Homilie op de 6e zondag in de Paastijd in Mariakerk en Willibrordkerk 9/10 mei 2015

Preek op de zesde zondag in de Paastijd Mariakerk en Willibrordkerk 9 en 10 mei 2015

Schriftlezingen voor deze zondag uit het universele r.k. lectionarium voor Zon- en Feestdagen. 1e lezing Handelingen der Apostelen 10:25-26.34-35.44-48 2e lezing: I Johannes 4:7-10 Evangelie: Johannes 15:9-17

vrijheid2015Lieve zusters en broeders, we hebben afgelopen week Bevrijdingsdag gevierd. Het is zeventig jaar geleden dat ons land bevrijd werd. Op de televisie en in de kranten werd uitgebreid teruggeblikt in documentaires en films.
Het is voor iedereen duidelijk waarván we bevrijd zijn, van de afschuwelijke Duitse bezetting. Maar wat hebben we met die vrijheid gedaan en wat doen we nu met die vrijheid. Waartóe zijn we bevrijd?

Voor alle duidelijkheid: vrijheid is een absolute waarde op zich. Vrijheid is geen middel om iets te bereiken. Het is een goed op zich. Het is iets waar ieder mens naar verlangt. We mogen ervan genieten.
In onze tijd vinden we het vanzelfsprekend dat ieder mens recht heeft op vrijheid. Vandaar de nadruk in onze tijd op de rechten van de mens.
Dat is niet altijd zo geweest. Vrijheid was vroeger iets van een kleine groep bevoorrechte mensen. Er was zelfs een tijd dat veel mensen slaaf waren en geen enkel recht of vrijheid hadden.
Helaas zien we ook in onze tijd dat vreselijk met mensen gesold wordt door dictatoriale regimes en terreurbewegingen. Het doet pijn aan onze ogen. Het doet pijn in ons hart dat mensen geen vrijheid en geen rechten hebben.

Vrijheid is een absolute waarde. Ze mag aan niets ondergeschikt gemaakt worden. Toch blijft de vraag: “Wat doen we met onze vrijheid”.
Gebruiken we die om vanuit onszelf het goede voor elkaar te doen. Of gebruiken we de vrijheid om voor onszelf zo veel mogelijk voordelen te behalen?
Als mensen de vrijheid gebruiken om er zelf beter van te worden, ontstaat een nieuwe ongelijkheid. De rijken worden rijker en de armen armer. Op den duur ontstaat zo’n grote ongelijkheid, dat er een nieuwe vorm van slavernij ontstaat. Of er breken gewelddadige revoluties uit.
In beide gevallen is het gedaan met de vrijheid voor zoveel mogelijk mensen.

De vrijheid die we ontvangen hebben, brengt dus wel een grote verantwoordelijkheid met zich mee. En daar wringt nou net de schoen.
Want bij verantwoordelijkheid denk je aan verplichtingen. Maar ben je wel echt vríj als je verplichtingen hebt? Dat voelt niet zo.
Als oprechte vrije mensen zullen we altijd het gevoel hebben dat er iets aan ons knaagt. Dat is ons geweten.
Dat geweten vraagt of we het goede doen. Of we de andere mens recht doen, de mens die mens is zoals wij. Of we barmhartig zijn tegenover hen die in nood zijn.
Het geweten is de prijs van de vrijheid. Laten we er daarom blij mee zijn.

Toch mogen we een stap verder gaan dan verder leven in vrijheid met een geweten dat knaagt. Daarvoor leggen we ons te luisteren bij het Evangelie.
Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Ik noem jullie geen knechten of slaven meer, want een knecht weet niet wat zijn heer doet. Maar ik heb jullie vrienden genoemd”.
Jezus schenkt ons zijn onvoorwaardelijke vriendschap door het geloof in hem.
En vriendschap met Jezus maakt ons mensen vrij. Want Jezus is gestorven voor onze zonden. Hij is de vergeving van alle zonden.
Vriendschap met Jezus maakt mensen tot kinderen van God.
Als kinderen van God zijn we allemaal gelijk, want voor God zijn we allemaal gelijk.
We hoorden het Petrus in de eerste lezing zeggen toen de romeinse legerkapitein Cornelius voor hem knielde: “Sta op, ik ben ook maar een mens. Nu besef ik pas goed dat er bij God geen aanzien des persoon bestaat!” Met andere woorden: voor God is ieder mens gelijk.

Cornelius was een heiden die tot geloof gekomen was met zijn gezin. Maar de Joodse christenen zeiden: Hij kan wel in Jezus geloven, maar pas als zij zich laten besnijden en de Joodse traditie aannemen, mogen zij gedoopt worden en bij de kerk horen.
Er dreigde een groot conflict in de jonge kerk. Maar Petrus en de apostelen verklaarden: het is genoeg dat niet-Joden in Jezus geloven, want we zien dat de Heilige Geest ook op hen is.
Zo viel zelfs in de jonge kerk het enige onderscheid dat er nog was, het onderscheid tussen Joden en heidenen. Dat gebeurde dóór het geloof in Jezus. De heilige Geest kwam over beide soorten gelovigen en verenigde hen.

