Singhet die Mare

Preek op de 26e zondag door het jaar op zondag 29 september 2019 in de Mariakerk bij een koorjubileum

‘Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven” 1) schrijft Paulus aan Timotheus, zijn jonge medewerker. De apostel noemt Timotheus zijn “kind in het geloof’ omdat hij de Blijde Boodschap persoonlijk heeft verkondigd aan hem en zo heeft de apostel het geloof in Timotheus gewekt heeft. 
Het geloof moet in mensen gewekt worden. Dat kan en mag niet met dwang, chantage, gezanik of geweld. Je kunt alleen maar uit vrije wil tot geloof komen. Het wordt in ons gewekt door de verkondiging van de Blijde Boodschap. Die wekt in mensen het verlangen om Jezus Christus te leren kennen en het eeuwige leven te ontvangen.
Een oud-Nederlands woord voor boodschap is Mare. De  blijde boodschap is de blijde Mare. Vandaar de naam van ons koor dat vandaag zijn halve eeuw feest viert: Singhet die Máre. Dat is opdracht om de Blijde Boodschap door zang te verkondigen. Het is ook een knipoog naar de rivier die hier in de Romeinse tijd stroomde, de Mare, waarnaar De Meern genoemd is. Deze kerk hier is gebouwd op een vroegere zandwal van deze rivier. Is dat niet een vondst? Singhet die Mare klinkt allereerst als appel om het Evangelie te verkondigen maar het klinkt als erkenning dat de Meern inderdaad de Blijde Boodschap verkondigt door haar zang tot op de dag van vandaag. Dat is reden tot grote dankbaarheid aan de zangers nu en aan de velen die inmiddels opgenomen zijn in het hemelskoor van stemmen.
Singhet die Mare vervult de opdracht om het Evangelie te verkondigen en zo het geloof in de harten van de mensen te wekken en te versterken. Het koor doet dat, zoals al onze koren, als onderdeel van de geloofsgemeenschap Want de hele geloofsgemeenschap heeft tot taak heeft de blijde boodschap te verkondigen. Op allerlei wijze, door zang, maar ook door uitleg en door aandacht voor de nood van mensen, en onderlinge liefde.
Een kerkkoor als Singhet die Mare treedt niet op tijdens de eucharistieviering. Ze geeft geen concert. Ze dient de gemeenschap. Natuurlijk doen de leden hun best zo mooi mogelijk te zingen. Daar repeteren ze elke week voor. Maar mooi zingen is niet het hoofddoel. Doel is het wekken van geloof én versterken van geloof door het Evangelie te verkondigen. Doel is de hele gemeenschap tot een gemeenschap te maken die de Blijde Mare verkondigt, zodat mensen  verlangen uit vrije wil Jezus Christus te leren kennen, lief te hebben en het eeuwige leven te omarmen. Daarom zingt het jubilerende koor vandaag gewoon als op andere zondagen in de eucharistie.
De schriftlezingen en gebeden zijn dan ook gewoon die van de 26e zondag door het jaar. Die lezingen gaan niet speciaal over zang en muziek. Of het moesten de woorden van de profeet Amos zijn: “Ze verzinnen maar liederen bij het getokkel van de harp en denken dat hun speeltuig dat van David evenaart” 2). Amos uit felle kritiek op de hogeren kringen die in een bubbel leven alsof ze alleen op de wereld zijn. Hun volksgenoten zijn in nood. De wereld stort in, maar zij trekken zich er niets van aan.
