Hoe dichter bij Maria, hoe dichter bij Jezus, hoe dichter bij onszelf en elkaar

Preek op het Hoogfeest van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming op 12/13 augustus 2017 in de Mariakerk en de Willibrordkerk

We eren vandaag Maria en we scharen ons zo in de rij van de generaties die Maria zalig geprezen hebben en nog zullen doen zoals zijzelf uitjubelde *). We eren haar als moeder van de Heer. Maria is onafscheidelijk verbonden met de naam van Jezus en de naam van Jezus is onlosmakelijk verbonden met haar.
De eer die Maria men in sommige tijden aan haar gaf, zette haar op zo’n hoge troon en zo’n grote afstand dat men een beetje uit het oog verloor dat zij tijdens haar leven een spontane jonge vrouw was, vol levenslust, aanstekelijk in heel haar doen en laten. We hebben er nu veel meer oog voor dat Maria een echt mens was, een vrouw van vlees en bloed.
Dat is nodig. Want Maria is als geen ander in staat ons dicht bij Jezus te brengen, omdat zij zelf heel dicht bij hem was vóór zijn geboorte, tijdens zijn aardse leven, en nu in de hemel. Dus hoe dichter Maria bij ons is, als echt mens, hoe dichter wij bij haar kunnen zijn en hoe dichter we dóór haar bij Jezus kunnen zijn. En hoe dichter wij door haar bij Jezus zijn, hoe dichter wij allemaal bij elkaar zijn omdat zij ons verbindt als moeder van alle gelovigen.
Wat over haar verteld wordt in de Evangeliën gaat dus ook ons aan. Het eerste wat we over Maria horen is dat een engel haar begroet: ‘Wees gegroet, Maria vol van genade, de Heer is met u’. Hij kondigt Maria aan dat zij de moeder van de Heer mag worden. En nadat zij zich spontaan bereid verklaard heeft, al heeft ze geen idee hoe, gaat ze onmiddellijk op reis naar haar veel oudere nicht Elisabeth die in het bergland woont. Want de engel heeft gezegd dat Elisabeth al in haar zesde maand is. ‘Ze heeft hulp nodig in deze laatste weken voor de bevalling heeft Maria gedacht. Even spontaan als Maria ‘ja’ tegen de engel heeft gezegd, toont ze zich bereid Elisabeth te helpen, nog zonder dat haar nicht een beroep op haar heeft gedaan.
Op het moment dat die twee vrouwen elkaar in de armen vallen, worden ze overweldigd door blijdschap. De één zichtbaar in verwachting, de ander zich nog afvragend wat er met haar aan de hand is, Maar ze is verwonderd dat Elisabeth haar geheim kent en bevestigt: ‘Jij bent de gezegende onder de vrouwen en gezegend de vrucht van uw schoot’. Het is een uitzinnige vreugde die de twee vrouwen delen.
Het is een prachtig voorbeeld van hoe vreugde en klaar staan voor elkaar heel goed samen kunnen gaan. Ja, elkaar versterken. Het stelt aan ons de vraag hoe we die vreugde opnieuw kunnen ontdekken en ervaren. Dat we openstaan voor de tegenwoordigheid van God zonder onze wenkbrauwen te fronsen en een ernstig gezicht te trekken en te zuchten of te gaan discussiëren zonder iets te doen, of ons te generen.
Hoe kunnen we weer blij zijn dat we iets voor God mogen betekenen en trots zijn op ons geloof. Het stelt ons ook de vraag hoe we niet in de eerste plaats aan onszelf denken, maar dat we voor anderen klaar staan en samen in elkaars vreugden delen.
Het is belangrijk dat we de oorspronkelijke bedoeling van geloof en de beleving ervan steeds opnieuw zien en erdoor geraakt worden. Want in de ontmoeting van Maria met de engel Gabriel en in de ontmoeting van Maria en Elisabeth zien we de twee kanten van het geloof, spontaniteit en verwondering naar God toe en dienstbaarheid en vreugde naar de ander toe.
We mogen er geen genoegen mee nemen als in onze kerk en in de eigen geloofsgemeenschap en in eigen leven deze eigenschappen naar de achtergrond verdwijnen. Niet alleen wordt onze manier van geloven er vreugdeloos en onvruchtbaar door, maar ons geloof verliest ook zijn aantrekkelijkheid voor anderen erdoor.
Maria verbindt ons met Jezus die de bron van onze vreugde is omdat ze ons direct, zonder omwegen, met Gods liefde in aanraking brengt. Maria verbindt ons met elkaar omdat zij als eerste geloofde en daardoor moeder van alle gelovigen is.
En ze verbindt ons met onszelf, onze eigen ziel. Wij mensen kunnen soms niet bij onszelf komen. Alsof we in een cocon zitten. We willen graag iets, maar tegelijk voelen we ons onmachtig. Dan geven we het op. Maar door Maria ontdekken we wat een grote behoefte we hebben aan vreugde, aan hoop, aan spontane bereidwilligheid voor elkaar klaar te staan. Ons hart gaat er van verwachting sneller bij kloppen. Zij leert ons te aanvaarden dat we altijd kunnen groeien zoals kinderen. We hoeven niet in één klap die mooie mensen te zijn die we graag zouden willen zijn. Dat kan ook stap voor stap gaan.

