Homilie op de feestdag van de Zalige Placida Viel SMMP op 4 maart 2016 in de kapel van Huize Alenvelt

Beste zusters en broeders, “Richt je ogen op de generaties van vroeger” hoorden we in de eerste lezing. We doen dat in de geloofsgemeenschap die de kerk is, en waar ook alle religieuzen toebehoren, op een heel bijzondere manier door onze voorgangers te gedenken.
We blikken dus niet zomaar terug om het hoofd te schudden over de nare dingen die in het leven van vroegere generaties gebeurd zijn of met een zekere nostalgie stil te staan bij de mooie dingen die zij beleefd hebben. We kijken gericht naar hen die iets toegevoegd hebben aan de tijd waarin zij leefden. Mannen en vrouwen die door hun leven en hun geloof van bijzondere betekenis geworden zijn. Zij zijn als het ware als pilonen in het landschap van de mensheid en van de kerk zoals de elektriciteitmasten van verre zichtbaar zijn en de kabels dragen en verbinden.
HPlacida2016We spreken, zoals u begrijpt, hier over de heiligen. In het bijzonder over hen die ons bekend zijn. Zo gedenken we vandaag de zalige Placida in haar eigen congregatie die hier bijeen is samen met de andere medezusters over de hele wereld.
Ik hoef u haar leven en werken niet in herinnering te brengen, want beschrijvingen van haar leven bevinden zich in uw bibliotheek. Partikels van haar relikwieën worden hier bewaard. Maar meer nog is het levende beeld van haar overgeleverd in uw harten door de liefde tot haar en de voortdurende overdenking van haar leven. Zoals we ook vandaag door deze feestdag van haar doen. De liefde tot deze bijzondere voorgangster in ons geloof en in uw charisma als zusters verlicht en verwarmt onze harten op deze dag waarop zij gestorven is. De dag waarvan wij mogen geloven dat zij is opgenomen in de hemel.
Zij is door haar prachtige voorbeeld samen met de stichteres H. Maria Magdalena Postel de trots van de congregatie. Iemand op wie je trots bent, is iemand bij wie je graag in de buurt wilt zijn. Iemand van wie je hoopt dat je een beetje op haar mag lijken door je eigen leven en geloof.
“Richt je ogen op de generaties van vroeger” zegt Jezus Sirach “en zie: is er iemand geweest die op de Heer vertrouwde en beschaamd werd?”  We moeten bij de die worden als we tegelijk denken aan zr. Placida, misschien zelfs even glimlachen. Want wat heeft zij een ontberingen doorstaan! Wat heeft zij een onbegrip en tegenwerking ondervonden! Zelfs van clerus en medezusters. Ze geneerden zich misschien zelfs een beetje voor haar met haar bedelpraktijk, haar blote voeten, haar verlegenheid. Maar zij vertrouwde op de Heer door alles heen. En ze werd niet beschaamd.
Het is ongelofelijk wat zij tot stand heeft gebracht. De bouw van de Abdijkerk. Maar met name ook door de verspreiding van de congregatie in een hele moeilijke tijd van door revolutie verdeeld land en een verwarde tijd en onrustig klimaat in Europa.
De gedachte dat zoiets mogelijk was en tot stand gebracht werd door het charisma van één persoon en haar congregatie doet onze harten sneller kloppen bij de gedachte of zoiets ook in onze tijd mogelijk zou zijn? Want van gedenken van een heilige met wie we ons persoonlijke verbonden voelen gaan gedachten vanzelfsprekend uit naar de toekomst.
Een paar weken geleden werd het Jaar van het godgewijde leven afgesloten. U heeft daar als zusters op uw eigen manier aandacht aan besteed. Samen met de parochie hier. En samen ook met de Maristen waartoe pater Jan Kouijzer behoorde, en wiens plotselinge dood altijd met dit Jaar van het godgewijde leven verbonden zal blijven. Paus Franciscus nodigt aan het begin van dat jaar in zijn Brief aan alle religieuzen ons uit om naar het verleden en het heden en de toekomst te kijken van de eigen congregaties en charisma’s.
De paus raad ons aan niet nostalgisch naar het verleden te kijken, maar in dankbaarheid om wat verricht mocht worden. En ervaar het heden dat gekenmerkt wordt door krimp en vergrijzing, niet gelaten en soms met innerlijke wrevel, maar beleef het heden met passie. Het hier en nu is de tijd waarin je leeft, en waarin je op jouw eigen, soms onbetekend lijkende wijze, toch de Heer kunt dienen. Met andere woorden: laat je de vreugde om je roeping en je leven in toewijding aan de Heer je niet ontnemen door de omstandigheden. Want het is dezelfde Heer “die niemand die op Hem vertrouwde beschaamd heeft”. En zie de toekomst hoopvol tegemoet. Niet met overspannen verwachtingen die alleen teleurstellen. Maar met vertrouwen en realistisch.
De kerk en het geloof zullen altijd blijven bestaan. Ook de charisma’s. Geloof zal altijd blijven bestaan als persoonlijke band met Jezus Christus, de levende Heer, in elke tijd, tot aan de voleinding der wereld. De Kerk zal altijd blijven bestaan, als lichaam van Christus, dat structuur geeft aan het leven van de gelovigen. De charisma’s als van de vele en verschillende ordes en congregaties zullen ook blijven bestaan als het vuur van de Geest dat telkens oplaait dan hier dan daar.
Je maakt je soms zorgen over het voortbestaan van de eigen congregatie door gebrek aan roepingen. Maar dat mag de vreugde om het ontluiken elders van nieuwe charisma’s niet overschaduwen. Het is immers dezelfde Heer die aan het werk is. En er mag immers een diepe geestelijke verbondenheid zijn tussen allen die tot het religieuze leven geroepen zijn.
Ook zr. Placida betrad nieuwe nog onbegane wegen die in de ogen van sommigen een breuk met het verleden betekenden, maar juist de toekomst openden. Moge in alles voorop staan de liefde tot onze Heer Jezus christus, die zijn leven voor ons heeft gegeven: “Niet jullie hebben Mij uitgekozen” zegt Hij “maar Ik jullie”.  Hij heeft ons niet uitgekozen omdat wij zo geweldig zijn, maar omdat Hij ons lief heeft. Misschien wel juist om onze onvolkomenheden en geringheid. Zie hoe het verlegen meisje dat zr. Placida was, in zijn liefde tot bloei mocht komen tot zegen van velen, en werkzaam in onze harten tot nu toe. Vanuit de toekomst  waarheen wij nog op weg zijn, komt Placida ons tegemoet en wenkt ons om vol te houden. Ondanks alles. Dankbaar terugblikkend. Met passie voor het heden, en met vertrouwen voor de toekomst. Geloofd zij Jezus christus in eeuwigheid. Amen

