Preek op de 24e zondag door het jaar op 11 september 2022 in Tiel
We hoorden in de eerste lezing over het volk van God dat al direct na de sluiting van het verbond bij de Sinai en de ontvangst van de Tien Geboden, ontrouw werd door een gouden stierkalf te smeden en daarvoor te offeren en opgetogen reidansen uit te voeren 1).
Een onzichtbare maar levende werkelijke God was in hun beleving kennelijk teveel gevraagd. Er moest een surrogaat voor in de plaats komen. In plaats van de God van het verbond ging men iets anders aanbidden: de eigen trots en kracht van het volk. Symbool daarvan: een jeugdig stierkalf voor wie de toekomst open ligt. Een soort “eigen volk first”. “Zij hebben mij verlaten” zei God tegen Mozes, “ik ga niet met hen verder. Ik maak met jouw een nieuw begin”. Mozes zei: dat kunt u niet doen. Denk aan uw beloften aan Abraham. Izaäk en Jacob. Denk aan wat de volkeren zullen zeggen. Daarmee betoonde Mozes zich een echte dienaar van God. Doordat hij God tegensprak. Hij verklaarde zich solidair met al die mensen die dwaalden door een afgodsbeeld als fetisj te aanbidden. Hij wilde al die dwalende mensen niet in de steek laten doordat God met hem alleen verder ging. Dat is het beeld van de liefde die het verlorene zoekt en niet afschrijft. Hij wilde dat zijn volk Gods barmhartigheid leerde kennen. Daarmee werd Mozes het grote voorbeeld voor Jezus die zichzelf over had voor de wereld. Liever gaf hij zichzelf voor de zondaars dan de hemel alleen voor zichzelf te hebben. Nee, “in de hemel is er meer vreugde over één zondaar die zich bekeert dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben”. Liefde neemt geen genoegen met de status quo. Ze rust niet voor de overwinning van de liefde gevierd wordt en de hemel zich verheugt
Het beeld van de herder die zijn kudde achterlaat om een schaap dat verdwaald is te gaan zoeken, raakt ons. We herkennen de onvoorwaardelijke liefde van God erin, liefde die niet rust voor ze haar doel bereikt heeft. Dat doel is het hart van een mens voor zich winnen. God wil dat iedereen in de vreugde deelt zodra het verloren schaap gevonden is.
Het is wonderlijk dat deze boodschap steeds weer overwoekerd wordt door de zelfvoldaanheid van hen die menen geen bekering nodig te hebben: “tollenaars en zondaars van allerlei slag kwamen bij Jezus om naar hem te luisteren. De Farizeeën en Schriftgeleerden morden daarover: die man ontvangt zondaars en eet met hen” 2). Zij lijken tevreden te zijn met de status quo. Aan de ene kant de vromen en aan de andere kant voor altijd de zondaars. Heeft God het niet zo bepaald? Is zijn wil geen wet? Nee, dat heeft God helemaal niet zo bepaald. Wat Hij wil, is het verlorene redden. Hij wil dat we ons verheugen in ieder mens die door Gods liefde geraakt wordt. Dat wij zelf niet de vreugde van de Heer willen binnen, gaan zonder die ander.
Het is de vraag in hoeverre wijzelf die liefde van God in ons hart toelaten en in hoeverre die liefde ons leven doordringt en zichtbaar wordt naar de wereld toe.
De afgelopen week werd in het Duitse Karlsruhe de Assemblee van de Wereldraad van Kerken gehouden. Het was de elfde bijeenkomst sinds de oprichting na de Tweede Wereldoorlog in 1948 in Amsterdam. Het thema van deze bijeenkomst was: “De liefde van Christus beweegt de wereld tot eenheid en verzoening”. Met de oorlog in Oekraïne en de groeiende spanningen en verdeeldheid in de wereld overal voelbaar is dit een hoopgevend thema.
“De liefde van Christus beweegt de wereld tot eenheid en verzoening” klinkt als een helderziende visie, een belofte, en als een opdracht. In de eerste plaats ook voor de kerken zelf. Wat zijn we wereldwijd verdeeld geraakt én gebleven. Verdeeldheid is niet bepaald een teken van grote onderlinge liefde. Hoe kunnen wij de liefde van God verkondigen als christenheid, wanneer er over zoveel zaken verdeeldheid is? De boodschap dat God de mensen wil redden door Jezus Christus lijkt overstemd door al die verschillende en verdeelde stemmen. Natuurlijk is die verdeeldheid niet een twee drie op te heffen. Hoewel Gods Geest natuurlijk wonderen kan doen. Maar de kleine stappen die gezet kunnen worden, moeten we wel doen omwille van de boodschap aan de wereld, ook in onze eigen omgeving.
