Preek op de 31 zondag van het kerkelijke jaar 5 november 2023 in Cothen
“Al wie zichzelf verheft, zal vernederd, en wie zichzelf vernederd, zal verheven worden” 1). Met deze vermaning besluit Jezus zijn kritiek op de Farizeeën, een machtige conservatieve religieuze partij in het toenmalige Israël. Jezus is sinds kort in Jeruzalem. Dat is het eindpunt van zijn goddelijke missie. Zijn volgelingen houden de adem in, want zij verwachten dat Jezus het koninkrijk van God hier komt stichten. Maar hoe? De tegenstanders voelen hem aan de tand. Ze hopen hem op een fout of zwakheid te kunnen betrappen. Zij vrezen dat hij de gevestigde orde omver zal werpen. De spanning loopt meer en meer op.
Jezus neemt zelf de gelegenheid om zijn leerlingen een spiegel voor de houden. Hij gebruikt de Farizeeën en Schriftgeleerden als voorbeeld van hoe het onder zijn leerlingen en volgelingen straks, na zijn dood, niet moet toegaan. De waarschuwingen die hij toen gaf, zijn nog steeds actueel. Daarom beluisteren we zijn woorden ook als tot ons gericht. Dat is tenminste wel de reden waarom Mattheus deze waarschuwingen van Jezus in zijn Evangelie heeft opgenomen.
Jezus hekelt de vrome Farizeen in het bijzonder op twee punten.
1. Ze zijn streng voor anderen en schrijven hen de wet voor, maar ze zorgen dat ze zelf een comfortabel leven leiden. Dat is natuurlijk schijnheilig. Ze zijn geven daarmee een slecht voorbeeld.
2. ze zijn graag het middelpunt en genieten van hun aanzien en de macht die zij hebben. Ze doen alsof zij als bovenlaag alleen de wijsheid in pacht hebben. Ze creëren daarmee een afstand tegenover de gewone mensen. Dat hoort niet in de gemeenschap van mensen die geloven. Zij zijn allen gelijk voor God en dus ook voor elkaar, één heilige familie. Zusters en broeders van elkaar.
Laten we beide punten van de scherpe kritiek die Jezus heeft op de Farizeeen nog even wat nader bekijken. Met de bedoeling dat we er ook zelf als kerk en gelovigen lering uit kunnen trekken voor ons.
Om te beginnen: het punt van de schijnheiligheid. We zien door de geschiedenis heen regelmatig dat een religieuze bovenlaag bepaalt aan welke geboden en regels je moet houden om een vroom mens te zijn. Je kunt de Bijbel inderdaad lezen als een soort wetboek met allerlei geboden en regels die het leven tot in de details regelen, van wat je wel of niet mag eten, hoe je je moet kleden, tot seksualiteit aan toe. Het is vanuit hedendaags inzicht de vraag of de Bijbel dan daar wel voor bedoeld is. Veel praktische geboden en richtlijnen zijn tijdgebonden zijn. Maar Jezus geeft de Farizeeën het voordeel van de twijfel. Inderdaad mag er best een groep zijn die het goede voorbeeld wil geven, geleerden die studie maken van hoe een gelukkig leven aan Gods hand eruit zou kunnen zien. “De Farizeeën en Schriftgeleerden” zegt Jezus “ hebben plaats genomen op de zetel van Mozes. Doet daarom alles wat zij u zeggen”. Maar handelt niet naar hun werken. Want zelf handelen zij niet naar hun woorden. Ze maken bundels van zware ondragelijke lasten en leggen die de mensen op de schouders”. Maar dat is toch niet de bedoeling van een leven aan Gods hand. Zo’n leven maakt mensen juist vrij en gelukkig en weerbaar. Een wettische opvatting van geloof en leven daartegenover maakt mensen tot slaaf die gebukt gaan onder schuldgevoelens omdat ze altijd maar het gevoel hebben tekort te schieten.
De godsdienstige leiders doen dus de gewone gelovigen onrecht. Maar dat niet alleen, ze kennen zelf allemaal mazen in de wetten die ze maken waardoor ze zelf boven de wet denken te staan. Zo moet het onder de kinderen van God in de gemeenschap van Jezus Christus, in de kerk, niet toegaan. Het hoogste gebod is daar de liefde hoorden we in het Evangelie van vorige zondag.
Het tweede punt van kritiek van Jezus op de religieuze elite in Jeruzalem is dat zij graag in de belangstelling staan. Door hun kleding onderscheiden ze zich en laten z zien hoe vroom ze zijn. Dat ze altijd met bidden bezig zijn. Ze gaan er prat op dat ze de voornaamste plaats aan tafel krijgen en scheppen daarover op tegen collega’s. Dat is onderling een bron van grote jaloersheid. Ze laten zich zelfs rabbi, vader, leraar noemen.
