Overgeleverd in onze handen. Preek op Witte Donderdag 2017

Lieve zusters en broeders, op deze bijzondere avond gedenken we hoe Jezus voor de laatste keer met zijn leerlingen bijeen was. Hoe hij met hen die maaltijd vierde die zo’n bijzondere betekenis kreeg. Want het was de laatste maaltijd en tegelijk niet de laatste. De Heer maakte tijdens de maaltijd duidelijk dat ze deze maaltijd moesten blijven houden: “doet dit tot mijn gedachtenis”. Juist deze maaltijd moest voor hen en alle gelovigen het teken zijn dat hij zelf in hun midden was. Zij zouden hem steeds weer mogen herkennen “in het breken van het brood”. De opdracht aan de apostelen om de maaltijd tot zijn gedachtenis te vieren, is “de overlevering die wij hebben ontvangen”*) die we in praktijk brengen en die we zelf doorgeven. Overleveren is trouwens een dubbelzinnig woord. Want in dit brood geeft Jezus zich ons in handen. Heel kwetsbaar. We kunnen hem ontvangen en deze traditie doorgeven, maar ook verraden. Maar die laatste mogelijkheid is geen reden voor Jezus om het niet te wagen met ons.
In deze maaltijd schenkt Jezus zichzelf aan ons als voedsel en drank voor ons leven als gelovige mensen: “Dit is mijn lichaam” zegt hij bij het breken van het brood en het uitdelen ervan. Het is heel belangrijk dat we dit voor ogen houden. Niet wíj zeggen bij het breken van het brood “we denken aan Jezus” alsof wíj betekenis geven aan het brood. Het is de Heer zelf die zegt: “dit is mijn lichaam”. Hij ís het zelf. Wat hij zegt dat is hij. En wat hij is dat zegt hij. We kunnen met geen mogelijkheid anders tegen dit brood aankijken en het ontvangen.
Daarom gaan we er met het grootste respect mee om. Het kleinste kruimeltje wordt nog aan het eind in de beker met wijn gedaan en met het laatste restje mee opgedronken. En het brood dat overblijft wordt bewaard in het tabernakel als reserve. Er mag niets van verloren gaan want “het is de Heer zelf” zeggen we vol herkenning en verwondering.
Laten we steeds met grote liefde dit sacrament van zijn grote liefde ontvangen en bewaren. Ik ben als priester en pastoor van deze kerk en parochie heel blij dat de liefde voor de eucharistie in ons midden voor iedereen voelbaar is. Het is deze liefde voor de blijvende tegenwoordigheid van Christus in brood en wijn die ons telkens van zijn nabijheid zal vervullen en overtuigen. En daardoor zullen ook anderen geraakt worden door dit “mysterie van het geloof” **) dat we zo graag ook aan onze medemensen gunnen. Maar de liefde voor onze Heer Jezus en zijn tegenwoordigheid in zijn kerk gaat niet zonder liefde voor elkaar en liefde tot onze naaste. Dat maakte Jezus duidelijk doordat hij als een slaaf zijn leerlingen de voeten waste: “als ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoren jullie elkaar ook de voeten te wassen” ***). En hij voegt eraan toe dat wat hij gedaan heeft in de voetwassing een voorbeeld is voor allemaal.
Respect en liefde voor de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in ons midden kan niet zonder liefde en respect als broeders en zusters voor elkaar. We moeten waardevol en kostbaar zijn in elkaar ogen. Elkaars zwakheden verdragen, fouten vergeven, en elkaars talenten herkennen en stimuleren, en in elkaars noden zo mogelijk voorzien. Dat is elkaar de voeten wassen, zoals Jezus ons heeft voorgedaan en opgedragen, nog voor de maaltijd. Met het offer van zijn leven door zijn lijden en sterven aan het kruis dat we in deze dagen gedenken, heeft Jezus ons de voeten gewassen, onze zonden vergeven en tot nieuwe mensen gemaakt, mensen van God. We mogen dat vieren in de eucharistie met haar eenvoudig ritueel dat afstamt van Jezus zelf. Laten we zijn offer aanvullen met onze offers van liefde en onbaatzuchtigheid. Dan zal deze levende overlevering ons sterken en zal ze ons ook in staat stellen haar door te geven aan anderen die haar nog niet kennen en aan de volgende generatie. Als teken van trouw van Christus aan ons die gezegd heeft: “zie ik ben met u tot aan de voleinding der wereld”. Amen

Martin Los, pastoor
*) 2e lezing: I Corinthiërs 11:23-26
**) uitroep na de consecratie van brood en wijn
***) Evangelie van de dag: Johannesz 13::1-15

