Homilie op de zondag in het oktaaf van Kerstmis, het feest van de H. Familie 27 december 2015

Preek op het feest van H. Familie, Jozef, Maria en Jezus, op 27 december 2015 in de Mariakerk

voorgeschreven Schriftlezingen uit het universele lectionarium van de r.k. kerk: 1e lezing I Samuel 1:20-22,24-28; 2e lezing Johannes 3:1-2,21-24; Evangelie: Lucas 2:41-52

Lieve broeders en zusters, vanaf het begin van de kerk is het gebruik dat wij als christenen elkaar beschouwen als broeders en zusters.
Daarmee tonen we dat we een bijzondere band met elkaar hebben als kinderen in één gezin. We zijn één grote familie. En we erkennen hiermee dat we allemaal gelijk zijn, omdat we voor God, onze Vader, gelijk zijn.
Er zijn in de kerk geen dames en heren. Er zijn geen heren en knechten.
Natuurlijk zijn er leidinggevende functies. En de één bekleedt in de liturgie of in de gemeenschap een opvallender plaats dan de ander. Maar ook dan zijn en blijven we zusters en broeders van elkaar. Zo behoren we ook met elkaar om te gaan.

Het is een eer voor het menselijk gezin dat de kerk zichzelf ook beschouwt als een gezin, het gezin van God. Doordat de kerk familie van God wordt genoemd, wordt ook de waardigheid van het gewone menselijke gezin benadrukt.
Deze waardigheid van het gezin wordt op een heel nadrukkelijke manier onderstreept doordat Jezus Christus zelf in een gezin opgroeide, het gezin van Maria en Jozef.
Het was een uniek gezin omdat Jezus in dit gezin geboren werd en opgroeide. Maar in alle andere opzichten was het een gewoon gezin.
In elk gezin ontdekken vaders en moeders dat hun kinderen groot worden en een eigen wil hebben en een eigen weg gaan. En dat doet vaak pijn: “Kind, waarom heb je ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat voor pijn je vader en ik naar je gezocht hebben?” verwijt Maria de twaalfjarige Jezus als ze hem vinden in de tempel te midden van de rabbijnen daar.

vluchtnaaregypteRembrandt2015

Vlucht naar Egypte. Rembrandt van Rijn

Ook al hebben ouders en kinderen elkaar lief, dat betekent niet dat er soms geen conflicten of tekorten zijn.
Het ideale gezin is niet het gezin, waarin nooit iets fout gaat in de opvoeding of in de verhouding ouders en kinderen.
Waar het omgaat, is dat de gezinsleden in liefde elkaars fouten vergeven en elkaars tekorten aanvaarden en steeds zoeken naar een nieuwe harmonie.

Ook de omstandigheden  waarin gezinnen verkeren zijn heel vaak niet ideaal. Ook daarop maakt het gezin van Jozef en Maria geen uitzondering. De geboorte van Jezus vond plaats onder barre omstandigheden. Niet in een veilig huis, maar in een onderkomen voor dieren. En de wieg van Jezus was een voederbak.
Maar denk ook aan de vlucht van Jozef en zijn gezin naar Egypte omdat koning Herodes besloten had alle pasgeboren kinderen in Bethlehem te doden.
Ook nu zijn vele gezinnen op de vlucht voor vervolging, terreur, oorlogsgeweld. Veel gezinnen zijn daardoor verscheurd. Over de hele wereld. Maar ook aan de grenzen van Europa.

Ondanks dat het gezin bestaat uit mensen met hun beperkingen en eigenaardigheden heeft God er niet voor teruggedeinsd om zijn Zoon aan een menselijk gezin toe te vertrouwen. Dat is niet alleen een pluim op de hoed van Jozef en Maria. Maar het is ook een teken van vertrouwen in alle die jonge mannen en vrouwen die het aandurven een gezin te stichten en ook gastvrijheid verlenen aan de kinderen die zij zelf krijgen of door adoptie opnemen.
In onze tijd mag er soms nogal eens neerbuigend gedaan worden over het gezin vanwege de gebreken die er aan ouders kleven. Maar weet iemand een betere weg? Soms zijn inderdaad instanties nodig als een gezin het echt niet redt. Maar ook instanties maken fouten. En soms komen daar ook misstanden aan het licht.
In plaats van cynisch te doen over het gezin vanwege de menselijke tekorten, zouden we eerder ons petje moeten afnemen voor al die vaders en moeders die zich inzetten voor hun kinderen, en naast hun werk tijd moeten vinden voor hun gezin. Ze verdienen onze steun en ons gebed.
Ze verdienen ook steun van de overheid door passende wetten en maatregelen. God is er niet voor teruggeschrokken om zijn Zoon, die niets minder is dan het heil van de wereld, toe te vertrouwen aan een menselijk gezin.
Ondanks dat gezinnen op allerlei manieren getroffen worden door oorlogen en rampen, door verlies en door scheiding. Juist de gezinnen die het daardoor extra moeilijk hebben verdienden steun en begrip van alle kanten.

