Onschuldig, vrijwillig en beslissend. Mijn preek Palmpasen 9 april 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Wanneer we het Passieverhaal *) beluisteren, lieve zusters en broeders, gaan er allemaal emoties door ons heen, medegevoel, verontwaardiging, schaamte, verdriet, liefde, liefde voor Jezus die ons vandaag hier heeft samengebracht.
Maar als je even een stapje terug doet –  niet om afstand te nemen, maar om te contempleren over de gebeurtenissen – dan denk je: Waar gaat dat over? Wat is er nou helemaal aan de hand. Wat is de beschuldiging? En waarom verdedigt Jezus zichzelf niet?
Er blijkt niets tegen Jezus in gebracht te kunnen worden. De langvoogd verklaart hem dan ook onschuldig en wast zijn handen in onschuld **). Zelfs Judas, zijn verrader, verklaart uiteindelijk dat Jezus onschuldig was. En Jezus verdedigt zich niet, omdat hij de onschuld zelve is.
Uiteindelijk beschuldigt de hogepriester hem van godslastering. Want Jezus antwoordt op de vraag van de hogepriester of hij inderdaad de Christus is, de Zoon van God” met een eenvoudig: “Gij zegt het”.
Jezus zei dit niet om God van zijn troon te stoten of om zichzelf te verheffen. Hij zei dit omdat hij niet anders kon. Hij zei het juist om God te eren die hem in de wereld gezonden had om alle mensen met Gods liefde in aanraking te brengen en mensen weer terug te brengen bij God.
De conclusie kan alleen maar zijn dat Jezus onschuldig veroordeeld is. Maar alleen zo kon Hij Gods liefde tot het uiterste toe tonen: “vanaf nu zult ge de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Macht en komen op de wolken des hemels”. Met die woorden verkondigt Jezus zelf dat hij aan het kruis zal sterven, maar dat juist door zijn kruis de macht van God zal blijken. De hogepriester en de landvoogd en de schreeuwende menigte zijn niet degene die bepalen wat er gebeurt. Het is de Heer zelf die vrijwillig zijn lijden op zich neemt. Alleen door zelf onschuldig te sterven, kan hij voor alle mensen die schuldig zijn, de verrijzenis en het leven zijn.
We beamen het met de responsie bij elke kruiswegstatie: “Wij aanbidden u, Christus, en loven U, omdat Gij door uw heilige kruis de wereld hebt verlost”.
Het is verschrikkelijk en verwerpelijk en treurig wat de mensen Jezus aandoen. Het moet ons ook waarschuwen tegen alle vormen van discriminatie, van mensen pesten omdat ze anders en kwetsbaar zijn. Of dat nu gebeurt op school, in het gezin, op de werkvloer, in de maatschappij of zelfs in de kerk. Wat dat betreft zijn mensen van nu niet anders dan toen. En we moeten daar als gelovige mensen in geen enkel opzicht aan mee doen.
Maar Jezus is niet de weg van het kruis gegaan om het kwade aan de kaak te stellen, als een soort demonstratie – kijk, eens hoe slecht de wereld is –  maar om het kwade te overwinnen. Om te laten zien dat deze wereld ondanks het kwade de wereld van God is die hij niet aan zijn lot overlaat. Om te laten zien dat wij mensen ondanks het verkeerde dat we bewust of onbewust doen, niet door God afgeschreven zijn, maar dat we zijn mensen zijn.
Juist als we aan het kruis zien waartoe wij mensen in staat zijn, zien we het hart van God open staan dat ons uitnodigt de weg van vergeving en liefde te bewandelen als de weg van het eeuwig leven.
Moge het komende Paasfeest, de gedachtenis van het lijden, sterven en de verrijzenis van onze Heer Jezus heel zijn kerk en ons als gelovigen sterken in het geloof in de macht en de goedheid van God.
Laten we daardoor zelf getuigen zijn van de kracht van het kruis voor heel de wereld. Het kruis van Jezus is niet achterhaald, het is de weg tot behoud voor heel de mensheid voor altijd.
Laten we die kracht ook in onze tijd ontdekken als steeds nieuw en verrassend de weg ten leven. Laten we met de palmtakjes de kruisbeelden in onze huizen versieren, er steeds een blik op werpen en zeggen: Wij aanbidden U, Christus en loven u omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost”. Amen

(c) Martin Los
*) Op deze Palmzondag wordt het Lijdensverhaal volgens Mattheus gelezen 26:14-27:66
**) Pilatus wast zijn handen in onschuld. 1e Kruiswegstatie in de Mariakerk in De Meern. Adriaan van der Weiden (1910-1971) geboren in Oudenrijn (De Meern)

