homilie op het Hoogfeest van Openbaring van de Heer (Driekoningen)

driekoningen2015Preek tijdens de eucharistie op het Hoogfeest van Openbaring van de Heer (Grieks: Epifanie. Ned. Driekoningen. in Nederland gevierd op zondag 4 januari 2015)

Schriftlezingen voor dit feest uit het voorgeschreven wereldwijde lectionarium van den r.k. kerk: 1e lezing Jesaja 60:1-6 2e lezing Efeziërs 3:2-6. evangelie: Matteus  2:1-12

Lieve zusters en broeders, op het Kerstfeest staan we er altijd verwonderd bij stil dat herders de eersten waren die de pasgeboren koning mochten gaan zien. Mannen die er in de ogen van de maatschappij absoluut niet toe deden vanwege hun armzalig bestaan. Zij mochten als eersten Christus verwelkomen. En zij mochten als eersten zijn komst aan de mensen gaan verkondigen.
Dat lijkt helemaal niet op een gelikte reclamecampagne. Want als je mensen die er niet toe doen, uitzoekt om je boodschap te verkondigen, dan weet je dat er niet naar hen geluisterd wordt.
Tenzij…..tenzij je wilt dat juist alle ándere mensen die het gevoel hebben dat ze niet meetellen, bereikt worden. De armen, de eenvoudigen, de gebrekkige en zoekende mensen.

Dat is nog steeds onze opdracht als we in onze tijd de blijde boodschap verkondigen. Dat we dat niet vanuit de hoogte doen. Alsof wij christenen, meer of beter zijn dan anderen. Nee, we verkondigen de blijde boodschap vol vreugde omdat wij tot onze eigen verwondering uitgekozen zijn om in Jezus te geloven. En dat we dat graag met velen willen delen. Juist met de mensen die het gevoel hebben dat ze er niet toe doen, en die niet durfden dromen dat ze door God zijn kinderen zouden worden genoemd.

Die verleiding ligt altijd op de loer dat we ons door onze godsdienst meer voelen dan anderen. Dat is een vergissing. We moeten ons juist één voelen met alle mensen omdat we niet meer zijn dan hen. Ook omdat de boodschap dan helemaal niemand bereikt. Als wij het Evangelie verkondigen met de instelling dat wij een elite vormen die boven anderen uitsteekt, moeten we niet gek op kijken als er niemand naar ons luistert.

Het is heel gemakkelijk om in deze tijd te zeggen dat geloof mensen niets meer zegt. Dan kun je je terug trekken op je eigen gelijk. Maar we kunnen ook zeggen: “wat jammer dat we er in onze tijd niet in slagen de juiste toon aan te slaan om als echte herders de mensen van nu te bereiken, als mannen en vrouwen met visie en bezieling die tegelijk weten wat de noden van de mensen zijn.
Laten we nog beter kijken waar we nu bij de mensen aanknopingspunten kunnen vinden voor het Evangelie. Dat geldt voor ons allemaal, voor de pastores, de leidinggevenden en alle gedoopten. Waarom zou het jaar 2015 niet daarvoor zomaar ongekende kansen bieden? Maar daarvoor is wel geloof nodig. Te beginnen bij ons zelf persoonlijk en bij ons als geloofsgemeenschap.”

Op het feest van Driekoningen staan we even verwonderd dat naast de herders drie vreemdelingen uit het Oosten als eersten de nieuw koning geschenken komen brengen. Het zijn niet de hovelingen en de geleerden uit Jeruzalem die naar het kind in de kribbe komen. Ze hebben alles in handen om dat wel te doen.
Ze hebben immers de bijbelse boekrollen. Daar staat geschreven dat de Verlosser in Bethlehem geboren zal worden. Maar zelf als de wijze uit het Oosten hen ernaar vragen, gaat ze nog niet mee om te kijken.
En de paranoide koning Herodes bedenkt al een plan om een mogelijk aantasting van zijn macht meteen de kop in te kunnen drukken.
Het zijn wijzen uit het Oosten die een ster gezien hebben, en zo bij het kind in de kribbe komen met hun geschenken.
Ook dat wil ons natuurlijk iets zeggen net als bij de herders. Dat mensen uit de hele wereld Jezus Christus zoeken en als Redder zouden aanvaarden, was door de profeten al eeuwen verkondigd. We hoorden het in de eerste lezing. En nu gingen de oude woorden in vervulling. Dat is precies wat er gebeurd is.

