Veertig dagentijd. In Quarantaine.

Preek op de 1e zondag in de Veertigdagentijd 4 en 5 maart 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, als vroeger een schip in de Rotterdamse haven aanmeerde waar een besmettelijke ziekte aan boord was geconstateerd, moesten de passagiers eerst enige tijd in afzondering verblijven totdat bleek dat ze gezond waren of de ziekte uitgewoed. Ze gingen zoals dat heette “in Quarantaine”. Zo heette het gebouw waar ze werden opgenomen. Niet ver van waar ik geboren ben. Quarantaine is het Franse woord voor iets dat veertig dagen duurt. Dat hoefde dus niet precies veertig dagen te zijn. Het kon langer of korter al naar gelang de aard van de besmetting. Maar het benadrukt dat een Veertigdagentijd een tijd van afzondering is.
Dat doen ook wij als christenen op weg naar Pasen. We trekken ons niet terug in een gebouw. We leggen ons wat beperkingen op, zijn ons wat meer bewust van ons gebed, we oefenen ons extra in naastenliefde. Dat is om te zien in hoeverre we vast zitten aan dingen die onze liefde tot Jezus en God in de weg zouden kunnen staan. We zijn door de doop immers nieuwe mensen geworden. We willen niet terugvallen in een leven zonder God. Integendeel, we willen graag ons geloof weer als nieuw en gaaf gaan ervaren. Zo gaan we veertigdagen Pasen tegemoet samen met de volwassenen die dan gedoopt zullen worden.
Omdat Jezus de mensen naar God wilde leiden, wilde hijzelf eerst de kracht ervaren van de verzoekingen waaraan mensen bloot staan. Hij wilde één met ons zijn. Hij wilde ervaren aan welke verzoekingen je als mens wordt blootgesteld als je niet naar God luistert. Om ‘nee’ te zeggen en om de mensen ‘nee’ te leren zeggen. Hij wilde dat niet als de beste stuurman aan de wal, maar door eigen ervaring en eigen volharding.
Het verhaal van de drie verzoekingen in de woestijn is een soort voorwoord op Jezus’ openbare leven en zijn opgang naar Jeruzalem, de weg van zijn kruis en verrijzenis. Op die weg wees Jezus daadwerkelijk alle pogingen van de duivel af om vals te spelen. Dat hij zijn goddelijk wondermacht voor zichzelf zou gebruiken bijvoorbeeld door stenen in brood te veranderen in plaats van te leven van Gods voorzienigheid. Of dat hij uit gebrek aan vertrouwen in God eerst wat testjes zou plegen of God hem steunde. Of dat hij zijn lijden omwille van zijn liefde tot God en de mensen uit de weg zou gaan en voor gemak zou kiezen. Door het hele Evangelie heen blijft Jezus trouw aan zijn roeping.
Jezus laat ook zien dat hij die verzoeking om vals te spelen, niet met bovennatuurlijke krachten afweert. Dan zou iedereen kunnen zeggen: Ja, dat lukte Jezus, omdat hij immuum voor alle verleiding was, maar ons niet. Jezus weert de verleidingen af met de woorden uit de Bijbel die iedereen kent. Jezus’ ‘nee’ zeggen tegen allerlei verleidingen om vals te spelen, is dus “Ja” zeggen tegen God, “ja” tegen zijn liefde. “ja” tegen de weg die Hij met ons gaat.
Wat betekent dit voor onszelf? Wanneer hebben we het gevoel dat er een verzoeking op ons pad komt. En wat is het verschil met een beproeving. In het Grieks is het één en hetzelfde woordje
Een verzoeking is als we een verleiding voelen om vals te spelen. Een kind dat met “mens erger je niet” even als de ander niet kijkt, een pion verzet in eigen voordeel en op die manier wint, is dubbel verliezer. Zo kunnen we ook in ons leven keuzes maken die ons op een ander spoor zetten dan onze eigen bestemming. Je verloochent op zo’n moment je integriteit.
Een beproeving is als je voelt dat je geloof op de proef wordt gesteld doordat je voelt “nu komt het erop aan”. Een beproeving leidt je niet af van je weg zoals de verzoeking doet, maar een beproeving wekt de indruk dat de weg te zwaar is voor je.
God zal ons nooit verzoeken. Als een vader zijn kind wantrouwt, en zijn portemonnee in de kamer bij zijn kind achterlaat om te zien of het geld eruit pakt, is dat een vorm van uitlokking. Een rechtbank zal een aanklacht afwijzen als er sprake is van uitlokking. Zo is God nooit.
De Bijbel geeft wel voorbeelden dat God bepróeft. Maar dat is te vergelijken met een ouder die haar kind oud genoeg vindt om te fietsen: dat hij dan zijn kind leert fietsen om het kind te laten zien dat het sterker geworden.
Maar waarom hebben de bisschoppen dat de tekst van het Onze Vader gewijzigd in “Brengt ons niet in beproeving”? Omdat God ons niet zwaarder beproeft dan we aankunnen. Het betekent eigenlijk: Goede Vader, wees u alsjeblieft altijd bewust dat wij maar kwetsbare mensen zijn.
Wij hoeven als christenen zelf niet uit te testen of ons geloof wel sterk genoeg is. Geloof is geen krachtsport waarin we zelf steeds nieuwe uitdagingen zoeken. Ons leven zelf brengt genoeg uitdagingen met zich mee waarin ons geloof op de proef wordt gesteld. Die hoeven we niet te zoeken. Als we als kinderen van God leven zijn er momenten genoeg die ons kunnen doen twijfelen. Maar dan mogen we weten dat God niet meer van ons vraagt dan we aankunnen. Hij leidt ons ook niet op die weg om uit te testen uit een soort van wantrouwen, maar om ons te laten groeien in geloof, in hoop en in liefde. Het leven vanuit het mysterie van Pasen. Amen

