Homilie op het Pinksterfeest in de Mariakerk 2013

Preek op het Pinksterfeest 18 en 19 mei 2013 in de kerk van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming te De Meern

Lieve zusters en broeders,  er is voor mijn gevoel iets opmerkelijk aan de hand in de samenleving. Mensen nemen plotseling allemaal zelf het initiatief op allerlei punten.
Om een voorbeeld te noemen:  Iedereen leeft heel erg mee met de moeder en de familie van de twee jongens die spoorloos zijn. De politie doet onderzoek. Maar er zijn ook spontaan hele groepen mensen bezig om met elkaar gebieden af te zoeken.
Deelnemers vinden elkaar heel gemakkelijk via sociale media als Facebook en Twitter. De politie moet die spontane groepen zelfs een beetje afremmen, maar ze zijn soms nauwelijks te stuiten.
Er bestaat ook al een tijdje zoiets als  Burgernet. Allemaal mensen die in crisissituaties een alarm op hun mobiel ontvangen om uit te kijken naar iets.
Ik noem ook de voedselbanken die overal ontstaan zijn, ook hier in Leidsche Rijn
We zien het ook gebeuren op economisch gebied. Mensen raken hun werk kwijt. Ze zetten zelf een eenmansonderneming op als ZZPer. Door te netwerken met anderen kommen ze met nieuwe ideeën voor projecten op vele terreinen.
Dit gebeurt in een tijd waarin we op veel gebieden de machteloosheid van de politiek ervaren.. Allerlei instituten blijken te log en te bureaucratisch om zaken goed te regelen en op te lossen.
En wat zien we nu? In plaats van met de handen in het haar te gaan zitten of alleen maar te mopperen, steken mensen de handen uit de mouwen en ze slaan de handen ineen. Vooral ook jonge mensen.
Dit zijn allemaal opmerkelijke initiatieven.
Ze zijn des te opmerkelijker, omdat we allemaal dachten: “Mensen zijn verwend door de welvaart, iedereen is op zichzelf gericht, ’t is allemaal Ikke-eerst  Als het ooit slechter gaat, dan weten we ons geen raad, mee. Dan stort alles in”.

Maar dan ineens blijkt er in deze crisissituatie in vele mensen pit en energie te zitten. Plotseling zijn mensen bereid om samen de handen uit de mouwen te steken.
Dus de crisis, de nieuwe sociale media, het verlangen om minder te verspillen en voor duurzaamheid te gaan, de behoefte aan warmte en vriendelijkheid in een steeds killere, zakelijkere wereld, al die zaken samen, geven het gevoel dat er iets nieuw aan het opbloeien is.
Het is net alsof er een andere geest gaat waaien.

Dan rijst de vraag natuurlijk: Hoe staat het met de kerk en met ons, als gelovigen? De levende Heer die aan zijn apostelen verschijnt, zegt tegen hen: “Vrede zij u. Ontvang de Heilige Geest. Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik ook u!’
In hoeverre beleven wij dat zelf zo, dat Jezus ons de wereld in zendt? Voelen we ons als mensen die op de drempel van iets nieuws staan, die initiatief willen nemen, als mensen wie handen jeuken omdat ze kansen zien?
Is het ook in de kerk zo dat we in de startblokken staan?

Door de vorige paus Benedictus XVI is dit jaar uitgeroepen tot Jaar van het geloof, om te vieren dat 50 jaar geleden het IIe Vaticaanse concilie in Rome startte. Dat concilie in 1963 was de vergadering van de paus en de bisschoppen van de hele wereld die voor een “Update” van de kerk heeft gezorgd.
Vijftig jaar later lijkt de vernieuwing verzand te zijn. We zijn de afgelopen tijd hoofdzakelijk bezig geweest met behoud van wat er is uit vrees wat waardevol is te verliezen. En we werden in beslag genomen door opvangen van de klappen vanwege schandalen. En we zijn overal bezig geweest met het beheersen van de krimp in gelovigen en vrijwilligers, in geld en gebouwen. Allemaal begrijpelijk. Maar het is allemaal defensief. Terwijl geloof bedoeld is om de wereld in te gaan en mensen te winnen voor God, om mensen Gods liefde te laten voelen.

