Homilie op de 5e zondag in de Vastentijd (Passiezondag) 13 maart 2016 Mariakerk

Voorgeschreven schriftlezingen uit het universele lectionarium voor zon- en feestdagen van de r.k. kerk: 1e lezing: Jesaja 43:16-21; 2e lezing: Filippenzen 3:8-14; Evangelie: Johannes 8:1-1

JuliaStankova (2)

Ikoon door Julia Stankova

Lieve zusters en broeders, “Toen ze dit hoorden, dropen ze één voor één af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen overbleef met de vrouw die daar was blijven staan”.  Wat een veelzeggende reactie op de woorden van Jezus: “wie zonder zonden is, werpe de eerste steen”! Het gebeurde niet van harte.  De toonaangevende mannen toonden geen berouw over hun gedrag dat getuigde van harten die zo hard waren als steen. En dan nog die dubbele moraal, want in geval van overspel zijn er toch twee personen. Waarom alleen deze vrouw meegesleurd. Ze verdwenen allemaal met de staart tussen de benen van het toneel. Teken dat ze zich bewust waren dat ze zelf ook niet zonder zonde waren.
Jezus stemt niet in met het ongepaste gedrag van de vrouw. Maar hij laat zien dat God niet de ondergang van de zondaar wil, maar dat Hij elk mens een nieuw begin gunt. “Denk niet meer aan het verleden, en sla geen acht op wat voorbij is” zegt God bij monde van de profeet Jesaja “Ik onderneem iets nieuws. Het begin is er al, zie je het niet?” Op talloze plaatsen in de Heilige Schrift komen we uitspraken tegen dat God zijn volk een nieuwe kans geeft, en dat Hij zonden wegneemt en mensen een nieuwe kans geeft.
Het is de kern van het christelijk geloof dat de kerk ook in onze tijd krachtig verkondigt. Paus Franciscus viert vandaag de 3e verjaardag van zijn pausschap. Hij heeft dit jaar 2016 uitgeroepen tot Jaar van de goddelijke barmhartigheid. Hij heeft dat niet zomaar gedaan. Voor onze paus staat vanaf het begin van zijn ambtsaanvaarding de barmhartigheid van God voorop. Voor alles moet de kerk de barmhartigheid van God verkondigen in deze wereld. En ze moet ook zelf duidelijk een plek van barmhartigheid zijn. Dat de paus de barmhartigheid zo voorop stelt, kan alleen maar omdat hijzelf het enorme belang van de barmhartigheid voor de wereld heeft ingezien.
Vergeet niet dat hij uit Argentinië komt. Hij heeft dáár gehoor gegeven aan zijn roeping tot priester in een tijd dat het land door burgeroorlog verscheurd was. Hij is daar lange tijd bisschop en aartsbisschop van Buenos Aires geweest. Diepe wonden waren er geslagen. Het wantrouwen onder de bevolking en de daarop volgende onverschilligheid werkt lang in de hele samenleving door.
Als bisschop verkondigde Franciscus dat God een gewond en verdeeld volk een nieuwe kans geeft door het Evangelie van Jezus Christus. Hij kan verharde harten weer zacht maken zodat ze weer hoop en liefde kunnen voelen.
De paus is nu geen aartsbisschop meer van Buenos Aires, één van de grootste steden ter wereld met 13 miljoen inwoners, hij is nu hoofd van de wereldkerk. Nu heeft hij niet te maken met één land dat zijn wonden likt. Hij is nu geestelijk leider in een wereld die in verwarring is. Een wereld die op meerdere plekken in brand staat door burgeroorlogen, terrorisme en wapengeweld, en toenemend verbaal geweld in de media. Een wereld waar miljoenen mensen op de vlucht zijn. Een wereld waarin onvrede groeit door de toenemende verschillen tussen rijk en arm.
