Homilie 26e gewone zondag 28/9/2014 Mariakerk De Meern

scannen0006Preek op de 26e zondag door het jaar op 28 september 2014 in de parochiekerk van O.L.V. ten Hemelopneming te De Meern
Bij het Evangelie van deze zondag uit het voorgeschreven wereldwijde lectionarium van de r.k. kerk: Mattheus 21:28-23

Lieve zusters en broeders, gisteravond ben ik terug gekomen van een zesdaagse bedevaart naar Lourdes met ongeveer honderdvijftig pelgrims uit alle delen van ons land. Net als voorgaande jaren ging ik mee als hoofdaalmoezenier.
Ook nu ben ik weer diep onder de indruk van wat deze ontmoeting met God met mensen doet. Mensen die zijn vastgelopen in hun leven door een verlies dat ze niet verwerkt hebben, zien plotseling een nieuwe weg voor zich liggen. Anderen die lijden onder hun menselijke beperkingen en niet goed meekunnen komen, ontdekken dat ze voor God helemaal meetellen omdat God niet kijkt naar wat je niet kunt en hoe je functioneert in de samenleving, maar naar wie je bent en wat je ten diepste verlangt.

“Waren er nog mensen die hun krukken hebben weggegooid en weer konden lopen?” vroeg iemand mij toen ik weer thuis was.
“Jazeker!” zei ik “Er was niemand die plotseling geen rolstoel meer nodig had. Maar ik heb wel degelijk mensen hun krukken zien weggooien in die zin dat ze weer kracht kregen en weer blij werden en zich echt gelukkig voelden”
Ik zag weer hoe mensen zich aangeraakt voelden door de liefde van God in de ontmoeting van mensen met elkaar, in de gezamenlijke gebedsmomenten en vieringen, rond de Grot waar meer dan honderdvijftig jaar geleden Maria verscheen aan een jong meisje. In een godvergeten oord aan de voet van de Pyreneeën.

Dat jonge meisje heette Bernadette. Ze kwam uit een arm gezin. Bij de grot was ze bezig hout te sprokkelen. Een moeizaam werk. Want met de takkenbos op haar rug moest ze steeds bukken naar dode takken.
Dat meisje krijg een verschijning van Maria. Maria vertelde haar in meerdere stappen over verschillende dagen dat Bernadette de mensen moest oproepen om een nieuw begin te maken. De mensen moesten zich omkeren tot God. Ze moesten God weer in hun leven toelaten. Ze moesten weer blij en gelukkig worden.
Ze ging aarzelend naar de pastoor van Lourdes toe. Die had grote moeite om te geloven dat dit echt gebeurd was. Maar het eenvoudige, zuivere meisje, maakte indruk op hem. De volgende dagen verscheen Maria opnieuw aan Bernadette op diezelfde plaats. Dorpelingen waren haar gevolgd om op een afstand te zien wat er gebeurde.
En weer verscheen Maria aan Bernadette. De omstanders zagen zelf niets. Maar ze zagen wel dat Bernadette iets bijzonders beleefde.

Op een dag zagen ze haar op de grond gaan liggen en van het onkruid eten. En bij de volgende verschijning bleek daar een bron op te borrelen. Dat is de bron waar honderduizenden pelgrims jaarlijks naar toe komen om ervan te drinken en het water mee naar huis te nemen.
Het is geen bron om je dorst mee te lessen. Al mag dat zeker ook. Maar velen drinken het water uit de bron om Gods genade te proeven die door de boodschap van Maria aan Bernadette zoveel mensen nieuwe hoop heeft gegeven. Mensen die gebroken zijn worden er opnieuw hele mensen.

Zo is het Evangelie bedoeld. Het Evangelie van Gods liefde. De blijde boodschap van Jezus. Die boodschap bestaat niet uit louter woorden, om zo te zeggen uit informatie. Die boodschap wil ons raken en bezielen met Gods liefde en nieuwe mensen maken.
Lourdes is één van die plaatsen waar de boodschap van Jezus om zo te zeggen “tastbaar” beleefd wordt. Mensen komen er opnieuw tot leven.
Maar dat is overal de bedoeling waar de kerk is en het evangelie van Jezus Christus verkondigt. Ook in Lutjebroek en Didam en Vught waar dit keer de meeste pelgrims vandaan kwamen. Dit is ook de bedoeling hier in Leidsche Rijn.
Het is niet de bedoeling dat we als christenen het Evangelie braaf aanhoren en weer over gaan tot de orde van de dag. Of iets dat we in regels vatten. Het is de bedoeling dat we de boodschap van Gods liefde daadwerkelijk beleven. Dat ze ons vervult van vreugde. En dat we telkens nieuwe mensen worden, met nieuwe kansen en nieuwe hoop.

