Zonder vertrouwen vaart niemand wel

Preek op de 26e zondag door het jaar in Willibrordkerk en Mariakerk 1 oktober 2017

Lieve zusters en broeders, we zien allemaal het belang in van vertrouwen. Een menselijke samenleving die deze naam verdient, is alleen maar mogelijk op basis van vertrouwen.
Je vertrouwt erop als je uit eten gaat, dat de kok niet met het eten heeft geknoeid. Er is wel een keuringsdienst van waren is, en er is toezicht op de Horeca dat de voorschriften van hygiene en veiligheid worden nageleefd. Maar natuurlijk kan de inspectie niet ieder ogenblik alle restaurants controleren. We gaan er terecht van uit de baas van het eethuis liefde voor zijn zaak heeft en dat hij zijn klanten naar eer en geweten een maaltijd voorzet. Daar vertrouw je op.
Dit geldt voor alle sectoren van ons leven. Het onderwijs, de verpleging, de banken, de bouw. En natuurlijk ook en vooral de normale omgang met elkaar in het dagelijks leven thuis, in de buurt en de vereniging.
Er zijn denkers die het tegendeel beweren, namelijk dat ieder mens voor de ander een wolf is. Dat je daarom de ander niet moet vertrouwen. Dat je alles in contracten en protocollenmoet vastleggen. En het lijkt in onze dagen erop dat wantrouwen structureel is geworden doordat overal een formulier voor moet worden ingevuld, en alles van te voren in protocollen wordt vastgelegd. Inmiddels klagen we steen en been dat op deze manier persoonlijk initiatief en liefde en betrokkenheid de kop in worden gedrukt, met alle gevolgen van dien. Er is niets tegen contracten en protocollen, maar zonder vertrouwen zou de samenleving helemaal vastloppen
Iedereen die nadenkt, niet vanuit argwaan en angst, zal inzien dat vertrouwen onmisbaar is in de maatschappij. Vertrouwen is voor elke mens en voor heel de samenleving als zuivere lucht die nodig is om te ademen.
Daarom is het gebod dat we geen onwaarheden moeten spreken zo belangrijk. Spreek de waarheid wil ook zeggen: bevestig en versterk het vertrouwen in elkaar.
Met de gelijkenis*) die Jezus vertelt aan zijn critici –  de religieuze gezaghebbers – die hem vol argwaan bekijken nu hij in Jeruzalem is aangekomen, knoopt hij bij dit gebod aan. De eerste zoon zegt “ja, vader” maar hij doet niet wat hij belooft. De andere zoon zegt “nee, vader” maar hij krijgt spijt en voert alsnog uit wat zijn vader hem gevraagd heeft. “Wie heeft de wil van de vader gedaan’?
De tegenstanders van Jezus kunnen natuurlijk niet anders dan erkennen dat de tweede zoon de wil van zijn vader echt heeft uitgevoerd, hoewel hij eerst ‘nee’ zei.
De hogepriesters en oudsten trekken de goede bedoelingen van Jezus in twijfel trekken omdat hij omgaat met zondige mensen. Hij gunt hen een nieuw begin ondanks alles wat ze verkeerd hebben gedaan. Daarmee toont hij dat God barmhartig is en geen mensen afschrijft.
De godsdienstige leiders zijn degenen die vinden dat ze door hun godsdienstige voorschriften en fatsoensnormen “ja” zeggen tegen de wil van God. Maar gaan achter hun publieke vrome gedrag niet ook allerlei dingen schuil waarin zij tekort schieten, waarvoor ze zich schamen? Zijn ze eigenlijk niet “schijnheilig”?
Werken in Gods wijngaard, bedoelt Jezus, betekent niet jezelf op de borst kloppen, maar geduld hebben met elkaar, elkaars zwakheden verdragen, en vooral barmhartig zijn zoals God zelf barmhartig is. Daarin ligt de ware vreugde van het geloof en de kennis van God. Een vreugde die uitgedrukt wordt door het werken in de wijngaard. Want wie deelt in de arbeid in de wijngaard in de hitte van de dag, deelt ook in de oogst van de druiven en de heerlijke wijn.
Het lijkt dus alsof de tegenstanders van Jezus ‘ja’ zeggen tegen God en zijn wil doen, maar in werkelijkheid doen ze het niet want ze maken van hun godsdienst een middel tot zelfrechtvaardiging in plaats van een hulde aan Gods goedheid en genade.
Waar het uiteindelijk omgaat is de vraag: hebben we vertrouwen in God? Vertrouwen wij in Gods rechtvaardigheid en goedheid én in zijn barmhartigheid.
Jezus laat zien dat God geen dictator is voor wie je moet beven van angst, maar Hij is een vader die zijn kinderen vertrouwen schenkt, en hen vrij laat om te kiezen.
God leert ons vertrouwen doordat Hij ons Zijn vertrouwen schenkt. Beantwoorden we zijn vertrouwen met wantrouwen zoals Jezus ‘critici die het zekere voor het onzeker nemen en vluchten in zelfrechtvaardiging en superioriteitsgevoel en neer zien op anderen. Of vertrouwen we echt door te vertrouwen op Gods vergeving, voor onszelf, maar ook voor andere mensen met wie we moeite hebben vanwege hun gedrag of verleden.
Wat is Jezus christus die zijn leven voor ons gegeven heeft, anders dan Gods ultieme “ja” tegen ons. Moge ons geloof en ons leven een “ja” zijn tegen God onze hemelse vader, en tegen zijn barmhartigheid voor alle mensen. Amen