Het Jaar van het geloof waarin we nu Pinksteren vieren, roept ons op om opnieuw na te denken over onze zending als kerk en gelovigen in de wereld.
De naam Jaar van het geloof is ontleend aan een verhaal in de Handelingen der apostelen waar staat dat Paulus en zijn medewerkers voor de volkeren “de poort van het geloof” openden.
Oké, dachten we. Dat is mooi: het Jaar van het geloof. Maar tegelijk dachten we misschien ook wel: mensen weer enthousiasmeren voor Christus en voor de boodschap van Gods liefde en voor het eeuwige leven, hoe doe je dat in de huidige omstandigheden?
Zo dreigde het een papieren Jaar van het geloof te worden dat in de bureaula verdwijnt. Want als je een poort wilt openzetten, dan moet je toch zelf die poort wel zíen.

En dan ineens die historische gebeurtenis begin februari dat de paus plotseling terugtreedt. Een maand later wordt een nieuwe paus gekozen. De ogen van de hele wereld zijn op hem gericht.
En wat zien we: hij gedraagt zich heel toegankelijk, is wars van onnodig protocol, kiest een heel eenvoudig onderkomen, viert de Mis op witte Donderdag in de gevangenis, en hij stelt de armen op de eerste plaats. “
En hij houdt sindsdien niet op om te zeggen: beste medegelovigen, we waren verwend, we zeiden: laat de mensen die God zoeken maar naar ons te komen. Maar het is precies omgekeerd. Wij moeten naar de mensen toe gaan, de wereld in.
Als Jezus aan zijn leerlingen verschijnt als de levende Heer zegt hij niet: “Ik geef jullie alle gemak en comfort om te blijven zitten waar je zit. Hij zegt: “Vrede zij u. Ontvangt de heilige geest. Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u!”
Vrede is niet een afwezigheid van moeilijkheden, maar saamhorigheid, kracht en energie om te doen wat je taak is.

En ineens gaan steeds meer christenen in de kerk ervaren dat we de poort van het geloof weer open moeten zetten. En dat we die ook open kúnnen stellen.
Want het is mooi om te zien dat nieuwe paus veel goodwill oproept en een wat andere, aansprekende leiding is misschien nodig in deze tijd. Maar we moeten zelf ook bereid zijn mee te doen.
Ook wij zullen zelf de hand uit de mouwen moeten steken.
En op dit Pinksterfeest vieren we dat we er niet allen voor staan.
Want wat vieren we met Pinksteren? De uitstorting van de Heilige Geest. En wat is de heilige Geest? Dat is de Geest van God. Dat is God zelf die we door Jezus Christus hebben leren kennen.
We hebben zelf een geest als mensen. Daardoor kunnen we communiceren in en met onszelf,  met elkaar. Maar er is ook de Geest van God.
Vanaf Pinksteren zijn we door het geloof één met God.  Hij doet voor ons de deuren open. Hij opent voor ons mogelijkheden. Hij vergezelt ons met zijn kracht en met zijn wijsheid.
Dat moet ons nieuwsgierig maken. Dat moet onze handen doen jeuken om als fiere en aanstekelijke gelovigen te leven.
Als je in je eigen leven af en toe er bij stil staat, dat je er niet alleen voor staat, maar dat God echt één met jouw wil zijn. Dan geeft dat troost en kracht en vreugde, wat er ook gebeurt.
Maar zo is het ook als we beseffen dat we samen de kerk zijn, en dat de heilige Geest ons allen met elkaar verbindt in liefde.

