Preek op de 15e zondag door het jaar C op 10 juli 2022 in de OLV ten Hemelopneming te Houten
Het evangelie dat we zoeven gehoord hebben, behoort tot de bekendste en meest geliefde gedeelten uit de Evangelies: “de barmhartige Samaritaan” 1).
“Wie is de naaste van de man die in handen van rovers gevallen was?” vraagt Jezus aan de Schriftgeleerde aan het eind van het verhaal? “Die hem barmhartigheid bewezen heeft” antwoordde deze. Voor de hand had gelegen dat hij gezegd had “De Samaritaan”. Dat was het kortste antwoord. Maar vanwege de rivaliteit tussen Joden en Samaritanen, kon de Schriftgeleerde die naam niet over de lippen krijgen. Zoals Feijenoordsupporters bij voorkeur niet over Ajax of Amsterdam spreken maar over 020. Vandaar dat de Schriftgeleerde de naam Samaritaan niet noemt, maar zegt “die hem barmhartigheid bewezen heeft”. Maar met dat antwoord slaat hij ongewild juist de spijker op de kop. Hij geeft het antwoord dat altijd en overal van toepassing is op de vraag: ”wie is de naaste van de man die in handen van de rovers gevallen was? “Die hem barmhartigheid bewezen heeft”. Het gaat er niet om dat we de wereld verdelen in mensen die wel deugen en die niet deugen of welke tweedeling dan ook. Jezus doet niet mee aan die tweedeling als hij een priester, en een Leviet opvoert die iedere aan de gewonde man aan de kant van de weg voorbijgaan, en een in de ogen van velen gehate vreemdeling. die zich wel ontfermt over het slachtoffer van roof. Alsof buitenstaanders wel deugen en vromen altijd huichelaars. Aan zulke tweedelingen tussen hullie en zullie ligt de wortel van alle onmenselijkheid. Dat mensen de ander en de anderen niet als medemens beschouwen. Dat we ons niet kunnen en willen verplaatsen in de ander. De vraag is niet “wie is onze naaste” maar “voor wie ben ik als het erop aankomt, de naaste?” “Heb ik hart voor de ander op het moment dat die mij nodig heeft”. Dan vallen alle verschillen weg. Dan laten we onze vooroordelen achter ons. Daar komt de ware menselijkheid aan het licht.
Drie jaar geleden, dus aan het begin van de Coronacrisis, verscheen een boek van publicist Rutger Bregman, getiteld “De meeste mensen deugen”. Er zijn inmiddels meer dan 300.000 exemplaren in ons land van verkocht. Kennelijk spreekt de titel veel mensen aan.
In een tijd van de ene crisis na de andere waar velen zich zorgen maken waar het naar toe moet, hebben we behoefte om lichtpuntjes te zien. En dat die lichtpuntjes niet over een ideale wereld gaan die ver buiten onze mogelijkheden ligt, maar dichtbij en binnen ons handbereik.
“De geboden die ik heden geef zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik” zegt Mozes “ze zijn niet in de hemel zodat je verzucht: wie kan ze voor ons ophalen. Je hoeft ook niet de oceaan over te varen om ze te halen Het woord is in uw mond en in uw hart. Je kunt het volbrengen” 2) .
Het Evangelie zou eigenlijk met deze boodschap een bron van hoop en inspiratie moeten zijn voor iedereen. Gelukkig is het dat voor velen in de wereld ook. Maar we hebben ook te maken met hardnekkige vooroordelen. Dat godsdienst de oorzaak is geweest, en nog is, van vele conflicten. Daarnaast hebben velen als herinnering uit hun eigen jeugd – of uit de verhalen en boeken van anderen – dat geloof in God alle mensen zonder uitzondering framed als zondaars. Uit jezelf ben je dus eigenlijk onbekwaam tot goede dingen. En als je ooit goede dingen doet, telt dat nog niet want je wordt daar eigenlijk toe verplicht. Maar als je ergens toe verplicht bent, is het niet meer spontaan. Het komt niet meer uit jezelf. Met andere woorden: je kunt het nooit goed doen. Het is duidelijk dat zo’n idee heel verlammend werkt. En het is begrijpelijk dat mensen die met zo’n idee van godsdienst leven, uit eigen ervaring of door wat anderen hen vertellen, afstand houden. Dan wordt godsdienst zwaar en vreugdeloos. Maar geloof moet juist vreugdevol zijn
Maar het Woord van God zegt juist: “het is dichtbij, op je eigen lippen en in je eigen hart, je kunt het volbrengen”. Het is niet onmogelijk om het goede te doen. Je bent ertoe door God geschapen.
En Jezus is niet gekomen, zoals Hijzelf zegt “om te veroordelen” maar om te redden. Hij brengt aan het licht dat ieder mens in wezen een kind van God is. Door het Evangelie roept Hij ons allen op om het goede te doen. Hij gaat ons daar in voor. En Hij heeft zijn leven voor ons over gehad om ons voor altijd tet steunen en te troosten waar we nog onvolkomen zijn en waar we de moed zouden kunnen verliezen.
