Heilzame aanraking

Preek op de 6e zondag door het jaar 10/11 februari 2018 Mariakerk en WillibrHeilzame aanrakingordkerk

‘Jezus stak de hand uit, raakte hem aan en sprak tot de melaatse: ik wil, wordt rein’ 1) 
Lieve zusters en broeders, de aanraking van de ene mens door de andere is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. De media staan de laatste tijd bol van verhalen van mannen in invloedrijke posities die hun hand net iets te laag legden op de rug van medewerkers of studenten. Vanwege vrees voor ongewenste intimiteiten staat in de gedragscode van hulpverleners dat zij hun cliënt niet mogen aanraken, behalve voor handeling die strikt noodzakelijk zijn. Een arm om de schouder om te troosten hoort daar niet bij.
Of we elkaar aanraken en hoe heeft alles te maken met respect voor de ander.
Soms ligt er om een andere reden een taboe op aanraking die niet te maken heeft met respect, maar met angst op besmetting. Melaatsen mochten zelfs niet in de buurt komen van gezonde mensen. Ze mochten alleen vanaf een afstand hun dorpsbewoners, familie en vrienden toeschreeuwen.
De melaatse die Jezus om hulp riep, overtrad dit gebod door voor Jezus op de knieën te vallen. Daar sprak een diep vertrouwen uit in Jezus. Dat die hem niet streng zou terugwijzen. Maar Jezus gaat zelf nog een stap verder. ‘Hij strekte zijn hand uit naar de melaatse, raakte hem aan en sprak: Ik wil, wordt rein’.
De man is buiten zichzelf van vreugde als hij even later ontdekt dat hij genezen is.
Tot zover is het een verhaal waar je allemaal een goed gevoel bij krijgt. Maar er ligt een addertje onder het gras. Want in de ogen van de publieke opinie is Jezus door zijn aanraking van de melaatse nu zelf besmet en een gevaar voor de gemeenschap. Je kunt maar beter bij deze rabbi uit de buurt blijven.
‘Met het gevolg dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef’.
Je kunt je afvragen waarom Jezus de melaatse áánraakte. Hij had toch een machtswoord kunnen uitspreken waardoor de melaatse genezen werd. Dan hadden niemand Jezus gemeden?
Jezus raakt de melaatse aan omdat hij de mens wilde laten voelen dat hij één met hem was en achter hem stond. Belangrijker nog dan alleen genezen te worden van een kwaal, is voor een mens zich geheel en al, met huid en haar, aanvaard en welkom te weten in de gemeenschap. Vandaar ook de handoplegging bij de ziekenzalving.
Dit is ook een dringende vraag aan allen die werkzaam zijn in de medische verzorging: dat zij de ander niet zien als een iemand met alleen een probleem, hartpatiënt of iemand met kanker, maar als totale mens met wie je als mens verbonden bent.
Jezus raakte, tegen alle geboden, codes en taboes in, de mens tegenover hem aan. En de melaatse werd helemaal gezond en rein.
Door die aanraking vond een werkelijke ontmoeting tot in het diepst van de ziel van de melaatse plaats.
Aan ons de vraag of wij voldoende vertrouwen hebben in de macht van onze Heer om ons tot hele mensen te maken. Mensen die tot in het diepst van hun ziel geraakt zijn door de heilzame kracht van God. Dat we ons gekend en aanvaard en bemind weten ondanks en met alle tekortkomingen en teleurstelling en eenzaamheid.
De melaatse viel Jezus voor de voeten en werd door Jezus’ hand aangeraakt. Betekent ons eigen geloof dat we ons letterlijk voor Jezus op de knieën werpen en roepen: Heer, als u wilt, maak mij rein.
Het verlangen om weer gave, hele mensen te zijn wordt in ons gewekt door het Evangelie en het woord van de Heer waarin we zijn stem mogen horen: “ik wil. Wordt rein”.
Maar laten we ons ook echt door hem raken? Want Hij raakt ons aan doordat we de communie ontvangen. Hij raakt ons aan, nog intiemer en verregaander dan hij de melaatse aanraakt. Hij schenkt ons de gemeenschap met God,
Jezus geeft zich met huid en haar aan ons, opdat wij helemaal één worden met hem.
Ervaren we echt de kracht daarvan? Of deinzen we innerlijk terug.
Zit diep in ieder mens niet de angst dat wij met onze lelijke kanten Jezus omlaag halen. Dat we hem liever op een voetstuk zetten en aanbidden dan ons echt door hem aan te laten raken. Maar dan lopen we het risico dat we telkens op dezelfde manier de kerk uitgaan als we binnengekomen zijn. Maar Jezus is echt in staat onze zonden te vergeven en ons tot werkelijke nieuwe mensen te maken.
Het gaat erom dat we werkelijk vertrouwen dat bij werkelijk groter is dan het schadelijke en beschamende in ons en in deze wereld.
Tenslotte de vraag: durven we zo ook te gaan met onze medemensen, vooral degenen die gemeden worden door anderen. Zien we hen alleen maar als vertegenwoordigers van een groep waar we moeite mee hebben. Of durven we de ander ook als mens, als persoon, op zich te zien.
Durven we te vertrouwen dat we onze hartelijke omgang met mensen die door anderen gemeden worden, een heilzame invloed heeft. Waardoor iemand zich herkend voelt. Misschien dat mensen op die manier ook God weer op het spoor komen als bron van alle heil.
Hoe meer we ons één met Jezus weten en hoe meer we ons in onze kracht gesteld voelen door God, hoe meer veerkracht we krijgen om zelf gemeenschap te herstellen en elkaar te raken vol liefde en respect. Amen
© Martin Los pr