In zo’n wereld zet onze paus de barmhartigheid op de eerste plaats. De barmhartigheid die God ons in Jezus Christus bewijst. De barmhartigheid die de kerk niet alleen moet prediken, maar ook zelf in praktijk moet brengen. De barmhartigheid die we als mensen elkaar moeten bewijzen. Niet als een luxe, maar als noodzaak, omdat het geluk van mensen en het lot van de wereld ervan afhangt.
Natuurlijk moeten we het verkeerde aanwijzen en het kwade veroordelen, maar als we dat doen met harten van steen, of vol haat en wrok, is dat zelf de grootste fout.
Laten we ons allemaal bewust zijn van onze zwakheden. Laten we onze ogen niet sluiten voor het kwade dat we zelf hebben gedaan, of waar we zelf deel aan hebben door ons leven en werken in deze wereld. “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen” zei Jezus tegen de onbarmhartige mannen met hun harten van steen. Het is de waarheid die God ons voorhoudt. Een waarheid die gelukkig talloze mensen in de loop der eeuwen ervan weerhouden heeft om medemensen te veroordelen en af te schrijven.
Maar we moeten een stap verder gaan. Niet afdruipen, beschaamd en terechtgewezen, maar bereid barmhartigheid te bewijzen en lief te hebben. Het begint ermee dat we ons ook als gelovigen niet opstellen als een zondeloze eliteclub. We moeten ons ontfermen over mensen die aan de rand van de samenleving terecht zijn gekomen, soms door pech of verkeerde keuzes of door eigen glazen in te gooien. Maar dat is geen reden om hen af te wijzen of te honen, maar juist om hen barmhartigheid te bewijzen en nieuwe kansen te geven. De kerk is een oefenplaats daarvoor als het goed is.
Het begint er almee dat we samen onze schuld en tekorten belijden aan het begin van elke eucharistie. Er zijn wel eens medegelovigen die zeggen: met die schuldbelijdenis heb ik zo’n moeite, want ik weet soms echt niets wat ik misdaan heb. Maar stel je voor dat we dat niet samen zouden doen. Stel je voor dat de kerk zou voorschrijven:  laat iedereen die de afgelopen week gezondigd heeft even op gaan staan om openlijk zijn of haar schuld te belijden. Wat denkt u dat er zou gebeuren, lieve zusters en broeders? Denkt u niet dat er heel veel mensen thuis zouden blijven? En er blijven al genoeg mensen thuis die denken dat de kerk te heilig voor hen is. Dat de kerk hen niets te bieden heeft.
Daarom bidden we sámen de boete-act. Iedereen die wel met een bezwaard gemoed gekomen is, kan nu zijn of haar haar hart uit storten voor God zonder schaamte of terughoudendheid, want we doen het samen. Dat geldt ook van het sacrament van boete en verzoening waarin de kerk Gods barmhartigheid uitstort over mensen zoals u en ik. Ook  die  beleven we in solidariteit met elkaar. Want als de ene mens in de beslotenheid van de  biecht zijn of haar zonden belijdt voor God, staan we daar als kerk samen biddend en vol hoop om heen. Ook de heiligen in de hemel. Ik was deze week zoals u weet 25 jaar priester. Ik heb hele mooie momenten mogen beleven. In het pastoraat, de liturgie, de sacramenten. Maar misschien wel het mooiste waren de momenten waarop ik iemand de hand op mocht leggen en vrijspraak en vergeving mocht schenken uit naam van de Heer en zijn kerk. En dan iemand te zien gaan, opgelucht, verlost, met tranen van blijdschap Ongelofelijk mooi dat ik mocht en mag zeggen: de Heer heeft uw zonden vergeven, ga in vrede. Amen

