De gemeenschap onderhouden (Kerkproeverij)

Preek op de 23e zondag door het jaar 10 september 2017
in de Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, het gaat vandaag in het Evangelie *) over de kwaliteit van de gemeenschap. Hoe je met elkaar omgaat. Hoe gaan wíj met elkaar om?  Praat je over elkaar of praat je met elkaar? Vooral als je kritiek op de ander hebt.
In elk verband waarin mensen met elkaar samenleven en samenwerken is dit noodzakelijk. Want als het personeel van een bedrijf niet goed communiceert gaat dat ten koste van de productie. Maar ook in een school of een sportclub lijden de resultaten eronder als mensen achter elkaars rug om over elkaar praten.
Juist als kerk en geloofsgemeenschap moeten we heel alert zijn op de manier waarop we met elkaar omgaan. Want zelf lijden we onder onderlinge verwijdering als we over elkaar en niet met elkaar spreken. Het leidt tot teleurstelling en verdriet. Maar we kunnen ook het evangelie niet meer geloofwaardig verkondigen. Want dat gaat over liefde, vergeving, barmhartigheid, de ander hoger achten dan jezelf.
“Wees elkaar niets dan liefde schuldig’ houdt de apostel Paulus de christenen in Rome voor **). Paulus benadrukt in al zijn brieven dat de christenen en de christelijke gemeenschappen er alles aan moeten doen om zo te leven en zo met elkaar om te gaan, dat de andere mensen er door aangetrokken worden als door een magneet om Jezus beter te leren kennen. We zijn ‘schouwspelers van God’ zegt hij ergens.

Vandaag is kerkproeverij van start gegaan. Een landelijke campagne die regelmatige kerkgangers prikkelt om vrienden en bekenden uit te nodigen een viering in de kerk bij te wonen. ‘Proef eens van onze mooie kerk, van onze mooie viering, van de inspiratie die uitgaat van het Evangelie en de verkondiging. Proef eens van de goede sfeer. Proef eens iets van ons geloof en van de beleving van Gods liefde in de kerk’.
Het is een mooi initiatief. Maar iedereen voelt op zijn klompen aan dat zo’n campagne als kerkproeverij alleen maar kans van slagen heeft, als genodigden niet na een eerste kennismaking er achter komen, dat de gelovigen liefdeloos over elkaar praten en vooral negatieve kritiek op elkaar en op de leiding uitoefenen.
We mogen dus nooit genoegen nemen met afkeurend praten over elkaar. Want het is pijnlijk en teleurstellend en schaadt de gemeenschap. Maar ook staat het de opdracht van de kerk en van elke gelovige in de weg:  vissers van mensen zijn, anderen met de bevrijdende boodschap van Christus in aanraking brengen, met de liefde van God. Niet alleen over die liefde praten, maar zelf in praktijk brengen in de eigen gemeenschap. Wanneer dat niet gebeurt, mogen we elkaar daar best op wijzen. De kwaliteit van de gemeenschap hangt dus af van de open communicatie met elkaar.
Dit geldt voor de hele maatschappij. In onze tijd neemt de polarisatie enorm toe. Men maakt elkaar uit voor rotte vis in plaats van met elkaar te spreken en te luisteren naar elkaars angsten. Juist als kerk moeten we daar niet aan mee doen, maar een plek vormen waar we menselijk met elkaar omgaan.
Paus Franciscus bezoekt op dit moment Colombia. Een land dat tot op het bot verdeeld was door een burgeroorlog. Hij heeft achter de schermen geijverd voor verzoening en nu wil hij de verzoening ook concreet maken en een stap verder helpen.