Na Pasen trokken de apostelen de wereld in om de blijde boodschap van Jezus Christus te verkondigen aan de Joodse mensen, maar ook aan alle mensen die God niet kenden. Die zagen de ster die uit Israel was opgegaan. Ze ontdekten in Jezus de Heiland van de wereld die hen tot kinderen van God maakte.
Zo mogen wij er nog steeds op vertrouwen, dat de Heer zelf het licht is dat mensen wekt. Wíj mogen verkondigen als herders. Maar Hijzelf is ook aan het werk.
Wie weet hoe Christus’ licht al in de harten van mensen schijnt. Hij zorgt er steeds in de geschiedenis weer voor dat we voor verrassingen komen te staan. Want als Christus mensen raakt en in beweging brengt dat brengt hij ook het mooiste in hen aan het licht.

Al hun talenten komen ze hem aanbieden: goud, myrrhe, wierook.
Goud staat voor alles wat duurzaam is. Echte liefde en trouw. Dat wekt Jezus in mensen op.
De wierook die vanmorgen ook hier in de kerk rond het altaar opstijgt,  staat voor heiligheid. De liefelijke zoete geur die omhoog stijgt is, beeld van ons leven dat als een offer omhoog stijgt, een offer van dank aan God.
Myrrhe staat voor de lekkere reuk die wordt toegevoegd aan olie waarmee lichamen gezalfd en gebalsemd worden. Het wil zeggen dat alles wat in Jezus’ naam gedaan wordt niet bedorven raakt. Het maakt deel uit van het eeuwige leven, van het koninkrijk van God. Het is verrukkelijk. Heerlijk!
Het Evangelie van Jezus Christus is zo mooi dat het ook het mooiste en zuiverste en duurzaamste in mensen oproept en blootlegt.

Natuurlijk staan moeten we als gelovige mensen met beide benen op de grond. Maar laten we wel een neus hebben voor waar Christus aan het werk is. Binnen en buiten de kerk.
Laat er geen plaats zijn voor cynisme. Cynisme hoort nergens thuis maar zeker niet in de kerk. De kerk zou toch de laatste plaats moeten zijn waar je cynische geluiden hoort. Laten we ons hart ophalen aan wat mooi en zuiver en duurzaam is in de kerk en in mensen.  Kortom laten we bezig zijn met wat mensen blij maakt en verkwikt. Dat werkt aanstekelijk. Het maakt ook een geloofsgemeenschap aantrekkelijk.

Een nieuw jaar des Heren is begonnen. Laten we vol verwachting dit jaar ook als geloofsgemeenschap binnen gaan. We mogen heel dankbaar zijn voor alle inzet in het afgelopen jaar. Door uw gebed, uw activiteiten, uw financiele bijdrage, uw geloof.
Laten we ook ons beste beentje voorzetten voor het jaar 2015.
En vooral laten we de vreugde van het geloof samen beleven en vol verwachting zijn voor wat Christus teweeg brengt in mensen en waar de heilige Geest toe in staat is.
Soms dankzij ons……soms ondanks ons.
Amen

(c) Pastoor Martin Los

Homilie Oudejaarsavond 2014 in de Mariakerk De Meern

De zegen urbi et orbi (voor de stad en de wereld) door paus Francisus

De zegen urbi et orbi (voor de stad en de wereld) door paus Franciscus

Preek Oudejaarsavond 2014
in de Mariakerk De Meern

De Schriflezingen tijdens de eucharistie uit dankbaarheid bij de afsluiting van 2014 zijn genomen van het feest van 1 januari Nieuwjaarsdag: feest van H. Maria, Moeder Gods (Oktaaf van Kerstmis): 1e lezing Numeri 6:22-27 2e lezing Galaten 4:4-7 Evangelie: Lukas 2:16-21


Lieve zusters en broeders, we beleven deze jaarwisseling als burgers van ons land en bewoners van deze wereld. We delen in alle lief en leed dat aan ons voorbijtrekt in de verschillende jaaroverzichten in het nieuws.
Natuurlijk worden we pijnlijk herinnerd aan vormen van gruwelijk geweld in oorlogsgebieden. En als Nederlanders denken we onmiddellijk aan de ramp met de MH17 en de droefheid over de vele slachtoffers waarvan we allemaal wel familie of vrienden of bekenden kennen.
Maar we beleven deze jaarwisseling niet alleen als een soort toeschouwers van wat erop het wereldtoneel gebeurt. We beleven deze jaarwisseling ook als personen met een eigen verhaal en geschiedenis, de mooie dingen, maar ook de tegenslagen en verlies. We ervaren wat dat voor ons persoonlijk betekent. We kijken bij onszelf naar binnen, naar de beelden van ons persoonlijk jaaroverzicht.

