Homilie op de 5e reguliere zondag door het jaar 8 en 9 februari 2014 in de Mariakerk De Meern

Preek op de 5e reguliere zondag door het jaar  op 8/9 februari 2014 in de Mariakerk De Meern

bij het Evangelie van deze zondag volgens het voorgeschreven wereldwijde r.k. lectionarium Mattheus 5:13-16

Lieve zusters en broeders,  de olympische spelen zijn begonnen. Een indrukwekkende opening vrijdagvond. De eerste drie medailles voor Nederland zijn al binnen. Een paar weken lang zullen we sporters zich zien inspannen om de overwinning te behalen of in elk geval boven zichzelf uit te stijgen.

Al die wintersporters hebben een club van supporters en van verzorgers bij zich. Want het is natuurlijk voor iedereen duidelijk dat kampioenen in hun eentje niet op het allerhoogste podium komen. Ze moeten uiteraard zelf over voldoende talent beschikken en doorzettingsvermogen, maar ze kunnen het niet alleen. Iedere sporter beschikt over een coach.
Tijdens de wedstrijd zie je zo’n coach de sporter aanvuren en allerlei aanwijzingen geven. Wanneer het om een heel team gaat, zie je de coach tijdens een time-out zijn team moed in spreken.

Op een bepaalde manier zouden we Jezus ook als een soort coach kunnen zien. Niet coach van anderen, maar onze coach. En geen coach die wij hebben uitgekozen, maar een coach die ons heeft uitgekozen om te delen in zijn kennis en vreugde,

“jullie zijn het zout der aarde” zegt deze coach tegen zijn leerlingen toen en tegen ons nu. “Jullie zijn het zout der aarde” Dat komt op mij over als een enorme aanmoediging alsof het voor of tijdens een wedstrijd is

De menigte tot wie Jezus spreekt daar tegen de heuvels van het meer van Galilea zijn heel eenvoudige mensen. Ze kunnen niet lezen en niet schrijven. Tot hun grote verwondering heeft Jezus hun landstreek uitgekozen om zijn boodschap als eerste te verkondigen. Een paar jonge vissersmannen heeft hij als zijn leerlingen uitgekozen.

Het zijn allemaal mensen die met moeite rond kunnen komen. Ze zijn allang tevreden als ze elke dag te eten hebben. Ze zijn blij als ze een echtgenoot vinden, en kinderen krijgen voordat ze sterven aan één van de vele ziekten.
Deze mannen en vrouwen hebben geen van allen het gevoel dat ze “ertoe doen”. In elk geval niet in de grote wereld om hen heen. Niemand van hen heeft ooit het idee gehad dat hij of zij de loop van de geschiedenis zou kunnen veranderen.

Nu horen ze daar die jonge rabbi tegen hen uitroepen: “jullie zijn het zout der aarde”.
Ik kan me voorstellen dat ze daar even kippevel van kregen. Dat ze elkaar aankeken en dachten: “Wij? Zout der aarde?“

Het is goed om te weten dat zout vroeger nogal schaars was. Wíj gebruiken zout zelfs om onze stoep ijsvrij te maken. Maar op de mensen lang geleden zou dat dezelfde indruk gemaakt hebben een put dempen met goud.
Dat zout schaars was, daaraan herinnert nog het woord salaris. Soldaten kregen hun soldij in zout uitgekeerd. Dat konden ze dan gemakkelijk in ruilen voor noodzakelijke levensbehoeften. Dus zout was schaars. En met dat schaarse góed vergelijkt Jezus zijn leerlingen.

Ze vonden zichzelf helemaal niet uniek. En hadden zeker niet de indruk mensen te zijn die “ertoe doen”.Toch noemt Jezus hen kostbaar en uniek als zout.
Om drie redenen. Hij ziet veel meer in hen dan zij in zichzelf zien. Hij kijkt niet op hen neer. Hij ziet in elk van hen een kind van God.
We weten allemaal hoe heilzaam het is als iemand jou oprecht moed en vertrouwen inspreekt.
We zijn zo gewend om kritiek te krijgen en we zijn zo gewend om kritiek te leveren, dat het lijkt alsof we niet anders kunnen dan dat.
Maar de ander oprecht vertrouwen in zichzelf geven, is nog veel noodzakelijker, en mooier en vruchtbaarder. Daar zouden we altijd mee moeten beginnen ook als we kritiek hebben.

