Heiligen staan nooit op zichzelf. Mijn preek op Allerheiligen 2017

Allerheiligen 1 november 2017 Mariakerk

Allerheiligen

Allerheiligen

Lieve zusters en broeders, in onze geloofsbelijdenis belijden we tegen het einde “de gemeenschap der heiligen”. Het geloof in de gemeenschap der heiligen behoort daarmee tot het hart van ons geloof. Dat wat we geloven, geloven mét heel ons hart, geeft ons kracht, maakt ons blij, en willen we niet onder stoelen of banken steken, maar vieren.
Wat op valt is dat de geloofsbelijdenis niet spreekt van afzonderlijke heiligen, maar van de gemeenschap der heiligen. Er zijn geen afzonderlijke, in de zin van op zichzelf staande, heiligen. Ze zijn samen één. Ze delen iets met elkaar. Of liever niet iets maar iemand. Die iemand is Jezus Christus. Van de gemeenschap der heiligen is Christus het middelpunt. Ze wijzen allemaal naar Hem. Door hun geloof en hun leven. Ze wijzen allemaal naar hem als de bron van hun wijsheid, hun naastenliefde, hun toewijding aan God, hun invloed die ver boven hun eigen tijd en leven uitstijgt.
Geen heilige vraagt aandacht voor zichzelf, maar voor God en voor Jezus en voor de hele gemeenschap.
Als na een voetbalwedstrijd door de interviewer aan de doelpuntenmaker gevraagd wordt: “vond je het niet geweldig dat jij die belangrijke goal maakte” dan zie je de trots en blijdschap op de gezicht van de voetballer. Maar elke goede voetballer zal antwoorden: ”ja, ik ben blij met die mooie goal, maar we hebben dat met zijn alleen als team gedaan”.
Zo is het ook met alle heiligen. Ze vormen met zijn allen als gemeenschap het team van God, het lichaam van Christus waarin iedereen zijn plaats heeft.
De ster het toneel staat in de schijnwerper, maar tot en met de toneelknecht achter te schermen heeft iedereen zijn onmisbare aandeel in de schitterende prestatie.
Daarom vieren we vandaag het feest van alle heiligen. Want de bekende heiligen van Maria tot Johannes de 23e en Johannes Paulus II hebben allemaal hun naamdag. Maar alle gelovigen maken deel uit van de gemeenschap der heiligen. Alleen tot wie Jezus zegt: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen. Zalig de vredestichters want zij zullen kinderen van God genoemd worden”*). Dat zijn ook de vele naamlozen, de tallozen die niemand kent. Maar hun namen staan geschreven in Gods hand
In de loop der tijd lijkt heiligen een soort eretitel geworden voor bijzondere gelovigen. Maar in de tijd van de apostelen was heilige een ander woord voor gelovigen. En zo is het nog steeds.
Door onze doop en door het geloof maken we deel uit van die gemeenschap der heiligen. We zeggen het aan de ene kant met terughoudendheid, want we zijn geen van alleen ideale volmaakte mensen. Zeker niet in onze eigen ogen. Want al zou niemand onze beperkingen en zwakheden kennen, wijzelf kennen ze al te goed.
Dus niet omdat we volmaakt zouden zijn, maken we deel uit van de gemeenschap der heiligen, maar door het geloof in de liefde en de barmhartigheid van God en in de verzoenende kracht van het kruis van onze Heer Jezus Christus.
Daardoor vertrouwen we dat onszelf eenmaal mogen zien met de ogen van Gods liefde. Johannes zegt in zijn in zijn brief: “vrienden, nu al zijn we kinderen van God maar wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard. Maar wij weten dat als het geopenbaard wordt, wij aan God gelijk zullen zijn omdat we Hem zullen zien zoals Hij is” **)
Het geloof in de gemeenschap der heiligen is dus een enorme stimulans om juist door die gemeenschap geïnspireerd en gesterkt, vast te houden aan de liefde van Christus. Ons door het geloof in hem te laten leiden moet dan geen last zijn, maar een vreugde, een voorrecht.
De gemeenschap der heiligen omgeeft ons overal en altijd. Hier door elkaar als broeders en zusters, en in de hemel door allen die ons zijn voorgegaan. Ze zijn ons vooruit maar ze komen ook op ons toe en wenken ons om vol te houden.
Zij zijn al daar waar alles gereed is voor het feest – en dat is op zich al een feest voor hen – maar zij wachten voor het echte feest op ons allen die nog in de wereld zijn. Ze weten wat dat betekent. Daarom vuren ze ons aan door hun voorbeeld en door hun vurig gebed.
Laten we nooit wanhopen of mismoedig zijn. We maken door het geloof deel uit van een team waarin niemand gemist kan worden of er niet toe doet. Ook diegene die worstelt met haar of zijn geloof.
Laten we trots zijn op de gemeenschap der heiligen. Laten we God danken voor deze gemeenschap die Hij ons schenkt en waarin Hij zelf wil wonen. Hoera voor deze gemeenschap die als uit één mond roept: geloofd zij Jezus Christus, in eeuwigheid. Amen

