Homilie 5e gewone zondag 7 en 8 februari 2015

Preek op de 5e gewone zondag op 7 februari 2015 in de Willibrordkerk en 8 februari in de Mariakerk

Voor deze zondag voorgeschreven Schriftlezingen uit het universele r.k. lezingenrooster. 1e lezing Job 7:1-4,6-7 2e lezing I Korinthiers 9:16-19,22-23 Evangelie: Marcus 1:29-39

genezingvanschhonmoederPetrus2015

Rembrand van Rijn Genezing van de schoonmoeder van Simon Petrus door Jezus

Lieve zusters en broeders, we kunnen ons heel goed voorstellen dat Jezus’ leerlingen hun meester wilden voorstellen aan hun familie. Ze waren diep onder de indruk van hem. Maar meteen blijkt dat er geen tijd is voor een rustige kennismaking. De schoonmoeder van Petrus ligt met koorts in bed. Dat was in die tijd bijzonder ernstig. Pas tachtig jaar geleden werden de antibiotica ontdekt waarmee koorts kon worden bedwongen. Daarvoor was er geen medicijn tegen koorts. Wie ’s morgens koorts had, kon de volgende dag al sterven. Het was alarmfase één in huize Simons. Bovendien was iedereen bang en niet ten onrechte dat koorts besmettelijk was. Jezus laat zich daardoor niet afschrikken. Hij gaat onmiddellijk op de vrouw die op bed ligt, af, grijpt haar bij de hand en helpt haar overeind.

Het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar Jezus genas de vrouw niet alleen, hij doorbrak ook verschillende taboes. 1) Dat je het huis van een zieke niet binnengaat. 2) Dat je een zieke met koorts niet aanraakt. 3) Dat je als man een onbekende vrouw niet aanraakt. 4) Dat je haar je vervolgens laat helpen terwijl iedereen nog niet overtuigd is dat ze geen gevaar meer is. 5) En dat zij hem als vrouw openlijk en vrij mag dienen en niet verbannen is naar de keuken zoals toen gebruikelijk was als mannen bijeen waren.
6) Jezus geneest op de sabbat. Volgens de politiekcorrecte mensen in die dagen was genezen werken. Dat mocht niet op de sabbat.
Het is deze vrijheid van Jezus ten opzichte van allerlei taboes in die tijd die zoveel indruk maakt.

Aan ons de vraag: welke taboes zijn er in onze tijd die menselijke omgang moeilijk maken? Taboes die mensen in een isolement dwingen. Taboes die mensen verstoken laten zijn van zorg en aandacht. Taboes die mensen hinderen in hun ontplooiing als mens. Taboes zijn vaak gebaseerd op angst. Angst voor het andere. Angst voor de ander.
We zien dat Jezus niet bang is. Hij is zichzelf. Hij is zich bewust van zijn heilzame kracht omdat hij door God gezonden is. Die kracht gebruikt hij om mensen te genezen en aan zichzelf terug te geven. Hij gebruikt die kracht om mensen aan elkaar terug te geven en te verbinden.

Als de Sabbat voorbij is en de avond begint, komen alle mensen met hun zieken naar hem toe. De mensen hebben plotseling ook hun angst afgelegd. Want normaal was om je zieke of gehandicapte of geestelijk gekweld kind of demente partner te verbergen in huis. Uit schaamte. Al die taboes verdwijnen als sneeuw voor de zon.
De aanwezigheid van Jezus wordt door iedereen als bevrijding ervaren. Er gaat een heilzame kracht van hem uit.

Overal en altijd waar het Evangelie met liefde en overtuiging wordt verkondigd zullen mensen moed vatten, hun angst afleggen, en het leven weer met elkaar te delen en te vieren. Dat is het ware kenmerk. Het Evangelie nodigt ons uit om in beweging te komen. Altijd opnieuw.

Als iedereen weer naar hun huis toe is, omdat het donker is geworden, rust Jezus ook uit net als iedereen. Dan staat hij voor dag en dauw op om te bidden op een plaats waar hij alleen kan zijn.
Dat is heel belangrijk om te benadrukken. De Heer neemt tijd voor zichzelf. En tijd nemen voor zichzelf betekent tijd voor God. Er kwam zoveel op Jezus af. Ondanks de nood in de wereld, ja juist vanwege de nood in de wereld, nam hij altijd eerst tijd om bij God te zijn. Om zich op te laden. Om vervuld te worden van God.