Laten we nooit vergeten: “God is mens geworden” in Jezus Christus om zijn barmhartigheid aan de wereld te tonen. Om ons te helpen op te staan uit de onmacht en ons een duwtje in de rug te geven. God is onze naaste geworden. Dat vieren we in elke eucharistie. Hij is onze naaste geworden om ons te redden in de nood. Om ons het geloof in het goede leven dat God ons geschonken heeft, terug te geven. We kunnen daardoor spontaan het goede doen door de naaste te zijn van wie ons nodig heeft. We mogen op Jezus gelijken door degenen te zijn die barmhartigheid bewijzen. Het is een feest om dat te ontdekken. En het is een feest om dat om ons heen te zien gebeuren. Door het kwade in de wereld en het egoïsme dreigen we het zicht te verliezen op het goede dat gebeurt en de barmhartigheid die mensen elkaar bewijzen. Maar het Evangelie helpt ons juist de lichtpunten te zien door wat mensen voor elkaar doen en kunnen betekenen. Het is niet onmogelijk. Het is “dichtbij, op uw lippen en in uw hart”
In deze tijd waarin crises elkaar opvolgen en versterken, is deze boodschap van vitaal belang om elkaar te steunen en te helpen. Geloof en kerk kunnen en mogen juist in de nood van de wereld een baken van hoop zijn. Laten we daartoe bereid zijn als het moment daar is. Naaste te zijn. met God naast ons.
Amen
Martin los, pr
Schriftlezingen in deze eucharistie op de 1e reguliere zondag door het jaar:
2. 1e lezing: Deuteronomium 30:10-14
1) fbeelding: De barmhartige Samaritaan door Vincent van Gogh (naar Delacroix) Króller-Múllermuseum
Maandelijks archief: juli 2022
Afscheidspreek
in de pastorietuin van de Willibrordkerk in Vleuten op 3 juli 2022
“De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig” (Lukas 10:1-9) 1). Het zou een actuele wervingscampagne kunnen zijn op reclameborden en sterspotjes. Op alle gebieden is er gebrek aan personeel. Rijen vakantiegangers voor de security op Schiphol, maar medewerkers zijn er weinig. Tijdens de coronacrisis blijken veel mensen naar ander werk te zijn gaan zoeken. Ook de kerken lijden eronder dat niet iedereen nog de weg terug heeft gevonden. Sommigen hebben misschien een andere invulling aan hun leven gegeven, zoals dat zo fijntjes klinkt.
“De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig. Bidt tot de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt om te oogsten” zegt Jezus. Hij is gekomen om de mensen deel te geven aan het rijk van God, om mensen gelukkig te maken, om iedereen de vrijheid te geven zijn of haar leven in te richten op een manier waarin mensen samen tot hun recht komen.
Heeft Jezus zich vergist? Loopt zijn missie uit op een mislukking en blijft het rijk van God steken in goede bedoelingen? Zoals het kabinet en het parlement vaak doortastende plannen maken en wetten uitvaardigen, maar de uitvoering blijkt onvoldoende doordacht.
De mythe van Midas
Nee, het rijk van God kent geen vacatures. “Het is midden onder u” zegt Jezus op een andere plaats. Maar lang niet allen weten dat het voor hen bestemd is. En dat ze op hun manier allang deelnemen. Velen denken dat de boodschap van het rijk van God bedoeld is voor en door hele vrome mensen. Een exclusieve club, die dat ook niet kan waarmaken gezien de zwarte bladzijden. Nee, het rijk van God is present en het gebeurt op allerlei manieren, maar we zoeken het waar het niet te vinden is: in het volmaakte en perfecte.
Het doet denken aan het verhaal van de legendarische koning Midas uit de oudheid. Omdat hij een ondeugende sater gered had mocht hij van de goden een wens doen. Hij verlangde onmiddellijk, zonder de consequenties te overzien, dat alles wat hij zou aanraken in goud zou veranderen. Aldus geschiede. Toen hem het ontbijt gebracht werd en hij het brood aanraakte, veranderde het op slag in goud. De wijn in de beker die hij pakte, veranderde op slag in goud. Toen zijn zoontje op hem toe rende om hem te begroeten, schrok hij en weerde het af uit vrees voor de consequenties, maar het leed was al geschied. Het was niet zo dat Midas nog rijker wilde worden. Hij was al schatrijk als koning. Hij wilde dat alles in zijn rijk onaantastbaar, glanzend en volmaakt was. Toen alles wat hij aanraakte in goud veranderde begreep hij dat de gewone alledaagse wereld met zijn beperkingen en tekortkomingen de echte menselijke wereld was. Hij waste zijn gave snel weer af in een geneeskrachtige rivier. Nee, juist het gewone alledaagse is het bijzondere. Met alle tekortkomingen. Daar waar echt contact mogelijk is, en daar waar we kwetsbaar en aanraakbaar zijn. Daar gebeurt het wonder van het leven en samenleven met elkaar. Daar opent zich, zeggen wij christenen, het rijk van God. Maar hadden we daar oog voor als kerk? Vaak gebeurde het tegenovergestelde gebeurde. Dan miste ik plotseling mensen in de gemeenschap. Wat bleek. Er had een scheiding plaatsgevonden, of er was armoede ingetreden, er waren schulden of men zat met zichzelf in de knoop. Alsof de echte geloofsgemeenschap bestaat uit allemaal mensen die goed met zichzelf voor de dag konden komen. Alsof de kerk een soort Facebook community is waar je alleen je gelukkige momenten toont. Maar dat is de kerk en de boodschap van het rijk van God van Jezus op zijn kop.
