Homilie op de 3e zondag in de Veertigdagentijd C-cylus

op zondag 3 maart (en vooravond) 2013 in de kerk van H. Willibrord te Vleuten/ Leidsche Rijn.
Bij Evangelielezing van de zondag: Lukas 13:1-9

Lieve zusters en broeders, het Evangelie vertelt over een bouwvallige toren in Jeruzalem die boven op mensen stortte en hen verpletterde.
De mensen in de tijd van Jezus hadden natuurlijk precies dezelfde gevoelens als wij als er een ramp gebeurt. Je moet er niet aan denken dat je zelf daar op dat moment met je tas met boodschappen gelopen had.

We voelen hetzelfde. Deernis met slachtoffers van een ramp. Opluchting wanneer er niemand bij is die we kennen. En verwondering over het feit dat de één zomaar weggerukt wordt uit het leven, en de ander, jijzelf, gewoon door kunt gaan met de dingen doen waar je mee bezig bent.

Zo’n ramp die anderen treft, kan je er plotseling bewust maken dat tijd, tijd van leven, niet iets vanzelfsprekend is. De tijd als klokkentijd tikt altijd door. Maar tijd van leven is beperkt. Door een ongeluk dat anderen overkomt, kunnen we onszelf opeens bewust worden dat tijd van leven iets is waarover we niet beschikken. Het is tijd die je geschonken wordt.

Vrijdagavond stonden de supporters van Vitesse voor de wedstrijd Vitesse-Utrecht in de Gelredome stil bij het overlijden van oud-speler en trainer Theo Bos die op 47-jarige leeftijd aan kanker is overleden. Honderdduizenden hebben inmiddels de beelden op t.v. gezien. Het was een mooi en ontroerend bewijs van respect van duizenden mensen, jong en oud, tegelijk.
Maar ik ben er zeker van dat velen van die anders zo luidruchtige supporters ook even stil waren omdat ze dachten: “Hé, zoiets kan mij ook overkomen. Leven is niet vanzelfsprekend. Wat doe ik eigenlijk met mijn leven?”
Wie weet waren er toch die daardoor dachten: ik ga mijn leven anders inrichten. Misschien waren er wel, al was het maar één, die dacht: “ik heb van mijn leven tot nu toe een zootje gemaakt. Ik ga het beter doen!”

Zo kan het ongeluk dat de één treft, de ander tot bezinning brengen. Bijvoorbeeld dat je je weer bewust wordt dat het leven een geschenk is. Een geschenk waar je iets goeds mee mag doen. Een nieuwe kans.

Je kunt dit niet omkeren. We kunnen niet zeggen: “Het leven is een geschenk, een kans om te genieten van het mooie en om zelf het goede te doen. Dus als iemand plotseling sterft, is dat  teken dat hij of zij dat niet verdiende.

Tegen die opvatting verzet Jezus zich. Je mag een ramp die mensen treft of de gruwelijke behandeling door een wrede dictator niet zien als een straf van God die mensen treft.
Dan zou elk ongeluk of ziekte teken zijn dat iemand niet goed heeft geleefd, en dan zou het feit dat jij nog wel leeft een soort bonus zijn voor het goede dat je doet.

Natuurlijk kennen we allemaal we de vraag die bij ons opkomt bij tegenslag: “waarom overkomt mij dit? Waaraan heb ik dit verdiend?”  Heel begrijpelijk zo’n gedachte. Want we zoeken altijd naar oorzaak en gevolg.
Maar in het geval van het kwade tot ons treft, is het een zinloze vraag. Tegenslagen horen bij het leven in deze wereld. Ze kunnen iedereen overkomen.
Veel vruchtbaarder is de vraag: “hoe ga ik om met het kwade dat mij treft? Hoe kan ik ook daarin een echt mens blijven?”

In de Kruisweg die elke vrijdagavond in de Mariakerk gebeden wordt, kwam ik dit zinnetje tegen: “Niemand kiest zijn eigen kruis, maar misschien kunnen we wel kiezen hoe we er mee omgaan”.

De rampen die anderen treffen, moeten ons niet gerust stellen dat onze tijd van leven een bonus is voor een onberispelijk leven dat we geleid hebben. Nee, het kwade dat anderen treft,  kan ons ervan bewust maken dat tijd niet iets is wat je hebt, maar wat je geschonken wordt. Het leven zelf is een geschenk, een kans om er iets van te maken, een kans om nee te zeggen tegen wat verkeerd is in je leven, een kans om te gaan leven als een goed mens.

Die tijd die ons gegund wordt, is een teken van Gods geduld en barmhartigheid, houdt Jezus de mensen van zijn tijd en ook ons voor.
Dus het kwade dat mensen treft, is geen teken dat God hen straft. Het is ook geen teken dat God het kwade zomaar toelaat. Dat zijn onze denkwijzen.
Er is een derde weg. Dat is de weg van God zelf, de weg van het Evangelie: de wereld met het kwade dat daarin plaats vindt, gaat nog steeds door omdat God mensen de kans gunt om tot bezinning en inkeer te komen.
We raken hier aan het mysterie van Gods liefde.