We  horen zoveel mensen verzuchten ze geen tijd hebben omdat hun agenda’s helemaal vol zitten. Ik heb er zelf ook last van. Maar als we geen tijd nemen om te bidden en te bezinnen, hebben we geen rust meer.
We overzien niet meer wat echt belangrijk is en wat niet. We worden gejaagd en prikkelbaar.
Het is begrijpelijk. Er komt zoveel op ons af. Met name bij de jonge mensen en de gezinnen. Toch is even een stil moment nodig. Voor jezelf. Om te luisteren naar jezelf.
Want jíj mag er ook zijn.
Maar ook tijd is nodig voor God als de oplader die je energie geeft. Je gaat toch ook niet op weg met je auto zonder genoeg brandstof. Is ons leven niet veel belangrijker?

Als we meer innerlijke rust hebben, zullen we ook beter met onze tijd kunnen omgaan, en ook beter met elkaar. We zullen dan ook tijd vinden om de naaste in nood te helpen. Juist als we het Evangelie van Jezus ter harte nemen en als blije hoopvolle mensen willen leven, zullen we ook meer behoefte hebben aan telkens bij het begin te beginnen: bij God en bij onszelf als een kind van God.

We zien bij Jezus ook hoe hij door de rust en gebed weer duidelijk zijn doel voor ogen heeft. Het was goed om de zieken te genezen in Kafarnaum. Maar straks zouden er weer nieuw menigten met hun noden bij hem komen. Was dat de bedoeling? Dat hij een plaatselijke praktijk als wonderdokter zou beginnen? Iemand die in de overlevering zou voortleven als man die heel veel goeds deed?
Nee, Jezus bleef zich bewust van zijn roeping. Dat hij niet alleen de mensen in zijn tijd daar in zijn bakermat Galilea in aanraking zou brengen met God. Het was zijn opdracht de liefde van God te verkondigen aan alle mensen. En hij was zich ervan bewust dat zijn kracht uit zou gaan naar heel de wereld, naar de mensen van alle tijden.

De leerlingen confronteren Jezus dat zijn agenda alweer helemaal vol zit: “iedereen zoekt u!” Maar hij antwoordt: “laten we ergens anders heengaan, opdat ik ook daar kan verkondigen, want daartoe ben ik immers uitgegaan!” Jezus verliest niet zijn doel uit het oog. Juist omdat Hij steeds bij God begint.
Laten we daarom niet wijzer zijn dan Jezus en menen zonder God de problemen aan te kunnen, van anderen en van onszelf. God als een levende werkelijkheid, een persoonlijke toevlucht, een rustpunt in het bestaan.

Het is goed wanneer wij begaan zijn met de nood in de wereld en dat we concreet mensen helpen vanuit menselijke barmhartigheid en vanuit onze christelijk overtuiging. Maar laten we daarbij niet Jezus zelf uit het oog verliezen. Hij begon en eindigde steeds bij God, zijn hemelse Vader.
Als we dat niet doen raken we gemakkelijk buiten adem. De nood groeit ons boven het hoofd. Je wordt machteloos en boos. Je verliest je doel uit het oog. Dat is niet alleen mensen helpen in de nood. Maar het is als christen ook onze taak om mensen hoop op God te geven. Dat iedereen door ons ontdekt een kind van God te zijn.
Dat is een innerlijk vuur dat nooit kan doven. Dat is een innerlijke bron die nooit uitgeput raakt. Dat is een kracht die ons steeds weer troost en uitzicht biedt. Amen

© pastoor Martin Los

Homilie op de 4e gewone zondag door het jaar Mariakerk en Willibrordkerk 31/1 en1/2

Preek op de 4e zondag door het jaar in het weekend van 30 januari (Mariakerk) en 1 februari 2015 (Willibrordkerk) in de parochie Licht van Christus