Alleen door het geloof in Jezus ervaren we dat wij werkelijk vrije mensen en kinderen van God zijn.
Door het geloof vrij geworden, kunnen we elkaar liefhebben zonder onderscheid.
Zouden we daarom niet zelf de vrijheid gebruiken om lief te hebben. “Iedereen die liefheeft, is een kind van God” verklaart Johannes.
Natuurlijk voelen we dan nog wel dat we tekort schieten en klaagt ons geweten ons aan. Maar de liefde van God troost ons, zodat we niet bij de pakken neer gaan zitten. “God is groter dan ons hart”.

Het is alleen de liefde van God die ons echt vrijmaakt. Het is alleen de liefde die onze vrijheid optimaal maakt. Dat is de boodschap van het Evangelie.
Daarom geeft Jezus ons de opdracht om elkaar lief te hebben: dit is mijn opdracht dat jullie elkaar lief hebben zoals Ik jullie heb liefgehad”.

Laten we niet vergeten: vrijheid is geen vanzelfsprekendheid. De vrijheid zoals wij die kennen en zoals die vertaald is in mensenrechten, vindt haar oorsprong in de dood en verrijzenis van Christus. Dat is de geweldige boodschap van de kerk.
Maar ze laat tegelijk zien dat die vrijheid niet kan bestaan zonder dat we elkaar liefhebben.
Die opdracht geeft de Heer aan ons, omdat Hij zichzelf aan ons heeft gegeven.
Wat mooi dat we als christenen de vrijheid van Gods kinderen verkondigen. Maar laten we haar zelf dan in praktijk brengen door de liefde voor op te stellen.
Dan hebben we alle reden tot blijdschap. En die vreugde die we dan ervaren is de vreugde van Christus zelf die zegt: “Ik zeg jullie dit alles opdat mijn vreugde in jullie moge zijn en jullie vreugde volkomen moge zijn”.  Moge het zo zijn Amen.

Pastoor Martin Los

Homilie op de 5e zondag van Pasen 2015

 

Preek op de vijfde zondag van Pasen 2015 op 2 en 3 mei in de Willibrordkerk en Mariakerk

Schriftlezingen voor deze zondag uit het universele rooms-katholieke lectionarium: 1e lezing Handelingen der Apostelen 9:26-31. 2e lezing 1e Brief van de h. apostel Johannes 3:18-24. Evangelie: Johannes 15:1-8 (Ik ben de wijnstok, jullie de ranken)

Lieve broeders en zusters, gisteren is een menigte van ruim dertienhonderd pelgrims uit ons bisdom naar Lourdes vertrokken.
Ook een aantal parochianen is mee. Ze hebben het vaandel van de parochie Licht van Christus meegenomen. Ze voeren het mee in de processies.
Ze bidden daar óók voor onze parochie.
In 2007 ging voor het eerst een grote groep uit onze parochie naar Lourdes. Dit jaar hebben zich onze pelgrims aangesloten bij de grote bisdombredegroep naar Lourdes.

De pelgrims hopen natuurlijk zelf door deze bedevaart geraakt en bemoedigd te worden. Misschien hopen sommigen als herboren terug te keren. Maar ze gaan niet alleen voor zichzelf. Ze gaan als medechristenen, als leden van de kerk, als “ranken aan de wijnstok”.
Dat zullen ze daar heel sterk ervaren want ze ontmoeten er gelovigen uit de hele wereld.  Zoveel verschillende talen, landen en culturen en toch één geloof.  Ze zullen het beleven als ze deelnemen aan de Internationale Hoogmis met soms wel tienduizenden, bij de Lichtprocessies en tijdens de ontmoetingen bij de Grot waar Maria aan Bernadette verscheen. En natuurlijk ook gewoon op de terrasjes.

De aanwezigheid van een grote groep chronische zieken en zorgbehoevende pelgrims, ook uit ons bisdom, zorgt voor een heel bijzondere sfeer. Een sfeer van hartelijkheid, meeleven en hulpvaardigheid. Dingen waar je je anders druk om maakt, ook in je kerk, lijken dan opeens onbelangrijk.
Die positieve geest werkt als een verkwikkend bad voor iedereen. De pelgrims voelen zich als een groot gezin verenigd rondom de moeder van alle gelovigen, Maria. Je proeft de hartelijkheid en de vreugde die past bij de kerk als huisgezin van God.

Als volgende week de pelgrims terugkeren zullen ze zelf veranderd zijn, vervuld van hoop en nieuwe energie. En ze zullen door die nieuwe energie ook de geloofsgemeenschap opladen.
Het kan niet zo zijn dat een bedevaart van meer dan dertienhonderd gelovigen het bisdom onberoerd laat, of de parochies. Wie weet wat er voor nieuwe impulsen uitgaan voor onze gemeenschap.
We hebben het als kerk nódig dat we telkens opgefrist worden en dat we positieve impulsen ontvangen. We hebben het nodig om ook echt te ervaren dat we als ranken verbonden zijn aan de wijnstok die Christus is. Door die ranken stroomt leven. Anders sterven ze af.

