Preek tijdens de eucharistie op As-woensdag 26 februari 2020
“Uw vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden” zegt Jezus. 2)
Wanneer je iets samen met anderen doet, is de taak die je op je neemt, veel lichter dan wanneer je het alleen moet doen. We staan aan het begin van de Vastentijd. Daarin ligt de nadruk op naastenliefde, iets extra’s doen voor de naast in nood. Daarnaast op de deelname aan het de het leven van de geloofsgemeenschap en het gebed van de kerk. En op beperkingen die we onszelf opleggen door te vasten. Die kenmerken van de Vastentijd zijn natuurlijk niet beperkt tot de veertigdagentijd op weg naar Pasen. De naaste hebben we alle dagen om ons heen, de geloofsgemeenschap onderhouden vraagt het hele jaar door onze deelname en onze zorg. En af en toe persoonlijk een vastendag inlassen, kan heel heilzaam zijn. Maar als je bewust samen al deze dingen doet, dan valt het gemakkelijker. Zo is de Vastentijd of Veertigdagentijd een geschenk van de kerk aan alle gelovigen om samen werk te maken van de vernieuwing van ons leven, van onze relatie tot Jezus, onze relatie tot God, tot de kerk, en onszelf.
Het is een soort quarantainetijd. In quarantaine verblijven is heel actueel op dit moment vanwege het Coronavirus. Een periode van herstel als je besmet bent met een virus dat je in den vreemde hebt opgelopen totdat blijkt dat je gezond of genezen bent. Zo is deze Veertigdagentijd een tijd waarin we los komen van de dingen die ons afleiden van God en ons leven als zijn kinderen. Met Pasen mogen we dan weer de vreugde en de nieuwheid beleven mogen van een ons geloof in de Verrezen Heer die de zonde en de dood heeft overwonnen aan het kruis.
Dit is een tijd van inkeer. Van zelfonderzoek. Een tijd waarin we zoals de profeet Joel zegt “niet onze kleren moeten scheuren, maar onze harten”. Een tijd waarin we spijt betuigen voor alles wat niet naar Gods bedoeling was in ons leven en in deze wereld. Misschien dat we ons persoonlijk niet van veel kwaad bewust zijn. Maar dan zijn we solidair met de vele mensen die een bezwaard geweten hebben vanwege verkeerde keuzes die ze gemaakt hebben. We laten hen niet in de kou staan. We delen hun tranen en doen samen met hen een beroep op Gods barhartigheid. Want “de Heer uw God is lankmoedig en barmhartig en vol liefde” roept Joël de mensen toe 1).
Maar het gaat niet alleen om dingen die we bewust en opzettelijk verkeerd hebben gedaan. We maken deel uit van de wereld waarin we leven. In onze rijke Westerse wereld gaan we er elk moment vanuit dat onze verlangens bevredigd worden. De pretparken, de winkelcentra, toeristencentra, vertellen ons allemaal dat we leven zo prettig mogelijk moeten maken. De onlineaankopen maken zelfs dat we geen enkele moeite meer hoeven te doen.
Maar leven we dan alleen voor ons plezier en comfort? Er is niets mis met plezier en van dingen genieten. Maar is het soms voor ons persoonlijk en voor de wereld niet beter dat we ons matigen en bepaalde dingen nalaten? Zijn we alleen nog maar consumenten die onze verlangens bevredigen? We zien dat de natuur leidt onder de zucht naar groei. We kunnen onze ogen niet sluiten voor de problemen van de klimaatverandering. Maar ook onze eigen gezondheid en die van onze kinderen lijden onder de overvloed. Daarom kan ook de betekenis van vasten ons weer duidelijk worden en de heilzame werking ervan. Door onszelf beperkingen op te leggen. Daardoor ervaren we in eerste instantie hoe zeer we vast zitten aan bevrediging van onze begeerten. De koppigheid ervan kan ons moeite kosten als ouders die hun kinderen opvoeden en op onbegrip stuiten. Maar gaandeweg zullen we ervaren hoe heilzaam het is, om te ervaren wie de baas is, onze verlangens en gewoonten, of wijzelf die de controle willen houden. Daardoor kunnen we weer ons inzetten voor wat werkelijk waarde heeft. Een evenwichtig leven, een vreedzame manier van leven met elkaar, waar we elkaar waarderen. Als de mist van het consumentisme zou optrekken zouden we dan niet meer gaan zien hoe de glans van Gods genade over ons leven ligt en da we alle reden hebben om hem te danken en te loven? Dat dát ons leven zin geeft en ons echt voldoening geeft en gelukkig maakt?
Laten we niet in zak en as blijven zitten maar vol verwachting en met goede moed deze Vastentijd binnengaan. Een zinvolle quarantaine toegewenst.
(c) Martin Los
Schriftlezingen voor de As-woensdagviering bij de oplegging van het as-kruisje:
1e lezing: Joel 2:12-18
Evangelie: Matteus 6:1-6,16-18
Auteur archieven: Martin Los
Gewoon anders
Preek op de 7e zondag door het jaar op 22/23 februari 2020 in Mariakerk en Willibrordkerk
“Weest volmaakt zoals uw vader in de hemel volmaakt is” zo besluit Jezus zijn onderwijzing aan de leerlingen en de om hen heen verzamelde menigte 1). Het rijmt op woorden die ze allemaal wel kenden uit het oude boek Leviticus waar God zegt tot zijn volk: “Weest heilig want Ik, de Heer ben heilig” 2).
