geluk begint bij het leven als duurzaam geschenk ervaren

Het zal u opgevallen zijn dat de woorden van de profeet Jeremia en de woorden van Jezus in het Evangelie op elkaar rijmen. Bij Jeremia wordt een mens vergeleken met een boom. Een boom kan prachtig groeien en bloeien en vruchten dragen als hij op een goede plek staat waar zijn wortels voldoende water in zich kunnen opzuigen. Zelfs als de zon dan brandend schijnt, blijft hij fris en krachtig.

Maar staat de boom op een plek waar het zelden regent en waar de wortels geen water krijgen, dan leidt hij een armetierig bestaan.
Jezus verrast zijn leerlingen en allen die het horen, door alle mensen te feliciteren die eenvoudig en onopgemerkt leven, mensen die het gevoel hebben dat ze met lege handen staan en ontvankelijk zijn voor alles, mensen die treuren omdat ze wet hebben van kostbaar verlies. In zijn ogen zijn zij de mannen en vrouwen die deel hebben aan het echte leven. Zij zullen niet beschaamd staan. Zij zullen niet bedrogen uitkomen zoals die boom die op de goede plek staat en met zijn wortels gevoed wordt door het water in de grond.
Maar Jezus schudt ook zijn hoofd om alle mensen die zelf voldaan zijn, de mensen die vinden dat ze het gemaakt hebben, die mensen die zich in de  handen wrijven en verkneuteren, de mensen die zichzelf steeds een schouderklopje geven omdat ze vinden dat ze alles aan zichzelf te dank hebben: “wee u, rijken, want wat u vertroost, hebt ge al ontvangen!” Met andere woorden: nu lijkt het heel wat, maar uiteindelijk trek je aan het kortste eind, want wat blijft ervan je over als mens als je al die rijkdom uit handen moet geven? Sta je dan niet in je hemd. Sta je dan niet helemaal alleen?  In Jezus’ ogen zijn mensen die vinden dat ze het gemaakt hebben en dat ze innerlijk alles aan zichzelf te danken hebben, als een boom die op een plek staat waar geen water in de grond is, dorre woestijngrond.
Jezus leert de mensen niet dat rijkdom verkeerd is, maar zelfvoldaanheid. Rijkdom is op zich niet verkeerd. Ze kan je in de schoot vallen. Dan heb je alle reden om verwonderd en dankbaar te zijn. En je hebt ook nog eens de gelegenheid om veel mensen gelukkig te maken. Want je kunt mensen in dienst nemen en hen een goed loon geven en je kunt armen ondersteunen. 
En Jezus verheerlijkt niet armoede op zich. Want niet alleen is armoede hard. Ze kan ook mensen verongelijkt en opstandig maken. Alsof een mens helemaal aan zichzelf is overgeleverd en helemaal niets meer te verwachten heeft. Dan lijkt hij eigenlijk op de zelfvoldane rijke die ook eigenlijk vindt dat hij aan zichzelf is overgeleverd  en van niemand iets te verwachten heeft, dan van zichzelf.  Nee, Jezus prijst de armen van geest zalig. Dat zijn allen die omdat ze het gevoel hebben met lege handen te staan, zelf het kleinste weten te waarderen als een geschenk uit de hemel.
Waar het eigenlijk om gaat, is de vraag: wat is echt leven? Leef je op je zelf gericht, dan kun je heel ver komen, maar uiteindelijk heb je geen deel aan het echte leven. Je bent veel te berekenend bezig. Je onttrekt je op een bepaalde manier aan het leven zelf. Je durft het eigenlijk niet aan. Daardoor trek je je  op je zelf terug als op een eiland. Je leeft wel maar je gaat met het leven om als een buitenstaander. 
Maar leven is een geschenk. Het grootste en liefste geschenk dat je ooit gekregen hebt. Een geschenk van God. Geef je eraan over. Geniet ervan. Waardeer alles om je heen tot in kleinste detail. En leef ook mee met anderen die het moeilijk hebben. Wees mild en gul. Durf zelf ook weerloos te zijn en troost en bemoediging van anderen te ontvangen. Dat is echt leven zoals God het bedoeld heeft. Wat je dan ook overkomt, je leeft echt. Je bent als de boom die geplant is vlak bij een rivier die altijd gevoed wordt en er fris bijstaat en vruchten draagt.
Leven is níet berekenend bezig zijn alsof jouw belangen en verlangens alleen maar veilig zijn bij jouzelf. Leven is je toevertrouwen aan het leven zelf, aan het leven als geschenk van God, aan het leven als verbonden zijn met onze medemensen, ook ieder die het moeilijk heeft.
Jezus houdt ons dit les voor, maar niet alleen in woorden. Hij is zelf het volmaakte voorbeeld van de boom die aan de rivier staat en altijd fris erbij staat en iedereen laat genieten van zijn vruchten. Het kruis van Jezus is de levensboom die ons uitnodigt te proeven van wat hij voortbrengt en er zelf mee aan de slag te gaan.. We mogen zelf vruchten aan zijn boom zijn door het te wagen met zijn woorden. En zo mogen we steeds mee deel krijgen aan zijn leven uit God, leven dat nooit vergaat, eeuwig leven.
Deze komende tijd wordt op veel plaatsen carnaval gevierd. De teugels worden even gevierd. Even wordt er de spot gedreven met de controle die de instituten die ons leven beheersen, overheid, kerk, moraal.
Tijdens carnaval worden even de teugels gevierd om weer de stroom van het leven te ervaren. Zonder de controle mechanismen die normmaal nodig en nuttig zijn. Maar die ook het leven in een keurslijf persen. Het is goed om af en toe weer even te hartenklop van het leven te voelen en om verliefd op het leven te zijn als iets waar je je met het volste vertrouwen aan over kunt geven.
Als mens kun je berekenend bezig zijn. Ook als samenleving kun je berekenend bezig zijn door allerlei controlemechanismen. Maar het leven is altijd meer en rijker. Waarachtig leven is uit God. Als je daar eenmaal de smaak van te pakken hebt, is dat kostbaarder dan wat dan ook. Gefeliciteerd, zegt Jezus. En wij kunnen alleen maar hartgrondig instemmen en zeggen: Amen

