Homilie op het feest van de Doop van de Heer 11/12 januari 2014 in de Mariakerk in De Meern

Preek op de zondag van het feest van de Doop van de Heer
11/12 januari 2014 in de Mariakerk in De Meern
De voorgeschreven schriftlezingen uit het wereldwijde lectionarium van de r.k kerk:
1e lezing Jesaja 42:1-7 2e lezing Handelingen 10:34-38 Evangelielezing: Mattheus 3:13-17

Lieve zusters en broeders, het begin van een nieuw jaar is voor veel mensen aanleiding om na te denken over wat ze anders zouden willen doen. Welke slechte gewoonte staat ons in de weg om een beter en gelukkiger mens te worden? Waar hebben we nog een duwtje nodig om de mens te zijn die we eigenlijk zouden willen zijn?
Zo bezinnen we ons op allerlei goede voornemens. Soms spreken we ze uit naar onze omgeving in de hoop dat die ons een beetje zal steunen.

Ook als maatschappij koesteren we bepaalde verlangens. Als de sfeer ergens niet optimaal is, hoe kunnen we die verbeteren? Als een doel onduidelijk is, hoe kunnen we dat scherper voor ogen krijgen? Burgemeesters, voorzitters van verenigingen, directeuren van instellingen geven een voorzet in hun nieuwjaarstoespraken.

Ook als geloofsgemeenschap gaan we een nieuw jaar binnen. Een lustrumjaar nog wel, want onze parochie Licht van Christus bestaat alweer tien jaar. Ze ontstond op 1 januari 2004 door de samenvoeging van de eeuwenoude parochies Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming en de H. Willibrord.
Alle reden om te dagdromen hoe het zou zijn als onze idealen verwezenlijkt werden. Alle aanleiding om wensen onder woorden te brengen voor de toekomst.

Onze parochie maakt deel uit van een veel groter geheel, de Rooms-katholieke kerk. We hebben een nieuwe paus gekregen. Paus Franciscus  is veel in het nieuws door zijn verrassende nieuwe manier van optreden. Hij is zelfs door de New York Times uitgeroepen tot man van het jaar 2013 omdat hij de ogen van de hele wereld op zich wist te vestigen.

Voor veel mensen binnen en buiten onze kerk is paus Franciscus een baken van hoop door zijn spontane optreden, en door zijn oprechte aandacht voor de armen. Ook door zijn warme interesse voor de ontelbare mensen die de band met kerk en traditie verloren hebben, maar zeker niet van God los zijn.

In de een wereldkerk zoals de onze vervult de leider die de paus is, duidelijk een voorbeeldfunctie. Zijn voorbeeld zal zeker doorwerken op alle niveaus van de kerk. Ook op het grondvlak van de parochie. Ook op onze parochie die zelf onderdeel is van een dynamische samenleving met bewoners overal vandaan en van alle leeftijden.

We hebben als parochie al reden genoeg om dromen te koesteren en wensen te formuleren en om onze handen te voelen jeuken om ze waar te maken. Maar de paus Franciscus zorgt door zijn voorbeeld nog voor een extra stimulans aan het gevoel dat er een wereld open ligt voor de boodschap van Gods liefde.

Zo gaan we vol goede moed een nieuw jaar binnen als geloofsgemeenschap. En wij zijn niet aan onszelf overgelaten als kerk en als gelovigen. Jezus Christus zelf trekt met ons mee als de levende Heer en als de Goede Herder. Het is goed om ons daar bewust van te zijn aan het begin een nieuw jaar. Zonder zijn tegenwoordigheid zou ons geloof zinloos zijn en onze inspanning  vruchteloos. De kerk zou anders allang niet meer bestaan.
Juist de innige band met Hem en ons vertrouwen in Hem zorgt dat we altijd vol hoop en vreugde zijn.

Vandaag gedenken we hoe Jezus zijn taak om mensen de boodschap van Gods liefde begonnen is. En we ontdekken hoe het kan, dat wij Hem herkennen. En hoe we één met Hem kunnen zijn. En hoe we mogen delen in zending van de verkondiging van de blijde boodschap.

Want door zijn doop aanvaardt Jezus zijn opdracht. En op dat moment wijst God, de Vader Hem aan als zijn geliefde Zoon: ”Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb”. Die aanwijzing geschiedt op het moment dat Jezus zich voegt onder de mensen die zich schamen voor hun tekortkomingen en hun misstappen. Zij laten zich dopen door Johannes om een nieuw begin te maken. Op dat  moment klinkt die stem: “Dit is mijn veelgeliefde zoon”.