*) Evangelie van de zondag: Mattheus 21:28-32
**) afbeelding ontleend aan http://motivacaodedeus.blogspot.nl

Intervieuw door Stijn Fens – Trouw 13 september 2017

Hoe een priester rouwt om zijn dochter
RELIGIE EN FILOSOFIE
Stijn Fens– 19:32, 13 september 2017

INTERVIEW
Martin Los is vader én priester. Vorig jaar verloor hij zijn dochter Rosa. Hij schreef er een boek over. ‘Als priester ben je net zo machteloos.’
De pastoor ontvangt in zijn studeerkamer. Vier moderne stoelen, een traditioneel roodbruin pastoorskleed op de vloer en een groot bureau. De boekenkasten staan vol met geestelijke literatuur. Maar het meest valt de zwarte vleugel op met daarop een grote foto van Rosa. Een selfie, genomen drie maanden voor haar dood. “Hier hebben we haar opgebaard. Met bloemen om haar heen en haar favoriete muziek op de achtergrond. Daar was een zitje. Mijn vrouw en ik zaten daar ’s avonds brieven te lezen. We hebben ongelofelijk veel post gekregen.”
Hij raakt de foto van Rosa aan. Even contact. “Nu werk ik hier weer en dan is ze er. Niet dat ik haar steeds zie zitten. Dat heb ik eerder in de kerk. Er stond vorige week zondag een bruidspaar en een paar dagen later deed ik nog een uitvaart. Dan schiet ik wel even vol. Omdat zij daar ook gestaan heeft. Ze doorbreekt toch weer even het gewone leven van een vader, van een pastoor die bezig is. Het zijn een soort kieren: momenten waar iets doorheen schijnt.”
Het slechte nieuws
In het najaar van 2015 krijgt Rosa Los, de dochter van Martin Los en zijn vrouw Nelleke, te horen dat ze uitgezaaide longkanker heeft. Niet te opereren. Misschien nog een experimentele chemo om wat tijd te winnen. Dat is het dan. Nog geen jaar later overlijdt ze, nog maar 37 jaar oud. Rosa laat haar familie en vrienden verslagen achter. “Een maand na haar overlijden zat ik met mijn vrouw een week in een huisje in Zeeuws-Vlaanderen. Alles leek vol van Rosa. Op dat moment kreeg ik een ingeving die als een soort opdracht klonk: ‘schrijf toch een boek’.”
Binnen drie maanden was het af. ‘Rouw op mijn dak’ is een ontroerend boek over een dochter met pit en een vader die rouwt. Los is niet alleen vader, maar ook rooms-katholiek priester. Een zeldzame combinatie. Hij is pastoor van Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. Jarenlang was Los predikant in de gereformeerde kerk. In 1987 stapte hij over naar de rooms-katholieke kerk. (“Het moederlijke aspect heeft mij altijd aangetrokken”). In 1991 werd hij na een lange procedure door kardinaal Simonis tot priester gewijd. Rosa was toen twaalf jaar oud.
Opvallend is dat u God, Jezus en de heiligen eigenlijk met rust laat in het boek. Is dat een bewuste keuze geweest?
“Ik wilde dat het een boek voor alle mensen zou zijn. En dat het niet over zou komen als een soort preek. Of dat mensen denken: ‘Hij is pastoor en gelooft in God en dan is zijn verdriet vast minder groot’. Wat ik probeer te laten zien is dat je als priester net zo machteloos bent, maar wel laat ik steeds de katholieke traditie naar voren komen. Ik heb het over de heilige Rosa van Lima en vergelijk de chemobehandeling waarvoor mijn dochter kiest met de kruisweg van Jezus. Bovendien ben ik me ervan bewust dat doordat mensen weten dat je priester bent, ze al meer lezen in de woorden die je opschrijft. Je hoeft het er niet nog eens boven op te leggen.”
U was vader van een dochter die ging sterven, maar u was ook pastoor van een drukke parochie. Hoe heeft u dat volgehouden?
