Geloof vraagt om onderhoud

Preek op het Hoogfeest van de Openbaring des Heren (Driekoningen) 2018 Mariakerk en Willibrordkerk 6/7 januari

“Waar is de pasgeboren Koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen”  1) met die vraag overvallen de Drie Wijzen de bewoners van Jeruzalem die nog van niets weten.
Dachten de inwoners van de hoofdstad onmiddellijk aan de woorden van de profeet Jesaja 2): Volken komen af op uw licht….Sla uw ogen op en zie om u heen. Van overal stromen ze op u toe”? Gezien hun reacties niet. Ze leken ziende blind.
Een profeet als Jesaja is niet iemand die komt laten zien wat iedereen al weet. Hij komt juist verkondigen wat níemand nog ziet. Wij kunnen niet in de toekomst kijken. God is al aan het werk voordat wij het zien.
Lieve zusters en broeders, aan het begin van dit nieuwe jaar denken we natuurlijk ook na over onze eigen toekomst. Ook de toekomst van ons geloof en over de kerk. Wanneer we ons louter baseren op wat we zien en weten hebben we weinig reden tot grote verwachtingen.
Geloof en kerk hebben de toekomst. Want de toekomst is aan God. Laten we met die blik dit nieuwe jaar beginnen, dan zullen we nooit onverschillig worden of moedeloos.
Laten we ons aansluiten bij de Drie Wijzen en samen met hen neerknielen voor het mysterie dat God mens geworden is in ons midden. “Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën vallend betuigden zij het hun hulde”. De kerststallen bij ons thuis die overal dit weekend nog staan, laten ons delen in dat mysterie.
Voor ons geloof in Christus heeft ons leven een diepe, duurzame, betekenis gekregen. Ons levensverhaal is verbonden met het leven en de verrijzenis van Jezus. Ons leven heeft zin want het is opgenomen in het verhaal van God met de mensen.
Dat geloof is een groot geschenk maar het is ook een opgave die dagelijkse zorg en inspanning met zich mee brengt.
Wanneer we ons geloof niet persoonlijk onderhouden door gebed, respect voor God, liefde tot Jezus, daden van barmhartigheid kunnen we vervreemden van dat prachtige geloof.
We staan er gelukkig niet alleen voor als gelovigen. De kerk en onze medegelovigen staan om ons heen om ons te helpen ons geloof te onderhouden. Door de gemeenschappelijke vieringen in de kerk. Door de vieringen van de sacramenten. Van de wieg tot het graf om zo te zeggen. Door de onderlinge betrokkenheid. Door het vertrouwen dat we samen dezelfde waarden erkennen en in praktijk brengen.
Oók die geloofsgemeenschap van de kerk vraagt natuurlijk op haar beurt om onderhoud. Allereerst doordat we ieder persoonlijk ons eigen geloof onderhouden in het dagelijks leven. Maar bovendien kan de geloofsgemeenschap niet zonder dat ieder zijn steentje bijdraagt. Een kerk kan niet zonder vrijwilligers. Van kosters tot bezorgers van het parochieblad, van misdienaars tot helpers bij de groenvoorziening. Van ziekenbezoekers tot onderhouders van de parochiële website.
Natuurlijk kan de geloofsgemeenschap ook niet bestaan zonder financiële bijdragen voor het onderhouden van de gebouwen, voor de ondersteuning van de werkers in het pastoraat, en allerlei kosten die een organisatie met zich meebrengt. Dat vraagt een grote inspanning van ons allemaal.
Maar de kerk is niet alléén mensenwerk. Dat moeten we altijd voor ogen houden. Het is ook het werk van God. Hebben we daar voldoende oog voor, is de vraag. Wanneer wij aan de zwakheid van ons eigen geloof denken, als we kijken naar de marginale positie van de kerk in de samenleving, als we ons oor neigen naar alle sombere voorspellingen over de toekomst van het christelijk geloof, dan dreigen we moedeloos te worden. We raken nauwelijks nog ergens waar of koud van. Onverschilligheid is de dood in de pot.
We mogen nooit uit het oog verliezen dat de kerk van God is. Het is zijn belofte dat Hij onder ons wil wonen, als Emmanuel, God-met-ons. De kerk is het lichaam van Christus. Zij is zijn bruid. De levende Heer is één met haar. Dat is het grote geheim van de Kerk. Het Licht dat ze naar alle kanten mag uitstralen. Dat is het mysterie van het geloof dat we in elke eucharistie vieren. Daarom moeten we ons niet blindstaren op wat wij zien, onze eigen gebreken en zwakheden als gelovigen en als organisatie. Het gaat er juist om dat we oog hebben voor wat we niet zien. Dat is wat God doet en wat de liefde van Christus doet.
Het licht van Christus kan nooit ondergaan. Maar zoals de nacht niet betekent dat het zonlicht niet meer schijnt, zo betekenen moeilijke tijden voor de kerk niet dat het licht van Christus niet meer schijnt. Dat vertelt het verhaal van de Wijzen die een ster zagen en op weg gingen. Dat geldt vandaag nog evenzeer. Aan ons de taak om als het ware op de uitkijk te staan. Door een levend geloof. Door betrokkenheid bij de gemeenschap. Door aandacht voor de noden om ons heen. Door de tekenen van de Heer in ons midden te koesteren.
Het nieuwe jaar 2018 geeft ons daar alle kansen toe. Een gezegend nieuwjaar toegewenst. Amen