(c) Martin Los

Schriftlezingen tijdens de eucharistie op de 6e zondag door het jaar 17 februari 2019
1e lezing: Jeremia 17:5-8; 2e lezing I Korinthiers15:12,16-19; Evangelie: Lukas 6:17,20-26

mensen tot leven wekken

Preek op de vijfde zondag door het jaar op 10 februari 2019 in de Mariakerk en Willibrordkerk

‘Vrees niet. Van nu af aan zul je mensen vangen’ 1)
De mensen aan de oever van het meer van Galilea hangen aan Jezus lippen. Ze verdringen elkaar om zijn woorden op te vangen. Hij stapt in een vissersbootje en vraagt visser Simon Petrus om een klein stukje het water op te varen.
Mooi om te zien, hoe praktisch Jezus is. Nu kan iedereen hem zien en horen. Kijk eens, nu lijkt Jezus een visser die een grote menigte door zijn boodschap als vissen in zijn net gevangen heeft. Ze luisteren geboeid.
Wat blijkt hieruit? Dat deze mensen – en mensen in het algemeen – een grote behoefte hebben aan voedsel voor de ziel. Door de woorden die hij spreekt en de wijze waarop, stilt hij de honger van de ziel van de mensen. Met ‘ziel’ bedoelen we de mens met haar en zijn verlangen naar zin en betekenis in het leven. We willen niet alleen functioneren en onze plicht doen en consumeren en onze behoeften bevredigen. We verlangen geraakt te worden door wat mooi is, door wat waar en oprecht is, en door wat puur is en onze liefde wekt. Zaken die het leven waardevol maken. Ervaringen die ons verzoenen met de teleurstellingen op onze levensweg en met onze eigen tekortkomingen. Misschien mogen we die honger van onze ziel wel honger naar God noemen. Of dorst naar God zoals het koor in de tussenzang zong. Jezus peilt deze enorme honger van de mensen naar God. God zoals hij zelf die kent. Hij voelt die honger van binnen uit. Hij wil het prachtige dat hij ontdekt heeft en dat hij in zich draagt en dat hem blij maakt niet voor zichzelf houden. Hij is vervuld van de liefde van God. En de mensen vóelen dat. Ze willen geen woord missen van wat hij zegt. Ze willen ook vervuld zijn van Gods liefde.
Op dat moment pauzeert Jezus. Hij geeft Petrus de opdracht om het water op te gaan: ‘vaar nu naar het diepe en werp uw netten uit voor de vangst’ . In de oorspronkelijke Griekse tekst staat niet dat Jezus zijn toespraak beeindigt, maar dat hij pauzeert. Dat is een belangrijke aanwijzing. Het wil zeggen dat wat Jezus tot nu gezegd en gedaan heeft, gaat uitbeelden en toepassen. De tweede akte. Jezus heeft een grote menigte gevangen door zijn boodschap. Maar hij wil dat niet voor zichzelf houden. De vreugde dat hij God kent, niet, maar ook niet de vreugde van die vreugde doorgeven aan anderen.
Petrus werpt tegen dat ze de hele nacht gezwoegd hebben en niets gevangen. Maar ook hij is diep onder de indruk van Jezus’ verkondiging: “Meester, op uw woord zal ik de netten uitwerpen”.  Als ze de netten weer inhalen dreigen ze te scheuren vanwege de grote menigte vissen. Zelfs als ze hun maats op de andere boot erbij roepen, dreigen de boten zinken onder de vracht.