Als we Maria eren als de moeder van Jezus die hij een ereplaats naast zich in de hemel en in zijn rijk heeft gegeven, dan wil ook zeggen dat zij nog steeds diezelfde betekenis heeft, en dat ze nog steeds diezelfde macht heeft om ons te inspireren en om te vormen en bij te staan. In Maria zien we een mensenkind en een volmaakt kind van God. Ze is hoe we allemaal zouden willen zijn. Wat fijn als we eigenschappen van haar in onszelf en in de ander mogen ontdekken, koesteren en tot bloei brengen.
We mogen ook leven vanuit de hoop dat we eens onszelf zullen mogen zien met de ogen van Gods liefde zoals hij Maria altijd heeft gezien. Want de tenhemelopneming van Maria is ook een belofte dat wij ons leven ooit voltooid mogen zien in de hemel bij God. Zoals de apostel Johannes heeft gezegd: ‘Eens zullen wij God zien zoals Hij is, omdat we aan Hem gelijk mogen zijn’**). Maria leeft al in de eeuwige vreugde en verrukking. Ze is ook in staat ons hart sneller te doen kloppen als het gaat om onze toekomst en van heel de wereld. Amen

(c) Martin Los

*) Evangelielezing op dit feest: Lukas 1:39-56
**) ! Johannes I Johannes 3:2
***) Ikoon van het Ontslapen van Maria. Feest van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming (titel van de Mariakerk in De Meern)

