Homilie op het Hoogfeest van de Openbaring van de Heer (Driekoningen) in de Mariakerk en Willibrordkerk op 3 januari 2016

De schriftlezingen van dit feest volgens het universele lectionarium van de r.k. kerk: 1e lezing: Jesaja 60-1-6; 2e lezing: Efeziërs 3:2-3a. 5.6.: Evangelie: Matteus 2:1012

Lieve zusters en broeders, om wat bij te komen van de kerstdrukte en wat uit te e waaien heb ik afgelopen week onder andere een bezoek gebracht aan Den Bosch om daar in de St. Jan daar de beroemde Kerststal daar te bekijken.
De rij wachtenden was lang. Er was dus tijd genoeg om rond te kijken en te mijmeren. We schuifelden naar voren. Aan mijn rechterhand zag ik plotseling opzij een lange tafel met allemaal speelgoed, spellen en poppen. Kennelijk gebruikt.
Daarbij een poster met drie kinderen als koningen verkleed. Het was een oproep aan de Bosche kinderen om vanmiddag allemaal naar de Parade naast de kerk te komen, verkleed als koningen.
vierdegeschenkDe Driekoningen brachten wierook, myrrhe en goud mee. Op de grote poster stond: Het vierde geschenk.
“Wat zou jij meenemen?” was de vraag.
Wat een goed idee, dacht ik. Jammer dat er te weinig tijd was om dat spel vandaag hier op te voeren. Als het aan mij ligt, gaan we dat volgend jaar zeker ook hier in onze parochie doen.
Maar de vráág kunnen we ons in elk geval wel stellen. Stel je voor dat je als vierde koning met Caspar, Melchior en Baltasar mee mocht om de ster te volgen en de pasgeboren koning te vinden. Wat zou jij meenemen als het vierde geschenk?

De vraag is niet: wat zou ik mooi vinden om aan Jezus te geven? Een betere wereld. Een fantastische kerk waar niets op aan te merken is. Want daar is iedereen voor nodig.
De vraag is: Wat kan ikzelf aan de Heer geven. Wat kan ík missen om Hem te dienen? Wat voor talent bezit ik om hem te dienen. Vandaar dat de als koningen verklede kinderen zondag in Den Bosch speelgoed kunnen mee brengen. Want dat bezitten ze zelf in overvloed.
Daar kunnen ze andere kinderen blij mee maken, kinderen die weinig of niets hebben zoals de kinderen in bijstandsgezinnen of van vluchtelingen.
Een ander blij maken, kunnen we dat niet allemaal?
Als we nou eens allemaal met die vraag het nieuwe jaar ingaan. Wat kunnen wij, om te beginnen bij ieder van ons persoonlijk, inbrengen om Christus te dienen.

De ster leidde de koningen op de weg naar het kind in de kribbe. Het licht dat dit kind uitstraalde bereikte hen van heel ver.
Ze gingen op weg met hun geschenken om deze pasgeboren nieuwe koning te eren en te dienen met het beste van zichzelf en van hun cultuur.
Ze gingen niet met lege handen om te kijken wat dit kind voor hen zou kunnen betekenen om volgeladen weer terug te gaan als consumenten die geshopt hebben.

Als we bij onszelf te rade gaan, dan moeten we misschien toch concluderen dat we vaak denken: wat kan God voor mij betekenen, wat heb ik aan mijn geloof, wat baat het mij dat ik voor Christus uitkom in mijn leven? Wat schiet ik ermee op als ik tegen de stroom in naar de kerk blijf komen? Of waar blijven de anderen, wat zouden die kunnen doen?
Van de drie wijzen kunnen we leren dat zij met hun geschenken op weg gingen zonder dat ze enige zekerheid hadden dan die ene ster. Laten we dus niet vragen: wat kan God en Jezus voor mij betekenen? Maar: hoe kan ik iets bijdragen voor de Heer wat Hij kan gebruiken voor zijn koninkrijk van liefde, gerechtigheid en vrede, en barmhartigheid?

Hij vraagt van ons wat Hij ons zelf gegeven heeft als we Hem als onze koning erkennen.
Christus vraagt ons niet iets te geven wat we niet hebben of niet kunnen. Hij vraagt iets van onze overvloed of waar we goed in zijn.
Hij vraagt niet iets van ons waardoor we verdrietig worden. Hij vraagt iets van ons waar we blij van worden, iets waardoor onze liefde voor Hem nog meer gaat gloeien. Dat krijg je energie van.