Gevoel, want daar gaat het hierom, kan afstompen door teleurstellende ervaringen, ook in de kerk en in ons geloofsleven. Als er teveel kleine teleurstellingen zijn en we daar niets mee doen.
Gevolg is onverschilligheid. Het raakt je niet meer. De negatieve dingen niet, maar ook de mooie dingen niet.
Gevoel kan ook afstompen door zelf geen enkel initiatief te nemen. Je blijft buitenstaander die zijn schouders ophaalt. Dat is ook een vorm van onverschilligheid.
Misschien moeten we zo ook het woord van Johannes verstaan: “vrienden we moeten niet liefhebben met woorden, maar met concrete daden”. Als we geloof bij woorden laten, blijven we op een bepaalde manier aan de zijlijn staan. We zijn dan meer toeschouwers van medespelers. “Niet liefhebben met woorden, maar met daden. Dit is onze maatstaf” zegt Johannes “daardoor krijgen we de zekerheid dat we thuis horen bij de waarachtige God”.
Onverschilligheid leidt tot dorheid als bladeren die afvallen. Die onverschilligheid ontstaat als er geen beleving meer is. Beleving vraagt erom dat we ons persoonlijk investeren. De pelgrims die nu op weg zijn, doen een duidelijke investering in geloof en in de geloofsgemeenschap. Het rendement zal blijken uit de vreugde die ze beleven en mee terug brengen, de versterking van het geloof die ze ervaren, en mee terug nemen.

wijnstokenranken2015Het is mooi als wij ons door hen laten inspireren en hun bedevaart ook als een geschenk aan de gemeenschap en aan ons in ontvangst nemen.
De kerk is een wijnstok met vele ranken. Daar stroomt leven doorheen. Het leven van Christus zelf.
Dat is wat hijzelf zegt en belooft: “blijven jullie in Mij, dan blijf ik in jullie”. Als dát leven door ons stroomt als ranken verbonden aan de wijnstok, blijft de vrucht daarvan niet uit: “Wie in mij blijft, terwijl ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van mij kunnen jullie niets”.
Jezus bedoelt daarmee niet dat we zonder hem tot niets in staat zijn als mensen. Nee, Hij spreekt hier over zijn liefde die van hem uitgaat en alle gelovigen met hem verbindt. Over zijn leven dat hij voor ons heeft overgehad. Hij spreekt hier over de kracht die van hem uitgaat en die ons in staat stelt tot daden die ons blij maken: hulpvaardigheid, vergevingsgezindheid, een aanstekelijke manier van leven. Daar verlangen we toch naar? En dat kunnen we niet “ los van hem”.

Het is de gelovige ervaring door de eeuwen heen dat we die liefde het meest voelbaar en concreet ervaren als we Maria een centrale plaats geven in het leven van de geloofsgemeenschap en in het persoonlijke leven.
Maria is niet zomaar een van de vele medegelovigen. Zij is het die ons als moeder van de Heer verbindt met hem en met elkaar als kinderen van God. Rechtstreeks.

Onze tijd heeft deze hartelijke liefde die de kerk als ranken aan de wijnstok doorstroomt heel hard nodig. Tegenover de dreiging van IS en andere terreurbewegingen is echte hartelijke liefde en hoop wat mensen nodig hebben om hun angst te overwinnen De vele rampen die in de wereld gebeuren en door Twitter al een paar minuten later overal te zien zijn, versterken bij veel mensen het gevoel dat ons leven heel kwetsbaar is. Veel jonge mensen groeien op zonder zekerheid op werk, relaties, en innerlijke rust.

Als verkondigers van het Evangelie kunnen we  zoveel betekenen voor de wereld van vandaag. Maar dan moeten we zelf als geloofsgemeenschap vreugde uitstralen. De vreugde dat Christus zelf in ons midden is, en wij met hem daadwerkelijk verbonden zijn.

Volgende week keren de pelgrims terug. Vervuld van belevenissen die ze misschien niet goed onder woorden kunnen brengen. Maar wat ze beleefd hebben zal doorwerken in hun leven. En het zal doorwerken in hun omgeving, in de parochies, in het bisdom.
Wat mooi als we onszelf hier weer met nieuwe ogen moge gaan zien. Dat we ervaren dat Maria hier niet minder verbindt met haar Zoon dan in Lourdes. Dat we onverschilligheid voor zover die er is, weer afschudden, en dat we zichtbaar delen in de vreugde van het geloof. Dat we zelf vruchten mogen dragen van geloof, hoop en liefde die door de gemeenschap als ranken aan de wijnstok stromen.
We hebben het zelf nodig, de geloofsgemeenschap heeft het nodig, de wereld om ons heen heeft het nodig. Amen

(c) Pastoor Martin Los