Laten we onder elkaar niet bang zijn om over ons geloof en ervaringen te spreken om elkaar te bemoedigen. Deze week was de vergadering van Lectoren van onze kerk spontaan over persoonlijk geloof en beleving. We kregen het er allemaal warm van. En iedereen vond het heel waardevol.
Laten we meer met elkaar delen, en niet alleen de kritiek en de verschillen die er zijn.
Ook als we met anderen over de kerk spreken en we ventileren eerst onze eigen reserves en kritiek dan hoeven we er niet op te rekenen dat anderen zullen zeggen: “mag ik daar ook bij horen?” De eerste opdracht van de kerk is de liefde van God te verkondigen, samen te delen, en anderen daarin te laten delen.
En laten we naar anderen toe in de eerste plaats door onze daden, door onze hartelijkheid en hulpvaardigheid laten zien dat we geïnspireerd zijn door de boodschap van Gods liefde.
Laten we ook niet bang of onverschillig zijn als er een beroep op ons gedaan wordt om een taak in de geloofsgemeenschap op ons te nemen.
In de wereld om ons heen zijn mensen die op allerlei gebieden initiatieven nemen.
Zouden wij die samen de kerk vormen dat dan niet doen op allerlei kerkelijke en maatschappelijke terreinen? We hebben een ervaring van 2000 jaar. Het onze core-bussines.
“Vrede zij u” zegt de levende Heer “Ontvangt de heilige Geest. Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik ook u!”  Dat zijn geen woorden van gisteren. Ze klinken hier en nu!
Wat kunnen we daarop anders zeggen dan …………………………? .Amen.

Martin Los, pr

Homilie op de 7e zondag in de Paastijd Mariakerk De Meern

Preek op de zeven zondag van de Paastijd in het weekend van 11 en 12 mei 2013 in de kerk van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming (Mariakerk) te De Meern
1e lezing: Handelingen der apostelen 7:55-60 Evangelie: Johannes 17:20-26

Lieve zusters en broeders, bij zijn hemelvaart zei Jezus tot zijn leerlingen: “zie, ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld”.
“Zie” dat wil zeggen: “Kijk. Kijk hoe ik kijk. Kijk met mij mee!”
De apostelen kijken en wat zien ze? Ze zien dat de Heer aan hun ogen onttrokken wordt door een wolk. Hij verdwijnt uit hun gezicht. Uit zichzelf zien ze niets en niemand meer.

Als iemand vertrekt en uit je gezicht verdwijnt, betekent dat gewoonlijk dat die iemand niet meer bij je is. En als die ander veel voor je betekent, dan voel je op dat moment een groot gemis. Je voelt je op jezelf terug geworpen. Je vraagt je af: “hoe moet ik verder zonder die ander?”
Het zou de apostelen niet anders vergaan zijn als de Heer zomaar voorgoed uit hun ogen verdwenen was.

Daarom geeft hij hen zelf deze aanwijzing: “Kijk, Ik ben bij jullie zolang de wereld bestaat!”.
Hij legt hen uit dat zijn vertrek niet betekent wat zij uit zichzelf zouden denken: dat hij hen alleen achterlaat, en dat ze er van nu af helemaal alleen voor staan, als weeskinderen die alleen in de wereld zijn.
Zijn opgang naar de hemel wil zeggen, dat hij overal en altijd bij hen is.
Door Jezus uit hun oog verdwíjnt, verschíjnt hij op datzelfde moment aan zijn leerlingen als degene die overal en altijd bij hen.
Uit zichzelf zien ze dat niet. Maar de Heer zegt: “Kijk”. En vanaf dat moment zien en begrijpen ze. Omdat ze als het ware nu met de ogen van Jezus zelf mogen kijken.
Is dat niet prachtig? De hemelvaart van Jezus betekent dat hij voortaan zo dichtbij ons is en dat we zo één met hem mogen zijn dat we nu met zijn ogen mogen kijken.

Met de ogen van Jezus kijken, betekent: overal om ons heen tekenen zien dat God bij ons is en voor ons zorgt als zijn kinderen.
Met de ogen van Jezus kijken, betekent: altijd vol vertrouwen zijn, wat er ook gebeurt.
Met de ogen van Jezus kijken, betekent: onszelf zien met de ogen van Gods liefde, ondanks onze tekortkomingen.
Met de ogen van Jezus kijken, betekent: andere mensen het licht in de ogen gunnen en liefhebben.