Als coach spreekt Jezus allen die naar hem luisteren, moed en vertrouwen in. Dat was toen zo. Dat is nu nog zo.
Van Jezus gaat een kracht uit die ons telkens weer opricht en ons vol hoop en vertrouwen doet zijn.
En het spreekt vanzelf dat we dat dan ook aan elkaar willen doen door de liefde die van Jezus uitgaat. Het is een domino-effect. Of lieverd gezegd: het wordt “een lopend vuurtje”zoals een nieuwe rubriek in ons parochieblad Drieluik heet.

Door de uitroep “jullie zijn het zout der aarde” laat Jezus ons onszelf met andere ogen zien, met de ogen van Gods liefde. En dat is ook de bedoeling van de verkondiging van het Evangelie door de kerk. Het is niet de bedoeling dat mensen zich afgewezen of veroordeeld voelen. Het gaat erom dat ze verwonderd en blij naar zichzelf gaan kijken met de ogen van Jezus.
En er gaat nóg een grote aanmoediging uit van die woorden: “jullie zijn het zout der aarde”

Er is maar weinig voor nodig om een hele maaltijd smakelijk te maken. Als gelovigen hoeven we niet te denken. “We zijn maar met weinig. Of wat stel ik eigenlijk voor? Wat beteken ik nou eigenlijk voor het rijk van God?”
Als wij maar de blijde boodschap zelf ter harte nemen, dan zorgt God er wel voor dat we de smaakmakers zijn in onze omgeving en in de wereld waarin we leven.

We moeten ons niet teleurgesteld terug trekken uit de wereld als christenen. We moeten niet op alles en iedereen kritiek leveren alsof we tot rechters zijn aangesteld van onze medemensen. De enige opdracht die we hebben is om zelf de boodschap van Gods liefde ons eigen te maken en in eigen leven handen en voeten te geven.
Als we dàt doen, zullen we zelf die liefde veel beter beleven. En we zullen ook veel meer betekenen voor de wereld om ons heen.

Als we de woorden van Jezus over barmhartig zijn voor anderen echt ter harte nemen, dan helpen we daarmee onze medemensen. Als het zout in de pap. En wellicht winnen we hen dan ook voor Gods liefde zodat ze ook Christus in hun leven binnenlaten.
Barmhartig zijn is voor iedereen weggelegd. Want iedereen heeft een hart. Daarin kan iedereen uitblinken.

Helaas is het ook in de kerk vaak gewoonte om anderen te schuld te geven als er iets niet naar de zin is. Wat een verspilde energie. Dat is geen zout in de pap, maar de dood in de pot.

Hoe vaak stellen we onszelf eigenlijk de vraag: Ben ik een echt mens naar Gods hart zoals Jezus bedoelt? Ben ik echt een hartelijke christen die anderen iets van de vreugde en de warmte van het evangelie laat voelen?

En het mooie is: als we inderdaad tot de conclusie komen dat we niet echt het zout in de pap zijn geweest, dan spoort onze coach, Jezus, ons meteen weer aan en opnieuw laat hij ons met zijn ogen zien als hij zegt: “jullie zijn het zout der aarde!” Hij houdt niet op ons aan te raken met Gods barmhartigheid.
Elke keer als we twijfelen aan onszelf roept Jezus : “Houd vol! Je redt het wel”.
Zolang we naar hem luisteren, worden we steeds weer op het goede spoor gezet.  Zo geeft Jezus zelf smaak aan ons leven. Hij maakt dat we er steeds weer zin in krijgen om het te proberen met zijn boodschap en zijn voorbeeld.

Tegen de één zegt hij: “je geeft toch niet op? Je bent nog maar net begonnen!” Tegen de ander: “niet opgeven. Je bent er bijna. Tegen weer een ander: “Je bent goed bezig. Niet buiten je schoenen gaan lopen” En tegen weer een ander: “Loop jezelf niet voorbij. Vergeet niet blijdschap uit te stralen”.