De heerlijkheid van Christus en de menselijke waardigheid

Preek op het feest van de Gedaanteverandering van de Heer op 6 augustus 2017 in de Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, we gedenken vandaag dat Jezus aan zijn leerlingen zijn heerlijkheid openbaarde op de berg*). Niet lang hierna zouden ze een heel andere Jezus zien, bespot en gehoond door de menigte in Jeruzalem, gegeseld en geslagen. De leerlingen en al de andere mensen die Jezus beminden, zouden bedroefd en verslagen zijn. Ze zouden zich ontzettend machteloos voelen. Maar in hun ogen zou die minachting en dat lijden dat hij onderging, hem niet tot een minder mens maken zoals in de ogen van degenen die hem veroordeelden en zich aan hem vergrepen. In hun ogen behield hij zijn waardigheid en zijn unieke betekenis. De leerlingen van Jezus en allen die van hem hielden zouden juist in zijn lijden en zijn verwerping zijn grootheid zien en zijn goddelijke macht. Ze zouden vertrouwen hebben dat wat hij hen had geleerd en beloofd – ook al begrepen ze het niet helemaal – nu volbracht. Dat maakte het voor hen niet minder pijnlijk om mee te maken. Het maakte niet zij zich minder machteloos voelden bij het zien wat hun meester moest ondergaan. Het maakt hem nog kostbaarder in hun ogen. Juist daarom zouden ze er ontvankelijk voor zijn dat de dood Jezus niet kon vasthouden, maar dat hij verrezen was. De leerlingen en al die anderen die van hem hielden, waren door Jezus zelf ontvankelijk gemaakt om hem na de opstanding met Pasen te zien en te ontmoeten als degene die groter was dan de dood. We kunnen het ook anders proberen te zeggen. Waarom kúnnen wij Jezus zien en ontmoeten als de Levende. Wij weten nauwelijks wat echt leven is. Laat staan wat zoiets als ‘eeuwig leven’ is. Wij kunnen Jezus zien en ontmoeten als de Levende omdat hijzelf onze ogen daarvoor geopend heeft. Al van te voren. Niet pas ná zijn lijden en sterven alsof hij plotseling een gordijn opzij schoof en als stralende held tevoorschijn trad. Jezus heeft niet een soort kiekeboe gespeeld alsof zijn pijn en lijden een soort vermomming waren geweest. Nee, zijn lijden was de uiterste uiting van goddelijke liefde en zijn vernedering was een onuitwisbaar teken van zijn dienst aan de mensen om hen uitzicht te geven op Gods barmhartigheid en trouw.
Daarom is het een geschenk van Jezus aan ons, het geschenk dat we door het geloof hem moge zien zoals hij werkelijk is: de Zoon van God die in de wereld kwam om ons te bevrijden uit een wereld zonder God. Dit leven en deze wereld zijn ondanks alles leed en pijn en onmacht, niet langer een soort gevangenis waar we levenslang opgesloten zitten. Jezus heeft de wereld opengebroken en ons allen uitzicht gegeven op Gods liefde. Wij, mensen, mogen nu onszelf zien als kinderen van God, die eenmaal zichtbaar mogen delen in de heerlijkheid van Jezus. Door het geloof kan niets ons scheiden van de liefde van God die Jezus ons heeft leren kennen. Het kwade dat ons overkomt, ook onze eigen tekortkomingen, zijn nu geen teken meer dat we verliezers zijn, of dat we het ongelukkig getroffen hebben. Ze versterken juist onze hoop. Ze verbinden ons des te meer met Jezus als de Christus.
Maar het heeft ook consequenties hoe we andere mensen zien. Door het geloof in Jezus ontdekken we in iedere persoon de menselijke waardigheid die God in elk mens gelegd heeft. In die arme mens die we op onze weg tegenkomen en waarvoor we dreigen weg te kijken uit schaamte. En in de eenzame oudere waarvan we ons afvragen wat de zin van zo’n leven nog is. Of de meervoudig gehandicapte. Hun armoede, hun gebrek, hun hulpeloosheid is geen teken dat zij minder mens zijn of dat hun leven minderwaardig is. Juist door hun weerloosheid, door hun gebrek, schijnt de menselijke waardigheid heen. Zij verdienen respect en solidariteit. Niet dat we wegkijken of ons hoofd schudden. Er is de laatste tijd veel te doen over menselijke waardigheid en wat nog echt menselijk leven is. Dat is echter niet aan ons om te bepalen. Niet aan de hand onze culturele opvattingen. Niet politiek of economisch gezien. Die waardigheid staat vast. Maar onze ogen moeten er voor geopend worden. Dat kan alleen die menselijke waardigheid zelf doen als een waardigheid die van God komt. Laten we daarom als christenen een ereplaats geven aan hen die op de een of andere manier gebrek lijden. Laten we degenen die niet meetellen, het gevoel geven dat zij er heel erg toe doen. Laten we de zorg voor elkaar niet alleen overlaten aan de overheid en allerlei instellingen, maar laten we laten zien dat we die zorg voor elkaar al hebben. Misschien niet doordat we in alles kunnen helpen, maar wel door elkaar het gevoel te geven dat de ander meetelt als mens ondanks zijn gebrek. Laten we niet het hoofd schudden en zeggen: ‘wat is de zin van zo’n  leven? Wat betekent zo’n leven eigenlijk nog. Laten wij ons afvragen wat wijzelf voor de andere kunnen betekenen. Ik ben ervan overtuigd dat de menselijke waardigheid zich dan overal aan ons zullen zien openbaren, gezichten gaan stralen, zielen worden geraakt, levens krijgen glans.. Christus opent ons de ogen daarvoor omdat hij zichzelf aan ons openbaart, en daardoor ook wij wijzelf zijn, erfgenamen van de heerlijkheid van Gods kinderen.
Amen

*) Evangelielezing van dit feest van de Gedaanteverandering van de Heer (Transfiguratie): Mattheus 17:1-9
**) afbeelding. De transfiguratie (Solomon Raj India batiq)

(c) Pastoor Martin Los