Pastoor Martin Los
1) Evangelielezing van het Feest: Mattheus 2:1-12
2) 1e lezing op dit Feest: Jesaja 60:1-6
Foto Willibrordkerk 7 januari 2018 de kinderen ontvangen de Driekoningenzegen die ze als Caspar, Melchior en Balthasar aan de aanwezigen mogen uitreiken om ze thuis een plek te geven

zegen en zending

Preek Nieuwjaarsdag 1 januari 2018

Lieve zusters en broeders, we bidden vandaag om zegen over het Nieuwe Jaar. Het woord zegen komt uitdrukkelijk voor in de eerste lezing *) waarin Aaron en de priesters de opdracht van God krijgen het volk te zegenen. Voldoende aanleiding om even nader bij het woord zegen 1) stil te staan.
Het komt al in het eerste hoofdstuk van de Bijbel voor, in het zogenaamde scheppingsverhaal. Daar staat dat God op de vijfde dag de vissen en de vogels zegent: “God zegende hen en hij sprak: weest vruchtbaar en wordt talrijk”. Zegen heeft dus te maken met leven doorgeven en dat leven koesteren. Planten mogen ook leven doorgeven maar zorgen om zo te zeggen niet voor hun zaad. Maar dieren geven niet alleen leven aan hun jongen, maar zorgen er ook voor. We zien dat zelfs al bij de vissen en de vogels. Natuurfilms daarover maken grote indruk.
Bij de schepping van de mens staat weer: God zegende hen en sprak tot hen: “weest vruchtbaar en vermenigvuldig u en vervul de aarde en beheer haar”. Mensen ontvangen hun leven als een geschenk en geven leven door en zorgen als het goed is, ook voor hun kinderen die anders al snel ouden wegkwijnen. Maar er komt nu iets bij: de mens mag zichzelf als gevolg van de zegen vermenigvuldigen. Dat wil zeggen dat wij, mensen, als ouders onze kinderen, en als samenleving onze jongeren, mogen opvoeden en tot mensen maken.  Vrije verantwoordelijke mensen. Geen kopieën als in Noord-Korea en andere systemen. Het is de taak van ouders en de oudere generatie dat we hen onze diepste waarden en normen meegegeven, met de bedoeling dat ze echte, goede mensen worden zoals we zelf ook proberen te zijn. De zegen die God geeft, is dus een gave en een opgave tegelijk.
Als we om zegen bidden voor onszelf, zegen naar lichaam en ziel, dan vragen we dat hete ons goed moge gaan, maar vooral met het oog op de taak die God zijn volk geeft, namelijk naar zijn bedoelingen te leven en die zelf ook voor te leven aan onze kinderen en jongere generaties en die bedoelingen van God daardoor ook zelf te zien in de wereld, en zo vertrouwen te hebben in Gods voorzienigheid.
Als we om zegen vragen, moet dat dus meer zijn dan vragen om een leven waarin het je in alles voor de wind gaat en je geen enkele inspanning hoef te verrichten. Zegenen is iets anders dan verwennen. Zegenen is dat je alles ontvangt en aanneeemt om je taak als mens te vervullen in het besef dat we kinderen van God mogen zijn, burgers van zijn koninkrijk.
Aaron en zijn zonen, de priesters, krijgen de opdracht om Gods volk te zegenen. De zegen is door God niet alleen aan het begin aan alle mensen gegeven doordat hij hen schiep naar zijn beeld. Hij geeft zijn zegen telkens door de priesters als zijn volk vergaderd is tot zijn dienst in de gebeden en de offers. Door die zegen, zo lezen we, legt God zijn naam op zijn volk. Hij zet als het ware Gods handtekening en stempel op het volk. Het vertegenwoordigt God als het weer de wereld in gaat.
Maar daarvoor is nodig dat het volk zich daarvan bewust is. Dat het zich die zegen, die gave, maar ook die opgave, toe-eigent. Die gave en opgave om deze wereld een beetje beter te maken. Keer op keer. Vandaar dat zegen en zending onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Geen zegen zonder zending en geen zending zonder zegen.
Als wij bidden om zegen over het Nieuwe Jaar, dan wil dat zeggen dat we vragen om zegen over onszelf, dat we steeds meer mogen leven als kinderen van God **), en dat we alles ontvangen wat nodig is, om in onze gezinnen, in de samenleving, vanuit Gods bedoelingen te leven en die bedoelingen ook in vrijheid en met vreugde zelf vorm te geven in de manier waarop we met elkaar omgaan.
Maria***) wordt “de gezegende onder de vrouwen” genoemd. Ze mocht de Moeder van God worden. Daardoor heeft ze een unieke positie onder de mensen. Maar zij is vooral ook een echt kind van God door haar vertrouwen in God en haar bereidheid God van harte te dienen als de ‘dienstmaagd des Heren’ zoals zij zichzelf noemde. De zegen die zij ontving was een gave, maar ook een opgave. Moge haar voorbeeld en voorspraak ons helpen om zelf gezegende mensen te zijn in het Nieuwe jaar: “weest gegroet Maria……

pastoor Martin Los
Schriftlezingen in de Eucharistie van deze dag volgens heet r.k. leesrooster
*) Numeri 6:22-37
**) Galaten 4:4-7
***) Lucas 2:16-21
1) deze uitleg van de zegen (baracha) ontleend aan Samson Raphael Hirsch  The Pentateuch