Kennelijk kunnen zang en muziek ook een vlucht uit de realiteit zijn. Een soort roes. Dat is niet de bedoeling van de zang en muziek in de kerk. Hoe mooi en ontroerend ze ook kan zijn, ze wil juist een relátie tot stand brengen, de relatie tot God, tot Jezus Christus en tot elkaar. Die relatie is het eeuwige leven waarover Paulus spreekt als hij tot Timotheüs zegt: “grijpt het eeuwige leven”.  Door de verkondiging van de Blijde Boodschap wordt ons het eeuwige leven in de schoot geworpen. Het is de levende relatie tot Christus. Een levende relatie die door niets en niemand verbroken kan worden, zelfs niet door het kwade dat ons treft, of de dood. Vandaar:  Singhet die Mare!
Jezus roept ons weg uit een wereld, hij roept ons weg uit een leven waarin we alleen voor onszelf bestaan zoals de rijke man in de gelijkenis die Jezus vertelt 3). Hij leeft helemaal in zijn eigen bubbel. Anderen bestaan niet voor hem of alleen om hem te behagen. Het valt op dat hij geen naam heeft ondanks zijn status. Terwijl de arme wel een naam heeft: Lazarus. Dat wil zeggen: God is mijn helpen. In al zijn armoede is hij een waarachtig mens. Hij wordt gekend en hij wordt bemind door God. Jezus waarschuwt voor zelfgenoegzaamheid omdat ze onbarmhartig en trots maakt. Zelfs in de andere wereld wil de trots man Lazarus behandelen als een knechtje: “Vader, Abraham, zeg dat hij met zijn vinger een druppel water op mijn tong komt brengen” in plaats van: sorry Lazarus dat ik jou niet heb zien staan of liever: liggen. Vergeef mij”. Zelfgenoegzaamheid en onbarmhartigheid zijn bijna niet te doorbreken, wil dit zeggen
De gelijkenis is een oproep om niet je hart af te sluiten voor anderen. Het is niet de rijkdom op zich die Jezus afwijst. Abraham die Lazarus in zijn schoot opneemt, was ook rijk, maar hij leefde met God. Daardoor was hij rechtvaardig en barmhartig.
Het evangelie is één bevrijdende oproep om de levende relatie tot Jezus Christus aan te gaan en te onderhouden. In die relatie voelen we ons als mens gekend en bemind. Door die relatie zien we ook onze de ander aan als medemens. Een mens met een naam en een gezicht, in elk geval bij God.
Het Evangelie maakt de echte mens, de mens met een hart, naar het beeld van God, in ons wakker.
‘Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven”. Dat zegt Paulus tegen zijn kind-in-het-geloof. Dat is oproep van Singhet die Mare al een halve eeuw. Samen met het koor zijn we daar onuitsprekelijk dankbaar voor. Singhet die Mare, dat is de oproep aan ons als gelovigen. Sighet die Mare, dat is de oproep van de kerk aan alle mensen.
Moge ook in onze tijd boodschap van bevrijding de harten van de mensen raken. Laten we leven en zingen tot eer van God en onze Heer Jezus Chistus en tot heil van alle mensen: Singhet die Mare………!. Amen