We moeten deze woorden goed begrijpen. Want sommigen vatten deze woorden op alsof God Jezus op dat moment uitkiest en aanneemt als zijn zoon. Maar vergelijk dit eens met de eigenaar van een bedrijf die aan zijn personeel zijn volwassen zoon voorstelt als naaste medewerker: “Kijk, dit is mijn zoon en die gaat hier een belangrijke positie vervullen”. Wordt de jongeman dan pas zijn zoon?  Nee, hij benoemt zijn zoon als rechterhand. Wie niet wist dat het zijn zoon was, weet het nu.

God, de Vader wijst Jezus aan op het moment van zijn doop als zijn Zoon die met hart en ziel zijn prachtige taak gaat beginnen om de mensen te vervullen van Gods liefde. Hij wijst hem aan op het moment  dat Jezus zich solidair toont met gewone mensen met al hun tekortkomingen. Mensen die zich laten dopen door Johannes om met een schone lei te beginnen.

Maar hoe wijst God, de Vader, Jezus aan als zijn geliefde Zoon die zijn taak gaat beginnen? Door de Geest van God: Hij zag de Geest van God in de gedaante van een duif op hem komen.
Toen ik in november met een groep pelgrims op die plek bij de Jordaan was, schuifelden daar een aantal duiven. Ooit was zo’n duif op het hoofd van Jezus neergestreken. Zo daalde heilige Geest uit de hemel op Jezus neer.

Het is belangrijk dat we begrijpen wat hier gebeurt. Christus betekent “de Gezalfde”. Vroeger werden de koningen van het volk Israel aangewezen doordat een hoorn met geurige olijfolie over hen hoofd werd uitgestort. Olie was symbool voor verlichting, dus voor wijsheid en kracht. Teken van Gods Geest van boven.
En die olie stroomde natuurlijk van het hoofd via de schouders langs het hele lichaam naar beneden. En de geur vervulde de hele ruimte. Zo was die zalving ook teken dat allen die deze koning volgden, zouden mogen delen in zijn zalving, in zijn wijsheid en kracht. Want de koning was het hoofd van zijn volk.
Bij de doop van Jezus zalft God zijn Zoon tot de koning en priester van zijn volk. Tot zijn Christus, de Gezalfde.

Dus als wij in Jezus geloven, dan is dat door diezelfde Geest. En daardoor horen wij bij Jezus Christus. Hij is één met ons en wij met Hem. Dus Jezus is niet alleen die persoon die we liefhebben en volgen. Hij is ook de Christus die ons allen samen verbindt door die ene Geest.
“Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde” zegt de God, de Vader. Het kostbaarste wat Hij heeft, geeft Hij om ons te laten weten dat we allemaal zijn zonen en dochters zijn.

Wat mooi als de Geest die op Jezus rust ook ons leven en onze gemeenschap mag doordringen. Als geurige olie die alles en allen doordringt met liefde, wijsheid, verdraagzaamheid, vergevingsgezindheid, kracht.

Laten we daarom allen Jezus Christus zelf voorop stellen in het Nieuwe Jaar. En de vreugde die Hij ons schenkt door het geloof. En laten we steeds voor ogen houden wat Hij van ons vraagt. Dan zullen we de eenheid ervaren die Hij ons schenkt, maar ook de ruimte die Hij geeft. Dan groeien we persoonlijk en als geloofsgemeenschap.
Laten we elkaar gunnen om de liefde van God in zijn kerk daadwerkelijk te beleven en dat ieder zijn en haar talenten en krachten mag aanwenden.

Bedankt, lieve zusters en broeders, voor uw geloof en inzet in het afgelopen jaar, ieder op haar en zijn eigen manier. Dank voor alles wat u voor de geloofsgemeenschap hebt gedaan. Ook door uw leven als christen in de maatschappij van alle dag. Dank ook voor uw meedenken en opbouwende kritiek. Dank ook aan allen die door ziekte of ouderdom of door gebrek aan huis gebonden zijn, maar die door hun gebed en door hun vertrouwen op God evenzeer deel uit maken van onze kerk. Dank dat we mochten delen in elkaar vreugde en verdriet bij allerlei gelegenheden.