Martin Los, pastoor
Lezingen voor deze gedenkdag van H. Placida: Jezus Sirach 2:6-11 en Johannes 15:9-17

Homilie op het Feest van Kruisverheffing 14 september 2014 Mariakerk

kruisverheffing2014helena

Preek op het feest van Kruisverheffing
13 en 14 september 2014 Mariakerk De Meern

Schriftlezingen voor de Mis op dit feest volgens het wereld lectionarium van de r.k. kerk.
1e lezing: Numeri 21:4-9; 2e lezing: Filippenzen 2:6-11; Evangelie: Johannes 13:17

 

Lieve zusters en broeders, tranen van ontroering vloeiden over de wangen van keizerin Helena toen het kruis van onze Heer Jezus na eeuwen omhoog werd geheven op de berg Golgotha in Jeruzalem.
Drie eeuwen was het verborgen geweest. Drie eeuwen waarin de christenen waren vervolgd. Ze hadden geen kerken mogen bouwen. Ze waren tweederangsburgers geweest in het Romeinse rijk.
Maar nu na meer dan drie eeuwen was de keizer zelf christen geworden. In navolging van keizerin Helena.
Nu na zo’n lange tijd mochten de christenen eindelijk kerken gaan bouwen op de graven van de martelaren. Eindelijk mochten gelovigen nu de heilige plaatsen gaan bezoeken. De meest heilige plaats was voor hen de plek waar Jezus gestorven was aan het kruis. Het hout werd gevonden en opgericht. Het was een moment van grote ontroering en van grote vreugde voor Helena, voor allen die het meemaakten, en voor heel de christenheid.
Dat moment is in het collectieve geheugen van de kerk ingegrift. En sindsdien viert de kerk op deze dag het feest van Kruisverheffing.

We kunnen ons de ontroering van het moment nog veel beter voorstellen als we bedenken dat het kruis nog nergens afgebeeld was. Kruisbeelden boven de deur, hangertjes om de hals. Het was tot dan toe verboden geweest om het kruis zichtbaar te maken. Niemand was ook op de gedachte gekomen.
Voor de Romeinen was een kruis een schandelijk beeld zoals bij ons een strop. En de christenen mochten er niet voor uitkomen.

Dat was voor hen heel schrijnend omdat het kruis waaraan Jezus zijn leven offerde uit liefde voor de wereld, het medicijn is tegen de zonde en tegen het kwade.
Want dát is het hart van de christelijke boodschap: ieder die met zijn ogen opziet naar de gekruisigde Jezus wordt genezen van alle zonde. Ieder die zijn oog opheft naar Jezus aan het kruis, krijgt deel aan het eeuwige leven, aan het leven van God.
Dát en niets anders is het Evangelie.
Zo beleefden christenen het zelf. Het kruis mochten ze zich wel innerlijk voorstellen en ze mochten er in het geheim over praten, maar ze mochten het niet tonen. Nooit. Nergens. Hartverscheurend. Ze mochten het alleen maar voorleven door in de voetstappen van Jezus hun kruis op zich te nemen, het kruis van vervolging en discriminatie.
En nu voor het eerst werd het kruis zichtbaar gemaakt en omhoog geheven en nog wel op de plek waar Jezus gekruisigd was.

