Vruchtbare grond

Preek op Aswoensdag 2018 Willibrordkerk en Mariakerk

‘Wanneer jullie vasten, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen’ *)
Lieve zusters en broeders, dat wij vandaag ons het askruisje laten opleggen, lijkt in tegenstrijd met dat woord van onze Heer Jezus. Want het vuil van de aarde op je voorhoofd laten smeren, is geen vrolijk gezicht. We voelen er ons op zijn minst wat ongemakkelijk bij.
Het is een oud gebruik in de Bijbel dat mensen geconfronteerd met verlies, met schuld en spijt, met rampen, as op hun hoofd strooiden en hun kleren scheurden **) Dat gebruik op die manier kennen we niet meer. Het as-kruisje is eigenlijk een hele vage herinnering aan dat oude ritueel:  as op het hoofd strooien
Waarom jezelf met vuile aarde, stof en as, bestrooien en je kleren scheuren? De droefheid om het verlies van een dierbare, of een ramp die een hele samenleving treft, of berouw om een grote fout die je begaan hebt, is toch al genoeg?
Waarom dat er nog eens inwrijven, die menselijke kwetsbaarheid en nietigheid, door een beetje smerig ritueel?
Omdat het een gebaar van troost en hoop is. Want heeft God niet uit het stof de mens geschapen? Zou hij dan niet in staat zijn om ons te laten herleven en te doen opstaan, vanuit onze onmacht en moedeloosheid en verdriet als wij in zak en as zitten?
Met het askruisje op ons voorhoofd verschijnen we als het ware met lege handen, als bedelaars voor God, en roepen: Heer, ontferm u over ons. U bent onze enige toevlucht. U bent in staat uit het stof van de aarde ons op te richten.
In elk mensenleven zijn er dingen waar we ons voor schamen. Zaken die we liever niet aan de grote klok hangen. Maar God kent onze harten en onze behoefte om steeds weer nieuwe mensen te worden.

Dat is de boodschap van Pasen waar we ons in deze 40dagentijd op voorbereiden. Zonde, dood, somberheid hebben niet het laatste woord over ons leven, maar de liefde van God, onze Schepper en Verlosser. Pasen is de goddelijke arm om onze schouder, de krachtige duw in de rug om niet bij de puinhopen neer te gaan zitten, maar op te staan.
Daarom laten we onze hoofden bestrijken met as om vruchtbare grond te zijn voor de nieuwe mensen die wij door Christus en door het geloof in Gods almacht mogen zijn.
Het as-kruisje is dus wel een uiterlijk teken, maar we ontvangen het in geloof. Het is teken van een gebroken hart dat geheeld wil worden door Gods liefde.
Intussen mogen we ook actief aan die vernieuwing meewerken door ons te bezinnen op onze relatie tot God en Jezus en heel de geloofsgemeenschap en onze medemensen.
Dit is een tijd van meer toeleg op het bidden, grotere trouw aan de sacramenten, en grote aandacht voor de naaste, zegt een praefatie van deze Veertigdagentijd.
We doen dat niet met de bedoeling op te vallen in de ogen van de mensen, maar om zelf de kracht van Gods liefde heel concreet in ons leven te ervaren.
“Uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden!”
Veel mensen doen tegenwoordig aan Mindfulness. Het christelijk geloof kunt deze bezinning al sinds mensenheugenis. Voor al in de Vastentijd.
Dat woord van Jezus is een aansporing om echt op Gods beloften te vertrouwen.
In elke relatie moet je af en toe de balans op maken, en kijken wat er verbeterd zou kunnen worden. Hoe de liefde weer op kan vlammen als een vuur dat smeulde in de as.
Zo is het ook met onze relatie tot de levende God, onze Vader in de hemel, en onze Heer Jezus die zichzelf voor ons gegeven heeft tot op het kruis, opdat wij nooit zonder hoop en uitzicht zouden zijn.
Laten we allemaal de uitdaging aan gaan. Een vruchtbare, vrolijke, vastentijd toegewenst. Amen

© pastoor Martin Los
*) Uit de Evangelielezing van As-woensdag: Mattheus 6:1-6, 16-18
**) uit de eerste lezing: Joel 2:12-18

Heilzame aanraking

Preek op de 6e zondag door het jaar 10/11 februari 2018 Mariakerk en WillibrHeilzame aanrakingordkerk