Namens de hele geloofsgemeenschap, ja in naam van onze Heer zelf nodig ik u uit om ook in het nieuwe jaar het avontuur van Christus en zijn kerk mee te beleven. Ja, het is een prachtig avontuur, het avontuur van ons geloof en onze hoop, de prachtige opdracht om Gods liefde te ervaren en de mensen om ons heen ermee in aanraking te brengen. Amen.

(c) Martin Los, pastoor

homilie op het feest van de Openbaring van de Heer (driekoningen) 2014

Preek op het Hoogfeest van Epifanie (Driekoningen)
op zondag 5 januari (en vooravond 4 januari) 2014 Willibrordkerk Vleuten
Voorgeschreven schriftlezingen uit het wereldwijde r.k. lectionarium voor dit feest. 1e lezing Jesaja 60:1-6  2e lezing Efeziërs 3:2-6. Evangelie: Mattheus 2:1-12

Lieve zusters en broeders,  wist u dat het veld waarop de herders hun kudden weiden, dichtbij de stal is waar Jezus geboren werd? Ik realiseerde me dat.plotseling toen ik in november met een groep pelgrims in Bethlehem was.
De herders die de boodschap van de engel gehoord hadden, gingen meteen op weg naar het pasgeboren kind en vlakbij vonden ze het kind in doeken gewikkeld liggend in de kribbe. De herders waren dus bijna buren van de stal of de grot waar Jezus geboren werd.
Ook op de maatschappelijke ladder stonden de herders niet ver af van Jozef en Maria. Jezus werd onder armoedige omstandigheden geboren. En de herders kwamen op kraamvisite met lege handen. Ze hoefden zich ook niet voor hun schamele kleding te schamen, want het kind lag in een voederbak van dieren in plaats van in koninklijke wieg

Misschien herkennen wij ons wel in hen. Wij die als christenen van huis uit vertrouwd zijn met Jezus, hebben misschien ook wel eens het gevoel dat het nog steeds een armoedige boel is. Wat hebben we meer in handen dan het verhaal van een kwetsbare mens die in een stal geboren werd en die als jongeman stierf aan het kruis? Kun je daar nog mee voor de dag komen in deze wereld?
“Ja, maar hij is de verrezen Heer” roepen we uit. En zo beleven we het zelf ook. Maar “bewijs ons dat eens” zegt de mensen om ons heen. En dan staan we voor ons gevoel met lege handen. Een armoedig gevoel..
Konden we dan nog maar naar de kerk wijzen en konden we maar een succesverhaal over onszelf en onze geloofsgemeenschap vertellen. Maar ook als geloofsgemeenschap maken we niet heel veel indruk. Zelfs onze jongeren lijken een beetje hun schouders op te halen..
Voelen we ons zo niet net als de herders die zelf de stem van de engel gehoord hebben, maar die het aan anderen moeten vertellen die deze stem niet gehoord hebben? Een blijde, maar tegelijk zo moeizame taak dat we ons soms machteloos en arm voelen. Alsof we nog niets opgeschoten zijn vergeleken bij de herders in het begin.

Gelukkig is er ook nog het andere verhaal. Van de Wijzen uit het Oosten. Anders dan de herders komen de wijzen uit het Oosten van heel ver. Zíj zijn niet arm en ze komen met kostbare geschenken. Ze hebben in de verte aan de hemel een ster gezien. Een soort hemelse schijnwerper die licht op de aarde laat vallen op een heel bijzondere persoon die pas geboren moet zijn, een koningskind. Helemaal uit eigen beweging zijn de wijzen op weg gegaan. Er is nog geen mens en geen engel aan te pas gekomen.

Waarom is het nou zo geweldig dat we naast het Evangelie van de herders nog het Evangelie van de Wijzen uit het Oosten hebben?
Het verhaal van de Wijzen laat zien dat we ook op Christus zelf mogen vertrouwen. Op zijn kracht en op zijn uitstraling. Dat ook hij aan het werk is op een manier die we zelf niet eens zien.
Wij ploeteren met zijn allen als de herders. En dat moeten we vooral blijven doen. Want geloven vraagt inspanning in de werkelijkheid van alledag. In een wereld die zelf weerbarstig is. We hebben als gelovigen soms moeite elkaar goed te begrijpen en te ondersteunen en alles in dienst te stellen van onze Heer. En we tasten soms in het duister om de boodschap te vertalen naar mensen van deze tijd.

