homilie op de 19e gewone zondag door het jaar 8/9 augustus 2015 Willibrordkerk en Mariakerk

Preek op de 19e zondag door het jaar in het weekend van 8 en 9 augustus 2015 Willibrordkerk en Mariakerk

Voorgeschreven Schriftlezingen uit het universele leesrooster van de r.k. kerk voor deze zondag: 1e lezing I Koningen 19:4-8 2e lezing Efeziërs 4:30-5:2 Evangelie Johannes 6:41-51

Lieve zusters en broeders, we staan in deze zomertijd op drie zondagen achtereen stil bij de woorden van Jezus: “Ik ben het brood des levens”.
Bij het overdenken van deze woorden ín deze zomertijd spreekt de schepping om ons heen een woordje mee. Want in deze tijd zijn de goudgele graanvelden overal rijp om geoogst te worden.
korenvelden2015Wie met de auto op reis naar zijn vakantiebestemming door Frankrijk of Duitsland reed of zoals ik door Hongarije en Tsjechië, heeft die onafzienbare korenvelden extra goed kunnen zien door het heuvelachtige landschap in die landen. Na de oogst die in deze weken plaatsvindt, zullen weer ontelbare veel mensen dit graan eten als brood van de bakker.

Zo’n overvloed aan koren die je overal ziet, zou dat niet genoeg zijn voor álle mensen, tenminste als we er wat zorgvuldiger en rechtvaardiger mee om zouden gaan, zodat ook noodlijdende mensen en vluchtelingen geen honger hoefden te lijden?
Die overvloed van koren op de akkers roept associaties op het woord van Jezus dat we juist in deze óógsttijd overdenken: “Ik ben het Brood dat uit de hemel is neergedaald”. Wanneer het brood uit de aarde al genoeg is voor alle mensen – en dat ís het volgens alle deskundigen – wat moet het brood uit de hemel dan wel niet zijn? Want de aarde is nog begrensd. Maar de hemel is onbeperkt. Meer dan genoeg voor alle mensen.

Het was nog maar een teken toen Jezus de vijfduizend verzadigde met vijf broden en twee vissen, en er nog twaalf manden overbleven. Een teken dat Jezus gekomen was in de wereld om de mensen leven te geven, leven in overvloed, leven in gemeenschap met God.
Maar zo hield Jezus de mensen voor toen ze hem overal gingen zoeken: “niet om de tekenen, maar om jullie honger te stillen ben je mij gevolgd”.
We hebben er vorige week bij stil gestaan in de preek. Dat we oog moeten hebben voor tekenen, momenten in ons leven waar God ons een vingerwijzing geeft, dingen we die we meemaken en boven zichzelf uit wijzen.
Zoiets maakten de mensen mee die van de vijf broden en de twee vissen te eten kregen, maar ze vroegen zich niet af wat dat betekende. Ze dachten eerder: “wat mooi om iemand achter de hand te hebben, die zorgt dat we altijd te eten hebben”.
Toen sprak Jezus de woorden die we vandaag opnieuw overdenken: “Ik ben het ware brood dat uit de hemel is neergedaald. Wie van dit brood eet zal nooit mee honger hebben”.

Je zou zeggen: nu zullen de mensen toch in Jezus geloven, want Hij heeft hen te eten gegeven. En nu heeft Hij hen ook verteld wat dat teken betekende. Dat is toch voldoende om in Jezus te geloven? Toch gebeurt dat niet. Want nu zeggen de mensen: “Hoe kan Hij dat nu zeggen:  “Ik ben het Brood uit de hemel” want hij is toch de zoon van Jozef en zijn hele familie kennen we toch? Ook al heeft Jezus hen te eten gegeven en een goddelijk teken gedaan, toch is dat voor hen niet voldoende. “Want hoe kan een mens die in ons midden is opgegroeid nu de Zoon van God zijn die leven geeft aan alle mensen?” denken ze.

