Preek op Allerzielen Mariakerk 2 november 2016

Lieve zusters en broeders, gisteren op het hoogfeest van Allerheiligen vierden we de behouden thuiskomst in de hemel van alle gelovigen die ons zijn voorgegaan. Velen zijn bekend zoals de apostelen, martelaren en bijzondere heiligen. Hun sterfdag heeft een plaats op de heiligenkalender van de kerk. Zij worden in de hele kerk zoals de apostelen, of in een land of in een bisdom of religieuze orde herdacht. Wij danken God om zulke voorgangers in het geloof die ons steunen door hun voorbeeld en hun voorspraak.
Maar de schare heiligen is ontelbaar. Daarom vieren we op de 1e november alle heiligen tezamen, om God om hen allemaal te danken en in de handen te klappen voor het werk van zijn genade aan hen zodat zij zulke mooie mensen en leden van het lichaam van Christus konden worden.
Vandaag bij deze gedachtenis van Allerzielen doen we iets vergelijkbaars. Nu denken we vooral aan die kant van ons bestaan dat we ook allemaal mensen zijn met onze tekortkomingen en menselijke schuld. Aan het eind van elke uitvaartdienst vanuit de kerk wordt de gestorvene besprenkeld en bewierookt. Daarmee leggen we de gestorvene in Gods hand in het besef dat we allemaal mensen met onze zwakke kanten zijn. Ondanks de mindere kanten scharen we ons toch achter die mens, en achter zijn of haar kandidatuur voor de hemel. We zijn solidair met de gestorvene. We bieden zelfs het goede dat wij gedaan hebben, aan uit liefde voor de gestorvene, we voegen het bij het offer van Christus die zichzelf gegeven heeft voor deze wereld.
allerzielenwbk2014-2Het is mooi dat we als kerk en als gelovigen voor onze gezinsleden, familie en vrienden die we kennen de eucharistie voor hen opdragen bij de uitvaart of op een ander tijdstip. Maar er zijn ook vele gelovigen die in vergetelheid sterven of aan wie niemand denkt. Daarom vieren we met heel de kerk Allerzielen.
We mogen het offer dat Christus voor de wereld gebracht heeft opdragen voor het zielenheil van alle mensen, juist vandaag ook voor hen voor wie nooit een eucharistie is opgedragen, en voor wie nog niemand een gebed gedaan heeft of een kaarsje aangestoken.
Er ligt in deze dagen veel nadruk op dat wij onze eigen gestorven familie en vrienden gedenken. Dat is mooi en troostvol. Ik zag vanachter mijn bureau vandaag de hele dag mensen even de Mariakapel binnen gaan om te bidden. Maar laten we niet uit het oog verliezen dat het vandaag vooral ook gaat om de mensen aan wie niemand denkt dan alleen hun hemelse Vader en alleen de goede herder, Jezus Christus die allen bij name kent.
Het is een weldaad dat we in ons gebed voor de zielen van alle gestorven, beeld mogen zijn van God zelf die van al zijn kinderen houdt en barmhartig is voor allen. We bidden niet voor eeuwige geluk voor de overledenen om als het ware God om te turnen. Juist God turnt ons om dat we op Hem lijken in zijn barmhartigheid en niemand afschrijven om zijn fouten en tekorten. Het gaat erom dat we blij zijn met iedere mens die bij God vergeving en genade vindt.
Het leert ons ook om vergeving te vragen voor de gestorvenen die wij goed gekend hebben in ons gezin, de familie, de gemeenschap met wie we moeite hebben gehad door haar of zijn gedragen naar ons. We verlangen om hen in de hemel met nieuwe ogen te mogen zien en zij ons. Daarom moeten we ons verblijden in ons gebed voor hen.
“Ik ben de verrijzenis en het leven” **) zegt Jezus tegen Martha “Wie in Mij gelooft, zal leven ook al is hij gestorven”. Dat is een enorme belofte voor ons die van harte geloven. Maar het is een geloof in de barmhartigheid van God die in de dood en de verrijzenis van onze Heer aan het licht komt. Het schenkt ons extra kracht om te bidden voor alle andere gestorvenen, met wie we zelf verbonden zijn, zonde wie we de hemel ons niet kunnen voorstellen, maar ook allen die we niet kennen.
Vanuit die hoop mogen we ook verwachten elkaar eens te weer te mogen zien als Christus wederkomt, omringd door al de zijnen in wie we ook onze dierbare familieleden en vrienden, hopen te mogen herkennen en omhelzen.
Om diezelfde reden spoort de apostel ons aan om “niet bedroefd te zijn zoals de mensen die geen hoop hebben”.*) Natuurlijk bedoelt Paulus niet dat we geen gevoelens van verdriet om het verlies van onze geliefde zouden kennen. We weten wel beter. Geloof is geen doping tegen verdriet en rouw en pijn om verlies.
Maar geloof verzacht wel omdat we elkaar eens mogen weerzien voorbij de horizon van de dood. Als God eindelijk alles in allen is. Als er geen duisternis, tranen en verdriet meer zijn. Maar alleen licht en vreugde zonder einde. Amen

© Pastoor Martin Los
voorgeschreven lezingen voor Allerzielen in het universele r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen: I Thessalonicenzen 4:13-18; Evangelie: Johannes 11:17-27