God verdraagt het kwade. Hij verdraagt het kwade – hoe zwaar het hem ook valt – omwille van de mensen, om iedereen de mogelijkheid te geven om te ontdekken waarvoor je als mens leeft: om het goede te genieten, om het goede zelf te doen en het leven mooi te maken met en voor anderen uit dankbaarheid voor het feit dat God ieder mens het leven schenkt.

Hoe zwaar dit God valt blijkt hieruit dat hij zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen overgeleverd.
God zei niet, toen zijn Zoon Jezus Christus onschuldig aan het kruis stierf door de slechtheid van mensen: “Nu is het afgelopen. Ik stop met het prachtige avontuur Mens. Het wordt nooit wat!” Nee, hij maakte dit moment tot keerpunt.
Nu is Jezus die door het kwade getroffen werd, de bron van eeuwig heil geworden, de poort naar het eeuwige leven, naar Gods liefde van wie niets of niemand ons nog kan scheiden.

Toen Jezus bespot werd al een misdadiger en aan het kruis geslagen, zeiden veel mensen dat God hem in de steek had gelaten. Dat dit een straf van God was. En zelf maakte hij die beproeving volledig door als mens toen hij riep aan het kruis: “mijn God, waarom hebt ge mij verlaten?”

Maar omdat Jezus door zijn pijn en lijden het mysterie van Gods liefde ten volle heeft geopenbaard, zeggen wij bij elke kruiswegstatie: “wij aanbidden u, christus, en loven u. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost”

Het kwade heeft niet het laatste woord over het leven van een mens, maar de liefde van God. Laten we daarom in deze tijd van bezinning ons afvragen of er geen dingen zijn in ons leven die verkeerd zijn, naar onszelf, naar onze naaste, naar God.
Laten we door het kwade dat ons mogelijk treft, ons niet laten verleiden om ons gewonnen te geven aan het kwade in de vorm van cynisme en ongeloof.
En laten we allemaal de tijd die ons gegeven is, als een geschenk beschouwen en gebruiken om het leven mooi te maken en te leven tot eer van God die ons het leven geeft. Amen.

Lijden heeft meerdere gezichten

Hoe Johannes Paulus II en Benedictus XVI veel met elkaar gemeen hebben in de wijze waarop ze omgingen met de laatste periode van hun pausschap

Paus Benedictus XVI maakte ruim veertien dagen geleden zijn aftreden bekend. Iedereen die het bericht hoorde kon eerst zijn oren niet geloven. Een paus blijft toch paus tot aan zijn dood? Hoe kan deze paus dan tijdens zijn leven al terugtreden?
Persoonlijk denk ik dat de verbijstering niet alleen veroorzaakt werd door dit idee, dat een paus zijn ambt levenslang uitoefent. Het voorbeeld van zijn voorganger Johannes Paulus II heeft ons allen bovendien heel erg gesterkt in deze overtuiging.
Het beeld van Johannes Paulus II in zijn laatste jaren staat ons  allemaal op het netvlies. Door de ziekte van Parkinson was hij zwaar gehandicapt. Heel zijn houding werd erdoor bepaald. Op den duur kon hij nauwelijks nog verstaanbaar spreken. Het was letterlijk “genant”.

Toch maakte deze paus duidelijk dat hij niet overwoog terug te treden. Zijn ziekte en handicap beleefde paus Johannes Paulus als een kruis dat hij te dragen kreeg als leider van de rooms-katholieke kerk.
Hij verbond zijn lijden met het lijden van Jezus Christus zelf. “Christus was toch ook niet van het kruis afgekomen omdat het hem te zwaar was” was zijn gedachte.

We maakten ons als gelovigen zorgen of Johannes Paulus II nog wel echt leiding kon geven in deze omstandigheden aan de kerk als organisatie. Hoe kon hij nog de manager zijn die de paus ook behoort te zijn?
Maar juist Johannes Paulus II maakte door zijn heel houding duidelijk dat een leider niet alleen een manager is. Hij is ook geestelijk leider. Een geestelijk leider is iemand die met Gods genade het verschil maakt.

In een wereld waarin lijden steeds meer gezien wordt als zinloos, iets dat voorkomen of beëindigd dient te worden, liet paus Johannes Paulus II door zijn eigen lijden zien dat ieder mens meetelt. Niet alleen de jonge, gezonde, krachte, mooie. welvarende mens.

Het aanblijven van  Johannes Paulus II als paus tot het bittere einde was een boodschap aan de wereld.
Het onderstreepte zijn verzet tegen abortus en euthanasie en de overtuiging dat de menswaardigheid van het leven niets is waar wij als mensen over mogen en kunnen oordelen.
Velen keken weg van de aanblik van de gehandicapte paus zoals eens de mensen deden van Christus met zijn doornenkroon. Maar we weten dat het lijden van Christus bron van heil is geworden voor alle mensen.
Daarom hield Johannes Paulus II vol, ondanks dat hij ook wel besefte hoe men over zijn verschijning dacht. Ooit was hij in de ogen van velen de glamourpaus. Nu het volslagen tegendeel
Maar juist zo heeft deze paus grote, onuitwisbare indruk gemaakt en nagelaten op de hele wereld.