Wat moet dat Jezus pijn hebben gedaan. Leven in overvloed zijn en toch gewantrouwd en afgewezen. Zoals het de aarde pijn doet dat zij voldoende brood voor alle mensen voortbrengt, en toch ziet dat mensen honger lijden en dat voedsel wordt weggegooid.
Is dat niet hartverscheurend? De aarde is onze woning. Ze wil een thuis zijn voor alle mensen zonder onderscheid.

Laudato SIPaus Franciscus wijst daarop in zijn recente encycliek Laudato si over de schepping, de omgang met de natuur. Hij wijst daarin op het belang van zorgvuldig met de aarde om te gaan, van maatregelen om het milieu te beschermen. Maar hij benadrukt tegelijk dat goed omgaan met de aarde ook betekent dat we de honger in de wereld bestrijden. Dat we de vruchten van de aarde rechtvaardig verdelen. Het strijd met elkaar als we oerwouden met hardhout beschermen maar mensen van honger laten verkommeren.

De aarde brengt voldoende graan voort om alle mensen te voeden. Het doet haar pijn dat mensen honger lijden. Zo is Jezus léven voor heel de wereld, voor alle mensen, leven in overvloed. Hij is brood uit de hemel, brood voor het hart, brood van eeuwig leven.
Het moet Jezus pijn hebben gedaan dat mensen dat leven afwezen omdat ze niet in Hem geloofden. God is in Jezus mens geworden, om zichzelf zichtbaar te kunnen geven aan alle mensen die hongeren, naar God. En dan nu het zo dichtbij is, wijzen sommigen dit brood uit de hemel af, juist omdat Jezus een mens is.

Maar Jezus geeft er niet de brui aan. Hij blijft brood uit de hemel, ook als mensen hem afwijzen. Sterker nog. Als die afwijzing door de mensen ertoe leidt dat Hij zijn leven geeft aan het kruis, blijkt duidelijker dat Hij werkelijk het ware brood is dat uit de hemel is neergedaald.
Hij deelt zichzelf aan de wereld uit door het eucharistisch offer dat de kerk mag vieren in iedere tijd en overal als hoop en troost voor ontelbare mensen. Wij mogen dit brood zelf ontvangen.
Wat een voorrecht is dat. Dat we door Jezus steeds vervuld worden van hoop en uitzicht. Maar laten wij die dit brood eten, het niet voor onszelf houden. Laten we er ook voor uítkomen dat we van dit brood leven. Door te tonen dat het een vreugde is om christen te zijn. Door te laten zien dat geloof in Christus mooie mensen van je maakt. Doordat we elkaar vergeven. Doordat we niet allereerst het negatieve in de ander zien, maar het positieve en unieke. Doordat we van onze aardse overvloed delen met andere die het moeilijk hebben. Doordat we tegen andere durven zeggen die het moeilijk hebben: Ik zal voor je bidden. Ik steek een kaarsje voor je op.

Waarom zouden we niet meer uit komen voor ons geloof als het zoiets moois is. Waarom zouden we dat niet doen als het ons zoveel kracht en hoop en levensblijheid geeft. Christus geeft leven in overvloed. Dat moeten we het niet voor onszelf houden. Maar mee uitdelen. Laten we missionaire kerk zijn. Niet naar binnen, maar naar buiten gericht.

Zijn we bang dat anderen mensen denken: verbeeld je maar niks, je bent ook maar een mens? Net zoals men zich ergerde aan Jezus zelf?
Maar waarom zouden we ervoor terugschrikken te laten zien hoe mooi is het is om als mens kinderen van God te zijn.
Wat zou het mooi zijn als mensen misschien door ons gaan verlangen naar het levende brood.
Jezus deelde zich ook grootmoedig uit, ondanks afwijzing en ongeloof. Hij is immers het brood dat uit de hemel is neergedaald, leven in overvloed.
Laat ons gedrag ook niet bepaald worden door wat mensen van ons als christenen vinden want dan houden we het brood uit de hemel voor onszelf. Daarvoor is het brood uit de aarde niet voor bedoeld, dus zeker het brood uit de hemel niet.
En we hoeven niet bezorgd te zijn dat het opraakt. Het raakt nooit op. Het is brood uit de hemel. En de tijd is er altijd rijp voor!