En dat geldt ook voor onszelf naar anderen toe. Als we van elkaar vragen wat wij niet kunnen en niet in huis hebben, raken we onnodig teleurgesteld en kom je in een neerwaartse spiraal terecht. In het gezin, in de samenleving en ook in de kerk. Er gaat zoveel negatieve energie in zitten.
Laten we elkaar de kans geven om te laten zien waar we goed in zijn, en waarin we ons kunnen ontwikkelen.
Want zo is onze Heer zelf. Overal in de evangelieverhalen zien we dat mensen door de aanraking met Jezus opbloeien, genezen worden, opstaan uit hun verlamming.
Dat is ook wat de mensen en wat de wereld van de kerk mag verwachten: een plaats waar je Christus ontmoet, waar je opbloeit, waar je blij wordt.

En laten we ook niet de mensen buiten de kerk uit het oog verliezen en afschrijven. Het verhaal van de Driekoningen herinnert ons er telkens weer aan dat vreemdelingen de ster zagen aan de hemel en alles achter lieten om de ster te volgen terwijl de mensen dichtbij in Jeruzalem niets hadden gezien.
Staan we voldoende open voor de onbekende ander, de arme, de vreemdelingen, de vluchtelingen, of onze eigen jongere generaties die vervreemd zijn van het geloof?

Vinden we dat alleen wij hen kunnen verrijken, of dat zij ook ons kunnen verrijken. Als we met de ogen van Jezus zien, zullen we  zoals de profeet Jesaja een karavaan aan zien komen van mannen, vrouwen en kinderen zien komen met de rijkdom van hun leven.
Voor God doet ieder mens ertoe. Zou dat niet ons Vierde geschenk kunnen zijn: dat we van onszelf aan Christus schenken: liefde, vreugde, positieve instelling. En dat we samen een vruchtbare gemeenschap vormen waarin we elkaar verrijken, thuis in gezin en familie, en in de gemeenschap hier waar we samen ons geloof mogen beleven.  Tot eer niet van onszelf, maar van onze Heer. Gaan onze harten niet kloppen bij dat vooruitzicht? Amen

(c) Pastoor Martin Los

Homilie Oudejaarsavond Mariakerk 2015

De Schriftlezingen waren die van het hoogfeest van Maria Moeder van God dat op 1 januari gevierd wordt: 1e lezing Numeri 6:22-27; 2e lezing Galaten 4:4-7. Evangelie: Lucas 2:16-21

Lieve zusters en broeders, “Maria bewaarde al deze woorden in haar hart” verhaalt de evangelist Lucas nadat de herders het kind Jezus gevonden hebben en vertellen wat ze over dit kind gehoord hebben van de engelen.
Het is duidelijk dat dit geen gewone mededeling is. Het roept een beeld op van Maria. Een beeld dat onszelf tot nadenken stemt en tot navolging uitnodigt.
“Maria bewaarde al deze woorden in haar hart”.

Laten we ons even verplaatsen in haar situatie. Ze heeft net een kind ter wereld gebracht. Ondanks de vreugde zal ze toch nog herinnering hebben aan de pijn van de weeën. De navelstreng moest worden losgemaakt.
Het kind is geboren onder barre omstandigheden, buiten in een stal. Ze hebben een hele reis achter de rug. Dat gaat je als moeder niet in de kouwe kleren zitten.
En dan komt daar in eens de ruige volk van herders binnenstormen met hun blijde boodschap die ze gehoord hebben. Wat een stress en wat een emotie!

marytreasuresallthesewordsMaar het weerhoudt Maria er niet van om de woorden vast te houden die ze hoorde. En ze vraagt zich af wat die woorden betekenen. Zo kon ze meegroeien met het kind dat ze gebaard had, als liefdevolle en betrokken moeder die haar kind moest voeden, maar ook zelf innerlijk gevoed werd door de belofte die ze ontvangen had en de woorden die ze bewaarde in haar hart.
Het beeld van Maria kan ons helpen om zelf wijs van hart te worden. Het einde van een jaar en speciaal de Oudejaarsavond nodigen uit om stil te staan bij wat we zelf in het afgelopen jaar beleefd hebben.

