“En God sprak…..”

Preek op de 3e zondag door het jaar op 27 januari 2019 in Mariakerk en Willibrordkerk

‘Wij allen zijn in de kracht van één en dezelfde Geest één lichaam geworden en allen werden we gedrenkt met één Geest’ 1)
Lieve zusters en broeders, na elke schriftlezing zegt de lector of de priester: ‘woord van de Heer’ en wij antwoorden gezamenlijk met de uitroep: ‘wij danken God’.
Lang geleden, al in de voorchristelijke tijd, in de tijd van de priester Ezra werd de voorlezing uit de boeken van Mozes omgeven met acclamaties van dankbaarheid en grote vreugde. ‘Ten aanschouwen van heel het volk opende Ezra het boek. Op dat ogenblik gingen allen staan. Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde: “Amen. 2)
Het is de uitzinnige ervaring van het volk van God, dat God tot ons spreekt. Want hoe zouden wij God kunnen horen? God spreekt tot ons in mensenwoorden, in de taal van mensen, woorden die opgeschreven staan en voorgelezen worden. Dat is een adembenemend mysterie. Een mysterie waarvan we ons lang niet altijd bewust zijn. Omdat we van kind af aan vertrouwd zijn met de verhalen uit de Bijbel, de woorden van de profeten, de psalmen, en apostelen en het Evangelie. We weten vaak al wat er komt.
Maar soms worden we plotseling overweldigd door een woord van Jezus, of een psalmtekst. Dan kunnen ons de tranen in de ogen schieten. Niet van droefheid, maar omdat dit woord in onze oren klinkt als rechtstreeks tot onszelf gericht en deze tijd. “Het hele volk was in tranen uitgebarsten toen ze de woorden van de Wet hoorden” vertelt het verhaal van Ezra.
Een Joodse jongen die later een beroemde rabbijn werd mocht als twaalfjarige voor het eerst voorlezen uit de Bijbel in de synagoge. Hij mocht helemaal bij het begin beginnen: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed. En God sprak…’ (Genesis 1) Op dat moment werd de jonge uitzinnig. Hij stootte onverstaanbare klanken uit. Ze konden hem niet tot bedaren brengen. Ze konden niets anders dan hem in een zijkamertje zetten tot hij stil was geworden. Toen ze na een tijdje niets meer hoorden, haalden ze hem op. Ze vroegen: “waarom raakte je nou zo buiten zinnen?” “En God sprak’ riep hij uit.
Dat God spreekt, waardoor alles ontstaan is, en dat wijzelf onze God mogen horen spreken door zijn Woord is een onbeschrijfelijk wonder. Daarom – ook al raken we niet steeds in extase –  na elke lezing antwoorden we met de uitroep: “wij danken God’.
God spreekt tot ons door zijn woord in mensentaal. Maar het komt niet als een dictaat uit de hemel. “De levieten aanbaden de Heer met het gezicht naar de grond. Ze lazen uit het boek van Gods wet, legden het uit en verklaarden het”.
Er is dus altijd uitleg nodig. We mogen vragen stellen bij de teksten. Daarom volgt in de liturgie na de Evangelielezing altijd de preek, om de woorden uit te leggen. Het zijn immers woorden van tweeduizend jaar geleden en langer. Woorden uit een andere cultuur. Vertaald in onze taal, maar onze taal verandert ook steeds, woorden en uitdrukkingen raken in onbruik. Daarom is er altijd goede uitleg nodig. Maar we willen ook weten wat de woorden betekenen voor ons leven zelf, voor ons doen en laten. Als Paulus ergens schrijft dat ‘vrouwen in de samenkomst moeten zwijgen” dan mogen we dat niet zomaar overzetten naar onze tijd. Want eerst moeten we weten waarom hij dat schreef, in een heel andere tijd en cultuur, en vervolgens moeten we het vertalen naar ons tijd. Grote kans dat diezelfde Paulus nu zou schrijven: “vrouwen moeten spreken in de samenkomst anders doet de gemeente zichzelf te kort”.
God spreekt tot ons in mensentaal. Maar dat kan niet zonder vragen en zonder uitleg en zonder actualisering.
In de katholieke traditie kennen we daarom naast de Bijbel de leer van de kerk. Deze leer van de kerk is de neerslag van de kerk van alle tijden in gesprek met de Bijbel. Maar ook deze leer blijft in ontwikkeling door voortschrijdend inzicht en door nieuwe vragen van een nieuw generatie gelovigen.
Hoe kan dat nou, dat het Woord van God eeuwenoud is en tegelijk verrassend nieuw? Dat is het werk van de Heilige Geest. De Geest van Gods liefde. Daardoor zijn we als gelovigen één ondanks alle verschillen in tijd, taal en cultuur. Dat is de gave van Christus aan zijn kerk. Het is zijn kerk, zijn lichaam, zijn bruid.