“Weest volmaakt….Weest heilig” deze woorden zijn bedoeld als aanmoediging, als een belofte, een nieuw perspectief. Maar ze schrikken ons mogelijk méér af dan dat ze ons hart sneller doen kloppen. Misschien denken we wel: “dit gaat vast niet over mij maar over anderen voor wie zoiets wel is weggelegd, en die veel beter zijn dan ik”.
De oorzaak van die teleurstelling kan zijn dat we een bepaald beeld hebben van mensen die in onze ogen volmaakt zijn of die naar ons idee heilig zijn. Soms hebben we dat beeld al in onze kindertijd meegekregen, en hebben toe al gedacht: “zo zou ik wel willen zijn, maar dat zal mij nooit lukken”. Of je bent teleurgesteld omdat mensen die in jouw ogen echte heiligen waren “schijnheiligen” bleken te zijn waardoor je vertrouwen in vroomheid verdwenen is
Maar als Jezus zijn volgelingen een leven belooft waarin ze volmaakt zullen zijn, vraagt hij niet dat ze een kopie van anderen moeten zijn. Van heiligen uit de geschiedenis van de kerk of uit de eigen tijd. Iedereen mag op eigen manier en binnen hun eigen mogelijkheden heilig en volmaakt zijn.
De jongere generatie kijkt vaak op tegen de ouders of de grootouders die vrome biddende mensen waren. Ze denken: “het lukt mij nooit zo gelovig als mijn ouders en grootouders te zijn”. Maar we hoeven geen kopieën van een oudere generatie te zijn. Het voorbeeld van anderen kan ons zeker stimuleren en het voorbeeld van anderen is ook zeker stof tot nadenken. Maar we mogen elk op onze eigen manier proberen met Gods belofte aan de slag te gaan. We mogen creatief zijn. De één zal uitblinken in vriendelijkheid, de ander in standvastigheid, weer een ander in gebed en weer anderen in ideenrijkdom. De vraag is: “Waar ben jij goed in om als een kind van God te leven?” Concentreer je daar op. Wees daar blij mee. Wijd je hart aan Jezus toe en volg je hart.
Verder is belangrijk dat we die volmaaktheid of heiligheid niet moeten zien als een persoonlijke kwaliteit die de een wel heeft en de ander niet,, een soort banktegoed dat je opbouwt, en waar je mee voor de dag kunt komen. Heiligheid en volmaaktheid zijn geen privédeugden. Onze heiligheid als volk van God, is geworteld in de heiligheid van God, en onze volmaaktheid als christenen is onze eenheid met Jezus. Heilig betekent dat we aan God toebehoren. Dat we door Hem geheiligd zijn. “Weet ge niet dat ge Gods tempel zijt en de Geest van God in u woont?” 3) zegt Paulus in dit verband.
Als we beseffen dat God in onze harten woont, en als we koesteren dat Jezus ons aan zich verbonden heeft door zijn leven voor ons te geven, dan ligt de wereld aan onze voeten als materiaal om God te dienen. Elke situatie. Voorspoed maar ook tegenspoed. Dan zijn we echt vrij om alles zo te gebruiken zoals God het bedoeld heeft.
“Slaat iemand u op de rechterwang, keer hem dan ook de andere toe”. Als je niets misdaan hebt, kun je met opgerichte hoofde verder leven. Je bent vrij om niet terug te slaan. Wordt geen onderdeel van een eindeloze kettingreactie. Je staat “erboven” omdat je een kind van God wilt zijn. “Daagt iemand jou voor de rechter en claimt jouw onderkleed. Geef hem ook je bovenkleed” Daarmee laat je zien dat je geen slaaf bent van je bezit, en dat daar jou geluk en leven niet van afhangt.
“Groet niet alleen uw broeders, dan doe je niets bijzonders want dat doen ook de mensen van de wereld”. Het feit dat we met bekenden en vrienden verbonden zijn, wil niet zeggen dat anderen lucht voor ons zijn. We gunnen hen ook het licht van de zon. Ook al hebben mensen anderen gewoonten en manieren, wil dat niet zeggen dat we geen medemensen zijn. In onze samenleving staan mensen tegenover elkaar door culturele en politieke verschillen. Laten we daar als christenen niet aan mee doen. Als we anderen mensen niet groeten of niet willen ontmoeten omdat ze anders zijn of omdat we het misschien ons eens zijn, dan zijn we niet echt vrije mensen. Juist aan vrije mensen die boven de partijen staan, is in onze tijd grote behoefte willen we niet vervallen in een samenleving die uiteenvalt. Een maatschappij waarin men elkaar niet kent, wantrouwt, en bedreigt. Als christenen kunnen we bruggenbouwers zijn
Heiligheid en volmaaktheid betekenen dus niet dat we nooit fouten zullen maken of nooit iets verkeerds doen. Het is een houding die past bij mensen die vrij gemaakt zijn door hun geloof in Jezus en die Gods rijk verwachten.
Daar is echt nog een wereld te winnen. Amen
Martin Los
Schriftlezingen voor deze 7e gewone zondag volgens het r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen:
1) Evangelie: Mattheus 5:38-54
2) 1e lezing: Leviticus 19:1,2 en17,18
3) 2e lezing: I Korintiërs 3:16-23
afbeelding: Love, (Alexander Milov)