Nú kunnen we ons de tranen van vreugde, de vele eeuwen opgespaarde tranen van vreugde voorstellen.
Sindsdien werd het kruis overal zichtbaar. Het verkondigde aan iedereen de genade en vrede die God schenkt aan ieder die in de gekruisigde gelooft als de poort naar God, naar het rijk van God, naar het leven zoals God het in zijn liefde bedoeld heeft.
Tot op de dag van vandaag verkondigt het kruis overal de verlossing, het geluk dat God de mens wil schenken door het geloof in zijn Zoon

Maar hoe kan dat dan, vragen wij ons? Hoe kan dat kruis, afzichtelijk als het is, onze redding zijn? We willen dat graag analyseren en verklaren. Maar dat kan juist niet. Het is het geheim van God, van de liefde van God.
Als wij de wijsheid en de kracht van het kruis konden analyseren en verklaren, dan zouden we wijzer zijn dan God. Dan hadden we het zelf kunnen bedenken. Maar de redding door het kruis is de volstrekte unieke wijsheid van God.
Als wij opzien naar het kwaad dat aan een onschuldig mens is aangedaan, aan Jezus, dan geneest God ons van de macht die het kwade over ons heeft.
Dan stroomt door onze tranen een licht ons leven binnen. Dan worden we getroost in alle lijden en gebrek. Dan hebben we deel aan het eeuwige leven.

Dat was toen zo en dat is nu zo. Als ons geloof niet meer gebaseerd is op het kruis verliest het zijn kracht. Dan hebben we ook de wereld niets meer te bieden.
Want de wereld om ons heen kan alles bedenken, maar niet het kruis als redmiddel. Want dat is in de ogen van ieder weldenkend mens absurd.
Toch is dat het goddelijk medicijn dat voor geen geld te koop is, maar het wordt aan iedereen gratis aangeboden
Dat kruis helpt ons om te gaan met onze eigen onvolkomenheden en fouten en teleurstellingen. Het helpt ons ons eigen lijden te dragen.

Maar het kruis maakt ook dat we als christenen onze ogen niet sluiten voor het lijden in de wereld.
Omdat het kruis van onze Heer ons kracht en uitzicht geeft, voelen we ons, als het goed is aangetrokken, tot de zwakkeren in de samenleving.
De armen, de gebrekkigen, de jongeren die een thuis missen, de ouderen die aan hun lot worden overgelaten.
Paus Franciscus grijpt elke gelegenheid aan om te zeggen dat de armen de rijkdom van de kerk zijn, dat de gebrekkigen het sieraad van de kerk zijn.
Waar we als kerk en als gelovigen oog hebben voor de concrete nood van mensen, daar zal ook de kerk bloeien. Niet stoffig en doods, maar vitaal en jong.
En dan gaat het niet alleen of in de eerste plaats hierom dat wij met onze rijkdom en overvloed en middelen de armen en gebrekkigen kunnen helpen. Dat we blij kunnen zijn dat we hen kunnen helpen. Dat we daarin zelf een beetje op God mogen lijken die aan alle schepselen geeft wat ze nodig hebben.

Natuurlijk is hulp belangrijk, maar, zegt de paus, de armen betekenen veel meer voor de kerk. Het gaat vooral om de ontmoeting met de arme en gebrekkige, omdat we in hun het gezicht van de gekruisigde Heer tegenkomen.
Dat kan je werkeloze buurman of buurvrouw zijn. Dat kunnen ouderen om je heen zijn die afhankelijk en gebrekkig worden. Vorige week alleen al kreeg ik vier maal bericht dat een oudere zwaar was gevallen. Drie met een gebroken heup. Eén met een gebroken kaak. Ouder worden betekent kwetsbaar en afhankelijk worden.
Maar we mogen de ouderen niet als een last zien. Ze zijn een kans om God te ontmoeten die ons in de ander aankijkt.
Zulke ontmoetingen maken de kerk weer levend en jeugdig en aanstekelijk.

Drie eeuwen na Christus werd het kruis gevonden en opgericht. Sindsdien heeft het nergens ontbroken aan kerken en kruisen.
Nu is het misschien de tijd om opnieuw het kruis te vinden en op te richten. Doordat we de armen en gebrekkigen, de verlatenen en eenzamen op de eerste plaats stellen en een ereplaats geven.

“Heer Jezus. U haalde uw neus niet op voor het kruis. U gaf u zelf als medicijn en redmiddel voor de hele wereld om allen Gods liefde mee te delen. Geef dat wij ook in onze tijd weer onze ogen leren opslaan naar u, onze gekruisigde Heer.
Open onze ogen ook voor het gebrek van onze naaste om nog meer één te worden met U en Gods liefde nog dieper te verstaan”. Amen

(c) Martin Los, pastoor