Homilie op de 5e zondag door het jaar 7 februari 2016 Maria- en Willibrordkerk

Homilie op de vijfde zondag door het jaar op zondag 7 februari 2016 in de Mariakerk en de Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, we horen van vissers die na hun arbeid de boten aan land trekken. Ze zijn hun netten aan het schoonmaken. Hun werk zit erop.
Zo worden ze min of meer toevallig betrokken bij iets waarvan ze op dat moment nog helemaal geen voorstelling hebben: aan alle mensen de Blijde Boodschap verkondigen. Jezus heeft het scheepje van de mannen nodig. De menigte mensen die aan zijn lippen hangt is zo groot, dat de achterste rijen de voorste mensen naar voren dringen zodat hij in het water geduwd dreigt te worden. Het vissersscheepje kan mooi dienst doen als een soort preekstoel.
Dan doet Jezus plotseling een beroep op hen: Vaar nu een eind het meer op en werp jullie netten in het diepe. De verwonderde reactie van de vissers is begrijpelijk. Ze hebben gedaan wat ze konden en ze hebben niets gevangen. Maar ze zijn geboeid geraakt door deze meester: Op uw woord, Heer, zullen wij de netten uitwerpen.

We herkennen ons in hen. Wij spannen ons ook in om van ons leven iets te maken. We gaan bekwaam en verstandig te werk. Soms met succes, soms helemaal niet. We hebben ons er min of meer bij neergelegd dat dingen zo gaan. Ook in de kerk. We doen ons best. Maar zonder echt perspectief. We zien wel waar het schip strand.

Dan opeens blijken we op een keerpunt te komen. Soms vrijwel ongemerkt.  Een nieuw perspectief opent zich. Dat gebeurt bijvoorbeeld als we iemand ontmoeten die we liefhebben en met wie we ons leven delen. Dan lachen de dingen die eerst grauw of saai leken ons toe. Of als we iemand ontmoeten die in ons een talent ontdekt dat niemand voor die tijd zag. Dan opent zich de toekomst. Ineens lijkt alles om ons heen vol betekenis. Op een heel bijzondere manier gebeurt dat als we naar Jezus luisteren. Maar dan wel op een speciale manier:  alsof het de eerste keer is. Als we zijn woorden plotseling ervaren als gericht tot onszelf. Een uitnodiging, en roeping. Hoewel het onmogelijk lijkt, wat hij vraagt, worden we nieuwsgierig: Op uw woord, Heer, zullen we de netten uitwerpen.

Wat maakt dat we die stap inderdaad zetten? De vissers hadden hun vermoeidheid het laatste woord kunnen geven want ze hadden “de hele nacht gevist zonder iets te vangen“. Of ze hadden zich kunnen leiden door hun teleurstelling of door hun moeite als arbeiders met zalvende woorden van mannen in lange gewaden.  Toch wagen ze het met hem. Is het niet omdat  Jezus uiteindelijk je niet meer loslaat als hij je roept als je zijn stem als het ware voor de eerste keer hoort, al kennen we de verhalen misschien van kindsafaan.

vissersvanmensen2016Misschien gebeurt dat  juist op die momenten van ons leven dat het nutteloos lijkt wat we doen of wie we zijn. Of dat we geen vrede hebben met de gang van zaken of onszelf.
Waarom zouden dat niet de momenten zijn waarop God ons roept de bakens te verzetten. De uitdaging van het geloof opnieuw aan te gaan, daar gaat het om. Dat we opeens weer een nieuwe zin in ons leven zien. Dat we ook de kerk plotseling in een nieuw licht gaan zien. Niet als het werk van onze handen dat we krampachtig vasthouden, maar als Gods initiatief en  van Jezus Christus tegenwoordigheid in ons midden als de Levende.

“Wees niet bang. Ik zal u vissers van mensen maken” zegt Jezus als de vangst alle verwachtingen overtreft. Ze staan oog in oog met een mysterie. Het is hun werk, en toch niet want ze begrijpen dat God zelf hier aan het werk is. Vanaf dat moment volgen zij Jezus. Hun wereld zonder uitzicht wordt ineens een wereld met uitzicht op het rijk van God. Wat is er mooier dan vanuit dat perspectief mensen in aanraking te brengen met de blijde boodschap? Wat is vreugdevoller dan door je eigen leven mensen in aanraking te brengen met het verhaal van God met de mensen?

