Echte vroomheid

Preek op de 22 ste gewone zondag door het jaar op zaterdag en zondag 1 en 2 september 2018 in Mariakerk en Willibrordkerk

“Niets kan de mens bezoedelen wat van buitenaf in hem komt. Maar wat uit de mens komt, bezoedelt de mens” 1)
Lieve zusters en broeders, bijna altijd was een toevallige gebeurtenis aanleiding voor Jezus om zijn leer uit te leggen aan de mensen. In dit geval is dat de kritiek die leden van de conservatieve religieuze partij van de Farizeeën uitten op het feit dat Jezus’ leerlingen hun handen niet wasten voor ze gingen eten. We weten niet waarom de leerlingen hun handen niet wasten voor het eten. Hadden ze dat toevallig een keer overgeslagen omdat er geen water voorhanden was of omdat ze haast hadden? Of wasten ze bijna nooit hun handen? In elk geval volgden de leden van die conservatieve religieuze partij de leerlingen van Jezus met argusogen. Hielden zij zich wel aan de regels?
We kennen allemaal wel die houding van over anderen oordelen. We bezondigen er ons allemaal wel eens aan. Zolang we dat zelf in de gaten hebben, kunnen we ons telkens voornemen het niet meer te doen en ons leven te beteren.
Jezus merkt bij de aanhangers van de conservatieve partij dat er bij hen meer aan de hand is. Anderen in de gaten houden, oordelen en veroordelen is structureel geworden. Daarbij vergeten ze volkomen dat ze ook mensen met hun fouten en gebreken, en misschien wel zonden begaan waarbij handen wassen of niet futiliteiten zijn.
We ontkomen er niet aan om bij de Evangelielezing van deze dag even te denken aan de kerkelijke leiders die in de Verenigde Staten misbruik van minderjarigen door geestelijken hebben toegedekt in de vorige eeuw. Ze zullen dat gedaan hebben – niet omdat ze er mee instemden – maar om de goede naam van de kerk te beschermen. Intussen lieten ze daarmee wel de slachtoffers in de steek.
“Echte en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit” hoorden we Jakobus zeggen: “wezen en weduwen opzoeken in hun nood” 2).
Echte godsdienst begint met hulp bieden aan hen die geen bescherming hebben. In dit geval de slachtoffers van misbruik. De leiders wilden misschien de goede naam van de kerk beschermen, maar ze hebben die juist besmeurd. Vele gewone gelovigen maken zich zorgen hierover. Ze schamen zich ervoor uit te komen dat ze katholiek zijn. Er moet in elk geval iets gebeuren, want de geloofwaardigheid van onze kerk staat op het spel.
Paus Franciscus heeft opgeroepen tot gebed en bezinning en vasten. Laten we daar unaniem en van harte aan meedoen omdat we allemaal lijden onder de smet die op ons mooie geloof en kerk is gevallen. Maar er zal op verschillende niveau’s ook actie ondernomen moeten worden. We wensen onze paus en al alle medebisschoppen die niets te verbergen hebben, Gods kracht toe. Laten we als gewone gelovigen niet meedoen met de strijd die al begonnen lijkt te zijn tussen verschillende stromingen in de kerk om elkaar te schuld te geven.
In die strijd om macht in de kerk gaat het helemaal niet meer over de slachtoffers van misbruik. Het is eerder een nieuw rookgordijn.
Maar laten we in elk geval niet in dezelfde fout vervallen waar Jezus over spreekt. Over anderen oordelen, terwijl we misschien zelf voorbij gaan aan wat er in ons eigen leven niet deugt.
“Niets kan de mens bezoedelen wat van buitenaf in hem komt. Maar wat uit de mens komt, bezoedelt de mens”
Zijn we zelf integere mensen? Doen we ons niet anders en mooier voor dan we zijn? Daar gaat het om. We maken ons vaak druk om uiterlijke dingen, maar hoe is het met ons innerlijk gesteld?
De Farizeeën waren zo druk bezig met te kijken wat er aan anderen niet deugde dat ze geen oog meer hadden voor hun eigen zonden. Ze waren als regel rijk en aanzienlijk, maar vergaten de armen te helpen.
In hoeverre zijn we zelf meer met onze goede naam bezig, dan dat we echte misstanden aanpakken en slachtoffers van onrecht in onze eigen omgeving of door eigen gedrag helpen en recht doen.
We kunnen zo druk bezig zijn met ons straatje schoon te vegen en het vuil op de stoep van de buurman te deponeren, dat we vergeten waar het echt om gaat: integere mensen te zijn, mensen die innerlijk schoon zijn, mensen die het leven mooi maken door anderen te helpen, door vrede te stichten, door pesten tegen te gaan.
Terecht verlangen we geloofwaardigheid van de leiding van de kerk, maar dan kunnen we zelf in ons eigen leven niet achterblijven.
De Farizeeën waren zo bezig met zichzelf en oordelen over anderen, dat ze Jezus zelf veroordeelden en zagen als een godslasteraar. Ze zagen niet de genade van God die van Jezus uitgaat.
Laten we het onszelf gunnen dat Jezus ons tot nieuwe mensen wil maken. Door de kracht van zijn woord en door de kracht van zijn kruis. Niet één keer, niet twee keer, niet drie keer, maar steeds opnieuw.
Amen

1) Evangelie van deze zondag: Markus 7:1-8,14-15,21-23
2) 1e lezing: Brief aan Jakobus 1:17-18, 21b-22,27

De waarheid doen is leven in het licht.