1) Evangelie van deze 6e zondag door het jaar volgens het universele r.k. lectionarium: Marcus 1:40-45
afbeelding: Rembrandt van Rijn, genezing van de melaatse

Ze bewaarde al deze woorden in haar hart

Homilie tijdens de eucharistie b.g.v. de tijdelijke professie van zr. Marie Madeleine op zaterdag 3 februari 2018 in de kapel van het monasterium van de Sacramentinen in Halle B.

Eerwaarde moeder overste en medezusters, collega priesters, ouders en broers van de novice, geachte genodigden en andere aanwezigen, lieve zr. Marie Madeleine,
nadat de herders waren gekomen om het kind Jezus te vinden in de kribbe en vertelden wat ze van de engel hadden gehoord ‘bewaarde Maria bewaarde al deze woorden in haar hart.’ 1)
Speciaal vanwege deze woorden heb jij dit Evangelie voor deze viering uitgekozen. Als je goed naar deze woorden luistert, dan wordt je zelf stil en hoor je als het ware Maria luisteren naar haar eigen hart. Naar de woorden die ze daar hoort. In dat hart waaronder kort te voren nog haar kind lag in haar schoot. Het woord van God dat vlees geworden is. Dat kind ligt nu in de kribbe, ze voedt en kleedt het. Over veertig dagen zullen ze hem in de tempel aan God toewijden. Na de geboorte van haar kind blijft haar hart vervuld met wat over dit kind gezegd wordt. Zo groeit ze in geloof in het mysterie dat God in de wereld gekomen is om de mensheid te verlossen.
Zo ziet ze haar kind opgroeien en overweegt ze “het geheim” dat ze in zich draagt. Dat ze de gezegende onder de vrouwen is. Daardoor groeit ze ook in besef dat ze zelf een echt kind van God is. Ze klopt zichzelf niet op de borst. Maar ze overdenkt wat er gebeurt als een groot mysterie. Ze groeit mee. Daardoor is ze op belangrijke momenten bij haar Zoon, in zijn leven, lijden. Ze is bij de apostelen na zijn verrijzenis en als de Heilige Geest wordt uitgestort over allen. Wie dicht in de buurt is van Maria is dicht in de buurt van de Heer. Zo is zij voor ons de verpersoonlijking van de wijsheid die zoals het Spreukenboek zegt: van voor de schepping voor Gods aangezicht speelt en hem eeuwig vreugde geeft. 2). Een van haar titel is:  zetel van wijsheid.