Schriftlezingen uit het voorgeschreven universel r.k. leesrooster: 1e lezing Deutronomium18:15-20 2e lezing I Korinthiërs 7:32-35 Evangelie: Marcus 1:21-28

Lieve zusters en broeders, het kost ons niet zoveel moeite om ons te verplaatsen in het Evangelie van deze zondag. Net als wij vandaag hier in de kerk waren de mensen in hun synagoge bijeen. En zoals wij naar de woorden uit de Heilige Schrift hebben geluisterd, hadden ook zij de voorlezing uit de Heilige Schrift gehoord en beaamd met Psalmen en acclamaties. Ook toen volgde er daarna een soort preek. Door de eigen rabbijn die aan de synagoge verbonden was. Of als er een rabbijn ergens anders vandaan te gast was, nodigde men die uit om te spreken. Zo eerde men de gast. En men vond het ook prettig om eens een ander geluid te horen. Zo werd Jezus als gast uitnodigd om iets tot de aanwezigen te zeggen.

Wat was en is de bedoeling van de preek? Dat de verzamelde gemeente zich er van bewust is dat God niet alleen tot de mensen spreekt in het verleden, door de woorden die opgetekend staan in de Heilige Schrift.
God is niet als het ware opgesloten in de Bijbel. Diezélfde God spreekt nog steeds tot ons. Ook in onze tijd. In onze situatie.
Wanneer wij verlangen dat de preek actueel is, dan is dat volkomen terecht. Alleen wat is actueel? *).
Wij verstaan daaronder meestal dat er eigentijdse voorbeelden worden gebruikt in de preek. Of dat er hedendaagse maatschappelijke vraagstukken worden aangekaart. Daar is niets mis mee. Maar dan lijkt het er soms toch op dat we het woord van God eigenlijk al wel kennen – als iets uit het verleden – alleen we vinden het prettig als het in een modern jasje wordt gestoken. Omdat het luisteren naar de preek anders een sleur wordt. Of we hopen dat de jongere generatie zich ook aangesproken voelt.  Of niet kerkelijke mensen.

Maar dat God hier en nu tot ons spreekt, gaat verder. Soms gebeurt het in een preek dat plotseling alles helder voor ons wordt. Dat er een troost en kalmte over ons komt. Dat we ons tot in het diepst van onszelf begrepen voelen door God. Dat we ons bemind voelen. Dat we op de een of andere manier een verandering hebben doorgemaakt. Vaak kunnen we jaren later nog vertellen op welk moment dat was dat God ons als het ware bij de kraag greep.

synagogekafarnaum

Ruine van de grote synagoge in Kaparnaum waarin Jezus de aanwezigen verbaasde door zijn leer met gezag (Marcus 1)

Dat gebeurde daar ook in Kafarnaum met velen tegelijk: “De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer want hij onderrichte hen niet als de schriftgeleerden maar als iemand die gezag heeft”. Jezus sprak daar in de synagoge zó tot de mensen dat God zelf voor hun gevoel op dat moment tot hen sprak door Jezus. Dat gevoel hadden ze niet omdat Jezus betere, eigentijdsere,  voorbeelden gebruikte dan andere rabbijnen. Niet omdat hij populaire taal sprak.
Er was een fundamenteel verschil. Wat Jezus zei was volstrekt transparant. Woorden uit de bijbel kwamen in zijn mond tot leven alsof ze niet in een ver verleden gesproken waren, maar nu, rechtstreek tot hen. En ze raakten hen in hun hart. De woorden van Jezus vervulden hen van blijdschap en ze gaven hen nieuwe moed.

Wij, predikanten, kunnen natuurlijk nooit Jezus evenaren. Ons past wat dat betreft grote bescheidenheid. Het mooiste wat wíj die mogen preken,  mogen hopen is dat we onszelf volkomen dienstbaar maken aan het evangelie, aan Jezus Christus. Dat moet het diepste verlangen van elke predikant zijn  Het is ook mijn diepste verlangen.
Dat de hoorders door de woorden van de predikant heen de  Heer zelf tot hen horen spreken. Niet zozeer door zijn welsprekendheid, niet door bevestiging van kerkelijke standpunten, maar door onze eigen worsteling om het Woord van God te verstaan.