We zien het aan Stefanus die om zijn geloof door een woedende menigte werd gestenigd. Hij keek met de ogen van Jezus. Hij sprak zelfs dezelfde woorden als zijn Heer toen hij zei: “Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen!”
Liever verdroeg hij het onrecht dat de mensen hem deden, dan dat hij bad dat op dat moment een bliksemschicht uit de hemel al zijn vijanden zou vernietigen.
En door zo te kijken, door met de ogen van Jezus te kijken, zag Stefanus toen de hemel openstaan, en zag hij de Heer zelf.

Het was precies die houding die maakte dat zijn tegenstanders zich verwonderden en tot inkeer kwamen. Het is vermoedelijk ook dat in de latere apostel Paulus op dat moment al de kiem gelegd werd voor zijn latere bekering tot Christus.
Natuurlijk worden van ons allemaal niet zulke grote offers als van Stefanus gevraagd.
Maar in het klein, in het gewone alledaagse leven, zijn er momenten genoeg om mensen anders te zien, en om gebeurtenis anders te zien, omdat we mogen kijken met de ogen van Jezus die altijd bij ons is, en die ons met zijn ogen laat kijken.

Op een gegeven moment gaan mensen de volgelingen van Jezus christenen noemen.
Zij noemden zichzelf eerst niet zo. Ze werden in het begin zo door anderen genoemd.
Zouden die anderen daar niet mee bedoeld hebben: Jullie volgelingen van Jezus Christus kijken met zijn ogen? Jullie zijn christenen want jullie kijken met de ogen van Christus? Jullie zijn net als hij?!

Wat mooi als we ook in onze dagen weer zo bekend zouden staan als christenen: mensen die kijken met de ogen van Jezus. En dat daardoor anderen ook weer gaan kijken met die ogen, naar zichzelf, naar anderen, naar de wereld, naar God.

Voordat hij zijn leven ging geven uit liefde voor de mensen, bad Jezus tot God, de Vader, dat allen die in hem geloofden één zouden mogen zijn. Eén met hem, één met elkaar.
Jezus heeft er alles voor over gehad, heel zijn leven, om ons het grootste geschenk ter wereld te geven: dat we alles met zijn ogen zouden mogen zien, met de ogen van zijn liefde, met de ogen van God zelf.

Met zijn hemelvaart heeft Jezus in zijn grote liefde als het ware plaats gemaakt voor ons, mensen, opdat wij in zijn plaats zouden mogen staan. Dat wij zouden zien wat hij zag. Dat wij zouden doen wat hij deed. Dat wij zouden delen in zijn vreugde en geluk. Dat wij erfgenamen zouden zijn van zijn eeuwige heerlijkheid.

We bereiden ons in deze week voor op het Pinksterfeest, op de gave van de Heilige Geest aan heel de kerk. We openen ons opnieuw voor dat wonder, dat Gods Geest één met ons wil zijn.
We zijn als gelovigen niet als wezen alleen achtergelaten in de wereld. Jezus is niet uít ons oog verdwenen. Hij is nu ín ons oog. Hij is dichterbij dan ooit. We mogen nu zien met zijn ogen. Dichterbij kan niet.

De hemelvaart van Jezus is dus een bewijs van zijn grote liefde. In zijn grote liefde is hij ons altijd nabij. Zo geeft hij ons de ruimte en de vrijheid om te leven als kinderen van God.

En als we onszelf soms afvragen hoe het ook al weer is om te kijken met de ogen van Jezus dan mogen we kijken naar anderen die het ons voordoen. Ons grote voorbeeld is Maria.
Vandaag eren we onze moeders die ons het leven schonken en ons gevoed en verzorgd hebben.
Maar we eren als christenen samen ook de moeder van alle gelovigen, Maria, omdat zij zelf als eerste geloofde en met de ogen van haar Zoon ging zien. Als we naar haar kijken, dan mogen we vertrouwen dat we ook zelf steeds met de ogen van Jezus mogen kijken.

Plaatsen we onszelf daarom altijd in haar nabijheid. Dan zitten we altijd goed. En eren we haar met de woorden: Wees Gegroet, Maria…………………….Amen

 Pastoor Martin Los