Lieve zr. Marie Madeleine, als jij je nog jonge leven overziet – je bent geen kind meer, maar een volwassen vrouw – dan zul je ook verwonderd zijn over de weg die God met jou gaat. Het feit dat je vandaag hier je tijdelijke professie doet, is beslist geen resultaat van carrièreplanning. Je hebt gaandeweg een roeping gevoeld, waarvan je eerst nog niet wist wat het was – dat het een roeping was – en toen je zelf tot die ontdekking kwam, was het nog maar de vraag of anderen die roeping in jou herkenden en erkenden. Dat is allemaal, ook tot je eigen verwondering positief uitgevallen. En je bent echt met je roeping meegegroeid. Door je eigen ontwikkeling, je liefde voor de kerk en voor de liturgie. Eerst in Leerdam, daarna wat meer op eigen benen in Leidsche Rijn/Vleuten/De Meern. En vooral hier in het Monasterium kon je roeping zich verder ontwikkelen. Na drie jaar voorbereiding en zorgvuldig overwegen ben je nu gereed om je tijdelijke professie te doen. Je hebt je daar de laatste maand heel bewust in stilte op voorbereid. Dagelijks heb je mij je meditaties naar aanleiding van de teksten die je ter overweging waren gegeven, gemaild. Vervuld van het mysterie van je roeping heb je alles overdacht. Geluisterd naar de stem van je hart die alle woorden overpeinsde zoals Maria. Zo ben je toegeleefd naar deze dag, begeleid door de gebeden van de je medezusters, de geloofsgemeenschap hier, door je ouders en vele anderen.
Dat mediteren van het grote geheim van God die jou roept tot dit religieuze leven, met je eigen volledige instemming, is na vandaag niet afgelopen. Alsof je geslaagd bent voor iets. Het is een oefening geweest en voorbereiding op een verder leven met dat geheim.
Je verbindt je aan de congregatie en je medezusters die hetzelfde geheim in hun hart koesteren, tot een leven dat helemaal in dienst wil staan van het mysterie van Christus’ aanwezigheid in de eucharistie en het Allerheiligst sacrament vervuld van liefde voor Maria niet van de zijde van haar Zoon week.
De geloften die je aflegt, van armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid, – en die je goed hebt overwogen en geoefend de afgelopen tijd zijn bedoeld om je helemaal te richten op de liefde van de Heer. Armoede die maakt dat je zonder zorgen bent, maar in God en de navolging van Jezus je onuitputtelijke rijkdom vindt. Gehoorzaamheid, die maakt dat jouw wil ontlast wordt waardoor je alle tijd krijgt om het geheim van de Heer in je hart en in ons midden als bron van vreugde en zin van je leven te beleven en opgewekt en dienstbaar te zijn. En de zuiverheid is niet een afwijzing van andere mensen, maar stelt je in staat juist door de band van liefde met Christus open te staan voor alle mensen, door voor hen te bidden op een volstrekt belangeloze wijze.
Het ligt allemaal besloten in wat Lukas zegt over Maria: “die al deze woorden bewaarde in haar hart”.

Maria wordt met vele titels geëerd. Eén hoorden we zo-even al: zetel van wijsheid. Een andere titel is: Ark van het verbond. In de ark in het heiligdom van de tempel werden de tien geboden bewaard, de woorden waarmee God een verbond met zijn volk sloot.
Maria bewaarde ook het Woord van God in zich als het Kind in haar schoot en daar alles wat over hem gezegd werd te bewaren in haar hart.
Die ark was van hout. Een houten kistje. Maar het hout was met goud bekleed. Van buiten en van binnen. Waarom was het eigenlijke materiaal van de ark van hout, en niet bijv. Marmer of puur goud? Hout komt van een boom. Een boom groeit.
Als wij de woorden van God in ons hart bewaren en eruit leven, groeien we als kinderen van God. Geloof is niet star en statisch, maar doortrokken van leven. Goud aan de buitenkant wil zeggen dat het geheim niet kan worden aangetast door bederf zoals goud niet kan roesten en vergaan. En van binnen is de ark bekleed met goud om te zeggen dat ze ook niet aangetast kan worden door wat binnen in een mens is aan verkeerde gedachten. Je wordt innerlijk steeds vernieuwd en gezuiverd door te luisteren naar het Woord dan in je is.
Moge jij, zr. Marie Madeleine zo een blijde zuster en een vrolijk kind van God zijn. Moge jij groeien en bloeien in je roeping en tot heil en zegen zijn van velen door je biddend luisterend leven. Moge je zich welkom voelen in deze gemeenschap van de Sacramentinen in Halle, die zich toeleggen op altijddurende aanbidding van de Heer in het Heilig Sacrament en de devotie tot Maria die daarmee verbonden is. Geloofd zij onze Heer Jezus Christus. Amen.

© Martin Los, pastoor

1) Evangelielezing in de eucharistie b.g.v. de professie: Lukas 2:15-19
2) 1e lezing: Spreuken 8:22-31
3) zr. Marie Madeleine,