De kritiek van Jezus is niet dat er mensen zijn die een leidinggevende taak hebben in de kerk. Maar dat is om hun broeders en zusters te dienen en niet hen in de schaduw te zetten van zichzelf. Een mooi voorbeeld van echt pastoraat geeft Paulus in zijn brief: “broeders en zusters wij zijn zachtmoedig met u opgegaan als een moeder die haar kinderen voedt en koestert (….) terwijl wij u het Evangelie van God verkondigden hebben wij dag en nacht gewerkt om maar niemand van u tot last te zijn” 2).
In de kerk zijn verschillende ambten en functies, en het is nodig en mooi dat mensen daartoe geroepen zijn. Aan ieder van ons zijn bepaalde talenten toevertrouwd ten behóeve van de gemeenschap. Maar het is verleidelijk om jezelf tot middelpunt te maken als je zo bevoorrecht bent om een ambt te bekleden. Alsof je alle dagen jarig bent en de kaarsjes mag uitblazen. Machtsuitoefening ligt op de loer in de vorm van niet naar anderen luisteren, bepaalde groepen negeren die niet helemaal in de pas lopen.
Paus Franciscus heeft voor de afsluiting van de bisschoppenconferentie in Rome in het kader van het Synodaal proces nog een brief geschreven waarin hij waarschuwde voor klerikalisme dat hij nog steeds constateert. Dat een bepaalde klasse haar stempel op de samenleving drukt. Het synodaal proces legt alle nadruk op de medeverantwoordelijkheid van alle gedoopten voor de kerk en de verkondiging van het geloof, en niet alleen van de geestelijkheid of mannen. De kerk is geen democratie, in de zin van meeste stemmen gelden, maar waarin wel alle stemmen serieus genomen worden. Het is ook geen top-down-organisatie waar alles van boven af wordt bepaald en uitgelegd. Gewone gelovigen tellen evenzeer mee. Niet alleen mannen, ook vrouwen en jongeren. Hun stem moet ook gehoord worden.
Jezus eindigt zijn oproep aan zijn leerlingen: “gij zijt allen broeders. En noemt niemand van u vader. Gij hebt maar één Vader, de hemelse. En laat u ook geen leraar noemen. Gij hebt allen maar één leraar: de Christus”. In het nieuwe rijk dat Jezus komt stichten door zijn voorbeeld en door het offer van zijn leven aan het kruis, geldt, zeg hij “wie de grootste wil zijn, moet uw dienaar zijn. Al wie zichzelf verheft, zal vernederd, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden”. Dat gaat niet vanzelf. Dat moet iedereen en elke generatie opnieuw leren en in praktijk brengen. Daarom is het zo belangrijk dat we naar elkaar luisteren, niet als tegenstanders, vol wantrouwen, maar als leerlingen van Jezus de Christus, zelf. Hij open onze harten voor God en hij opent onze harten voor elkaar door de heilige Geest. Amen
Martin Los. Pr.
Schriftlezigen in de eucharistie van deze zondag:
1) Evangelie: 23:1-12
2) 2e Lezing: 2:7b,9.13
Afbeelding: Oude vrouw met takkenbos, eind 19de eeuw. Theo Mesker (1853-1894). Aquarel op papier. Kollekte Kroller-Muller museum
Auteur archieven: Martin Los
Liefde als hoogste gebod in de Bijbel
Homilie op de 30e zondag op 29 oktober 2023 in Houten
Dierbare zusters en broeders, met zijn komst in de hoofdstad Jeruzalem is Jezus op het publieke en politieke toneel verschenen. De verschillende religieuze en politieke partijen voelen hem aan de tand. Ze willen weten wat voor vlees ze in de kuip hebben met deze opvallende rabbi uit de provincie met zijn ongewone aanhang. Ze hebben al veel over hem gehoord, over zijn verkondiging van het koninkrijk van God, over de wonderen die hij deed.
Nu hij in Jeruzalem is aangekomen, hebben ze de kans om hem in eigen persoon te ontmoeten. Ze dagen Jezus uit om aan allerlei debatten deel te nemen. Net als in onze tijd debatten plaatsvinden in de aanloop naar de verkiezingen. Om de kandidaten, vooral de nieuwe, beter te leren kennen. Debatten op zich zijn een teken van een gezonde maatschappij. Door de discussies en botsing van meningen komt uiteindelijk aan het licht welke visie of idee het meest hout snijdt. Vaak spelen niet alleen redelijke argumenten een rol, maar ook emoties. Die kunnen hoog oplopen zoals rondom stikstof of klimaat. Of rondom het gruwelijke conflict in het Midden-Oosten. Demonstraties zijn ook een vorm van debat, maar dan met andere middelen.
De middelen die de verschillende partijen gebruiken gaan soms ver, te ver. Zoals wanneer men probeert de ander te intimideren. Dat heeft niets meer met waarheidsvinding te maken, maar met uitoefening van een vorm van geweld. Dat is ook aan de hand in het Evangelie. De partij van de Farizeen, aanzienlijke orthodoxe mannen, dringen zich aan Jezus op.