Als hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer was kardinaal Joseph Ratzinger één van de personen die Paus Johannes Paulus II van heel nabij meemaakten. Vooral in de laatste jaren. Hij zal gezien hebben hoe de achteruitgang van de paus de oorzaak was dat het management niet optimaal was.
Hij zal innerlijk ook geworsteld hebben met de vraag of je als paus door kunt gaan als je zo zwaar lijdt aan een ziekte als bijvoorbeeld Parkinson. Tegelijk heeft hij het grootste respect gehad voor de keuze van Johannes Paulus II om door zijn lijden als herder van de Kerk de boodschap van het Evangelie op onvergelijkbare wijze te verkondigen.

Des te verrassender was het dat Benedictus XVI zijn aftreden bekend maakte. Hij was wel zichtbaar verzwakt en vermoeid, maar vergeleken met zijn voorganger toch iemand die als we zijn leeftijd in aanmerking nemen, nog redelijk gewoon kon functioneren.
Uiteraard weten we niet precies of Benedictus XVI  er mogelijk toch niet wat zijn gezondheid betreft slechter aan toe is dan we denken. In elk geval heeft hij aangegeven heel moe en verzwakt te zijn, en daardoor niet langer in staat te zijn om het ambt van Petrus uit te oefenen.

Deze beslissing van Benedictus XVI roept vanzelf de gedachte op dat hij door terug te treden als paus eigenlijk achteraf kritiek uitoefent op zijn voorganger die van geen wijken wilde weten.
Aan de andere kant zijn er ook die zich afvragen of het terugtreden van Benedictus XVI juist in het licht van zijn voorganger geen gebrek aan moed is.

Zelf beschouw ik beide gedachtegangen als onjuist. Ze doen geen recht aan het feit dat Benedictus XVI op zijn eigen wijze geestelijk leider is. Op zijn eigen wijze heeft hij zich verenigd met het  lijden van Christus. Hij heeft namelijk het zware kruis op zich genomen om als paus terug te treden. Door eerlijk uit te komen voor zijn onmacht om het ambt van Petrus nog langer uit te oefenen op een wijze die in zijn ogen nodig was voor het welzijn van de kerk, is hij op zijn eigen wijze deelgenoot geworden aan het lijden van onze Heer.

Men mag dus niet de personen van Johannes  Paulus II en Benedictus XVI en hun beslissingen ten aanzien van het al of niet volharden in het pausschap tegenover elkaar zetten.
Ze vullen elkaar aan. Ze laten zien dat lijden vele vormen heeft.

Het is eerder zo dat Benedictus XVI door zijn terugtreden onderstreept dat het lijden van zijn voorganger uniek is. Het geestelijke leiderschap van Johannes Paulus II hoeft niet bij wijze van spreken gekopieerd te worden.
De grootheid en het bijzondere karakter van het geestelijk leiderschap van Benedictus XVI blijkt op een geheel eigen wijze. Juist door zijn vrijwillige terugtreden.

De doorwerking in de toekomst van Benedictus XVI terugtreden tijdens zijn leven kunnen we nog helemaal niet overzien. Precies zoals de nalatenschap van Johannes Paulus II als lijdende leider niet door het heden wordt achterhaald. Zijn persoon blijft een boodschap voor alle tijden. Op zijn eigen wijze zal Benedictus XVI dat mijns inziens ook worden.
Je onmacht durven erkennen, juist in je hoge, onaantastbare positie, is een boodschap die onze tijd, denk ik, nodig heeft.
In een tijd waarin mislukte regeringsleiders vertrekken, hun land in puin achterlatend, of falende topspelers uit de financiële wereld met ongekende bonussen, zegt de hoogste kerkelijke leider in het openbaar: “ik kan niet verder”.

Wat een zegen zou het zijn als op alle niveaus leidinggevenden deze eerlijkheid tijdig zouden opbrengen.
Ook waar mensen tegenover elkaar onmacht zouden durven erkennen. Waar wij onmacht erkennen, is ruimte voor Gods genade om aan het licht te komen. Want “Gods kracht wordt in zwakheid volbracht”.

Het is een buitengewoon voorrecht voor de kerk dat we in de afgelopen decennia zulke integere en toegewijde personen als paus hebben gekregen. Misschien geen echte managers, maar wel geestelijke leiders die het mysterie van Christus persoonlijk gestalte hebben gegeven onder ons.

Benedictus XVI zal nu zijn verdere levensdagen wijden aan gebed voor de kerk.
Zijn pausschap is nu binnen twee dagen voorbij. Maar de wetenschap dat hij in afzondering voor ons allen als gelovigen bidt, ontroert me buitengewoon.
Al zouden we niets meer van hem vernemen tot de dag van zijn overlijden, is hij door zijn volhardend gebed als geestelijk leider bekend bij God.
Moge zijn gebed ons allen tot zegen zijn. In de eerste plaats zijn opvolger.

(c) Martin Los