‘Jezus stak de hand uit, raakte hem aan en sprak tot de melaatse: ik wil, wordt rein’ 1) 
Lieve zusters en broeders, de aanraking van de ene mens door de andere is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. De media staan de laatste tijd bol van verhalen van mannen in invloedrijke posities die hun hand net iets te laag legden op de rug van medewerkers of studenten. Vanwege vrees voor ongewenste intimiteiten staat in de gedragscode van hulpverleners dat zij hun cliënt niet mogen aanraken, behalve voor handeling die strikt noodzakelijk zijn. Een arm om de schouder om te troosten hoort daar niet bij.
Of we elkaar aanraken en hoe heeft alles te maken met respect voor de ander.
Soms ligt er om een andere reden een taboe op aanraking die niet te maken heeft met respect, maar met angst op besmetting. Melaatsen mochten zelfs niet in de buurt komen van gezonde mensen. Ze mochten alleen vanaf een afstand hun dorpsbewoners, familie en vrienden toeschreeuwen.
De melaatse die Jezus om hulp riep, overtrad dit gebod door voor Jezus op de knieën te vallen. Daar sprak een diep vertrouwen uit in Jezus. Dat die hem niet streng zou terugwijzen. Maar Jezus gaat zelf nog een stap verder. ‘Hij strekte zijn hand uit naar de melaatse, raakte hem aan en sprak: Ik wil, wordt rein’.
De man is buiten zichzelf van vreugde als hij even later ontdekt dat hij genezen is.
Tot zover is het een verhaal waar je allemaal een goed gevoel bij krijgt. Maar er ligt een addertje onder het gras. Want in de ogen van de publieke opinie is Jezus door zijn aanraking van de melaatse nu zelf besmet en een gevaar voor de gemeenschap. Je kunt maar beter bij deze rabbi uit de buurt blijven.
‘Met het gevolg dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef’.
Je kunt je afvragen waarom Jezus de melaatse áánraakte. Hij had toch een machtswoord kunnen uitspreken waardoor de melaatse genezen werd. Dan hadden niemand Jezus gemeden?
Jezus raakt de melaatse aan omdat hij de mens wilde laten voelen dat hij één met hem was en achter hem stond. Belangrijker nog dan alleen genezen te worden van een kwaal, is voor een mens zich geheel en al, met huid en haar, aanvaard en welkom te weten in de gemeenschap. Vandaar ook de handoplegging bij de ziekenzalving.
Dit is ook een dringende vraag aan allen die werkzaam zijn in de medische verzorging: dat zij de ander niet zien als een iemand met alleen een probleem, hartpatiënt of iemand met kanker, maar als totale mens met wie je als mens verbonden bent.
Jezus raakte, tegen alle geboden, codes en taboes in, de mens tegenover hem aan. En de melaatse werd helemaal gezond en rein.
Door die aanraking vond een werkelijke ontmoeting tot in het diepst van de ziel van de melaatse plaats.
Aan ons de vraag of wij voldoende vertrouwen hebben in de macht van onze Heer om ons tot hele mensen te maken. Mensen die tot in het diepst van hun ziel geraakt zijn door de heilzame kracht van God. Dat we ons gekend en aanvaard en bemind weten ondanks en met alle tekortkomingen en teleurstelling en eenzaamheid.
De melaatse viel Jezus voor de voeten en werd door Jezus’ hand aangeraakt. Betekent ons eigen geloof dat we ons letterlijk voor Jezus op de knieën werpen en roepen: Heer, als u wilt, maak mij rein.
Het verlangen om weer gave, hele mensen te zijn wordt in ons gewekt door het Evangelie en het woord van de Heer waarin we zijn stem mogen horen: “ik wil. Wordt rein”.
Maar laten we ons ook echt door hem raken? Want Hij raakt ons aan doordat we de communie ontvangen. Hij raakt ons aan, nog intiemer en verregaander dan hij de melaatse aanraakt. Hij schenkt ons de gemeenschap met God,
Jezus geeft zich met huid en haar aan ons, opdat wij helemaal één worden met hem.
Ervaren we echt de kracht daarvan? Of deinzen we innerlijk terug.
Zit diep in ieder mens niet de angst dat wij met onze lelijke kanten Jezus omlaag halen. Dat we hem liever op een voetstuk zetten en aanbidden dan ons echt door hem aan te laten raken. Maar dan lopen we het risico dat we telkens op dezelfde manier de kerk uitgaan als we binnengekomen zijn. Maar Jezus is echt in staat onze zonden te vergeven en ons tot werkelijke nieuwe mensen te maken.
Het gaat erom dat we werkelijk vertrouwen dat bij werkelijk groter is dan het schadelijke en beschamende in ons en in deze wereld.
Tenslotte de vraag: durven we zo ook te gaan met onze medemensen, vooral degenen die gemeden worden door anderen. Zien we hen alleen maar als vertegenwoordigers van een groep waar we moeite mee hebben. Of durven we de ander ook als mens, als persoon, op zich te zien.
Durven we te vertrouwen dat we onze hartelijke omgang met mensen die door anderen gemeden worden, een heilzame invloed heeft. Waardoor iemand zich herkend voelt. Misschien dat mensen op die manier ook God weer op het spoor komen als bron van alle heil.
Hoe meer we ons één met Jezus weten en hoe meer we ons in onze kracht gesteld voelen door God, hoe meer veerkracht we krijgen om zelf gemeenschap te herstellen en elkaar te raken vol liefde en respect. Amen
© Martin Los pr

1) Evangelie van deze 6e zondag door het jaar volgens het universele r.k. lectionarium: Marcus 1:40-45
afbeelding: Rembrandt van Rijn, genezing van de melaatse