Laten we niet denken: dat kan iemand anders beter dan ik. Jezus vraagt het niet aan “iemand anders”. Hij vraagt u en mij. Om hem te volgen, die onnavolgbare visser van mensen. Te volgen in eigen leven, met eigen talenten, en eigenaardigheden.
Het gaat er niet om dat we de kerk weer vol moeten krijgen. Het gaat erom dat wijzelf vol zijn van Jezus en vol zijn Blijde Boodschap zijn.
Als dat niet zo is, laten we daar dan naar kijken en ons openstellen Wie weet staan we aan het begin van iets nieuws, een nieuwe periode in ons leven, een nieuwe fase in ons geloof of een nieuw hoofdstuk van de kerk.
Er zijn zoveel profeten buiten de kerk en binnen de kerk die zeggen dat het einde van kerk en geloof nabij zijn of dat het leven zelf zinloos is. Je zou zeggen: dat moet dan wel haast het moment zijn dat Jezus Christus gereed staat ons allen te verrassen zoals toen op het meer van Tiberias. Laten we daarom niet kijken naar het einde. Dan kijken we de verkeerde kant op. Laten we ons richten op sporen van het nieuwe waarmee onze Heer bezig is. Laten we de netten uitwerpen in het diepe. Amen

pastoor Martin Los

Voorgeschreven Schriftlezingen uit het Lectionarium van de r.k. voor zon- en feestdagen. 1e Lezing: Jesaja 6:1-2a. 3-8; 2e lezing: I Korinthiers 15:1-11; Evangelie: Lukas 5:1-11

homilie tijdens de Eucharistie bgv de inkleding van zr. Marie-Madeleine

Homilie tijdens de Eucharistie bgv de inkleding van zr. Marie-Madeleine (Marije Verwolf) op zaterdag 6 februari in het klooster van de Monialen van het H. Sacrament en van Onze-Lieve-Vrouw in Halle B.

Geachte moeder en zusters monialen van het Heilig Sacrament, ouders, broers, familie van zr. Marie-Madeleine, ambtsbroeders, vertegenwoordiger van de aartsbisschop van Brussel Johanna van Hoegaarden, beminde medegelovigen,
het is een groot voorrecht dat ik vandaag de Mis, zr. Marie-Madeleine, bij gelegenheid van jouw inkleding mag opdragen.
Ik vind het ook fijn dat ik een paar woorden mag spreken over jouw roeping. Vooral in het licht van het Evangelie van de Goede Herder en het verhaal van de jonge Samuel Je hebt deze schriftlezingen zelf uitgekozen omdat ze jouw bijzonder na aan het hart liggen.
We hoorden dat de jonge Samuel tot driemaal toe in de nacht bij de hogepriester Eli kwam om te vragen of die hem geroepen had. Want Samuel heeft duidelijk zijn naam horen roepen. Pas bij de derde keer gaat er een lichtje branden bij de hogepriester: het moet de Heer zijn die de jongen roept.
Dit verhaal laat zien dat het meestal wat tijd vraagt om te ontdekken of iemand echt een roeping heeft. Of het geen inbeelding is, maar werkelijk de Heer die roept. Samuel zelf hoort zijn naam noemen, maar hij denkt nog dat het een mens is die hem roept, en er is maar een mens in de buurt: Eli.
Omgekeerd denkt Eli in het begin nog helemaal niet aan de mogelijkheid dat God zijn jonge knecht heeft geroepen.
Zo ben jij, zr. Marie-Madeleine ook langzaam toegegroeid naar het besef dat het Jezus zelf is die jou roept. Daarvoor was nodig dat je je verlangen naar een kloosterleven durfde te delen. Dat deed je met behulp van Facebook.
Sommige mensen staan verbaasd als ze horen dat een jonge vrouw die wil intreden in een klooster handig is met sociale media. Maar je bent een mooi voorbeeld van hoe een roeping zelfs ontdekt kan worden via deze sociale media.
Ik was een van de eerste met wie je op Facebook contact zocht, en niet lang daarna vroeg of je wat meer over je zelf mocht vertellen over je innerlijke verlangen. Zo kwam jij als een jonge Samuel bij mij, als oude priester Eli.
Je bleek door de dood van een oud-tante die kloosterlinge was, een bijzonder interesse gekregen te hebben voor het kloosterleven. Alsof je het voelde dat er daardoor een vacature was ontstaan die je aandacht trok. Maar er zijn in het rijk van God geen vacatures. Alleen roepingen zoals je gemerkt hebt.
Daarnaast had je hele bijzonder nachtelijke dromen. Je vertelde hoe het beeld dat op je kamer stond van Jezus de Goede Herder en het verloren schaap op zijn schouders, tot leven kwam en hoe Hij jou als dat schaap in de armen nam. Je voelde een geluk zoals je nog nooit gevoeld had. Je had die nachtelijke ervaring meerdere malen.
Ik was best ontroerd door jouw dromen, maar ze waren voor mij niet direct een onbetwistbaar teken dat je werkelijk een roeping had. Misschien had je wel aanleg als schrijfster met een rijke fantasie.
Wat wel pleitte voor een mogelijke roeping was dat jijzelf die bijzondere ervaringen van je dromen niet als bewijs aanvoerde. Je had niets van iemand die pronkte “Kijk mij eens. Ik heb bijzondere ervaringen. God roept mij!” Je bleef zelf bescheiden en verwonderd als de jonge Samuel.
Wel durfde je openlijker te spreken over je verlangen om zuster te worden. Je nam kleine liturgische taken over in mijn parochie. Steeds duidelijker werd dat het geen bevlieging was of een vlucht uit de wereld maar een oprecht verlangen om de Heer te dienen door een leven als religieuze. Je keek ook om je heen in de wereld van de religieuzen.
Zo ontdekte je roeping als een echte roeping in de ontmoeting met anderen. Wat mooi dat je ook via Facebook in aanraking kwam met zr. Marie-Gabrielle, de priorin hier, ook al bekwaam met sociale media. Zij was ook geraakt door jouw verlangen. Jullie chatten met elkaar.  Ze nodigde je uit om hier in Halle kennis te maken. Je voelde je meteen thuis vertelde je me.
Je bent meer dan een vol jaar hier geweest. De zusters hier herkenden in jou een echte roeping tot een leven in hun gemeenschap. En vandaag zijn we getuigen van jouw inkleding en begin van je noviciaat. Het is te vergelijken met een verloving. Vanaf nu bereiden jullie je samen voor op de definitieve opname in de orde van de Sacramentinnen.