De kerk is niet alleen communicatie met elkaar als mensen. De geloofsgemeenschap is ook communicatie met God. De priester begint de eucharistieviering met de wens van vrede en voorspoed: de genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap (communicatio) van de Heilige Geest zij met u allen. Dat is niet een deftig soort  ‘goedemorgen’. Het is toezegging van Gods openheid en liefde naar ons allen toe.
Als gelovigen weten we dat we met God verbonden zijn; dat we altijd en overal tot Hem kunnen spreken. Maar in het bijzonder mogen we dat beleven als we samenkomen in de kerk om te bidden.
Jezus eindigt zijn oproep om niet negatief over elkaar maar met elkaar te spreken met de woorden: ‘Waar twee of drie eensgezind iets vragen, zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is’.
Hoe kan God als Vader nu naar ons gebed luisteren als wij elkaar niet zouden zien staan of op elkaar neer zien. Dan zijn we zo druk met elkaar negeren dat we helemaal geen oog hebben voor de goede gaven die God  ons schenkt.
Onenigheid, partijdigheid, gebrek aan liefde, staat God als Vader in de weg om onze gebeden te verhoren. Want hij ziet ons allen als zijn kinderen in liefde aan en kent geen aanzien des persoons. God wil niets liever dan zijn gaven schenken aan ons, maar dan moeten we wel samen die gaven willen ontvangen en niet voor onszelf alleen. De kwaliteit en de kracht van ons gebed hangt dus af van de onderlinge liefde en eensgezindheid.
En tenslotte is dit ook noodzakelijk voor de ervaring dat de Heer zelf in ons midden is: ‘want waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik zelf in hun midden’. Onderlinge liefde, respect, geduld en medeleven zijn voorwaarde om Christus aanwezigheid te mogen beleven. Want daar gaat het toch om in ons leven als christenen: dat wij de tegenwoordigheid van onze Heer proeven. Uiteindelijk is dat toch ook de bedoeling van elke kerkproeverij?
Denk maar aan Psalm 34: ’tast toe en proeft hoe zoet de Heer is’
We mogen elkaar een smakelijke en geslaagde kerkproeverij toewensen. Vandaag en alle zondagen en feestdagen. Amen

(c) Pastoor Martin Los
*) Mattheus 18:15-20
**) Romeinen 13:8-10
***) logo landelijke campagne Kerkproeverij

