Silence van Martin Scorsese. Deconstructie van martelaarschap.

Mijn begin van de Veertigdagentijd
Op Vastelaovend voelde ik opeens aandrang om Silence te gaan zien. Deze film van Martin Sorsese draaide in Cinemec Utrecht, het indrukwekkende filmtheater in mijn eigen parochie. Het aanvangstijdstip, 21.20uur, deed me nog even aarzelen. Zeker omdat ik uit de pers begrepen had dat je een sterke maag moest hebben om de beelden van de martelingen die veelvuldig in de film voorkomen, te zien. Kun je daarna de slaap nog vatten? Had ik vooraf geweten dat de hele voorstelling drie uur zou duren, dan was ik vermoedelijk teruggeschrokken. Want ik zou de volgende dag al vroeg in de eerste As-woensdagviering met oplegging van het Askruisje moeten voorgaan. Ik ben blij dat ik me niet heb laten weerhouden te film te gaan zien. Want het verhaal gaat over priesters die in hun geloof zwaar beproefd worden. Ze lijden onder de zwijgzaamheid van God – vandaar de titel Silence – en worstelen met hun eigen overtuiging en gevoelens. Het leek voor mij, zelf priester, maar niet bijzonder beproefd, een nuttige bezinning aan het begin van de Vastentijd, een soort Askruisje voor het eigenlijke gebaar in de kerk de volgende morgen.

Beproeving en verzoeking
Komen beproevingen die je als mens, als christen, als priester ondergaat van God ómdat jij het ervaart als beproeving? Of kan een beproeving je ook op een dwaalspoor leiden? Een verzoeking kan als karikatuur van een beproeving je verleiden om de held te spelen in een drama van goed en kwaad waar niet jijzelf maar anderen het slachtoffer van zijn. De hoofdfiguur, padre Rodrigues, komt uiteindelijk voor de vraag te staan of verloochening van zijn God, Jezus Christus, echt geloofsafval is of juist navolging van zijn Heer, omdat hij daarmee de levens van anderen niet in de waagschaal stelt maar redt.

Protectionisme
Het verhaal, gebaseerd op de roman van de Japanse schrijver Shusaku Endo uit 1966, speelt in het 18e eeuws Japan waarin een regime en een klimaat heersten van ultieme protectie. Geen vreemdeling mag het land in. De handel vindt plaats op een kunstmatig, waaiervormig eilandje van nog geen anderhalve hectare in de haven van Nagasaki in Japan, Dejima, waar alleen de Hollandse kooplieden toegang hadden. Alle vreemde invloeden sluit Japan buiten. Het was Japan first and only. De identiteit wordt bewaakt door de overheid in de vorm van Inquisitie. Het christendom en katholicisme zijn verboden. Het Boeddhisme is de staatsgodsdienst. Gezien de roep in onze dagen om een sterke nationale identiteit die van overheidswege bewaakt zou moeten worden, en muren om landen heen, een soort deja vu. Vergeet niet dat nog niet zolang geleden de hoofdtaak van een staat was naast bescherming van de bevolking en recht op belastingheffing, bewaken van de leer c.q. de waarheid. Godsdienstvrijheid was dus ondenkbaar. Ook in Nederland was er voor de grondwetswijziging uit 1853 een ministerie van godsdienst dat uitmaakte welke kerk het monopolie op eredienst had en waar deze zich aan diende te houden.

Zwijgzame God
Voordat Japan overging tot de rigoureuze staatsinstelling waar het verhaal over gaat, was er een liberalere periode. In die tijd hadden missionarissen het katholieke geloof verspreid in bepaalde delen van Japan. Deze konden hun geloof alleen in het geheim uitoefenen toen alle niet inheemse godsdiensten verboden waren. Ze hadden geen priesters meer. Ze waren als schapen zonder herders. De twee priesters die zichzelf het land binnensmokkelen om een leermeester op te sporen, treffen deze ontheemde katholieke boeren aan. De film laat zien hoe deze eenvoudige mensen, met een soms rudimentair geloof, te lijden hebben onder de standvastigheid in overtuiging van padre Rodrigues. Hij lijdt intellectueel en emotioneel onder de martelingen die zijn geloofsgenoten ondergaan van de kant van de Japanse inquisitie, maar ervaart dit toch vooral als in de steek gelaten worden door God, de Silence. Maar lag dat niet aan zijn eigen hoogmoed?
Doordat in ons land de kerk sterk aan betekenis heeft ingeboet en God gemarginaliseerd lijkt gedwongen geloofsafval iets van lang geleden. Maar in veel landen in de wereld speelt vervolging vanwege godsdienst nog steeds een rol vooral waar nationalisme de kop opsteekt en de roep om bevestiging van de eigen identiteit.

