jeruzalem. Waar hebben we dat aan te danken? Niks daarvan. “Koning Herodus is verontrust en heel Jeruzalem met hem”. ***)
Hij voelt zich onmiddellijk bedreigd. “Wat gebeurt hier?” denkt hij. “Wordt ergens een staatsgreep tegen mij beraamd? Is er een complot gesmeed?” In plaats van de vorstelijke vreemdelingen aan het hof uit te nodigen en geïnteresseerd te vragen wat ze komen doen, en samen de Schriftgeleerden te raadplegen, in een open communicatie, houdt hij ze angstvallig uit elkaar. Herodes ontvangt de wijzen in het geheim om hen om de tuin te leiden. We weten dat zijn argwaan er uiteindelijk toe leidt dat hij vele onschuldige kinderen om het leven laat brengen. Zijn hele geest is vergiftigd door de argwaan.
Argwaan leidt altijd tot blikvernauwing. Je kunt alleen nog alles zwart-wit zien. Je ziet geen nuances meer. Er is geen plek voor humor. We zien ook in onze tijd van onzekerheid argwaan om zich heen grijpen. Met als gevolg dat mensen en groepen niet meer naar elkaar luisteren en elkaar niet meer verstaan. En alles wat de ander doet bevestigt het eigen gelijk. In plaats van met elkaar in gesprek te gaan praten mensen en groepen achter elkaars rug om, zoals Herodes.
Hopelijk voelen genoeg mensen aan dat dit een heilloze weg is die van kwaad tot erger zal gaan. Laten we bidden dat er genoeg wijze vrouwen en mannen zijn die rust brengen door hun inzicht, eerlijkheid en moed. Mensen die wel degelijk de problemen zien, maar mensen en groepen in gesprek met elkaar brengen om samen oplossingen te zoeken en te vinden.
Laten we als christenen niet meedoen met allerlei vormen van complotdenken. Complotdenkers lijken heel intelligent, maar ze zijn slaven van de angst.
Als mensen die in Jezus geloven en in God, zijn we vrij om naast het verkeerde ook het goede te zien in mensen. We zijn vrij om niet alleen gevaar te zien, maar ook kansen.
We zien in het verhaal van de wijzen uit het Oosten dat het licht Jezus Christus dat uitstraalt over zijn omgeving het goede in mensen boven brengt. De wijzen komen van verre met geschenken. Het beste uit hun land en hun cultuur offeren ze aan de pasgeboren koning in de kribbe. Misschien is deze tijd van verwarring en onzekerheid wel de tijd waarin vele mensen weer zich afvragen of de wereld niets beters te bidden heeft dan terreur, oorlogen, argwaan, zelfverrijking, cynisme en moedeloosheid. Wie weet hoeveel mensen die nu nog veraf lijken van Christus’ blijde boodschap innerlijk al op weg zijn en op zoek gaan naar hem om hem het beste van zichzelf aan te bieden. Hun passie en talenten .
Daarom moeten wij niet mee doen aan argwaan en fatalisme. We moeten als het ware al op de uitkijk staan. Het feit dat we samen gekomen zijn om de eucharistie te vieren laat zien dat we inderdaad op de uitkijk staan. Altijd vervuld van hoop. Vensters opendoen waar anderen deuren gesloten hebben.
We doen dat niet omdat wij naief zijn, omdat we af en toe geen angst en bezorgdheid kennen. We doen het omdat we op Jezus Christus vertrouwen die voor elke tijd opnieuw de Weg, de Waarheid en het Leven is geworden voor velen.
Laten we zelf om te beginnen het goede doen. Niet wachten tot anderen eerst met hun geschenken en goede daden aankomen, zoals de vorstelijke vreemdelingen. Trouwens, we zien aan de bewoners van Jeruzalem en aan Herodes dat de komst van die karavaan met geschenken hen helemaal niet verblijdt en motiveert. Ze reageren verontrust. “Hier klopt iets niets” denken ze. “Die vreemdelingen met hun geschenken komen vast niet zomaar uit goede bedoelingen hier”.
Juist omdat de mensen zelf niet openstonden voor Gods toekomst, en niets verwachten, konden ze ook niet op een goede manier ontvangen.
Er is maar één manier om open te staan voor Gods beloften en dat is zelf aan de slag te gaan. Zelf onze talenten in dienst stellen van Gods koninkrijk. Zelf blij zijn met het Evangelie van Gods liefde en ernaar handelen. Dat is het beste medicijn tegen alle argwaan, angst en wantrouwen die ons niet verder helpen en zelfs veroorzaken waarvoor we vrezen.
We moeten als christenen en mensen van goede wil investeren in de hoop zoals ondernemers die eerst hun geld uitgeven voordat ze één cent terug verdienen. We moeten investeren in de liefde die geen voor wat hoort wat vraagt, maar blij is iets te doen voor de ander ook als die daar niets tegenover kan stellen.
We hebben op dit feest van de stralende ster van de Heer de kinderen uitgenodigd als koningen verkleed naar de kerk te komen om het koningskind in de kribbe geschenken aan te bieden. Want jong geleerd is oud gedaan. Geschenk in de vorm van speelgoed voor arme kinderen, van vluchtelingen, en landen waar armoede heerst.
Laten we allemaal als volwassen mensen ook uit onze overvloed schenken aan wie niets hebben. We zullen ons daardoor zelf ook des te rijk voelen en minder bang zijn te verliezen. En vergeet niet wat Jezus zelf zegt: “wat je aan de minste van mijn broeders en zusters het gedaan, heb je aan mij gedaan”.
Wanneer we het met die boodschap wagen, ook in onze verwarde en onzekere en soms angstige tijd, zijn we gezegende mensen bij wie de vreemdelingen het kind in de kribbe in hun huizen gevonden hebben zoals eens in Bethlehem.
Laten we daarom de huiszegen door het bezoek van Caspar, Melchior en Balthasar mee nemen naar onze woningen. Want “Christus zegent onze woning”. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Voorgeschreven Schriftlezingen uit het lectionarium voor zon- en feestdagen van de r.k. kerk. *) 1e lezing: Jesaja 60:1-6; 2e lezing: Efeziërs 3:2-3a,5-6 ***) Evangelie: Mattheus 2:1-12