pastoor Martin Los

Schriftlezingen volgens het leesrooster van de r.k. kerk op zon- en feestdagen voor de 26ste zondag door het jaar
1) zie 1e Brief aan Timotheus 6:11-16
2) zie Amos 6:1a,4-7
3) zie Evangelie naar Lukas 16:19-31

Een ontwapenend gezicht

Preek aan het begin van de Vredesweek op de 25ste zondag door het jaar C 22 september 2019 in de Mariakerk en Willibrordkerk

‘Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote” 1)  horen we Jezus zeggen.  Ieder woord van hem raakt ons. Ieder woord van Hem helpt ons om onszelf beter te kennen en te begrijpen en hoe we mogen leven als kinderen van God. Dus willen we graag weten wat deze woorden betekenen. Jezus prikkelt onze nieuwsgierigheid door te zeggen: “Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote”. Het lijkt een soort raadsel dat Jezus ons voorhoudt. Wat is het kleinste? Wat is het grootste? Wat is voor onszelf het grootste, het belangrijkste? En wat is voor ons het kleinste, het minder belangrijke? Door die vraag aan onszelf te stellen, dringen we al iets dieper af in het geheim dat Jezus ons wil toevertrouwen. Waar draait ons leven om? Waar draait het in deze wereld om? Deze week is de troonrede geweest en de miljoenennota gepresenteerd. Daarin gaat het over geld, bezit en macht. En we kijken als burgers allemaal of er op vooruit of op achteruit gaan. Kunnen we de toekomst zonder zorgen tegemoet gaan? Kunnen we zonder zorgen gaan slapen. Geld, bezit en macht zijn voor ons heel belangrijk. Vooral in ons land dat behoort tot de rijksten van de wereld. In de peilingen staan de inwoners van ons land inde toptien van de gelukkigste ter wereld. Zou dat alleen met onze welvaart te maken hebben? Dan moeten we vrezen dat we onmiddellijk ongelukkiger zijn als de economie achteruit zou gaan. Is dat echt zo? Hangt ons leven helemaal af van ons bezit, van het geld dat kunnen uitgeven, en van de macht die we kunnen uitoefenen? Als we alleen maar bezig zijn met de groei van de economie en van ons eigen bezit, om er zelf beter van te worden, slaan we de plank dan niet ontzettend mis?
Want als je meer bezit of verdient dan jezelf nodig hebt, wat voor goeds zou je dan niet kunnen doen om anderen te helpen in hun nood. De mensen die uitzichtloos diep in de schulden zitten, de gezinnen die nauwelijks rond kunnen komen, de eenzame ouderen. Als we voor hen geen oog hebben, is dan de felle kritiek van de profeet Amos niet van toepassing: “hoort toe, jullie die de armen verdrukken….”? 2) Bezitten we ons bezit, ons geld en macht op een rechtvaardige manier. Gaan we ermee om op een gewetensvolle manier?
“Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grootste”. Langzamerhand begint het ons te dagen.  Het ‘kleinste’ in de ogen van Jezus is dat waar wij ons druk om maken alsof ons leven daarvan afhangt. Geld, bezit, macht. Wat ons soms bovendien verleidt om egoïstisch en onrechtvaardig te zijn. Als we met dat ‘kleinste’ waar ons leven en ons geluk helemaal niet van zou moeten afhangen, niet rechtvaardig omgaan, hoe zouden we dan met het grootste omgaan? Met datgene waar ons leven echt om zou moeten draaien: het rijk van God en het eeuwige leven. Dat we begrijpen waar het echt om gaat. Wat echt voldoening geeft. Nood lenigen. Vrede stichten. Stem geven aan mensen die niet gehoord worden. Hoop bieden aan mensen zonder uitzicht.
Uit de eigen bubbel stappen en mensen ontmoeten met een andere cultuur. Niet óver elkaar praten, maar mét elkaar. Deze week is ons land opgeschrikt door een laffe ongehoorde moord op een advocaat. Een aanslag op onze rechtsstaat. Waarschijnlijk in opdracht van criminelen met een Marokkaanse achtergrond. Laten we dan niet met een scheef oog naar een hele bevolkingsgroep kijken om een zondebok te zoeken. Zouden we hen beter kennen, dan zouden we weten dat zij even geschokt zijn als iedereen. Hoe zou God ons het grootste toevertrouwen, zijn rijk, als we het aardse, wat vergankelijk is, niet goed gebruiken?
Als we werkelijk op God vertrouwen, dan moeten we in dit leven rechtvaardig en eerlijk omgaan met ons bezit, onze middelen, en onze macht. Valt dat op de één of andere manier niet in het niet als het gaat om de mens die we ten diepste zouden willen zijn, onze ziel, om een gerust geweten, om de grote gave dat we God mogen kennen en dat we weten dat we zijn kinderen zijn dankzij Jezus Christus.
Laten we die kostbare schat koesteren. Laten we met volle overgave ons daarvoor inzetten. Want als we dat niet doen, maar schipperen, dreigen we ons geloof in God te verliezen. Dan wordt de wereld een gesloten geheel zonder uitzicht. Een gevangenis zonder ramen. Jezus is juist gekomen om onze bubbel open te breken. Hij is gekomen om de grens tussen God en mensen, te overwinnen. Het thema van deze Vredesweek is ‘Vrede verbindt over grenzen’. De vrede van God met de mensen mogen we door het geloof al van harte beleven. En we mogen die vrede voorleven aan de wereld waarin wij wonen. We mogen en moeten ook elke dag bidden voor de vrede in de wereld en ons daarvoor inzitten. Zoals Paulus zegt: ik wil dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden, de mannen (hij zei nu zeggen: mannen, vrouwen, iedereen) de handen opheffen in een geest van godsvrucht, die haat en ruzie uitsluiten 3). Naar God opgeheven handen. Wat een ontwapenende werkelijkheid. Amen

(c) Martin Los

Schriftlezingen volgens het R.K. lezingenrooster voor Zon- en feestdagen voor deze 25ste reguliere zondag
1) Evangelie: Lukas 16:10-13
2) 1e lezing: Amos 8:4-7
3) 1 Timotheus 2:1-8