(c) Pastoor Martin Los

Homilie op de 18e gewone zondag door het jaar

Mijn preek van deze zondag in de Willibrordkerk te Vleuten en de Mariakerk in De Meern, beide in Leidsche Rijn in het weekend van 1 en 2 augustus 2015

schriftlezingen voor deze 18e zondag door het jaar volgens het universele leesrooster van de r.k. kerk: 1e Lezing Exodus 16:2-4,12-15. 2e lezing Efeziers 4:17,20-24. Evangelie: Johannes 6:24-35

foodparcel2015

de straatmuzikant en zijn kado

Lieve zusters en broeders, het is rustig op straat, en overal, omdat veel mensen op vakantie zijn. Vooral de mannen en vrouwen die een baan hebben, en gezinnen met kinderen. We gunnen het hen van harte.
Even op adem komen van het gejaagde leven in de rest van het jaar. Even afstand nemen en jezelf met nieuwe ogen bekijken. Even onverwachte dingen doen om weer het gevoel te hebben dat je van het leven genieten kunt. Een vader die op het strand met zijn kind een kasteel bouwt en zichzelf weer kind voelt.
Een mens leeft immers niet om te werken, maar werkt om te leven. Daarom heeft deze vakantietijd ook altijd iets meditatiefs. Uitgelatenheid en momenten van bezinning wisselen elkaar af.
Je vraagt je bijvoorbeeld af of je bepaalde dingen in je werk of in je relaties misschien wat anders moet aanpakken om gelukkiger te zijn. Bepaalde ervaringen tijdens de vakantie kunnen ook van invloed zijn. Ontmoetingen met andere mensen, andere culturen, andere gewoonten.

Soms kan zo’n ervaring zo’n diepe indruk op je maken, dat je je afvraagt waarom dat gebeurde. “Wat betekent dit voor me?” vraag je je dan af. Je hebt dan het gevoel dat je een teken ontvangt, een appel om een nieuwe richting in te slaan.
Daarom is deze vakantietijd best spannend vind ik. Hoe zal iedereen terugkomen? Hopelijk uitgerust en fris. Maar misschien ook met een innerlijk vraagteken vanwege een betekenisvolle ontmoeting of ervaring. Wie weet dat er verscheidene mensen in onze omgeving toch geraakt zijn, geraakt door een teken van boven, geraakt door God.

Dat brengt ons bij de duizenden die Jezus ontmoet hadden en de wonderbare maaltijd hadden meegemaakt, waarbij vijf broden en twee vissen meer dan genoeg waren voor iedereen. Allemaal zijn ze zo vol van wat ze hebben meegemaakt – en geen wonder – dat ze met z’n allen achter hem aangaan en hem overal zoeken. Ze zijn zelfs een beetje verontwaardigd als ze hem eindelijk vinden: “Meester, wanneer bent u hier gekomen?”
Met andere woorden:  “U kunt ons toch niet zomaar alleen laten, want u bent onze held. We willen u nooit meer kwijt. We kunnen u wel opeten”.
Jezus antwoordt hen: “niet omdat jullie de tekenen hebben gezien zoeken jullie mij maar omdat je van de broden hebt gegeten tot je honger gestild was”.
De mensen hebben wel iets heel bijzonders meegemaakt, een wonder, maar ze hebben er geen teken ingezien. geen appel van God om echt een andere richting in te slaan, geen vingerwijzing om in Jezus te geloven, en om door hem nieuwe mensen te worden. Ze zijn niet veranderd.

Maar daarom heeft Jezus hen op zo’n wonderbare wijze te eten gegeven, om hen het leven met God te laten proeven. De wonderbare maaltijd was een teken dat naar iets anders verwijst, iets boven zichzelf, leven met God.
Leven vanuit de ontmoeting met Jezus is niet dat je nooit meer op problemen stuit en dat je leven verder van een leiden dakje verloopt. Leven vanuit de gemeenschap met Jezus is ervaren dat God genoeg is. Genoeg voor jou op jouw levensweg. Genoeg om te ervaren dat je als mens zijn kind bent.
Dat je ook al ben je arm genoeg hebt om te delen. Dat je ook al ben je ziek, in staat bent anderen te troosten. Dat je ook al lijdt je onrecht, kracht genoeg hebt om te vergeven. Een leven vol betekenis.