De liefde van Christus beweegt de wereld tot eenheid en verzoening”. Die visie betreft ook de plaatselijke oecumene. Om te beginnen door wederzijds respect. Door elkaar niet te bestrijden. We moeten luisteren naar elkaar. De verschillen die er zijn, zijn dan geen teken van niet armoede maar van de rijkdom van de kerken. We mogen dan elkaars getuigenis omarmen. Zoals bijvoorbeeld dat van de Engelse koningin Elizabeth. Nu zij na een lang en werkzaam leven overleden is, zien we haar persoon op een nieuwe manier voor ons. Daarbij valt steeds meer op dat zij een gelovig mens was en is gebleven onder alle omstandigheden. Ook als hoofd van de Anglicaanse kerk oefende zij geen macht uit maar inspireerde door haar voorbeeld. Haar bescheidenheid maakte indruk. Ze was te midden van alle rijkdom en aanzien een biddend mens die gewoon trouw naar de kerk ging, in een wereld voor wie God afwezig lijkt. Het maakte haar invloed veel groter en duurzamer dan haar politieke invloed ooit is geweest. Ook onze paus Franciscus heeft haar in zijn condoleantie een voorbeeld genoemd
De Wereldraad van kerken was vier jaar toen zij zeventig jaar geleden koningin werd. En zij stierf op de slotdag van de Assemblee in Karlsruhe op het feest van Maria’s geboorte.
Laten we als kerken en christenen in alle verscheidenheid één zijn in de verkondiging van “de liefde van Christus die de wereld tot eenheid en verzoening beweegt”.
Jezus Christus is in de wereld gekomen om het verlorene te zoeken en te vinden. Het ene schaap is hem net zo lief al de negenennegentig die niet de weg kwijt waren. Wie zich verbeelden recht te hebben op Gods liefde, weten niet wat zij missen, beseffen niet hoe gepassioneerd God naar hen op zoek is. En als wij Hem zoeken, heeft Hij ons al gevonden.
Martin Los, pastoor-emeritus
Lezingen volgens het rooster van de rooms-katholieke kerk voor de 24e gewone zondag door het jaar
1) eerste lezing: Exodus 32:7-11, 13-14
2) Evangelielezing: Lukas 25:1-32
afbeelding: ikoon van de Goede Herder
Maandelijks archief: september 2022
Er komt wat voor kijken om leerling te zijn
Preek op de zondag 23 c op 14 september 2022 in Houten (startzondag)
Op deze startzondag presenteren we ons als geloofsgemeenschap. Hoe is de stand van zaken? Op wie mogen we rekenen? Wat zijn onze ideeën? Wat zijn onze plannen? Hoe kunnen we ons verder ontwikkelen als leerlingen van Jezus? Hoe kunnen we op een vruchtbare manier God een plaats in ons leven geven. Misschien kan het Evangelie van deze zondag ons bij deze vragen verder op weg helpen 1) Lukas 14:25-33.
We hebben de afgelopen zondagen gezien dat Jezus met zijn leerlingen door de dorpen en steden op weg is naar Jeruzalem. De spanning neemt toe. Onderweg blijkt dat de menigte mensen gaandeweg flink is aangegroeid. Waarom? uit sensatie? Uit nieuwsgierigheid om wat er zal gaan gebeuren? Uit interesse om de boodschap van Jezus steeds beter te begrijpen? Uit verlangen om bij Hem te horen als het erop aan komt belangrijke keuzes te maken? Hoe staan wij zelf daarin?
Op een gegeven moment draait Jezus zich om en begint die grote menigte toe te spreken. Ze volgen Hem, maar waarom en hoe? Daarom spoort hij hen aan bij zichzelf te rade te gaan. Kennen zij zichzelf? Zijn ze zich bewust als ze zijn volgelingen willen zijn, dat ze voor uitdagingen en beproevingen kunnen komen te staan? Hebben ze voldoende wil en uithoudingsvermogen om vol te houden en achter hun keuze te blijven staan? Zijn ze bereid echt te leren van Hem en te groeien in geloof
Jezus wil de menigte die hem volgt behoeden voor teleurstelling. Het is geen cynisme. Hij weet dat ze misschien enthousiast aan iets beginnen, maar niet kunnen afmaken zoals een toren die je gaat bouwen, maar geen bouwplan gemaakt hebt. Met andere woorden: als je gelooft moet dat niet een bevlieging zijn of een gewoonte waarover je nooit nadenkt. Het vraagt om zelfkennis en beleid
Jezus helpt de menigte zich een voorstelling te maken: er zijn, leert hij, voor een leerling van mij drie levensterreinen waar hij of zij rekening mee moet houden. In de eerste plaats: de mensen in je naaste omgeving, degenen met we je dagelijks te maken hebt: ouders, echtgenoten, kinderen, familie. Je privéwereld. Hoe reageren zij erop dat jij als een christen wilt leven. Durf je keuzes te maken die ze niet begrijpen of waar ze moeite mee hebben? “Als je je naaste familie niet haat, kun je mijn leerling niet zijn?” zegt Jezus.. Hier doet zich een soort bedrijfsongeval voor in de vertaling want het lijkt nu net alsof we een hekel moeten hebben aan de mensen die ons lief zijn. äls je je vader, moeder, vrouw, kinderen niet haat’’. Hebben we niet geleerd: Eer uw vader en uw moeder. Zegt Jezus zelf niet dat we onze vijanden moeten liefhebben. Hoe zouden we dan onze kinderen ja, onszelf moeten haten? Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, kan haten betekenen, maar ook “niet de voorkeur geven aan”. Dus: als je het oordeel van je familie de voorkeur geeft boven mij, kun je mijn leerling niet zijn. Durf je het gesprek aan? Kun je uitleggen dat je houding geen gril is, maar dat je leerling van Jezus wilt zijn. Dat je dat hen niets wilt opdringen, maar er wel respect voor vraagt.