Maar naast dat ploeteren is er ook de belofte van  Christus zelf. Hij heeft tot zijn apostelen gezegd: “zie, Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld”.
Christus is niet alleen het kind in de kribbe in doeken gewikkeld. Hij is ook het onstuitbare licht dat naar alle kanten van de wereld straalt. We staan er niet alleen voor. Hij is er ook nog.
Het verhaal van de wijzen uit het Oosten vertelt dat Christus op zijn eigen wonderbare wijze mensen trekt. In elke tijd opnieuw.

Door de tijden heen is de wereld steeds ingrijpend veranderd. Soms raakten kerk en geloof mede als gevolg van die omwentelingen in de wereld in een ernstige crisis. Maar telkens begon Christus opnieuw te stralen. Telkens gingen mensen opnieuw naar hem op zoek.
Ze stroomden toe. Vol verlangen om het leven in dienst van God te stellen zoals de wijzen die met hun geschenken bij Jezus kwamen en het kostbaarste van hun land en cultuur aan zijn voeten  legden.
Telkens in de geschiedenis ontdekten mensen Christus opnieuw en probeerden hun leven en hun cultuur in te richten naar het Evangelie van Gods liefde.
Als kerk en gelovigen mogen we erop vertrouwen ook in onze tijd Christus bezig mensen te trekken die als het ware een ster hebben gezien en op weg gaan om bij het Jezus en het Evangelie uit te komen.

We lijken op die armoedige herders die verkondigen wat we zelf gehoord hebben van dat kind in de kribbe in doeken gewikkeld dat de Heiland van de wereld is. Dat je door in Hem te geloven echt gelukkig wordt en deel krijgt aan het eeuwige leven. We beleven dat zelf ook echt zo. Maar oh, wat is het moeilijk om het aan anderen over te brengen!
Tegelijk moeten we zijn als wachters die op de uitkijk staan. Enthousiast. Vol verwachting naar wat Christus zelf in de wereld te weeg brengt in de harten van mensen.
We moeten de vinger aan de pols houden van de wereld om ons heen. Niet ons teleurgesteld afhaken als we geen resultaat zien.. We moeten juist open zijn naar de mensen en de wereld rondom ons. We moeten op de hoogte zijn van wat mensen echt bezig houdt en hun verlangen naar God.
Laten we ondanks de grote inspanning die het geloof en kerkzijn voor velen van ons in deze tijd is vraagt, niet klagen. Laten we juist blij zijn. Vol vreugde omdat we zelf het voorrecht kennen om te geloven en dat Jezus ons in zijn dienst genomen heeft.
Want dat ploeteren van ons en dat stralen van Christus staat niet los van elkaar. Het zijn twee kanten van dezelfde zaak.

Lieve zusters en broeders, we staan ook als parochie aan het begin van een nieuw jaar. Een jaar dat weer alle inzet van ons vraagt in dienst van het Evangelie. Maar ook een jaar waarin we vol verwachting mogen uitzien naar wat Christus zelf in ons midden bezig is te doen en in de wereld om ons heen.
Het is een bijzonder jaar voor onze parochie omdat zij tien jaar bestaat. De bisschop voegde tien jaar geleden de twee eeuwenoude parochies samen met de bedoeling de krachten te bundelen. Wat mooi dat er in deze enorm groeiende en bruisende stad van LeidscheRijn-VleutenDeMeern rondom het Maximapark een vitale parochie is die mensen in aanraking mag  brengen met het Evangelie. De tijd is er misschien meer dan rijp voor!
Laten we trots zijn dat we samen kerk mogen zijn in deze nieuwe samenleving waar zoveel uitdagingen liggen voor de verkondiging en de verbreiding van het Evangelie.

Alle harde werkers bedankt, alle enthousiaste zieners bedankt, allen bedankt die trouw de vieringen bezochten en in stand hielden, allen bedankt die hun zonder klagen hun kruis op zich hebben genomen en die in moeite en leed trouw aan hun geloof zijn gebleven. U, allen,  zonder uitzondering bedankt voor uw geloof en uw talenten en bijdragen in het voorbije jaar. Ook u die met kritische opmerkingen kwam.
Alle reden om dit nieuwe jaar met vertrouwen en met liefde en met hoop en vreugde binnen te gaan.
Want Jezus Christus is heden, gisteren, dezelfde tot in eeuwigheid.
Geloofd zij Jezus Christus in eeuwigheid. Amen

© Pastoor Martin Los