“Aan de ene kant stort je helemaal in. Mijn vrouw en ik hoorden dat Rosa ongeneeslijk ziek was en diezelfde avond moest er een parochieavond gehouden worden. We hebben besloten het daar meteen te vertellen. De parochie heeft enorm meegeleefd. Naast alle verdriet en wanhoop, voelde ik mij omgeven door een werkelijkheid van geloof door de eeuwen heen. Dat sterkt je wel. Maar dat betekent niet dat je niet de onmacht voelt.”
Was dat voor Rosa ook niet lastig, om juist in die tijd een vader te hebben die ook priester was? Die wel zou weten hoe het moest. U bent toch een soort deskundige.
“Ze vond dat op een bepaalde manier bijzonder. Maar dat gaf natuurlijk wel af en toe een zekere spanning. En als zij gezegd zou hebben: ‘Ik wil geen pastoor naast mijn bed. Of ik wil wel een pastoor, maar dan iemand anders’, dan hadden we dat natuurlijk gedaan. Rosa deed wel een beroep op mijn deskundigheid. Ze dacht natuurlijk ook: ‘hij heeft zo vaak aan het bed van zieke mensen gezeten’.”
Als Los dan bij het levenloze lichaam van zijn dochter staat, komen de priester en de vader in hem samen als nooit tevoren. Een van de mooiste passages uit het boek: “Ik zalfde haar voorhoofd met de gewijde olie die ik als priester heb. Nelleke en ik baden: ‘Heer, geef onze lieve Rosa de eeuwige rust, het eeuwige licht verlichte haar. Dat zij ruste in vrede’. Het voelde alsof we haar nog een keer toestopten.”
U heeft uiteindelijk ook haar uitvaart geleid.
“Dat heeft ze mij gevraagd. De kerk was afgeladen vol.”
En was u die dag een goede voorganger?
“Ik heb mijn best gedaan. Rosa had mij expliciet gevraagd de toespraak te houden. Het was geen mis, maar ik had wel mijn albe aan en mijn stola om. Aan het einde heb ik een zegening gedaan.”
U heeft haar gedoopt en haar uitvaart geleid.
“Dat is ongelofelijk. Je kunt het je eigenlijk niet voorstellen.”
Naast een monument voor zijn dochter, is Rouw op mijn dak ook een pleidooi voor een vrijmoedige omgang met de overledenen. “Niemand durft eigenlijk te praten over de dingen die hij ervaart met overledenen. Omdat andere mensen daar dan ‘iets van vinden’. ‘Goh , je bent er toch nog wel heel erg mee bezig.’ Dat soort opmerkingen. Ik ben ervan overtuigd dat omgang met gestorvenen een nieuwe cultuur zou moeten worden. Die cultuur hebben we in de katholieke kerk ooit gehad, maar die is getheologiseerd. Ik denk dat er nog veel te ontdekken valt. Rouwen is je verzoenen met het onverzoenlijke. Dat probeer ik met vallen en opstaan. Wat mij troost is het beeld dat wij Rosa niet hebben achtergelaten in het verleden, maar dat ze naar ons toe komt op een nieuwe wijze. Het is grappig dat de hele christelijke leer over het einde der tijden, de wederkomst van Christus, nu concreet door mij op een nieuwe wijze ervaren wordt. Dat levert voor de kerk en ook voor mij allerlei mogelijkheden op om niet vanuit de hoge theologie met iemand te praten die een dierbare heeft verloren.”
Is Rosa nu in de hemel?
“Mijn moeder zei altijd: “Als een dierbare overlijdt, heb je als het ware een touwtje naar de hemel toe. Zo is het ook met Rosa. Voor iemand die een kind verloren heeft, wordt de hemel iets concreets. Het is voor mij een schatplaats geworden.”
Toen ik het boek uit had dacht ik: boven alles bent u vader.
“Dat beschouw ik als een compliment.”
Rouw op mijn dak. Een priester, een vader, de dood van zijn kind. Martin Los, uitgeverij Adveniat, 320 blz., € 19,95.

Bron: https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/hoe-een-priester-rouwt-om-zijn-dochter~ab274247/