Veldhospitaal in oorlogstijd
Paus Franciscus heeft dat heel goed gezien toen hij kort na zijn aantreden de kerk voorhield hoe ze werkelijk zou moeten zijn: een veldhospitaal in oorlogstijd. Slachtoffers verplegen, wonden verzorgen, lijdenden troosten. Niet vragen naar afkomst of verleden of geaardheid, maar iedereen omarmen en hulp bieden aan ieder die het nodig heeft. De liefde van God verkondigen en zelf waarmaken naar elkaar en onze medemensen. De kerk is geen sociëteit van geslaagden. De sacramenten zijn geen bewijs van goed gedrag, maar teken oprecht verlangen naar Gods barmhartigheid, naar aanvaarding van onze menselijke tekorten, naar vrede en gerechtigheid. God is mens geworden vieren wij in de kerk. Juist als we zelf op onze zwakheden stuiten en als we geconfronteerd worden met onze persoonlijke en collectieve schaduwzijden vieren we Gods barmhartigheid.
Wat zou het mooi zijn als we zo kijken naar de gemeenschap van volgelingen van Jezus: als een veldhospitaal. Een kerk die niet naar de statistieken van de kerkbezoekers kijkt, maar waar mensen die uit de drukte van hun bestaan hun toevlucht zoeken bij God en bij Jezus. Mensen die zich herkennen en getroost voelen in de rijkdom van oeroude woorden en verhalen die ons zijn overgeleverd en die eindeloze inspiratie bevatten. Misschien alleen maar op bepaalde keerpunten in hun leven. Ik kom zoveel respect voor het Evangelie en de kerk tegen bij mensen die misschien weinig de kerk van binnen zien, maar ze zijn blij dat er een plek is waar God ter sprake komt. Die hopen dat het waar is wat de kerk verkondigt. Die delen in het visioen van het rijk van God waaruit zij leeft. Allemaal bondgenoten.
Tenslotte
Als priester en pastoor heb ik heel lang op dezelfde plek mogen pastoreren., gesteund door een geloofsgemeenschap die de moed toch nooit opgaf en de liefde voorop stelde. Een warm bad. Ook voor mij. Ruim twee generaties lang. Zo heb Ik heb ingrijpende veranderingen meegemaakt in dit gebied dat van twee dorpen in een stad veranderde. Tijd van grote veranderingen in de kerk en in de maatschappij. Telkens mochten we samen de opdracht van Jezus Christus aan zijn apostelen in praktijk brengen en de mensen verkondigen: het rijk van God is nabij! Vandaar ook symbolisch de laatste tien jaar elke twee jaar een Openluchtmis op openbare plekken om te laten zien dat het rijk van God voor iedereen is. “Zorgzaam en zichtbaar” zo noemden we ons pastorale beleid.
“De oogst is groot. Maar arbeiders zijn er weinig”. Een foute berekening in de uitvoering? Nee, het rijk van God stokt niet in de uitvoering. Het is Gods initiatief. Het is door niets tegen te houden en het gebeurt overal, maar we moeten er oog voor hebben en zelf ontvankelijk voor zijn. We zijn “een nieuwe schepping” zegt de apostel Paulus in zijn brief.
Ik ben God dankbaar voor mijn roeping. Ik wil op deze bijzondere dag iedereen bedanken die mij geholpen heeft mijn missie te volbrengen
Lieve zusters en broeders: Ik heb mijn best gedaan. Bijgestaan door de Heilige Geest en door u allen. Gelukkig kan ik erbij zeggen dat ik het geloof heb bewaard. Ik ben heel blij dat de aartsbisschop onmiddellijk een opvolger aanstelde: pastoor Peter Ambting. Dat maakt het afscheid minder weemoedig en zwaar . Ik ben dankbaar dat ik mag meemaken dat de parochie ook nu vitaal is en bloeit. En zich inzet voor mensen in nood, zoals de vluchtelingen die elke week gastvrij ontvangen worden. Een huis van God waar iedereen welkom is ongeacht verleden of afkomst, huidskleur of geaardheid. Ik wens u alleen veel zegen voor de toekomst. Om het met de parochieslogan te zeggen: blijf ‘zorgzaam en zichtbaar’. Dank u wil. Amen
Martin Los, emeritus pastoor parochie Licht van Christus
1) De schriftlezingen voor deze afscheidsviering waren de gewone lezingen voor deze zondag volgens het universele rooster van de r.k. kerk: Evangelie van de 14e reguliere zondag door het jaar: Lukas 10:1-9