inkleding2016metpriorin

zr. Marie Madeleine na de inkleding tussen moeder overste zr. Marie Gabrielle en mij die als kerkelijk getuige aanwezig was, en habijt, scapulier, cingel en sluier voor de inkleding mocht zegenen

Ik heb met opzet iets langer stil gestaan bij het verhaal van jouw roeping zoals ik het ervaren heb, omdat een roeping altijd heel persoonlijk is. God roept jou zoals jij bent. Je krijgt een nieuwe naam om dat te onderstrepen.
Anderen hoeven niet te denken: moet ik net zo als Marije zijn? Nee, de Heer gaat met ieder een eigen weg. Elke roeping is bijzonder. Het gaat erom dat ieder zijn of haar roeping verstaat in eigen leven zoals hij of zij is.
Laat vooral niemand denken dat je een beetje saai moet zijn om een roeping tot het gewijde leven te hebben. Als er een niet saai is, dan ben jij het wel zr.Marie-Madeleine. Je speelt voortreffelijk accordeon. Je bent jarenlang een prachtige Zwarte Piet met Sint Nicolaas geweest. Je zong met je jongerenkoor de sterren van de kerkelijke hemel. Je bent van nature enthousiast.
Veel zegt over jou dat je de lijfspreuk van je moeder tot de jouwe hebt gemaakt: het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers op hangen.
Is dat feest nu voor jou nu voorbij zoals sommigen misschien zullen denken? Nee, je neemt je zelf mee in dit nieuwe leven. Zoals een verloofde die zich bindt, niet haar persoon achter laat, maar nog meer tot haar recht komt. Je wilt je leven wijden aan de liefde voor onze Heer en zijn blijvende aanwezigheid in ons midden.
Jij en je medezusters bewaren dat geheim door jullie leven door de Aanbidding van het heilig Sacrament, en bijzondere door te kijken met de ogen van Maria, en door voor elkaar te zorgen.
We danken jullie voor dit innige beschouwelijke leven. Want dankzij de werkelijke tegenwoordigheid van onze Heer in het Heilig Sacrament mogen we allemaal weten dat het feest van ons leven niet op een fiasco uitloopt. De Heer is altijd in ons midden. Allereerste in de eucharistie, maar zijn tegenwoordigheid is blijvend. Hij gaat met ons mee in vreugde en verdriet. Als de Goede Herder die zijn schapen roept en kent bij hun naam. Die ons voert naar de voltooiing van ons leven in de heerlijkheid van God.

Van harte proficiat, zr, Marie-Madeleine, met je inkleding, van harte proficiat zusters met uw medezuster. De Heer heeft jullie aan elkaar toevertrouwd. Verrijk elkaar, versterk en beantwoordt elkaars roeping tot zegen van elkaar en van heel de kerk. Geloofd zij Jezus Christus, in eeuwigheid. Amen

(c) pastoor Martin Los
met toestemming van zr. Marie Gabrielle, priorin, en zr. Marie Madeleine