Preek op de 4e zondag in de Veertigdagentijd 11 maart 2018 in Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, als er één tekst is die het hele Evangelie samenvat, ja de hele Heilige Schrift, en ook ons hele geloof, dan is het wel deze: “Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben” 1).
Deze woorden van Jezus zelf, in een nachtelijk gesprek met Nikodemus, zou elke christen uit zijn hoofd moeten kennen. Nikodemus behoorde tot de Farizeeën. Een hele conservatieve religieuze partij die sterke nadruk legde op precies navolgen van godsdienstige wetten en ontelbare daarvan afgeleide regels. Door deze nadruk op uiterlijke regels hielden ze een systeem in stand van beoordelen en veroordelen van mensen, en dus van rangen en standen. Jezus hield hen steeds voor dat ze daarmee eigenlijk de godsdienst verduisterden. Hij liet hen zien dat echte godsdienst mensen blij moet maken en dat ze uit vrije wil het goede gaan doen. Niet uit angst voor straf of uitsluiting, maar omdat ze God ontdekt hebben als hun liefdevolle genadige Vader in de hemel.
Vanwege die boodschap wantrouwden de Farizeeën Jezus. Ze zagen hem als een gevaar. Iemand die de culturele normen en waarden ondermijnde. Volgens hen ging hij op een ontoelaatbare wijze op de stoel van God zitten.
Maar bij Nikodemus was een lichtje gaan branden, een verlangen ontstaan. Hij was geraakt door Jezus. Hij was alleen bang om daar voor uit te komen, bang voor zijn vrienden, dat ze hem uit de partij zouden zetten en voortaan met de nek aankijken. Daarom zocht hij in het donker van de avond Jezus op. Heel fijntjes legt Jezus Nikodemus uit dat de man op een beslissend moment in zijn leven is aangekomen..
Hij is nu nog heimelijk naar Jezus toegekomen, in het donker, maar als Nikodemus echt in Jezus ‘het licht ziet dat in de wereld gekomen is’ dan kan hij niet anders, dan Jezus als de waarheid omarmen en zelf in het licht van de waarheid leven: “ieder die slechte dingen doet, heeft een afschuw van het licht want dan ziet iedereen waar hij me bezig is, maar wie de waarheid doet, gaat naar het licht”
Dus als Nikodemus echt ontdekt heeft dat Jezus door God gezonden is, ja zelfs de Zoon van God is, dan kan hij niet meer terug. En als straks zijn vrienden en partijgenoten Jezus aan het kruis laten slaan dan zal Nikodemus in Jezus niet de godslasteraar en misdadiger zien zoals zijn vrienden, maar het medicijn dat de wereld nodig heeft om weer Gods liefde met hart en ziel te ervaren. Denk maar, legt Jezus hem uit, aan de koperen slang op een paal die Mozes in de woestijn aan de mensen voorhield. Iedereen die opkeek naar die slang werd genezen van een dodelijke kwaal die was uitgebroken. Zo geneest Jezus ons door zijn kruis van de macht van het kwade en dood. Het enige wat we hoeven te doen, is zijn kruis voor ogen houden. Dwaasheid in de ogen van de wereld, een ergernis in de ogen van velen, maar het is de wijsheid en de barmhartigheid van God.
Hij schenkt ons daardoor een nieuw leven. Leven in het licht. “God die rijk is aan barmhartigheid heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad ons met Christus ten leven gewekt’ 2) schrijft Paulus aan de gelovigen in Efese.
Geloven is dat we dat medicijn, geheel gratis medicijn, aanvaarden als voldoende voor ons en voor alle mensen.
Geloven is ook dat we ons dan durven verbinden met Jezus. We moeten niet uit angst voor wat anderen denken, ons verlangen de mond snoeren. Wie leeft in het licht, zegt Jezus, heeft niets te vrezen. Alleen mensen die verkeerde dingen doen, zijn bang voor het licht, omdat ze iets te verbergen hebben. Maar als je eerlijk verlangt als een kind van God te leven in het licht van Jezus hoef je niet bang te zijn. Daar hoef je niet voor in je schulp terug te kruipen. Dan verlang je alleen maar meer en meer spontaan het goede te doen.
Beoordeel en veroordeel elkaar niet. Daar heb je helemaal geen tijd voor als je ziet wat je allemaal zelf kunt betekenen voor je medemens die hulp nodig heeft, en de kansen die het leven biedt.  Er komt zoveel energie en hartelijkheid vrij als we niet meer hoeven te denken aan zonde en schuld. Door het kruis ligt dat achter ons. Heb veel meer oog voor Gods genade. We zijn vrijgemaakt voor een nieuw leven. Een leven in het licht van de waarheid.
Is het u opgevallen dat Jezus over de waarheid spreekt, niet als iets abstracts? Iets waarover je eindeloos kunt discussiëren en waarom je elkaar kunt demoniseren. “Ieder die de waarheid dóet, gaat naar het licht” zegt Jezus aan het einde van het gesprek met Nikodemus. Echte waarheid is iets dat je doet. Het mag gezien mag worden. Jíj mag gezien worden! Dat je een echt mens blijkt uit wat je doet en hoe je leeft. Geen perfecte mensen, maar echte mensen. Of zoals Paulus zegt in zijn brief: “Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede daden te realiseren die God voor ons al bereid heeft’.1)  In het ware licht zie je zoveel meer en kun je zoveel meer doen. Laten we aan de slag gaan. Amen

(c) Pastoor Martin Los
Schriftlezingen voor deze 4e zondag in de Vastentijd (r.k. lectionarium)
1) 1e lezing: Efeziërs 2:4-10
2) Evangelie: Johannes 3:14-21
Afbeelding: Study for Nicodemus Visiting Jesus, 1899 – Henry Ossawa Tanner