Martin Los

Homilie op de feestdag van de Zalige Placida Viel SMMP op 4 maart 2016 in de kapel van Huize Alenvelt

Beste zusters en broeders, “Richt je ogen op de generaties van vroeger” hoorden we in de eerste lezing. We doen dat in de geloofsgemeenschap die de kerk is, en waar ook alle religieuzen toebehoren, op een heel bijzondere manier door onze voorgangers te gedenken.
We blikken dus niet zomaar terug om het hoofd te schudden over de nare dingen die in het leven van vroegere generaties gebeurd zijn of met een zekere nostalgie stil te staan bij de mooie dingen die zij beleefd hebben. We kijken gericht naar hen die iets toegevoegd hebben aan de tijd waarin zij leefden. Mannen en vrouwen die door hun leven en hun geloof van bijzondere betekenis geworden zijn. Zij zijn als het ware als pilonen in het landschap van de mensheid en van de kerk zoals de elektriciteitmasten van verre zichtbaar zijn en de kabels dragen en verbinden.
HPlacida2016We spreken, zoals u begrijpt, hier over de heiligen. In het bijzonder over hen die ons bekend zijn. Zo gedenken we vandaag de zalige Placida in haar eigen congregatie die hier bijeen is samen met de andere medezusters over de hele wereld.
Ik hoef u haar leven en werken niet in herinnering te brengen, want beschrijvingen van haar leven bevinden zich in uw bibliotheek. Partikels van haar relikwieën worden hier bewaard. Maar meer nog is het levende beeld van haar overgeleverd in uw harten door de liefde tot haar en de voortdurende overdenking van haar leven. Zoals we ook vandaag door deze feestdag van haar doen. De liefde tot deze bijzondere voorgangster in ons geloof en in uw charisma als zusters verlicht en verwarmt onze harten op deze dag waarop zij gestorven is. De dag waarvan wij mogen geloven dat zij is opgenomen in de hemel.
Zij is door haar prachtige voorbeeld samen met de stichteres H. Maria Magdalena Postel de trots van de congregatie. Iemand op wie je trots bent, is iemand bij wie je graag in de buurt wilt zijn. Iemand van wie je hoopt dat je een beetje op haar mag lijken door je eigen leven en geloof.
“Richt je ogen op de generaties van vroeger” zegt Jezus Sirach “en zie: is er iemand geweest die op de Heer vertrouwde en beschaamd werd?”  We moeten bij de die worden als we tegelijk denken aan zr. Placida, misschien zelfs even glimlachen. Want wat heeft zij een ontberingen doorstaan! Wat heeft zij een onbegrip en tegenwerking ondervonden! Zelfs van clerus en medezusters. Ze geneerden zich misschien zelfs een beetje voor haar met haar bedelpraktijk, haar blote voeten, haar verlegenheid. Maar zij vertrouwde op de Heer door alles heen. En ze werd niet beschaamd.
Het is ongelofelijk wat zij tot stand heeft gebracht. De bouw van de Abdijkerk. Maar met name ook door de verspreiding van de congregatie in een hele moeilijke tijd van door revolutie verdeeld land en een verwarde tijd en onrustig klimaat in Europa.
De gedachte dat zoiets mogelijk was en tot stand gebracht werd door het charisma van één persoon en haar congregatie doet onze harten sneller kloppen bij de gedachte of zoiets ook in onze tijd mogelijk zou zijn? Want van gedenken van een heilige met wie we ons persoonlijke verbonden voelen gaan gedachten vanzelfsprekend uit naar de toekomst.
Een paar weken geleden werd het Jaar van het godgewijde leven afgesloten. U heeft daar als zusters op uw eigen manier aandacht aan besteed. Samen met de parochie hier. En samen ook met de Maristen waartoe pater Jan Kouijzer behoorde, en wiens plotselinge dood altijd met dit Jaar van het godgewijde leven verbonden zal blijven. Paus Franciscus nodigt aan het begin van dat jaar in zijn Brief aan alle religieuzen ons uit om naar het verleden en het heden en de toekomst te kijken van de eigen congregaties en charisma’s.
De paus raad ons aan niet nostalgisch naar het verleden te kijken, maar in dankbaarheid om wat verricht mocht worden. En ervaar het heden dat gekenmerkt wordt door krimp en vergrijzing, niet gelaten en soms met innerlijke wrevel, maar beleef het heden met passie. Het hier en nu is de tijd waarin je leeft, en waarin je op jouw eigen, soms onbetekend lijkende wijze, toch de Heer kunt dienen. Met andere woorden: laat je de vreugde om je roeping en je leven in toewijding aan de Heer je niet ontnemen door de omstandigheden. Want het is dezelfde Heer “die niemand die op Hem vertrouwde beschaamd heeft”. En zie de toekomst hoopvol tegemoet. Niet met overspannen verwachtingen die alleen teleurstellen. Maar met vertrouwen en realistisch.
De kerk en het geloof zullen altijd blijven bestaan. Ook de charisma’s. Geloof zal altijd blijven bestaan als persoonlijke band met Jezus Christus, de levende Heer, in elke tijd, tot aan de voleinding der wereld. De Kerk zal altijd blijven bestaan, als lichaam van Christus, dat structuur geeft aan het leven van de gelovigen. De charisma’s als van de vele en verschillende ordes en congregaties zullen ook blijven bestaan als het vuur van de Geest dat telkens oplaait dan hier dan daar.
Je maakt je soms zorgen over het voortbestaan van de eigen congregatie door gebrek aan roepingen. Maar dat mag de vreugde om het ontluiken elders van nieuwe charisma’s niet overschaduwen. Het is immers dezelfde Heer die aan het werk is. En er mag immers een diepe geestelijke verbondenheid zijn tussen allen die tot het religieuze leven geroepen zijn.
Ook zr. Placida betrad nieuwe nog onbegane wegen die in de ogen van sommigen een breuk met het verleden betekenden, maar juist de toekomst openden. Moge in alles voorop staan de liefde tot onze Heer Jezus christus, die zijn leven voor ons heeft gegeven: “Niet jullie hebben Mij uitgekozen” zegt Hij “maar Ik jullie”.  Hij heeft ons niet uitgekozen omdat wij zo geweldig zijn, maar omdat Hij ons lief heeft. Misschien wel juist om onze onvolkomenheden en geringheid. Zie hoe het verlegen meisje dat zr. Placida was, in zijn liefde tot bloei mocht komen tot zegen van velen, en werkzaam in onze harten tot nu toe. Vanuit de toekomst  waarheen wij nog op weg zijn, komt Placida ons tegemoet en wenkt ons om vol te houden. Ondanks alles. Dankbaar terugblikkend. Met passie voor het heden, en met vertrouwen voor de toekomst. Geloofd zij Jezus christus in eeuwigheid. Amen

Martin Los, pastoor
Lezingen voor deze gedenkdag van H. Placida: Jezus Sirach 2:6-11 en Johannes 15:9-17