korte homilie donderdag in de 9e week door het jaar op 2 juni 2016 Mariakerk

letterToTimothyIn het Evangelie van deze dag (Mattheus 12:28-34) ligt alle nadruk op waar het in de kerk en in het gelovige leven om gaat: de liefde tot God met hart en ziel, en de naaste beminnen als jezelf.
Hielden we dat maar altijd voor ogen! Ja, volgden we maar de raad van Paulus aan Timotheüs (2 Timotheüs 2:8-15) die zijn leerling aanbeveelt: “Houd Jezus Christus in gedachten”, want hij is het beeld is van de volmaakte liefde van en naar God en tot medemensen, dan zou het leven van ieder van ons, van de kerk en van de hele wereld er heel anders uitzien. Maar we moeten tot onze schande bekennen dat wij die hoofdzaken ook niet altijd voor ogen houden, en soms bijzaken verwarren met waar het echt om gaat. Daarom raadt Paulus in zijn brief aan Timotheüs aan woordentwisten te vermijden. Dat is een goede raad voor alle tijden. Wij hebben het tegenwoordig steeds over de vrijheid van meningsuiting. Maar in alle tijden is er natuurlijk de vraag van hoe we met elkaar communiceren. Doen we dat wel op een manier die echt vruchtbaar is en inspirerend en opbouwend, of zijn we onder het mom van waarheid en rechtvaardigheid alleen maar bezig met ons zelf te profileren.
Dat gebeurde ook in de dagen van Jezus. De wetgeleerde die hem kwam vragen: “Heer wat is het belangrijkste gebod in de Bijbel?” deed dat ongetwijfeld uit oprechte motieven. Maar juist dit punt waren de rabbijnen in Jeruzalem en hun theologische scholen hevig met elkaar in conflict. Je zou toch denken dat daar zou geen discussie over zijn. Iedereen zal het er toch over eens zijn dat het belangrijkste gebod de liefde tot God en de naaste daaraan gelijk, is.
Ja, maar als dit al de kern van de godsdienst genoemd is door anderen, dan kun je als leraar niet meer profileren. Dan kun je niet meer zeggen: “ Je moet eigenlijk bij mij in de leer gaan zijn want ik bezit de sleutel tot de kennis van God en het goede leven”. Dus elke rabbijn zocht naar teksten in de Bijbel als een eigen niche. Zodoende konden zij zich als leermeesters profileren en tonen dat ze briljanter waren dan anderen. Dat leidde tot de meest vreemde spitsvondige redeneringen. Dat alles om maar aan te tonen dat men zelf de best bekwame rabbijn was. En de volgelingen bleven uiteraard niet achter. Hun leermeester was natuurlijk de beste en de meest begeerde professor in de theologie.
Nu begrijpen waarom iemand in het Evangelie aan Jezus vraagt: “Goede meester, wat is het belangrijkste gebod?” Zou Jezus op zijn beurt een nieuw slimmigheidje bedacht hebben om op te vallen en zijn rivalen af te troeven?
Nee, Jezus zegt juist wat iedereen wist en behoorde te weten. Zijn originaliteit was dat hij niet origineel wilde zijn op de wijze waarop wij “origineel” opvatten. Waar het omdraait is de liefde tot God en de liefde tot de naaste, antwoordt Jezus
Wanneer dan de man die dat vroeg reageert met te zeggen: Meester u hebt het bij het goede eind, zegt Jezus: “ Je staat niet ver af van het rijk van God”.
Is dat niet wat we eigenlijk allemaal willen horen? Dat we niet ver af staan van het rijk van God.
Het gaat er niet om dat we de knapste of de slimste zijn of het beste zijn in een discussie. Een ding is belangrijk dat we niet ver van het rijk van God staan.
Laten we daarom ons ook in de kerk niet laten verleiden tot discussies over woorden en zinnen en bijzaken. Laten we de hoofdzaak voor ogen houden.
Wat niet betekent dat er soms niet pittige gesprekken mogen zijn. Maar liefst ook met een beetje humor. Wanneer we alle verschillen met de mantel der liefde bedekken betekent dit dat sommige dingen uitgesproken blijven, die wel uitgesproken moeten worden. Anders gaan ze onderhuids een eigen, soms verwoestend leven leiden. Zaken niet bespreken vanwege de lieve vrede is zeker niet de bedoeling van de raad die Paulus aan Timotheüs geeft
De lieve vrede prediken komt voort uit angst dat discussies en conflicten verkeerd uit pakken. Het ontstaat uit gebrek aan vertrouwen dat volwassen mensen daar waar iets schuurt, er samen uit zouden kunnen komen. Er zijn inderdaad dingen waar je goed over moet spreken in het huwelijk, het gezin, op het werk, in de politiek, juist waar onenigheid heerst of dreigt. Want vaak spelen meerdere belangen die je af moet wegen tegenover elkaar. Dan moet er ruimte zijn voor een stevig gesprek. Wees niet bang om dingen open en eerlijk te bespreken. Maar liefst wel met een beetje relativering. Niet de ander vernederend maar met respect voor elkaar. Niet fanatiek maar met humor en ironie. Dan moeten we ons zelf niet als het ware op een voetstuk zetten of denken dat wij de waarheid in pacht hebben. Want de waarheid is God zelf. Die waarheid bezit niemand voor zichzelf. Zij openbaart zich als een licht dat in de harten van de mensen en zo in gemeenschap een weg baant.
Dan zullen we ervaren dat wij niet alleen maar op onze tekorten stuiten in de discussies met elkaar en van elkaar vervreemden. Dan zullen we ontdekken dat God door de Heilige Geest zelf ons de weg wijst. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Homilie op de 5e zondag door het jaar 7 februari 2016 Maria- en Willibrordkerk