‘Wij allen zijn in de kracht van één en dezelfde Geest één lichaam geworden en allen werden we gedrenkt met één Geest’.
Nogmaals. God spreekt tot ons, in mensentaal. Daarbij is de voorlezing, de uitleg en de actualisering van mensen nodig. Dat wonder voltrekt de Heilige Geest. Het is de Geest die door de woorden heen tot onze eigen geest spreekt, de geest die we gekregen hebben bij onze doop door het kindschap van God. God spreekt tot ons als een liefhebbende vader en moeder.
Jezus ging naar zijn gewoonte naar de synagoge. Hij stond op om voor te lezen. Ze reikten hem de rol van Jesaja aan. Hij las: “De Geest des Heren is op Mij omdat Hij mij gezalfd heeft; om aan armen de blijde boodschap te brengen……” 3) Daarna ging hij zitten en gaf als uitleg en toepassing: “heden is dit schriftwoord in uw eigen oren vervuld”.
God, de Vader heeft bij de doop Jezus aangewezen als zijn geliefde Zoon door de Heilige Geest. Als wij naar Hem luisteren als het vlees geworden Woord van God, hebben we deel aan diezelfde Geest. Wat een reden tot blijdschap. Dan zullen we de woorden uit de bijbel niet gebruiken om anderen mee om de oren te slaan en pijn te doen en we zullen de leer van de kerk niet gebruiken om anderen de waarheid te zegen. We zullen vol verwondering en dankbaarheid en liefde luisteren. Dan zullen we de goede vragen stellen, in elk tijd opnieuw, om deel te hebben aan het ongelofelijke avontuur van het Woord van God door de tijden, dat de kerk heet. “En God sprak…..”. Amen

(c) Martin Los

Lezingen tijdens de eucharistie op de 3e zondag door het jaar C
1) 2e lezing: I Korinthiërs 12:12-30
2) 1e lezing: Nehemia 8:2-10
3) Evangelielezing: Lukuas 4:14-21

Recht voor ogen

Overdenking tijdens de oecumenisch gebedsdienst aan het begin van de Gebedsweek voor de eenheid van de christenen 19 januari 2019 Willibrordkerk Vleuten

“Zoekt het recht en niets dan het recht” 1)
Lieve zusters en broeders, deze woorden klinken in het boek Deuteronomium. Ze zijn gekozen door de christenen in Indonesië die dit jaar het materiaal aandroegen voor de Gebedsweek voor de eenheid van de christenen. Vandaar het thema ‘Recht voor ogen’.
Woorden in de Bijbel staan altijd in een bepaalde context. Dat is de opstellers van de zgn. Nashvilleverklaring die vorige week zoveel stof heeft doen opwaaien, terecht voor de voeten geworpen: je mag bijbelteksten niet zo maar los, uit zijn verband gerukt, gebruiken. Er is altijd de context van het bijbelboek zelf, en van de hele bijbel, gelezen in licht van het Evangelie, gehoord door de kerkgemeenschap, door de heilige Geest vervuld van de liefde van God, waarin we allemaal luisteraars en leerlingen zijn en niet over elkaar spreken maar met elkaar
Dat is ook van toepassing op de woorden en het thema van deze gebedsweek: “Zoekt het recht en niets dan het recht”.  Ze staan in het verband van een groter geheel, meestal een verhaal. Wat horen we daar? Het volk van God wordt door Mozes eerst opgeroepen om feest te vieren, het feest van de oogst, als ‘het graan geoogst is, en de druiven zijn geperst’. Niet één keer, maar elk jaar opnieuw, en meerdere keren. Iedereen heeft zich ingespannen voor de oogst. Iedereen moet bij het feest betrokken worden. Niet alleen de eigen familie, maar ook de slaven en slavinnen, de Levieten die vrijgesteld zijn van arbeid omwille van de liturgie, de vreemdelingen, en de weduwen en wezen.
Uitgangspunt is dat we het leven en wat we met onze inspanningen verrichten, mogen – nee, moeten vieren. We moeten elkaar in de vreugde en dankbaarheid laten delen. Dat staat voorop.
Maar om een feest echt een feest te laten zijn moet ieder het hare en het zijne bijdragen, naar vermogen. Als je veel hebt, kan je van je overvloed bijdragen naar de mate waarin God je gezegend heeft. Als je het leven als geschenk ervaart, en ook jouw talenten en bekwaamheden,  zul je dat als een voorrecht ervaren en des meer anderen daarin willen delen. De apostel Paulus heeft hetzelfde voor ogen als hij de gemeenschap vergelijkt met een lichaam waarin ieder een eigen plaats en taak heeft: “de geestelijke gaven die we bezitten verschillen naar de bijzondere genade die elk – met nadruk op élk’ – geschonken is”. Als je jaloers op de ander bent vanwege diens gaven, vindt je meestal dat je zelf misdeeld bent. Kijk naar wat jou zelf aan gaven en mogelijkheden geschonken is, en draag van daaruit bij op jouw plaats.
Dus het léven is er – een wonder op zich, een geschenk van God – de oogst is er, iedereen is uitgenodigd. Het feest kan beginnen. Nietwaar? Nee  wacht even. Je kunt niet aan feest beginnen als er mensen met gemengde gevoelens zijn, omdat ze benadeeld zijn of omdat hen onrecht is aangedaan. Door een ander lid van de gemeenschap of door de hele gemeenschap, incidenteel of structureel. Dat moet eerst goed gemaakt worden. Daarom moeten er rechters in elke plaats worden aangesteld aan wie men zijn klachten kan voorleggen.
Het recht waarover de Bijbel spreekt is dus gericht op herstel van de gemeenschap. Het is veel meer dan toepassen van abstracte wetten en regels waarbij vaak toch weer de machtigste of slimste partij met de langste adem wint. Nog afgezien van de mogelijkheid dat rechters zich laten beinvloeden. Herstel van de gemeenschap, genezing van het lichaam dat we samen zijn, daar gaat het om. Want als er pijn is om onrecht, verdriet om benadeling, kan het feest van het leven niet goed samen gevierd worden.
Onvrede in een samenleving is meestal niet het gevolg van dat de één meer heeft dan de ander. De meeste mensen snappen dat wel. Maar als mensen het gevoel hebben dat ze er niet toedoen. Dat hun capaciteiten niet benut worden, en dat ze niet tot hun recht komen. Daarom is het verkeerd als mensen in hun eigen bubbel leven en zich niets aantrekken van mensen die het gevoel hebben over het hoofd worden gezien.
In Indonesië – maar daar zeker niet alleen – ontstaan bovendien extra spanningen als rijkdom en macht geassocieerd worden met bepaalde etnische en religieuze groeperingen. Dan komen gemeenschapen tegenover elkaar te staan. Argwaan en wantrouwen groeien. Het werkt als een gif dat de samenleving doortrekt.