Homilie op Allerheiligen 2015 Mariakerk en Willibrordkerk

Preek op Allerheiligen 1 november 2015 Mariakerk en Willibrordkerk waarin we de (74) gestorvenen in onze parochie van het afgelopen jaar herdachten

voorgeschreven schriftlezingen voor dit feest uit het universele r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen. 1e lezing: Openbaring van Johannes 7:2-4.9-14 2e lezing: I Johannes 3:1-3 en Evangelie: Mattheus 5:1-12a

all saints day 2015Lieve zusters en broeders, we gedenken vandaag onze gestorvenen. Voor ons zijn zij niet dood. Ze leven.
Ze leven voort in ons. Ze leven voort in onze harten. En wat ons het meest troost en verheugt: ze leven voor God.
Het is goed om ons daar van bewust te zijn. Deze dagen van gedachtenis, Allerheiligen en Allerzielen helpen ons daarbij. En ook deze eucharistie waarin we de gestorvenen van het afgelopen jaar gedenken.
Ons leven is in onze tijd zo gejaagd dat we soms nauwelijks aan ons eigen leven toe komen. Des te meer dreigen de gestorvenen uit beeld te raken. Daarmee doen we hen tekort en we doen ook onszelf te kort. Want als we onze gestorvenen liefdevol en dankbaar gedenken, vervult ons hart zich ondanks gemis met licht en vreugde.
En ze blijven dan ook een bron van inspiratie voor ons door hun voorbeeld.

Onze gestorvenen leven letterlijk in ons voort. Niemand van ons is uit de lucht komen vallen. We danken ons bestaan aan onze vaders en moeders.
Het ongelofelijke avontuur dat het leven is hebben we door hen ontvangen.
Juist als ze gestorven zijn, beseffen we dat vaak meer dan toen ze nog leefden.

Ze leven voort in onze harten. Dat geldt niet alleen van onze ouders maar van alle mensen met wie we verbonden zijn.
Wat een rijkdom aan verhalen en beelden. Wat een bron van inspiratie en bemoediging. Ons hart is een schatkamer met al die schatten van mensen die we gekend hebben, die ons gevormd hebben, die we bewonderd hebben.
Een Afrikaans spreekwoord zegt: een mens sterft tweemaal. Eenmaal aan het einde van je leven en eenmaal als ook de laatste die jou herinnert sterft. Het is goed om te bedenken wat wij nog voor onze gestorvenen kunnen betekenen doordat hun liefde en wijsheid van kracht blijft als we aan hen denken.

Maar er zijn ook mensen aan wie niemand denkt, omdat ze in eenzaamheid gestorven zijn. Daarom gedenkt de kerk morgen op Allerzielen ook alle gelovigen en mensen van goede wille aan wie niemand ooit nog denkt, en die we zelf ook niet gekend hebben. Ook zij mogen op onze liefde rekenen voor zover ze ook mensen waren met tekorten zoals wij zelf. De kerk gedenkt hen met liefde.
Ze betrekt de gelukwensen van Jezus ook op al die onbekende en in de ogen van de wereld vaak onbetekenende mensen: Zalig de armen van geest want aan het behoort het rijk der hemelen!
God heeft in zijn liefde immers het laatste woord over het leven van iedere mens. En Christus heeft zijn leven niet alleen gegeven voor hen die bekend of zelf beroemd zijn geworden, maar ook voor al diegenen die onopvallend leefden en op Hem vertrouwden, soms in de meest moeilijke omstandigheden.

Onze gestorvenen leven ook voor God. We mogen hen zien als opgenomen in de schatkamer van God, de hemel, en het eeuwig leven. De bekroning van ons leven is daar waar we God zelf mogen zien van aangezicht tot aangezicht. We mogen hier al weten dat we kinderen van God zijn door het geloof en de doop. Maar eens mogen we onszelf zien met de ogen van Gods liefde, zoals Hij ons ziet. Dan zullen we ook Hem zien zoals Hij in ons hart gewoond heeft, zoals de Herder die ons leidde. Dan zullen we ook elkaar zo zien.

Onze gestorvenen leven voor God. Ze zijn niet achtergebleven in het graf van voorbij. Ze zijn ons vooruit. We gaan hen tegemoet. Moge die belofte ons aansporen. Als wij ter communie gaan, gaan we hen al tegemoet, want we ontvangen in de communie Christus, dat is Jezus en allen met wie hij verenigd is, dus ook allen die ons al zijn voorgegaan. En vergeten we niet: zij hebben ons in hun hart meegenomen naar de hemel. Zij bidden daar voor ons dat alles wat zij uit liefde voor God en mensen gedaan hebben ons ten goede mag komen, mag beschermen voor het kwade en ook geleiden naar het eeuwige leven.

De hemel hoeft voor ons geen Verwegistan te zijn, geen fantasialand. De hemel is bevolkt met onze geliefden, vrienden, en nog veel meer. Met Jezus als het middelpunt, het eeuwige licht dat allen verlicht. Het is ons thuis. Het is ons eeuwig huis waar we naar op weg zijn, het thuis waar zij met Christus verenigd klaar staan om ons te verwelkomen in de vreugde zonder einde. Amen

(c) Pastoor Martin Los