Pastoor Martin Los
foto: woestijn voor preekstoel Willibrordkerk. Heel mooi: de wip met broden en stenen.
voorgeschreven Schriftlezingen voor deze zondag in het universele lectionarium van de r.k. kerk. 1e lezing: Genesis 2:7-9;3:2-7 2e lezing: Romeinen 5:12-19; Evangelie: Mattheus 4:1-11

van nadenken over je dood ga je niet dood. As-woensdag overdenking

Preek As-woensdag 1 maart 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, de mens is het enige levende wezen dat weet heeft van zijn sterfelijkheid. Die mens dat zijn wijzelf. Dat weet hebben van eigen eindigheid wordt wel als een vloek ervaren, als een verdrijving uit het paradijs. Maar het is ook een zegen want het geeft ons ook een besef van verantwoordelijkheid en om na te denken wat je met je leven doet.
Het askruisje is een herinnering aan onze sterfelijkheid. Maar hebben wij die herinnering wel nodig? Want we wéten toch dat we allemaal sterfelijke mensen zijn? Ja, maar de angst daarvoor kan maken dat we dat wegdringen. De dood als taboe. Het is belangrijk dat we op geschikte momenten over leven en dood met elkaar spreken. In het gezin, de familie, op het werk, tussen vrienden.
Mijn eigen dochter Rosa startte anderhalf jaar geleden toen ze ongeneeselijk ziek bleek een Blog op Internet om lijden en dood bespreekbaar te maken. En na de televisie-uitzending in november, drie maanden na haar dood, sprak ik heel wat jonge mensen die zeiden dat ze blij waren dat ze haar gezien hadden en daardoor minder bang waren voor de dood, omdat Rosa zo dapper en zichzelf bleef.
Vorig jaar werd een reclame campagne op de televisie gestart met het appel om met elkaar ook af en toe over de dood te spreken. Om eenzaamheid weg te nemen bij mensen die ernstig ziek zijn. Omdat delen van gevoelens rust teweeg kan brengen. En ook omdat praten over de dood het leven niet minder kostbaar maakt, maar juist meer.
Als we blij zijn dat we leven en we genieten daar oprecht van, omdat we ons bewust zijn van het tijdelijke en fragiele, zijn we echtere en misschien gelukkigere mensen dan dat we uit angst de gedachte aan de dood wegdringen.
Van praten over de dood en na-denken over de dood ga je echt niet dood. Dus waarom uit de weg gaan na te denken, ook als je jong bent, wat het betekent dat je leven eindig is? Wordt het daarmee minder kostbaar? Nee, integendeel. Je leert het leven meer te waarderen als een kostelijk geschenk.
Met de viering van As-woensdag, met deze tastbare herinnering aan onze sterfelijkheid met de oplegging van het as-kruisje, wil de kerk ons niet somber stemmen maar ons het leven weer meer leren waarderen als een gave van God. Dit teken van de as in de vorm van een kruisje betekent ook een zegen. Het teken wil zeggen dat onze sterfelijkheid en onze menselijke tekorten niet het laatste woord hebben over ons leven, maar de liefde van God. Het geloof in Jezus christus neemt onze sterfelijkheid niet van ons af. Op het moment dat wij sterven, vangt God ons op om ons leven te voltooien in zijn liefde.
Wij, christenen, mogen daardoor altijd vol hoop zijn, ook voor onze medemensen. We verschillen niet van alle andere mensen dat we moeite hebben met onze sterfelijkheid. Dat we verdriet en pijn voelen als we onze dierbare en ons bestaan in deze wereld los moeten laten. Dat de zin van al ons doen en laten door het feit van de dood in twijfel wordt getrokken. Dat we ook voor de verleiding staan om alleen aan onszelf te denken en aan aardse goederen en genoegens vast te klampen in plaats van te delen met anderen.
Die gevoelens en gedachten kennen we ook allemaal. Maar door het kruis van onze Heer en het Evangelie worden we vervuld van hoop en geloof en liefde. Daardoor gaan we het leven weer verstaan als gave uit Gods hand. Het leven zelf wordt weer rechtstreeks verbinding met God. Leven vanuit zijn liefde. Hij omgeeft ons met zijn liefde, zodat de dood op het moment van onze dood als een schaduw voor de zon verdwijnt. In plaats van dat het leven ons wordt afgenomen, ervaren we het dan in al zijn volheid en met terugwerkende kracht zodat ook onze zonden vergeven zijn en onze tekorten aangevuld.
Dat is het Paasmysterie. Het askruisje verbindt onze menselijkheid, onze sterfelijkheid, en ons geloof in Christus met elkaar. Het maakt ons weer klaar om het mysterie van Pasen te begrijpen en naar Pasen toe te leven als gezegende mensen. Amen

Pastoor Martin Los