Continuiteit of discontinuiteit
De film nodigde mij terug te blikken op beslissingen in mijn eigen leven. Ik ben ooit als predikant overgegaan naar de Rooms-katholieke kerk. Dat haalde wel de krant in dit tijd en de t.v. maar geschiedde gelukkig in vrede. Er was godsvrijheid en dat betekent keuzevrijheid. Maar het riep ook existentiële vragen bij mij op: wat betekent die stap voor anderen? Ik wilde niet de indruk wekken ik mijn protestantse geloof waaraan ik veel te danken had, bij de kliko zette. Het was juist datgene wat ik meenam in een voor mijn gevoel grote ruimte zonder dat ik iets fundamenteels moest achterlaten of afzweren. Maar ik kan me indenken dat anderen daar anders tegenaan keken. Waar ik continuiteit zag en beleefde voelden anderen discontinuiteit.

Deconstructie
Na het zien van Silence ben ik me nog meer bewust hoe kostbaar godsdienstvrijheid is. Verder dat martelaarschap geen heldendom van een persoon, maar navolging van Christus die gekomen is om te dienen en niet om gediend te worden. Wellicht kan dan martelaarschap zelfs betekenen verloochenen van wat je lief is, Christus, omwille van het heil van anderen. Martelaar als antiheld. Zo is Silence in zekere zin een deconstructie van martelaarschap, niet om het te ontkennen, maar om te ontdoen van alle romantiek en karikaturen.

Actueel
Waartoe nadruk op zogenaamde nationale identiteit in de politiek en canonisering van gedachtengoed toe kan leiden: inquisitie door de overheid met alle mogelijke gevolgen van dien. Scorsese laat je huiveren.

(c) Martin Los

De Erecode door Kwame Anthony Appiah

De erecode. Hoe morele revoluties plaatsvinden. 262 blz. Uitgeverij Boom 2016 vertaling Willem Visser. Oorspronkelijke tittel The honorcode. How moral revolutions happen 2010