“Jullie zijn het zout der aarde!’  Wat mooi om te horen. We goed om te mogen zijn. Ieder op haar of zijn eigen manier. Amen 

(c) Martin Los, pastoor

Homilie op het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) 2/2 2014

Preek op het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel op 2 (1) februari 2014 in de H. Willibrordkerk in Vleuten

Voorgeschreven schriftlezingen uit het wereldwijde lectionarium van de r.k. kerk: 1e lezing Maleachi 3:1-4; tweede lezing: Hebreenbrief 2:14-18; Evangelie: Lukas 22-40

Lieve zusters en broeders,  het is een vertederend gezicht. Een oude man neemt het veertig dagen oude kindje Jezus in zijn armen. We zien het voor ons.
Even later komt een oude vrouw op Jozef en Maria en hun kind toe. Ze deelt in de vreugde van Jozef en Maria om de geboorte van hun kind en dankt God voor dit wonder.

Wat mooi als je zelf een heel leven achter de rug hebt, en je ziet dan zo’n pasgeboren kindje op de arm van jonge ouders. Daar begint het leven opnieuw. Het leven gaat door ook als jij straks de laatste adem uitblaast!
Je hebt zelf het unieke avontuur van het leven mee mogen maken. En gelukkig is het met jou niet afgelopen. Kijk maar naar dat kindje dat zich nog van niets bewust is.

Met elke geboorte begint het avontuur van het leven opnieuw. En van de mensheid. Alle reden om blij te zijn bij de geboorte van ieder kind.
Maar elk kind is ook een belofte. Wat zou er uit dit kind groeien? Waar zal het blij mee zijn? Waar zal het goed in zijn? Welke bijdragen zal het leveren aan de maatschappij? Niet ieder mensenkind dat geboren wordt, hoeft een Nelson Mandela of een paus Franciscus te zijn. Maar elk mensenkind kan later het verschil maken in haar of zijn omgeving.

Voor het volk van God kwam daar nog een vreugdevolle betekenis bij. Elk jongetje dat geboren werd, kon de lang verwachte Messias zijn. Daarom keken de mensen op het tempelplein vol verwachting uit naar elk pasgeboren jongetje dat door zijn ouders het plein op werd gedragen.

De oude Simeon neemt Jezus in zijn armen en roept uit: “Nu laat Gij, Heer, uw dienaar gaan in vrede naar uw woord, want mijn ogen hebben thans uw heil gezien, een licht dat voor de volkeren straalt” .
Elk kind zou de beloofde Verlosser kunnen zijn. Voor Simeon staat vast door zijn geloof dat met dit kind de langverwachte Redder is gekomen. En ook voor die hoogbejaarde Anna.

Vele generaties voor hen hebben vastgehouden aan de belofte van God dat eens de Verlosser van Gods volk geboren zou worden. Ieder kind hebben ze verwachtingsvol in de armen genomen. Tallozen zijn gestorven vol vertrouwen dat God woord zou houden. Ze hebben het geloof doorgegeven aan hun kinderen. Ze hebben het voorgeleefd zonder de vervulling te zien. Toch hielden ze vol. En nu mag het volk van God bij monde van Simeon en Hanna de beloofde Verlosser verwelkomen. Ze zingen het uit van blijdschap.

Wat is dat toch dat gelovige mensen altijd uitzien naar iets wat je niet kunt zien? Hoe komt het dat ze altijd vol hoop zijn? Hoe komt het dat ze een leven proberen te leiden dat gebaseerd is op liefde en waarheid? Hoe verlangen ze in ieder mensenkind een kind van God te zien? Waar halen ze de kracht vandaan?

Dat was niet alleen zo in de tijd voor de geboorte van Christus, dat is ook nu zo. We hebben als gelovigen eigenlijk niets in handen. We hebben alleen geloof in het evangelie van Gods liefde. En door dat geloof staan we als het ware steeds op de uitkijk naar het rijk van God dat ons beloofd is.

Daardoor stralen we iets heel bijzonders uit. Daardoor ligt er een glans van blijdschap op ons gezicht. Daardoor mogen we een baken van hoop voor onze omgeving zijn. Zo mogen we verwijzen naar het licht dat komt, het Licht dat Christus zelf is.
We zijn door het geloof niet het licht zelf, maar we mogen wel op de een of andere manier dat licht weerspiegelen door onze levenshouding en onze vreugde.