Met dit feest van de Heilige Familie betrekt de kerk ons opnieuw op het grote mysterie van Kerstmis, dat God mens geworden is, geboren uit een vrouw zoals alle mensen. Maar ook dat Jezus, de Verlosser van de wereld, is verzorgd door ouders en opgegroeid in een gezin.
Jezus deelt ons menselijk lichaam door zijn geboorte, maar ook ons sociale lichaam door zijn geboorte en opvoeding in een gezin, in een familie, en gemeenschap van mensen daarom heen.
Zo deelt Jezus in ons menszijn in alle opzichten.
Het is ook een teken van Gods grote liefde voor het dagelijks bestaan van ons, mensen, in de gezinnen, waaruit we allen geboren zijn.
Alle ouders die liefde en respect hebben voor hun kinderen – en dat zijn verreweg de meesten – beschouwen hun kinderen als en geschenk.
Ze zien hun kind niet als hun product of eigendom of als een verlengstuk van zichzelf. Ze zien ze als zelfstandige wezens die ze begeleiden tot ze op eigen benen kunnen staan. Want elk kind heeft een eigen hart en geest, en is in die zin ook een mysterie voor de eigen ouders.

Als christenen mogen wij dit op een bijzondere manier beleven en doorgegeven. Want door het geloof in Jezus, als de Zoon van God, noemt God ons zijn kind.
Wij mogen dat door de doop en het geloof doorgegeven aan onze kinderen en zeggen: lief kind van ons, jij bent ook Gods kind.
Op die manier zullen we hun eigenheid en bestemming nog meer voor ogen houden en respecteren.
Ja, ouders en kinderen zijn voor God gelijk: broers en zusters van elkaar.
Vanuit christelijk perpectief zijn ouders geen baas over de kinderen, maar een oudere broer en zus. Als zodanig dragen zij verantwoordelijkheid en hebben ze een leidinggevende plek in het gezin.
Zo leren we al vroeg dat we niet alleen broers en zusters van elkaar zijn in het menselijk gezin. We zijn als mensen ook broeders en zusters van elkaar door het geloof in God die ons zijn kinderen noemt: “We worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook” zegt Johannes.  Daarom moeten we ook elkaar liefhebben als broeders en zusters: “Dit is God gebod: van harte geloven in zijn zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons opgedragen heeft”.
Samen zijn we als huisgezin van God op weg naar het rijk van God, in alle wisselvalligheden van het leven, net zoals het menselijk gezin. Eens zegt Johannes: “Zullen we aan God gelijk zijn omdat we Hem zullen zien zoals Hij is”.
Hier mogen we al op God gelijken door onze liefde, door de hoop en de vreugde die in ons is, en die we ook uitstralen. Amen