Wat heeft indruk op ons gemaakt in eigen persoonlijke leven, in de wereld rondom?
Zijn er betekenisvolle momenten geweest waarvan we dachten:  wat gebeurt hier met me? Wat gebeurt hier met ons?
Gebeurtenissen die boven zichzelf uitwijzen. Omdat ze niet in het dagelijks patroon passen. Of omdat ze de vraag naar de zin van ons leven plotseling heel actueel maken. Die ziekte van een kind. Verlies van een baan.
Of dat onze rust ineens verstoord is door de realiteit van grote aantallen vluchtelingen die een beroep doen op onze samenleving.
Wat we meestal in eerste instantie beleven is dat dingen die ons niet uitkomen en die we niet kunnen plaatsen, ons een gevoel van onmacht geven.
Die onmacht uit zich in bangheid omdat we de grond onder de voeten lijken te verliezen. Of boosheid omdat we niet weten hoe we verder moeten.
Als je om je heen luistert hoor je veel bangheid en boosheid onder de mensen.

We komen uit een tijd dat we alles voor elkaar hadden. Kortom het gevoel dat we alles aardig onder controle hadden. Plotseling worden we wakker geschud. We realiseren ons, dat het leven niet zo maakbaar is, en ook de maatschappij niet.
We kunnen elkaar de schuld geven. We kunnen anderen de schuld geven met een andere cultuur of godsdienst. We kunnen de overheid de schuld geven.
In alle gevallen gedragen we ons dan als consumenten die niet bereid zijn zelf te investeren in een nieuwe andere toekomst.
Bangheid en boosheid zijn op zich niet verkeerd. Het zijn gevoelens die we allemaal kennen. Maar hoe gaan we ermee om?
Vervallen we in onverschilligheid of andersom gaan we letterlijk of figuurlijk met anderen op de vuist?
Of vragen we naar de betekenis van wat we meemaken? Beleven we wat indruk op ons heeft gemaakt in het voorbije jaar als tekenen van de tijd, tekenen die ons helpen groeien.
Of als tekenen aan de wand die ons oproepen tot ommekeer? In ons persoonlijk leven, in het politieke leven en ook in het kerkelijk leven?

Onbegrijpelijke gebeurtenissen, naar of mooi, nodigen ons uit tot nadenken en bezinning. Ze kunnen ons helpen te groeien in menszijn. Ze helpen ons te groeien in levenswijsheid. Zodat we meer inzicht krijgen in waar het eigenlijk omgaat. En zodat we meer begrip krijgen voor anderen mensen, meer respect, en meer vervuld worden van medeleven en medemenselijkheid

Paus Franciscus heeft een belangrijk impuls gegeven aan deze bezinning door 2016 uit te roepen tot Jaar van de Barmhartigheid.
Dit kan ons helpen om beter de betekenis op het spoor te komen van de gebeurtenissen die we niet begrijpen en ons zelfs misschien dwarszitten.
Zie alles eens vanuit het oogpunt van de Barmhartigheid!

Moge de mooie mens die Maria is en die “al de woorden bewaarde in haar hart” ons helpen om zelf te groeien in verstaan van de weg van haar Zoon en van zichzelf. Moge haar beeld dat ons raakt, ons uitnodigen het avontuur ook aan te durven van dieper doordringen in het geheim van ons leven.

Ons leven als een geschenk van God die ons tot “kinderen van God” vrije mensen maakt. Moge ons dat altijd reden tot blijdschap geven.
Moge ons dat ons helpen ook te genieten van de kleine dingen die er altijd in overvloed zijn.
Want als we Jezus aannemen als de Zoon van God die in de wereld gekomen is, mogen we om te beginnen onszelf verstaan als kinderen van God.
Dan mogen we ook ons leven, en alles wat ons overkomt, als opgenomen zien in het verhaal van God-met-ons.
Voorspoed en tegenspoed zullen ons helpen groeien als kinderen van God, en als broeders en zusters van elkaar in de kerk.
Mogen we op die manier toenemen in vertrouwen dat God de wereld in zijn hand houdt. En dat het laatste woord is aan de liefde die we hebben leren kennen door Jezus Christus, onze Heer. Leve de barmhartigheid. Amen

(c) Pastoor Martin Los