Homilie op de vijfde zondag door het jaar op zondag 7 februari 2016 in de Mariakerk en de Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, we horen van vissers die na hun arbeid de boten aan land trekken. Ze zijn hun netten aan het schoonmaken. Hun werk zit erop.
Zo worden ze min of meer toevallig betrokken bij iets waarvan ze op dat moment nog helemaal geen voorstelling hebben: aan alle mensen de Blijde Boodschap verkondigen. Jezus heeft het scheepje van de mannen nodig. De menigte mensen die aan zijn lippen hangt is zo groot, dat de achterste rijen de voorste mensen naar voren dringen zodat hij in het water geduwd dreigt te worden. Het vissersscheepje kan mooi dienst doen als een soort preekstoel.
Dan doet Jezus plotseling een beroep op hen: Vaar nu een eind het meer op en werp jullie netten in het diepe. De verwonderde reactie van de vissers is begrijpelijk. Ze hebben gedaan wat ze konden en ze hebben niets gevangen. Maar ze zijn geboeid geraakt door deze meester: Op uw woord, Heer, zullen wij de netten uitwerpen.

We herkennen ons in hen. Wij spannen ons ook in om van ons leven iets te maken. We gaan bekwaam en verstandig te werk. Soms met succes, soms helemaal niet. We hebben ons er min of meer bij neergelegd dat dingen zo gaan. Ook in de kerk. We doen ons best. Maar zonder echt perspectief. We zien wel waar het schip strand.

Dan opeens blijken we op een keerpunt te komen. Soms vrijwel ongemerkt.  Een nieuw perspectief opent zich. Dat gebeurt bijvoorbeeld als we iemand ontmoeten die we liefhebben en met wie we ons leven delen. Dan lachen de dingen die eerst grauw of saai leken ons toe. Of als we iemand ontmoeten die in ons een talent ontdekt dat niemand voor die tijd zag. Dan opent zich de toekomst. Ineens lijkt alles om ons heen vol betekenis. Op een heel bijzondere manier gebeurt dat als we naar Jezus luisteren. Maar dan wel op een speciale manier:  alsof het de eerste keer is. Als we zijn woorden plotseling ervaren als gericht tot onszelf. Een uitnodiging, en roeping. Hoewel het onmogelijk lijkt, wat hij vraagt, worden we nieuwsgierig: Op uw woord, Heer, zullen we de netten uitwerpen.