Martin Los

Kerstnachtpreek 2015 Mariakerk DeMeern/Leidsche Rijn

Kerstnachtpreek in de Mariakerk in De Meern, parochie Licht van Christus

kersstal2015

kerststal in Mariakerk De Meern/Leidsche Rijn

Lieve zusters en broeders, we vieren in de kerstnacht dat God zich met ons, mensen, verbonden heeft. Hij heeft zich met ons verbonden op de meest innige wijze door mens te worden. Nog wel als een kind. Nog wel als een kind van een gezin waarvoor eigenlijk geen plaats was. Vandaar dat ze de nacht doorbrachten in een verblijfplaats van dieren gezien de aanwezigheid van een voederbak.
Laat dit goed tot ons doordringen. God is in de wereld gekomen als een kind waarvoor eigenlijk geen plaats is. Als kind van Jozef en Maria voor wie eigenlijk geen plaats was.
Dat is in onze dagen bijzonder actueel door de vluchtelingen die op de deur van onze samenleving aankloppen, en die we ook vanavond in ons midden hier mogen begroeten.
Wat heeft onze God bezield om zich op deze wijze aan ons te verbinden? Waarom werd hij niet als een prins geboren?  Waarom daalde hij niet stralend als een goddelijke held uit de hemel?
Zo deed Hij om ieder mens te verzekeren dat hij of zij in Gods ogen er toe doet.
Dacht u dat in Gods oog een koning in een paleis meer is dan een vluchteling die huis en haard moest verlaten? God ziet ieder mens aan als een echt mens. Voor God zijn alle mensen gelijk. Ieder mens telt voor hem.
We zijn ons daar niet altijd van bewust. Maar dít is de volstrekt unieke boodschap die het Kerstfeest voor alle mensen inhoudt.
Een boodschap die voltrekt nieuw en uniek was in de tijd van Jezus’ geboorte. De wereld was ingedeeld in rangen en standen. Gewone mensen telden niet mee. Laat staan de vele slaven die helemaal geen rechten hadden en niet eens over hun eigen leven beschikten.
In die wereld kwam Jezus de Zoon van God ter wereld als een zuigeling in een voederbak. Om aan alle mensen te verkondigen dat God zich over hen ontfermt en hen aanneemt als zijn kind.
Het geloof in Jezus, het geloof in God maakt mensen vrij. Het verleent alle mensen een waardigheid die onafhankelijk is van of je rijk of arm bent, krachtig of gebrekkig.
Als je eenmaal in Jezus gelooft als de Zoon van God die in de wereld gekomen is, kan niemand je meer die vrijheid afnemen: die vrijheid van mensen die weten dat zij Gods kinderen zijn.
Niemand kan die vrijheid afnemen. Het geloof in Jezus Christus als verlosser maakt ons in geweten vrij. God kent onze harten. Hij is groter dan ons hart. Hij kent ons en vergeeft ons.
Het is die boodschap en het is dat geloof dat de kerk met vallen en opstaan en met hindernissen verkondigd heeft tot op deze dag. Het is deze boodschap die geleid heeft tot de vrijheidsbeleving zoals we die nu al decennia in Europa kennen.
Wie mogen die blijde boodschap vandaag opnieuw horen en vieren.
Velen in het Westen doen alsof die vrijheid de gewoonste zaak van de wereld is. Alsof het iets natuurlijk is. Maar dat is het niet.
Die vrijheid wordt van alle kanten aangevochten. Door hen die terreur zaaien. Die alleen al door angst aan te jagen vrijheid willen afnemen. Maar ook op vele andere manieren
Er is geloof voor nodig om in die vrijheid te geloven en zelf te beleven. Er is moed voor nodig. Er zijn keuzes voor nodig.
Het is begrijpelijk dat jongere generaties onze vrijheid vanzelfsprekend vinden. We spreken over vrijheid als een recht. En we voeren zelfs de mensenrechten in het vaandel. Terecht.
Maar laten we niet vergeten dat dit ooit niet zo was, en dat dit lang niet zo was. En laten we niet denken dat het vanzelf zo blijft.
Daar is geloof in die vrijheid als gave van God nodig. We staan er namelijk niet alleen voor. Want God is mens geworden. Hij heeft zich aan ons verbonden. Hij heeft ons daardoor allen vrijgemaakt.
Hoe kunnen we die vrijheid zelf blijven beleven en ook bewaren? Door het geloof in Jezus die als mens in de wereld gekomen is te koesteren. Door de gemeenschap met hem vol liefde te koesteren.
Maar ook door die vrijheid niet alleen als een recht te beschouwen waarbij je alleen aan jezelf denkt.
De christelijke vrijheid is dat je die vrijheid ook gebruikt om je over anderen te ontfermen die het moeilijk hebben.
Vrijheid kan alleen blijven bestaan en groeien als we niet in de eerste plaats aan onszelf denken, maar als we ons voor anderen inzetten, in het bijzonder voor de minsten der mensen.
We leven in een tijd waarin we aan veel beginnen te twijfelen. Heel veel zekerheden vallen weg. Veel mensen lijden aan angst en onzekerheid.
Dan is het juist belangrijk dat we ons afvragen wat echt waarden zijn waar je op aan kunt.
De vrijheid van Gods kinderen is de basis van alles. Die kan niemand ons afnemen. De vrijheid om te kiezen voor het goede. De vrijheid om anderen die het moeilijk hebben, lief te hebben. De vrijheid om te geloven in het rijk van God.
Alle zekerheden kunnen wegvallen, maar deze niet. Want het is een gave van God die zich aan ons verbonden heeft en mens geworden is. God heeft zich uit liefde en uit barmhartigheid over ons ontfermd.
Laten ook wij zoeken naar wat mensen bindt, en niet wat mensen scheidt. Hoe meer we van die vrijheid gebruik maken, hoe meer we in die vrijheid zullen groeien.
Het kind in de voederbak lacht ons toe. Het is met lege handen gekomen, maar het schenkt ons de kostbaarste gaven: de vrijheid van God kinderen.
Als wij dit kind in de armen nemen, telkens als we open staan voor de arme, de gebrekkige, de vluchteling, dan zullen we ervaren dat God ons in de armen neemt als zijn kind.
Paus Franciscus heeft dit jaar 2016 uitgeroepen tot heilig jaar, het jaar van de barmhartigheid. Laten we de barmhartigheid omarmen door de vergeving van onze zonden te vragen en te verkrijgen. Wie weet onder hoeveel balast we gebukt gaan, terwijl God niets liever wil dan dat we bevrijd zijn van die lasten.
En laten we ook elkaar barmhartigheid bewijzen door elkaar te vergeven. En door mensen in nood een plaats te geven in ons leven. Kerstfeest toont Gods mateloze barmhartigheid in dit kind.
Leve de barmhartigheid. Leve de vergeving. Leve de vrijheid. Amen

(c) Pastoor Martin Los