Het leven en samenleven en werken is bedoeld als een feest, een feest voor iedereen. Iedereen moet zijn of haar bijdrage kunnen leveren, ongeacht huidkleur, taal, of religie of geaardheid. Er moet recht gesproken worden om te zorgen dat elke persoon haar of zijn plaats van harte in kan nemen in de gemeenschap. zonder pijn en teleurstelling over aangedaan onrecht. Dus gaat het om herstel en genezing van de gemeenschap en samen vieren van het leven en de oogst. Recht voor ogen houden is ook elkaar recht in de ogen kunnen kijken en naar elkaar luisteren.
“Zoekt het recht en niets dan het recht”. Het zijn woorden die opgeschreven staan in de Heilige Schrift. Woorden die onze harten sneller kunnen doen kloppen, zeker als we ze in hun context zien en begrijpen. Maar we leggen ze gemakkelijk weer terzijde omdat we de woorden onhaalbaar achten. We verschralen ze tot studiemateriaal, stof tot felle discussies of voorwerp van steriele verering.
Maar als Jezus in de synagoge uit de Heilige Schrift voorleest, zegt Hij: Thans is dit schriftwoord in vervulling gegaan 3). Letterlijk vertaald: Heden is dit schrift in uw eigen oren vervuld.
De Schrift moet tot leven komen. Dat gebeurt als we de woorden tot ons door laten dringen. Daarvoor moeten we ze hóren zodat ze rechtstreeks ons hart bereiken en ons bestaan beroeren. Dan gaan onze ogen open en gaan we zien het visioen van vrede en gerechtigheid en heelheid van de schepping.
In Jezus christus is het Woord van God vlees geworden door de Heilige Geest. We mogen delen in die Geest als we Hem geloof schenken en zijn stem horen in ons eigen hart en als we zo saamhorig zijn als gemeenschap, als ekklesia, als geroepen om te horen.
Wanneer we vanuit het visioen van de Heer leven, worden we zelf tot levende woord, tot  boodschap aan de wereld en elkaar. Geen muur of duisternis of teleurstelling kan ons dan verhinderen. Alles kan er alleen maar toe bijdragen dat Gods Woord zich baan breekt. Het is niet ‘eerst zien en dan geloven en gehoor geven’ maar eerst horen en dan geloven, én dan zien en in praktijk brengen: het recht voor ogen. Amen

(c) Martin Los
Lezingen in deze gebedsdienst, aangereikt vanuit de christenen in Indonesië
1) 1e lezing: Deuteronomium 16:9-20
2) 2e lezing: Romeinen 12:1-12
3) Evangelie: Lukas 4:14-21