Ik was in de boekhandel aan de Oude Gracht in Utrecht. Met twee boeken in mijn hand liep ik voor ik ging afrekenen nog even naar de afdeling Filosofie om te zien wat er aan nieuwe publicaties was. Te midden van de stapels nieuwe boeken zag ik een niet al te dik boek met de titel Erecode. Ik pakte het op omdat op de een of andere manier de titel me intrigeerde. Wat doet een boek met de titel Erecode op de afdeling filosofie. Van de auteur had ik nog niet eerder gehoord: Kwame Anthony Appiah. Maar dat zegt natuurlijk meer over mij dan over hem. Kwam hij uit een Afrikaans land? Op de cover gedeeltelijk een antwoord op deze vraag: Brits-Ghanese Filosoof en hoogleraar filosofie aan NY University. Zijn niet geheel Westerse afkomst zou misschien kunnen verklaren waarom hij opkomt voor een herwaardering van de eer, dacht ik, want welke moderne op Europese leest geschoeide filosoof zou op deze gedachte kunnen of durven komen. ‘Eer’ is toch juist de bron van alle ellende in de wereld samen met ‘religie’ gonst het om me heen. Zijn ze zelfs niet twee handen op één buik?
Ik legde het boek terug, maar niet nadat ik toch even erin gebladerd had. Ik las in het eerste hoofdstuk over een duel van de bekende veldheer en staatsman Wellington toen hij premier was met een andere edelman. Het intrigeerde me meteen. Het duel als model van gentlemanesque gedragen is volkomen in vergetelheid geraakt. Terecht, maar hoe en waarom? Een andere hoofdstuk ging over de binding van de voeten van Chinese vrouwen gedurende vele eeuwen. Daar hoor je niets meer over, maar inderdaad een bijna duizend jarige praktijk die verdwenen is als sneeuw voor de zon. Op één lijn hiermee de geschiedenis van de slavernij. Hoe was deze mogelijk, maar vooral hoe kwam het dat de slavernij als wettelijk toegestaan fenomeen, in korte tijd verdween? Ik stond amper vijf minuten met Erecode in de handen om te weten dat dit een bijzonder boek was. Ik had al twee boeken uitgekozen. Daarom legde ik het terug. Misschien ook wel omdat ik toch twijfelde of het zo’n goed idee is om ‘eer’ in onze tijd weer voor het voetlicht te plaatsen. Niet omdat ik zelf denk dat ‘eer’ niet een buitengewoon belangrijk motief of incentief is in het leven van een mens en in maatschappij en politiek, maar omdat het iets heeft van een roepende in de woestijn. Hoeveel mensen stoppen de oren niet toe als een pleidooi gevoerd zou worden voor de ‘eer’. Roept dat niet onmiddellijk associaties op met zoiets afschuwelijks als ‘eerwraak’ waarvan vooral vrouwen slachtoffer worden?
Eenmaal thuis liet me de gedachte aan het boek niet los. Een paar weken later – de naam van de auteur was me intussen ontschoten en ook de precieze titel stond niet meer precies voor de geest – was ik weer in de boekhandel. Een moment meende ik dat het boek afgevoerd was totdat ik nog een exemplaar zag liggen met de titel Erecode (The Honor Code).
Bij een kopje cappuccino in het nabijgelegen Oudaen las ik alvast het voorwoord. Dit bevestigde voor mij dat Kwame Appiah iets heel belangrijks op het spoor is in zijn pleidooi voor de bijzondere rol van eer in mens en samenleving. En dat juist eer een belangrijke motor kan zijn in de afschaffing van ongelijkheid en moreel onaanvaardbare praktijken als eerwraak en discriminatie in allerlei vormen. Inmiddels heb ik het boek gelezen en ik ben blij dat ik met deze filosoof kennis heb gemaakt. Hij heeft ons echt iets te zeggen wat kan helpen om helderheid te brengen in de discussies in onze tijd.
Een veranderende tijd en wereld en een multiculturele samenleving brengt met zich mee dat soms vanzelfsprekende gebruiken in een andere daglicht komen te staan. Ooit waren in ons land vrouwen politiek onmondig, en kort daarvoor nog mannen indien ze arbeiders waren. We kunnen ons dat nu niet meer voorstellen. Kwame Appiah toont aan de hand van zijn voorbeelden aan dat morele argumenten en verontwaardiging rond aanvechtbare zaken als regel altijd hebben bestaan, maar dat ze op zich onvoldoende in staat waren een doorbraak te bewerkstellingen. Hij laat zien dat het op beslissende momenten de eer was die de beslissende stoot gaf tot een razendsnelle morele revolutie zoals afschaffing van slavernij. De arbeidersklasse in Engeland ( en Europa) werd zich bewust dat hun arbeid in het zweet des aanschijns op één lijn stond met het werk van slaven onder zweepslagen en boeien. Zij zagen in de slavernij van anderen allereerst een minachting voor hun arbeid als vrije mensen. Daarom aldus Appiah verzetten zij zich in korte tijd tegen de slavernij in de koloniën. Het ging dus om hun eigen eer en eerlijke arbeid. Mede door dit protest ging het Verenigd Koninkrijk slavernij als eens schande beschouwen, een smet op het blazoen van deze wereldmacht van aanzien. Ook in de kwestie van het duelleren en van de voetbinding laat de auteur zien hoe eer uiteindelijk de doorslag gaf in de veranderingen. Altijd was er vanwege moraal of religie of zelfs wet afwijzing van duelleren geweest. Hetzelfde geldt het in onze ogen bizarre en pijnlijke van de voetbinding. Er waren altijd stemmen die moreel protest aantekenden, – en dat was nodig en goed – maar pas toen de eer op het spel stond, de eer van China op het wereldtoneel, verdween de voetbinding adembenemend snel. Net als op een andere manier het duel.
Appiah besluit zijn boek met een hoofdstuk over de eerwraak. Jazeker. In de verste verte niet om begrip hiervoor te vragen als een onvermijdelijk deel van bepaalde culturen. Hij wijst eerwraak in alle vormen af. Hij toont ook het schandelijke mechanisme hierachter aan. Hij geeft wel een strategie aan die succesvol zou kunnen zijn in de strijd tegen eerwraak. Mensenrechtenorganisaties moeten samen met groeperingen in de landen en culturen zelf samenwerken om landen, volken of stammen waar eerwraak plaatsvindt tot de ontdekking te laten komen dat het een schande is die rust op een hele natie die zulke gebruiken toelaat.
Maar laten we ons niet in een soort zelfgenoegzame slaap laten sussen door onze verontwaardiging over eerwraak in bepaalde culturen alsof onze eigen samenleving of Westerse wereld geen schandelijke zaken zou dulden die maar al te gewoon worden gevonden. In feite gaat het boek natuurlijk over de eer en de waardigheid van iedere mens, ongeacht, geslacht, afkomst, huidskleur, religie etc. etc. Morele argumenten treffen pas doel tegenover verwerpelijke zaken als onrechtvaardigheid, ongelijkheid, onvrijheid wanneer het onze eer als persoon, groep, volk, land, cultuur, mensheid te na is

(c) Martin Los