Daarom viert de kerk op deze twee februari sinds mensenheugenis het feest van de opdracht van de Heer in de tempel.
En we gaan in de lichtprocessie met brandende kaarsen Christus tegemoet. Hij heeft zelf dat licht in ons aangestoken.

Waarmee is dat te vergelijken? Met de dageraad. Voor de zon opgaat zien we de roze gloed tegen de lucht. Even later komt de zon daaruit te voorschijn. Het lijkt alsof de dageraad de zon voorbrengt. Maar het is omgekeerd. De zon brengt de dageraad voort.
Dat is ook het beeld van het volk van God. Het verwacht Christus. Hij komt uit haar voort. Maar in werkelijkheid heeft Christus zijn volk door het geloof voorbereid om hem te ontvangen.
Zo gaan wij de Heer tegemoet met onze brandende kaarsen om hem te verwelkomen, maar Hij zelf is het die onze verwachting heeft gewekt en onze hoop gevoed.

We ontsteken op allerlei momenten kaarsen. Niet alleen in de kerk, niet alleen op zondag. We doen het vele malen.
Bijvoorbeeld om een gestorvene te gedenken. Of om te bidden voor iemand die het moeilijk heeft. Of omdat we voor een moeilijke beslissing staan en niet weten of we rechts of links om moeten gaan. In alle gevallen ontsteken we een licht als teken dat we uit het geloof willen leven.
We zeggen door dat kaarsje: “Heer, we vertrouwen op U”.  Daardoor kijken we uit naar Christus die het licht in de duisternis is. En we worden daardoor ook zelf lichtpunten die naar Hem verwijzen, lichtpuntjes in de wereld waarin we leven en werken.

En weet u wie voor mij heel bijzonder zulke lichtpunten zijn? Dat zijn de ouderen in ons midden.
Het is gewoon geworden om het hoofd te schudden over de kerk omdat je daar voornamelijk grijze hoofden zou zien. Gelukkig zijn in onze parochie heel wat kinderen en jongeren zichtbaar en actief. Vandaag stellen weer een dertigtal kinderen zich voor die hun Eerste communie gaan doen hier in deze kerk. En er zijn het afgelopen jaar veel kinderen gedoopt. Om maar iets te noemen. We verheugen ons op kinderen en jongeren in de kerk. Maar evenzeer op de ouderen.

Laten we niet het hoofd schudden als er  in de kerk regelmatig voornamelijk ouderen zijn. Zoals Anna en Simeon.
Want dat jonge mensen die midden in het leven staan en druk met allerlei dingen bezig zijn, soms even de weg naar de kerk niet kunnen vinden, dat kunnen we ons voorstellen, hoe jammer het ook is.
Maar als ouderen die een heel leven achter de rug hebben, en die van alles hebben meegemaakt,  uiteindelijke zouden zeggen: “ik geef het op in God te geloven” dan zou dat pas echt reden tot zorg zijn.

Dat u, als ouderen op leeftijd, met uw grijze haren, door uw geloof zegt: “mijn houvast is God. En het Evangelie. Mijn heil is Christus en de hoop op het eeuwige leven” dat is pas echt bemoedigend voor ons allen. Ook voor de kinderen en jongeren. Laten we daarom niet ons hoofd schudden om de grijze hoofden in de kerk, maar laten we ons aan hen optrekken.

En telkens als u, oudere, met uw verweerde handen en ouderdomsvlekken en allerlei ongemakken uw handen uitstrekt om de communie te ontvangen, ontvangt u Christus.
Dan bent u als Simon die het kind in zijn armen nam en vol blijdschap riep: “Mijn ogen hebben uw heil gezien, een licht dat straalt voor heel de wereld”

Wees ervan overtuigd dat u voor de jongere generaties een aansporing bent om het geloof te bewaren. Ook al reageren de jongeren niet direct. Straks zijn zij op hun beurt hopelijk die grijze hoofden die belijden: “Jezus, u bent het licht in ons leven, u bent voor ons het eeuwige leven”.. Amen

(c) Pastoor Martin Los