Begrijpen we wat hier gebeurt? De menigte op de oever ziet het voor hun ogen gebeuren. Begrijpen zij het? Jezus laat hen zien dat hij mensen roept om de blijde boodschap verder te verspreiden. Hij stelt hen daartoe in staat. Hij staat achter hen. Hij klemt hen niet tegen zijn borst alsof zijn woorden krachteloos woorden op het moment dat hij hen loslaat. Hij wil dat ze op eigen benen gaan staan en zijn vreugde doorgeven.
De mensen aan de kant zien ook hoe Petrus en al zijn metgezellen Jezus te voet vallen: “Heer, ga weg van mij want ik ben maar een zondig mens’. Dat is altijd onze reactie. We voelen ons onwaardig en niet in staat om zoiets moois als de liefde van God door te geven. Als we het woord ‘God’ in de mond nemen, klinkt het al goedkoop. Alsof we God voor de voeten lopen. We zoeken duizend en één uitvluchten. Wij, mensen in aanraking brengen met God? Dat kan niet waar zijn! Dat was al de reactie van de profeet Jesaja geconfronteerd met zijn roeping: “wee mij, want ik ben een zondig mens met onreine lippen” 2). We zijn bang dat we buiten onze schoenen gaan lopen als wij denken de honger van de ziel van mensen in onze omgeving te kunnen stillen. Bang dat we niet verder komen dan wat stuntelen.
“Wees niet bang’ zegt Jezus “van nu af zul je mensen vangen’. Voor ‘vangen staat in het Grieks eigenlijk een heel uniek woord, dat het beste vertaald kan worden als “tot leven wekken”. Dus niet ‘vangen’ in de zin van ‘vrijheid ontnemen’, maar ‘vangen’ in de zin van ‘ontrukken aan de dood, aan een leven zonder God. Volksmenners en Ideologieën vangen ook mensen in menigte, maar hun net is een fuik waarin je bekneld en verstikt raakt. Het Evangelie van Christus maakt vrij.
Begrijpen we wat Jezus hier doet? Hij laat zien dat zijn leerlingen zijn vreugde over God mogen doorgeven. Hij staat achter hen. Hij spreekt door de apostelen. Maar we mogen allemaal in de vreugde delen dat we de honger van de ziel van mensen mogen stillen door samen kerk te zijn, door onze toewijding en liefde in een wereld waaruit God verdwenen lijkt, mensen in aanraking te brengen met God. Met passie en vreugde. Belangrijk is ook dat we die vreugde samen delen door ervaringen te delen. In de liturgie en daarbuiten. We mogen de hoop die in ons geplant is door Jezus, doorgeven. Hoe meer we die honger van de ziel in ons zelf ontdekken, hoe meer we verlangen die honger te stillen in een wereld die God niet kent: mensen in aanraking brengen met het leven dat niet vergaat.
Het devies van onze parochie is “zorgzaam en zichtbaar”. Veel van het goede dat we doen uit liefde voor onze Heer gebeurt in het verborgene. We lopen er niet mee te koop. Maar laat in elk geval de hoop en de vreugde van het geloof uit ons doen en laten spreken. Dan komt de rest ook wel goed.  “Zorgzaam en zichtbaar”. Jezus doet ons voor. “van nu af zul je mensen vangen”.

Pastoor Martin Los
Schriftlezingen uit het lectionarium voor zon- en feestdagen in de r.k. kerk
1) Evangelie: Lukas 5:1-11
2) 1e lezing: Jesajan6:1-8