En is dat niet op ons allen als christenen van toepassing? We hopen toch allemaal dat Jezus Christus door ons als gelovigen en door zijn kerk tot de mensen spreekt. Niet doordat we het zelf allemaal zo goed weten, maar doordat we zelf zoekend en tastend in elke situatie opnieuw proberen ons vertrouwen in de Heer handen en voeten te geven. Want Jezus spreekt ook in onze eigen tijd en tot de wereld van nu. Hij spreekt even heilzaam als toen, even transparant naar God toe als toen en in alle voorbij eeuwen, even verheugend en nieuw. Waar Jezus spreekt, ook nu, gebeurt er iets. Alsof dingen helder worden, eenvoudig, liefelijk, mooi, gaaf, één.

Maar als alles aan het licht komt, is er ook weerstand. Want er zijn zaken die liever niet aan het licht komen. Alles wat het daglicht niet verdraagt.  Dat wat mensen tot slaaf maakt. Dat wat tweedracht zaait.
In de synagoge is op dat moment  een mens die door een kwade macht in zijn greep wordt gehouden. Deze boze geest verzet zich tegen de heilzame kracht die van Jezus uitgaat. Die macht verzet zich eerst: “Jezus van Nazareth, bent u gekomen om ons in het verderf te storten?”
Maar ook die boze geest moet zich neerleggen bij de heilzame kracht en de liefdevolle werking die van Jezus uitgaat.
Jezus versterkt niet alleen het goede in ons. Hij is ook meester over het kwade, over de kwade machten die een mens in zijn greep kunnen hebben.
Soms is die gekwelde mens zelf eigenlijk nog het meest kwetsbaar. Zoals een leerling in de klas die gepest wordt. Het kind doet schuw en reageert niet normaal. Daardoor dreigt iedereen zich van hem af te keren. Maar in werkelijkheid is het de klas die niet deugt.
Zo zijn misschien wel de mensen die in onze ogen gestoord zijn, teken dat onze maatschappij zelf niet gezond is en aan allerlei kwalen lijdt.
We moeten niet gek opkijken dat overal waar Jezus’ woord helder klinkt, niet alleen mensen geraakt worden door de eenvoud, de transparantie en het gezag dat van Hem uitgaat. Ook tegenkrachten komen uit hun duistere schuilhoeken om te protesteren. Maar ook die moeten uiteindelijk hun meerdere erkennen in Jezus in wie God zelf tot ons spreekt.

Hij maakt mensen gaaf. Hij herstelt ook de gemeenschap van mensen.  Gods woord is geen dode letter. Hij spreekt tot ons hier en nu. Dát is de werkelijke actualiteit van het spreken van God.” Allen stonden zo verbaasd dat ze onder elkaar zeiden: wat betekent dit toch? Een nieuwe leer met gezag! Hij geeft bevel aan onreine geesten en ze gehoorzamen hem”.
Als het goed is, leeft er altijd wel iets van diezelfde verbazing  en verwachting en vreugde in ons op het moment dat we bespeuren dat God werkelijk aanwezig is als de levende God die tot de mensen spreekt door Jezus Christus. Zoals ook nu. God spreekt ook nu tot ons. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Natuurlijk beleven we de tegenwoordigheid van de Heer niet in elke eucharistie en in elke preek.
Omdat we met onze gedachten er niet bij zijn, vanwege zorgen die ons in beslag nemen. Of omdat we ons onvoldoende persoonlijk voorbereid hebben en de ontmoeting met Christus in de Mis een soort tussendoortje is. Of omdat we afgeleid worden *).

Maar dan is het een hele troost dat Christus niet zegt: “ik hou maar op met spreken want er luistert toch niemand”. Hij spreekt vandaag evenzeer tot ons als toen. De vraag is niet of God spreekt maar veelmeer of wij op de goede manier luisteren. Amen

© Martin Los, pr.

*) tijdens de preek vanmorgen gedroeg iemand in de goed bezette kerk zich verdacht. De kosteres die poolshoogte ging nemen werd agressief benaderd. Vandaar dat de aanwezigen even afgeleid werden door de onrust. Ook in die zin leek de dienst in de synagoge in het Evangelieverhaal.