Soms voelt een beproeving als aanval in de rug

dePreek op de 22e zondag door het jaar 3 september 2017 in de Mariakerk De Meern

Vorige week feliciteerde Jezus Petrus zo hoorden we in het Evangelie van die zondag. Want Petrus was de eerste van alle mensen die Jezus de Christus noemde, de Zoon van God die in de wereld komen zou. Uit eigen beweging, maar met behulp van de Heilige Geest.
Vandaag lijkt het alsof Jezus diezelfde Petrus even later een stevige uitbrander geeft. Jezus vertelt zijn leerlingen dat hij veel zal moeten lijden van de kant van de machtigen, dat ze hem zelfs zullen doden. Maar op de derde dag zal hij uit de doden verrijzen *). Petrus schrikt ervan als hij Jezus hoort zeggen dat hem veel moeite en verdriet te wachten staat. ‘Zoiets mag u nooit overkomen’ roept Petrus uit.
Petrus bewondert zijn meester, hij houdt van hem, hij heeft al zijn hoop op Jezus gevestigd. Geen wonder dat hij zijn meester met alle middelen wil beschermen tegen het onheil dat hem kennelijk bedreigt. Het is een natuurlijk reactie. Als wij van iemand houden, en die iemand vertrouwt ons toe dat hij of zij een weg zal gaan die gevaar inhoudt, dan zullen we ook proberen die ander tot andere gedachten te bewegen. Iemand zegt zijn baan op om zich aan een ideaal te wijden. We zien al de armoede en ontberingen die hem wachten, en zeggen: ‘doet het toch niet’. We willen altijd het beste voor degenen van wie we houden. En hoe dichter we bij iemand staan hoe meer. Maar wat wij het beste vinden, is niet altijd het beste voor iemand die de stem van haar hart volgt. Iemand die zijn roeping volgt, begrijpen we in eerste instantie niet, omdat het een innerlijke stem is. Dan zijn het vaak de mensen die je het meest na staan die je in de weg kunnen staan door hun bezorgdheid of eigen verwachtingen.
Jezus begrijpt heel goed dat Petrus zich grote zorgen om hem maakt, en dat de verwachtingen van Petrus heel anders zijn. Juist daarom voelt hij de verleiding in de woorden van Petrus, de verleiding om te kiezen voor gemak en populariteit in plaats van pijn en vervolging.
Vandaar die uitroep: ‘ga weg achter mij, Satan’. Jezus was als mens niet ongevoelig voor de liefde en aanhankelijkheid van zijn leerlingen en voor hun menselijke verwachtingen van Hem. Maar hij wilde niet dat hij daardoor zijn roeping zou verloochenen, de bevrijding van de mensheid, mensen Gods liefde schenken, de vrijheid van Gods kinderen.
Petrus was natuurlijk niet zelf de Satan, de macht die ons ervan wil afhouden onze bestemming te volgen. Maar Jezus hoorde daarin de negatieve macht die probeert ons te verhinderen onze roeping te volgen. Een laffe aanval in de rug.
Vorig jaar juli werd de Franse priester Jacques Hamel vermoord toen hij aan het altaar in zijn parochiekerk in Rouen de Mis opdroeg. Twee jonge mannen uit de buurt sneden hem de keel door. Toen pastor Hamel begreep wat er stond te gebeuren, riep hij uit, net als Jezus: ‘ga weg, Satan’ **)
Bedoelde vader Jacques daarmee die twee jonge mannen van Noord-Afrikaanse afkomst? Bedoelde hij daarmee de Islam waarop de twee zich luidkeels beriepen? Nee! Met ‘Ga weg, Satan’ bedoelde hij de verleiding, de aanvechting die hij op dat moment voelde. Want als je je als priester altijd met hart en ziel hebt ingezet voor de mensen, ongeacht hun afkomst, huidskleur, religie. Je hebt je ingezet voor de begrip en vrede tussen godsdiensten. En dan wordt je meedogenloos geslachtofferd in je priesterlijke bediening aan het altaar. Klinkt daardoor heen dan niet de schaterlach van een negatieve macht — die wig tussen God en mensen – dat alles wat je gelooft hebt, alle waarden waar voor je gestaan hebt, een vergissing is?
‘Nee’ bedoelde pastor Hamel ‘nee, ik sta voor mijn liefde voor de mensen, mijn liefde voor Christus, voor God. Dat laat ik me niet afnemen. Door niets en niemand. Als het moet geef ik daarvoor zelfs mijn leven **).
In het Evangelie van deze dag wijst Jezus de verleiding af om risicoloos te leven in plaats van zijn roeping te volgen. Hij nodigt ook ons uit om niet voor de gemakkelijkste weg te kiezen als we voor de keuze staan een comfortabel leven te leiden of de innerlijke stem van onze roeping te volgen.
Een comfortabel leven leiden, noemt Jezus ‘wie zijn leven wil redden, zal het verliezen’*) want comfortabel betekent vaak ook ‘leeg’ zonder echte voldoening. Een leven waarin je je innerlijke roepstem volgt noemt Jezus: ‘maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden’.
Petrus heeft dat uiteindelijk begrepen en is zijn Heer gevolgd. Laten wij ook niet terugschrikken de stem van ons hart te volgen en uit Gods liefde te leven. Dat zal niet iedereen altijd begrijpen of op prijs stellen. We ons moeten ons daardoor niet laten afhouden de weg van onze Heer Jezus Christus te gaan. Tot behoud en geluk van onszelf en tot zegen van de mensen. Amen

Pastoor Martin Los
*) Evangelielezing van deze 22e gewone zondag door het jaar: Mattheus16:21-27
**) zie ook mijn boek ‘Rouw op mijn dak’  Adveniat Baarn 2017 p.262