Onschuldig, vrijwillig en beslissend. Mijn preek Palmpasen 9 april 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Wanneer we het Passieverhaal *) beluisteren, lieve zusters en broeders, gaan er allemaal emoties door ons heen, medegevoel, verontwaardiging, schaamte, verdriet, liefde, liefde voor Jezus die ons vandaag hier heeft samengebracht.
Maar als je even een stapje terug doet –  niet om afstand te nemen, maar om te contempleren over de gebeurtenissen – dan denk je: Waar gaat dat over? Wat is er nou helemaal aan de hand. Wat is de beschuldiging? En waarom verdedigt Jezus zichzelf niet?
Er blijkt niets tegen Jezus in gebracht te kunnen worden. De langvoogd verklaart hem dan ook onschuldig en wast zijn handen in onschuld **). Zelfs Judas, zijn verrader, verklaart uiteindelijk dat Jezus onschuldig was. En Jezus verdedigt zich niet, omdat hij de onschuld zelve is.
Uiteindelijk beschuldigt de hogepriester hem van godslastering. Want Jezus antwoordt op de vraag van de hogepriester of hij inderdaad de Christus is, de Zoon van God” met een eenvoudig: “Gij zegt het”.
Jezus zei dit niet om God van zijn troon te stoten of om zichzelf te verheffen. Hij zei dit omdat hij niet anders kon. Hij zei het juist om God te eren die hem in de wereld gezonden had om alle mensen met Gods liefde in aanraking te brengen en mensen weer terug te brengen bij God.
De conclusie kan alleen maar zijn dat Jezus onschuldig veroordeeld is. Maar alleen zo kon Hij Gods liefde tot het uiterste toe tonen: “vanaf nu zult ge de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Macht en komen op de wolken des hemels”. Met die woorden verkondigt Jezus zelf dat hij aan het kruis zal sterven, maar dat juist door zijn kruis de macht van God zal blijken. De hogepriester en de landvoogd en de schreeuwende menigte zijn niet degene die bepalen wat er gebeurt. Het is de Heer zelf die vrijwillig zijn lijden op zich neemt. Alleen door zelf onschuldig te sterven, kan hij voor alle mensen die schuldig zijn, de verrijzenis en het leven zijn.
We beamen het met de responsie bij elke kruiswegstatie: “Wij aanbidden u, Christus, en loven U, omdat Gij door uw heilige kruis de wereld hebt verlost”.
Het is verschrikkelijk en verwerpelijk en treurig wat de mensen Jezus aandoen. Het moet ons ook waarschuwen tegen alle vormen van discriminatie, van mensen pesten omdat ze anders en kwetsbaar zijn. Of dat nu gebeurt op school, in het gezin, op de werkvloer, in de maatschappij of zelfs in de kerk. Wat dat betreft zijn mensen van nu niet anders dan toen. En we moeten daar als gelovige mensen in geen enkel opzicht aan mee doen.
Maar Jezus is niet de weg van het kruis gegaan om het kwade aan de kaak te stellen, als een soort demonstratie – kijk, eens hoe slecht de wereld is –  maar om het kwade te overwinnen. Om te laten zien dat deze wereld ondanks het kwade de wereld van God is die hij niet aan zijn lot overlaat. Om te laten zien dat wij mensen ondanks het verkeerde dat we bewust of onbewust doen, niet door God afgeschreven zijn, maar dat we zijn mensen zijn.
Juist als we aan het kruis zien waartoe wij mensen in staat zijn, zien we het hart van God open staan dat ons uitnodigt de weg van vergeving en liefde te bewandelen als de weg van het eeuwig leven.
Moge het komende Paasfeest, de gedachtenis van het lijden, sterven en de verrijzenis van onze Heer Jezus heel zijn kerk en ons als gelovigen sterken in het geloof in de macht en de goedheid van God.
Laten we daardoor zelf getuigen zijn van de kracht van het kruis voor heel de wereld. Het kruis van Jezus is niet achterhaald, het is de weg tot behoud voor heel de mensheid voor altijd.
Laten we die kracht ook in onze tijd ontdekken als steeds nieuw en verrassend de weg ten leven. Laten we met de palmtakjes de kruisbeelden in onze huizen versieren, er steeds een blik op werpen en zeggen: Wij aanbidden U, Christus en loven u omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost”. Amen

(c) Martin Los
*) Op deze Palmzondag wordt het Lijdensverhaal volgens Mattheus gelezen 26:14-27:66
**) Pilatus wast zijn handen in onschuld. 1e Kruiswegstatie in de Mariakerk in De Meern. Adriaan van der Weiden (1910-1971) geboren in Oudenrijn (De Meern)