(c) Pastoor Martin Los

*) Evangelie van dit feest: Mattheus 5:1-11
**) 1e lezing: I Johannes 3:1-3

 

‘Truck rijdt op voetgangers in New York in’ doet pijn aan mijn oren (blog)

Gisteravond aan het eind van Nieuwsuur zoals gebruikelijk het laatste Nieuws. Ik hoor de presentator zeggen: “Truck rijdt in op voetgangers in New York’. Hoe komt het dat mijn oren ineens protesteren. We zijn er toch aan gewend. Krantenkoppen als: ‘bom doodt 12 mensen op drukke markt’. Verschrikkelijk triest, we denken even aan de slachtoffers en hun familie, de gewonden, de gestreste hulpverleners. Maar we horen er nauwelijks nog van op. Zeker als de aanslag plaatsvindt in een ander deel van de wereld dan het onze.
Maar gisteravond protesteerden mijn oren bij de woorden “truck rijdt in op voetgangers”. Het ontstellende bericht was me natuurlijk al veel eerder bekend vanwege berichten op Twitter en mijn abonnement op ABCnewsberichtjes. Waarom sloegen mijn oren alarm als bij een ongewenste indringer?
Het kan zijn omdat ik als zovelen van mijn geloof ben afgevallen. Het geloof sinds mijn kindertijd dat het nieuws van de nationale omroep volkomen objectief is. Dat geloof werd decennia ondersteund door de van elke emotie verstoken stem van de nieuwslezers en de onverstoorbare gelaatsuitdrukking. Het straalde gezag uit. Ja, ik ben van mijn geloof afgevallen. Niet van het ene moment op het andere, maar gaandeweg. Het ging me opvallen, dat bepaalde onderwerpen stelselmatig naar voren werden geschoven en anderen geen aandacht kregen. Gekleurde voorstelling van zaken met betrekking tot buitenlandse politiek. Minderheden alleen om die reden al als slachtoffer van onderdrukking zien.
Noem het naief. Want natuurlijk was het nieuws dat vroeger zo droog en neutraal werd gebracht ook niet geheel objectief. Daarin speelden ook heersende opinies en mainstreamdruk een rol besef ik meer en meer.
Nieuws en nieuwsprogramma’s vragen om een kritische instelling van de luisteraar. Daarom gaat er af en toe een piepje af in mijn oor zoals gisteravond: ‘Truck rijdt in op voetgangers in New York’.
Zijn ze in Amerika als zover dat zelfsturende vrachtauto’s door Manhattan rijden? Is er helaas toch iets misgegaan met de boardcomputer? Is de chauffeur onwel geworden zodat de auto stuurloos werd?
Nee, lieve kijkbuisvrienden, er zat iemand achter het stuur die heel welbewust meedogenloos inreed op toevallig daar passerende Argentijnse vrienden en andere voetgangers. Deze man achter het stuur droeg een baard, komt oorspronkelijk uit Oezbekistan. Is gastvrij opgenomen in de Verenigde Staten. Maar is geradicaliseerd. God mag weten waarom.
Een truck rijdt niet zomaar in op onschuldige mensen. Een bom ontploft niet zomaar op een drukke markt. Een raket vernietigt niet zomaar een ziekenhuis. Het zijn mensen die dat doen. Dat moeten we niet al genoegzaam bekend aannemen, en ook niet weglaten uit angst voor stigmatisering van bepaalde groepen. Dat moeten we elke keer benoemen. Uit respect voor de slachtoffers en als reden tot bescheidenheid en zelfonderzoek dat de ene mens de andere zoiets aan kan doen, zelfs uit zogenaamd hoge idealen.
Of kan de NPO mij nog een andere reden aangeven waarom ditmaal ‘een truck op voetgangers inreed’

© Martin Los