Wat maakt dat we die stap inderdaad zetten? De vissers hadden hun vermoeidheid het laatste woord kunnen geven want ze hadden “de hele nacht gevist zonder iets te vangen“. Of ze hadden zich kunnen leiden door hun teleurstelling of door hun moeite als arbeiders met zalvende woorden van mannen in lange gewaden.  Toch wagen ze het met hem. Is het niet omdat  Jezus uiteindelijk je niet meer loslaat als hij je roept als je zijn stem als het ware voor de eerste keer hoort, al kennen we de verhalen misschien van kindsafaan.

vissersvanmensen2016Misschien gebeurt dat  juist op die momenten van ons leven dat het nutteloos lijkt wat we doen of wie we zijn. Of dat we geen vrede hebben met de gang van zaken of onszelf.
Waarom zouden dat niet de momenten zijn waarop God ons roept de bakens te verzetten. De uitdaging van het geloof opnieuw aan te gaan, daar gaat het om. Dat we opeens weer een nieuwe zin in ons leven zien. Dat we ook de kerk plotseling in een nieuw licht gaan zien. Niet als het werk van onze handen dat we krampachtig vasthouden, maar als Gods initiatief en  van Jezus Christus tegenwoordigheid in ons midden als de Levende.

“Wees niet bang. Ik zal u vissers van mensen maken” zegt Jezus als de vangst alle verwachtingen overtreft. Ze staan oog in oog met een mysterie. Het is hun werk, en toch niet want ze begrijpen dat God zelf hier aan het werk is. Vanaf dat moment volgen zij Jezus. Hun wereld zonder uitzicht wordt ineens een wereld met uitzicht op het rijk van God. Wat is er mooier dan vanuit dat perspectief mensen in aanraking te brengen met de blijde boodschap? Wat is vreugdevoller dan door je eigen leven mensen in aanraking te brengen met het verhaal van God met de mensen?

Laten we niet denken: dat kan iemand anders beter dan ik. Jezus vraagt het niet aan “iemand anders”. Hij vraagt u en mij. Om hem te volgen, die onnavolgbare visser van mensen. Te volgen in eigen leven, met eigen talenten, en eigenaardigheden.
Het gaat er niet om dat we de kerk weer vol moeten krijgen. Het gaat erom dat wijzelf vol zijn van Jezus en vol zijn Blijde Boodschap zijn.
Als dat niet zo is, laten we daar dan naar kijken en ons openstellen Wie weet staan we aan het begin van iets nieuws, een nieuwe periode in ons leven, een nieuwe fase in ons geloof of een nieuw hoofdstuk van de kerk.
Er zijn zoveel profeten buiten de kerk en binnen de kerk die zeggen dat het einde van kerk en geloof nabij zijn of dat het leven zelf zinloos is. Je zou zeggen: dat moet dan wel haast het moment zijn dat Jezus Christus gereed staat ons allen te verrassen zoals toen op het meer van Tiberias. Laten we daarom niet kijken naar het einde. Dan kijken we de verkeerde kant op. Laten we ons richten op sporen van het nieuwe waarmee onze Heer bezig is. Laten we de netten uitwerpen in het diepe. Amen

pastoor Martin Los

Voorgeschreven Schriftlezingen uit het Lectionarium van de r.k. voor zon- en feestdagen. 1e Lezing: Jesaja 6:1-2a. 3-8; 2e lezing: I Korinthiers 15:1-11; Evangelie: Lukas 5:1-11