En tweede levensterrein stelt je voor de vraag hoe je persoonlijk omgaat met dingen die je in het leven overkomen, tegenslagen, beproevingen. “Wie zijn kruis niet draagt, kan mijn leerlingen niet zijn”. Je kunt wel door Jezus aangetrokken zijn, maar als je dat inspanning kost of offers vraagt, haak je dan niet af want het is echt niet allemaal rozengeur en maneschijn. Of bedenk je allerlei excuses? Dan verwatert je interesse.
Het derde terrein, is het openbare leven, de wijze waarop je in de wereld staat. Hoe de wereld tegen je aankijkt en reageert op jou. Hoe ga je om met je bezit. Omklem je het zoals een roofdier zijn prooi of ben je bereid anderen ermee te ondersteunen. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met mensen die hun land ontvlucht zijn? Kies je voor je eigenbelang of heb je ook oog voor de armen. Is je aanzien in de wereld voor je belangrijker dan oprecht Jezus volgen. “Zo kan niemand mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van zijn bezit” zegt Jezus.
Het is goed om onszelf deze vragen te stellen, in het bijzonder ook als we een nieuwe start maken als geloofsgemeenschap. Het is een moment om ons te presenteren als vrijwilligers, als koren, als volk van God dat de gemeenschap met Christus viert. Maar die gemeenschap en de hele organisatie kan alleen maar vruchtbaar zijn wanneer we beseffen dat we persoonlijk allemaal leerling van Jezus zijn. In ons privéleven, in onze persoonlijke emoties en in het openbare leven. En dat we niet alléén leerling zijn, maar dat we dat sámen zijn, en dat we tot taak hebben elkaar te ondersteunen, te bemoedigen en te troosten, en in elkaar vreugde te delen. We kunnen van elkaar leren door ons inspirerende voorbeeld. Door onze trouw. Door onze creativiteit.
Zo’n gemeenschap van leerlingen, zo’n lerende gemeenschap is ook nodig om onze jongeren te betrekken bij de gemeenschap. Als wij ons als ouderen en senioren gedragen als mensen die alles al weten en alles al gezien hebben vormen we geen geschikte uitdaging voor jongeren. Maar als we ons opstellen als leerlingen, voor wie het geloof steeds weer nieuw is, en voor wie Jezus steeds weer nieuw is, en voor wie God steeds weer nieuw is, dan wordt het interessant en spannend. In ons privéleven, in ons innerlijk leven en in het openbare leven. Laten we daarom opnieuw leren naar elkaar te luisteren. Als ouderen naar elkaar, als ouderen naar jongeren en jongeren naar ouderen, als mannen en vrouwen naar elkaar. Als mensen van verschillende afkomst.
Dat is precies de bedoeling van het Synodale proces dat door Paus Franciscus in het afgelopen jaar gestart is. De Paus Johannes XXIII parochie heeft er ook aan deel genomen. En zal dat proberen te blijven doen. Het is een wereldwijd proces van samen leerling zijn. Een proces dat doorgaat. Een soort Wave die door een stadion gaat en mensen doet opstaan en in beweging zet. Een beweging van hoop. Hoop die hard nodig is nu crises van allerlei soort zich opstapelen. Laat de kerk, laat onze parochie een toevlucht zijn voor allen die hoop en verbinding zoeken. Dat kan alleen als we allemaal onze bijdrage leveren en ook bereid zijn levenslang leerling te blijven. Amen
Martin Los, emeritus-pastoor
1) Evangelielezing tijdens de eucharistie op de 23e reguliere zondag door het jaar