Met vijf broden en twee vissen verzadigde Jezus de vijfduizend aan de oever van het meer van Galilea. Als dat geen teken is, wat is dan nog wel een teken?
Daarom spoort Jezus hen aan om er moeite voor te doen. Geloven is een werkwoord. Je moet je ervoor inspannen.
Zoals je normaal moet werken om je brood te verdienen. Zo is geloof in Jezus en zijn weg ook een werk om deel te krijgen aan brood van het eeuwige leven. Een leven vol betekenis, omdat het vervuld is van God.

Zelf werd ik deze vakantie ook verschillende keren geraakt door dingen die we meemaakten. Maar één ervaring steekt er voor mij boven uit.
Zo’n ervaring die je gauw niet vergeet, omdat ze je ogen opent voor iets dat verder wijst, als het ware een venster dat God opent.
Aan het eind van de vakantie waren we een paar dagen in Praag. Een miljoenenstad met bovendien nog vele toeristen. Op meerdere plaatsen waren bedelaars, daklozen, en straatarme mensen, vaak ook oudjes met ingevallen monden die in het avonddonker rondliepen. Je hoefde ze niet te zien vanwege de mooie gebouwen, de luxe winkels, en het vertier op straat. Maar ze waren er altijd in de marge.
Die middag liepen we over de beroemde Karelsbrug over de Moldau. Om de twintig meter artiesten en muzikanten, allemaal met een hoed op de grond voor zich voor de muntjes.
Er was één jonge man die prachtig viool speelde. Het viel me op dat hij er goed uitzag. Met een glimlach op zijn gezicht. Niet verveeld vanwege al die toeristen.
’s Avond liepen we nog keer het centrum in om de stad in het avondlicht te zien. Het wemelde weer van de toeristen. Maar je zag ook straatarme mensen in de afvalbakken zoeken naar etensresten of schuilen in de arcades.
Opeens zag ik de straatmuzikant weer. Diezelfde jongeman van ’s middags op de Karelsbrug een paar honderd meter verderop. De viool op zijn rug.
Hij had iets in zijn handen. Het was een witte doos. Daardoor viel het in het donker extra op. Het was duidelijk dat er een meeneemmaaltijd in zat.
De jonge muzikant liep ermee op iemand toe in een halfduistere arcade. Het was een gekromde oude vrouw. Hij overhandigde haar de doos met de maaltijd.
Ze nam de doos aan als een jarige die een cadeau krijgt. Met een gezicht van “ is dat echt voor  mij?”
Toen maakte de jonge man een buiging voor haar, groette haar vriendelijk en nam afscheid. Hij verdween in de menigte.
Dus van wat hijzelf die middag verdiend had met vioolspel op de brug gaf hij die oude vrouw een heerlijke maaltijd. Hij genoot er zichtbaar van. Een blij mens. Vandaar ook, denk ik, die lach op zijn gezicht die mij ’s middags al was opgevallen

Is dat niet een teken? Een teken dat boven zichzelf uitwijst, een teken van het leven dat Jezus geeft. Een teken van het leven waartoe hij ons uitnodigt?
Van wat onszelf in de schoot geworpen wordt, anderen die veel minder hebben te eten gegeven en hen eren.
Laten we als we ons eenzaam voelen, niet klagen dat niemand ons bezoekt, maar laten we zelf anderen opzoeken die het nog veel moeilijker hebben.
Laten we niet kijken wat anderen voor ons kunnen betekenen. Dan hebben we nooit genoeg. Maar laten we kijken wat wij voor anderen kunnen betekenen. Dan komen we nooit te kort.
Integendeel we zullen leven kennen in overvloed.
“Ik ben het Brood des levens” zegt de Heer “Wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen”. Amen

© pastoor Martin Los