Het is één tegen allen. Eén van hen, een expert in de moraaltheologie, vuurt een vraag op hem af: “Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?” Dat lijkt een redelijke vraag. De orthodoxe Joden kenden 316 geboden die ze naast de Tien geboden uit de Bijbel hadden gedistilleerd. De gewone mensen kenden die natuurlijk niet allemaal. Zij heten dan ook de “schare die de Wet niet kent” en telden niet mee. Maar onder de deskundigen was er altijd een discussie gaande welk gebod het grootste was. Grootst, in die zin dat alle anderen geboden en regels er ondergeschikt aan waren
Er waren verschillende religieuze scholen en leiders die daarover elk een eigen opvatting hadden. Ze voerden daarover felle discussies om hun gelijk te bewijzen. Aan welke kant stond Jezus? Welke kant hij ook zou kiezen, in alle gevallen, zou hij dan blijken niet boven de partijen te staan. In deze verkiezingstijd worden partijen ingedeeld in link of rechts of midden. Zodra dat gebeurd is, hoeft men eigenlijk niet meer te luisteren naar de ander. Of men kan hem cancelen, zoals dat tegenwoordig heet.
Jezus verbluft hen met de eenvoud van het antwoord dat rechtstreeks uit de Bijbel komt: “Gij zult de Heer, uw God liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel een geheel uw verstand. Het tweede daaraan gelijk is: “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf”. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten”.
Op het moment dat deze groep vrome mannen Jezus insluit – en dat voelt heel intimiderend – antwoordt hij kalm: ‘heel de Bíjbel en dus heel de godsdienst draait om liefde. Liefde tot God met volle overgave, en liefde tot de naaste zoals je jezelf liefhebt’. Zo hoopt hij vurige kolen op hun hoofd. Zíj benaderen hem kil en liefdeloos, met valse bedoelingen, en Jezus reageert met: ‘Heel de Bijbel, en heel de godsdienst draait om de liefde’.
Liefde is de hoogste waarde in het leven en dus ook in de godsdienst. Daarom is Jezus bereid daarvoor zijn leven te geven. Hier staat de Zoon van God voor hen, maar zij zien het niet omdat ze verblind zijn. We weten allemaal dat dit geen uitzondering is, want hoe vaak wordt de liefde niet ondergeschikt gemaakt wordt aan eigen gelijk, aan eigen belang of aan de heersende opinie. Juist ook als godsdienst in het geding is. Mensen werden en worden in naam van God of Allah liefdeloos behandeld. Door moraalpolitie of inquisitie. Hoe kan dat als men met de mond de liefde tot God belijdt en tot de naaste? Liefde is onvoorwaardelijk de hoogste waarde en daarom het grootste gebod. Alle andere geboden of regels zijn daaraan ondergeschikt.
Helaas leven we niet in een ideale wereld. Daarom nemen we soms beslissingen waar we moeten kiezen tussen twee kwaden. We kiezen dan de minst kwade. Maar dan nog moeten we al het mogelijke doen om in het vervolg niet in dezelfde situatie terecht te komen. Maar de kritiek dat liefde en liefdevol handelen niet altijd mogelijk is in deze wereld, mag ons niet verleiden om de liefde bij voorbaat te veronachtzamen. En beide geboden – liefde tot God en liefde tot de naaste – zijn volkomen gelijkwaardig. Zelfs hierover vinden door de eeuwen discussies plaats. Alsof liefde tot God uitgespeeld kan worden tegen liefde tot de naasten omgekeerd . Alsof onze relatie tot God en geloof belangrijker zijn dan onze omgang met de naaste, voor al de naaste in nood. Jezus zet onze verhouding tot God en tot de naaste op één lijn. We hoeven niet te kiezen. Het is gewoon én-én. Rechtlijnige mensen hebben daar vaak moeite meer. Voor hen is het of-of. Maar de waarheid kent meerdere kanten. Tenslotte. Altijd als de Bijbel en in de leer van de Kerk de oproep klinkt dat we elkaar moeten liefhebben voelen we dat als een opdracht om elkaar aardig te vinden. En daarmee voelen we ons van de plicht de ander lief te hebben meteen weer ontslagen want je kúnt niet iedereen liefhebben. Gevoelens kun je niet commanderen. Maar liefhebben in de Bijbel en de mond van Jezus is niet de ander aardig vinden. Hoe kun je je vijanden aardig vinden? En toch klinkt het: “hebt uw vijanden lief”. Nee, liefhebben is niet aardig vinden, maar “de ander hoger achten dan jezelf”. Liefhebben is niet op een wolk leven, maar concreet het beste met de ander voor hebben. Het bestaat uit doen. Op grond van in de ander het beeld van God zien, ongeacht wie die ander is”. Hij of zij is onze naaste. Want zijn we zelf niet beeld van God? De concrete liefde geef ons alle kans om dat te laten zien en persoonlijk te beleven
Martin Los, pr