Ook als kerk en gelovigen komen we samen om te danken en te bidden aan de vooravond van de jaarwisseling. Want we leven mee met de wereld waarin we leven, en met de mensen met wie we persoonlijk optrekken. De wereld mag rekenen op ons gebed en medeleven.
De kerk is niet een hobbyclub van in zichzelf gekeerde gelijkgezinden. De kerk is de woning van God die te midden van de mensen met hen meetrekt.
De kerk herinnert iedereen eraan dat wij, mensen, er niet alleen voor staan. Ze vertelt de mensen dat ons leven niet zinloos en doelloos is. Ze maakt ons als mensen bewust dat we alle reden hebben om dankbaar te zijn. En dat we ook in alle nood iemand hebben om ons tot Hem te richten, de God van Abraham, Izaäk en Jakob, de Vader van onze Heer Jezus Christus.

Als gelovigen hebben we alle reden om dankbaar te zijn dat we als kerk het afgelopen jaar weer samen mochten optrekken. Door ons gebed, door ons geloof, door de liturgie, door om te zien naar de naaste in nood, door de overdracht van het geloof aan de kinderen.
We mogen ons gerust de vraag stellen of we ons voldoende bewust zijn van het voorrecht dat wij hier in ons woongebied een vitale kerk hebben en zijn.
Er bereiken ons droevige berichten uit het bisdom over aanstaande kerksluitingen en afstoting van kerkgebouwen.
Er is geen enkele reden om ons hier op de borst te kloppen. Wel hebben we alle reden om dankbaar te zijn. Dankbaar dat het leven van een gemeenschap als geloofsgemeenschap hier nog actueel en zichtbaar is en dat ze ook nog in staat is mensen in aanraking te brengen met de rijke levende traditie van ons geloof. Hoe meer wie die dankbaarheid zelf ervaren, hoe meer we ons ook zullen inspannen om onze geloofsgemeenschap samen te onderhouden.

Zoals u weet sluit de jaarwisseling de week van Kermis af. Het is ook vandaag nog Kerstfeest. We zijn allemaal weer verenigd geweest rond het mysterie van de menswording van Christus. Dat God zelf mens geworden is, om ons deel te geven aan zijn goddelijke leven vol liefde en geluk en uitzicht op zijn heerlijkheid, is bron van vreugde.
De kerk mag bron van vreugde zijn voor iedereen omdat zij dat geheim koestert in haar hart zoals Maria al de woorden bewaarde in haar hart.
Met dat geheim gaan we ook het nieuwe jaar in. Moge het ons helpen het jaar goed af te sluiten. Dankbaar voor al het goede. En in staat om alles wat onverwerkt is gebleven en pijn doet in Gods hand te leggen opdat we mogen vertrouwen dat het ons zal helpen te groeien als zijn kinderen die door de geest aangeraakt en bevrijd zijn.
Bidden we ook dat ons steeds voor ogen mag staan dat de kerk tot zegen van haar omgeving mag zijn, en dat we dat ook door ons persoonlijk geloof en leven mogen zijn.
Daarom eindigt elke Eucharistie met de priesterlijke zegen. Deze zegen betekent niet alleen een fraaie handeling om de Mis af te sluiten. Deze zegen wil zeggen: wat we hier gevierd en ontvangen hebben, dat mag vruchtbaar zijn in eigen leven en in eigen omgeving. Het is God zelf die achter ons staat en ons uitzendt.

Onze huidige paus Franciscus houdt niet op op allerlei manieren, in woord en daad, duidelijk te maken aan ons als kerk en gelovigen dat de kerk er niet voor zichzelf is. Het is Gods woning onder mensen. Ze is bedoeld tot zegen van alle mensen.
Om dat zichtbaar te maken wil ik graag vandaag niet alleen de zegen geven aan het einde van de Mis zoals we gewend zijn, maar ook nu aan het einde van de preek.
We zijn gezegende mensen doordat Jezus ons geroepen heeft om zijn vrienden te zijn. We zijn ook gezegend mensen omdat we tot zegen van anderen mogen zijn door de boodschap van de vreugde, het Evangelie van onze Heer Jezus Christus. Amen

(De priester verlaat de ambo en gaat voor het volk staan en strekt zijn handen uit. Nu volgt de zegen uit Numeri 6:22-27 gevolg door het Wees Gegroet en de Geloofsbelijdenis)

Pr.      De Heer zegene en behoede u
De Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig
De Heer verheffe zijn aangezicht over u
en geve u vrede
Allen: Amen

(c) Martin Los, pr