Leven uit de hoop. Mijn 5e Vastenzondag overweging

zondag 2 april 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, een vuur verspreidt licht naar alle kanten, maar je kunt door het vuur zelf niet heen kijken. Een vlam maakt dat we kunnen kijken, maar als we er al te lang inkijken zien we vlekken voor de ogen. Zo is Jezus een licht voor onze ogen. “Ik ben het Licht der wereld” zegt hij. Maar als we naar hem kijken, staren we in een mysterie als in een lamp. We kunnen niet bevatten wat hij doet.
Is dat erg? Nee, want het gaat erom dat we leven in zijn licht. Hij opent onze ogen voor de werkelijkheid van God. Leven in het licht van Jezus dát is geloof. Wanneer wij zeggen dat we geloven, dan bedoelen we daarmee dat we oprecht proberen te leven en te werken in het licht van Jezus.
Het verhaal van de opwekking van Lazarus door Jezus gaat over dit geloof. En wel om geloof in zijn uiterste consequentie. Op het scherpst van de snede: leven en dood. “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven ook al is hij gestorven en ieder die leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dit?” *) vraagt Jezus aan Martha nadat haar broer Lazarus gestorven is. “Ja, Heer, ik geloof!” antwoordt Martha uit de grond van haar hart.
De dood heeft niet het laatste woord over ons leven, zegt Jezus. Dat hebben we niet van onszelf. Het is ook niet iets wat wij hoeven te bewijzen of te verdedigen. Het is geloof in Jezus. Hij laat ons zien dat God groter is dan de dood. Daarom kwam hij geen afscheid van Lazarus nemen op zijn sterfbed om zich neer te leggen bij de dood van zijn vriend, maar hij wekte hem op. Jezus gaat nog verder als hijzelf sterft aan het kruis en zijn leerlingen vinden op de derde dag zijn graf leeg.
Lazarus wordt nog teruggeroepen in het leven maar uiteindelijk zal hij zoals iedereen een keer sterven. Maar Jezus zelf is de eerstgeborene uit de doden.
Hij is de Levende die niet meer sterft. Hij schenkt het eeuwige leven aan allen die in hem geloven. Nu al. “Ieder die in mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven”.
We gaan eenmaal dood. Maar dat is dan niet het einde van het leven. Het is het einde van de dood die ons leven leek te omringen.
Geloven in de verrijzenis en in het eeuwig leven is dus geen vondst van onszelf. Het is geen prestatie van onszelf waarin wij van anderen verschillen die minder voorstellingsvermogen hebben. Of die minder optimistisch zijn. Dat is helemaal niet aan de orde. Er zijn christenen die van nature pessimistisch zijn, toch klampen zij zich vast aan de hoop die Jezus ons mensen schenkt. Geloven is niet hetzelfde als optimisme. Het is hoop. Niet hoop dit uit onszelf voorkomt zoals van supporters van Feyenoord en Ajax die hopen dat hun club vanmiddag gaat winnen. Hoop is dan een ander woord voor voorkeur of wens. De hoop waarover wij christenen spreken en die we ervaren, is een werkelijk geschenk dat we mogen omarmen.
Leven we in het licht van Jezus, durven we dat aan? Zien wij als het ware met Zijn ogen? Keren we als zonnebloemen steeds weer naar Zijn licht?
Kunnen we in dat licht van Jezus ons eigen leven, met nieuwe ogen gaan zien? En dat van onze medemensen? Als het waar is dat de dood niet het einddoel is van ons leven – Jezus nodigt ons uit om die waarheid te omarmen – dan rijst onmiddellijk de vraag: “hoe is leven dat niet meer geregeerd wordt door de dood? Hoe kunnen wij dat leven leven en beleven?”
In de eerste plaats door niet alleen maar meer krampachtig met ons eigen leven en de eindigheid ervan bezig te zijn. Zolang mogelijk leven en zoveel mogelijk voor onszelf eruit halen als een grabbelton, meestal met weinig oog voor anderen. Nee, we mogen het leven als een wonder in ieder mens te zien. Niet alleen in de geslaagde mensen, maar ook in de mensen die minder geslaagd zijn.
In de tweede plaats door niet het leven te beschouwen als ons bezit, maar als een geschenk van God aan ons, een geschenk dat ons niet op onszelf terugwerpt, maar dat ons verbindt met God als de bron van alle leven, dat ons voedt met Gods liefde. In de derde plaats door het leven te zien als mogelijkheid tot het leven delen met elkaar, het leven vieren, elkaar dienen. Het leven zelf verbindt ons dan met God juist door ons tekort, dat we sterfelijke mensen zijn.
Ook door het leven door te geven. Leven in solidariteit met elkaar als generaties die elkaar opvolgen. Zo kunnen we doorgaan. Heel de rijkdom van het leven komt aan het licht wanneer we in Jezus geloven die zegt: “Ik ben de Verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven. En wie leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven”.
Wat doet het met ons als we die woorden echt tot ons door laten dringen? Het kan niet anders of je wordt vervuld van hoop. Het probleem is, dat we geneigd zijn te denken: “Ja, het lijkt me heel mooi om dat te geloven, maar dan wil ik toch eerst ergens de zekerheid dat het echt zo is”. Maar het gaat er nou juist om, dat Jezus zelf de waarheid is. Hij is zelf het licht dat ons verlicht. We moeten het met hem wagen als de bron van het echte leven zoals God het bedoeld heeft, en zoals God het ons gegeven heeft. Ons leven zoals God het zal voltooien in zijn liefde als de dood voorbij is.
Door zo te geloven mogen we als christenen een teken van hoop zijn voor alle mensen. Door onze manier waarop we met het leven zelf omgaan, door zorg voor de naaste, door liefde voor de zwakkeren, door samen het leven mooi te maken en te vieren, en ook elkaar bij te staan in droeve omstandigheden. Door elkaar te vergeven. Telkens wordt daar heel concreet al de dood overwonnen.
Dat is geloven in hem die zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven….Geloof je dat?” Jezus gaat ons voor als het licht dat ons steeds de ogen opent en de weg wijst. Totdat ons leven zelf voltooid is in Gods liefde en er geen duisternis meer is, maar enkel licht. Amen

(c) Martin Los

*) Evangelielezing voor deze zondag volgens het universele leesrooster van de r.k. kerk: Johannes 11:1-45
(1e lezing: Ezechiël 37:12-14; 2e lezing: Romeinen 8:8-11)
**) Afbeelding: Opwekking van Lazarus, Karl Isakson 187801912