Toen Jezus op aarde was, gebeurde dat ook heel zichtbaar. Mensen vastgelopen in hun verleden en in hun schuld kregen nieuwe moed. Ze keerden zich om tot God door de roepstem van God door Jezus optreden.
Het was ongelofelijk wat er gebeurde. Mensen van wie je het niet zou verwachten en godsdienstig gezien helemaal niet meetelden werden geraakt door Jezus.
“Tollenaars en ontuchtige vrouwen” zei Jezus “gaan eerder het rijk van God binnen dan jullie” zei hij tegen de godsdienstige mensen van zijn tijd, de oudsten van het volk en de hogepriesters en hun volgelingen.
Die leiders van de godsdienst keken met argusogen naar wat er gebeurde. Als genodigden op een feest die met zure gezichten aan de kant bleven staan. En ze verweten Jezus dat hij omging met de verkeerde mensen, en dat hij hun godsdienst naar beneden haalde.

Andere halve eeuw geleden begon die bron opnieuw te stromen zoals vaker door de tijden, door de verschijning van Maria aan Bernadette. Ze moest de mensen oproepen zich om te keren tot God en met blijdschap een nieuw leven te beginnen.
Bernadette dronk zelf als eerste van die bron die daar ontsprong. Ze werd daardoor zelf een bron van vreugde voor vele miljoenen mensen uit de hele wereld. Tot op vandaag.

Paus Franciscus benadrukt ook de vreugde van het geloof. Hij roept ons op om als christenen niet steeds met de regels bezig te zijn zoals de Farizeeen.
Met alle respect voor boekhouders, we moeten met geloof niet omgaan als boekhouders die tevreden zijn als de rekening klopt. We moeten ondernemers zijn. We moeten het erop wagen met Gods liefde. Gezond risico durven lopen.
Laten we erop uit trekken om te zien hoe God ook in onze tijd mensen nieuwe hoop wil geven en oprichten uit het gevoel van er niet toe te doen en uit gevoel van zinloosheid.

En hoe kunnen we op de beste manier zien hoe God in onze dagen een bron van vernieuwing en vreugde is? Door zelf als eerste van die bron te drinken. Net als Bernadette.
We moeten zelf als eerste het geloof in God en in Jezus Christus weer echt gaan beleven als een kracht die werkzaam in ons is.
Als we zelf echt gelukkig zijn met ons geloof in de blijde boodschap van God, dan zullen we ook zelf aanstekelijk zijn. Dan zullen we God overal aan het werk zien, in plaats van ons te beklagen over de afwezigheid van God in onze tijd.
Bidden we eenvoudig: “Jezus, U bent een bron van kracht en goddelijke liefde die mensen tot ommekeer kan brengen en blij maken. Open onze ogen dat U ook nu diezelfde bron bent, en dat wij mogen drinken uit die bron van goddelijke, eeuwig leven”. Amen

© Martin Los, pastoor

 

Homilie op het Feest van Kruisverheffing 14 september 2014 Mariakerk

kruisverheffing2014helena

Preek op het feest van Kruisverheffing
13 en 14 september 2014 Mariakerk De Meern

Schriftlezingen voor de Mis op dit feest volgens het wereld lectionarium van de r.k. kerk.
1e lezing: Numeri 21:4-9; 2e lezing: Filippenzen 2:6-11; Evangelie: Johannes 13:17

 

Lieve zusters en broeders, tranen van ontroering vloeiden over de wangen van keizerin Helena toen het kruis van onze Heer Jezus na eeuwen omhoog werd geheven op de berg Golgotha in Jeruzalem.
Drie eeuwen was het verborgen geweest. Drie eeuwen waarin de christenen waren vervolgd. Ze hadden geen kerken mogen bouwen. Ze waren tweederangsburgers geweest in het Romeinse rijk.
Maar nu na meer dan drie eeuwen was de keizer zelf christen geworden. In navolging van keizerin Helena.
Nu na zo’n lange tijd mochten de christenen eindelijk kerken gaan bouwen op de graven van de martelaren. Eindelijk mochten gelovigen nu de heilige plaatsen gaan bezoeken. De meest heilige plaats was voor hen de plek waar Jezus gestorven was aan het kruis. Het hout werd gevonden en opgericht. Het was een moment van grote ontroering en van grote vreugde voor Helena, voor allen die het meemaakten, en voor heel de christenheid.
Dat moment is in het collectieve geheugen van de kerk ingegrift. En sindsdien viert de kerk op deze dag het feest van Kruisverheffing.

We kunnen ons de ontroering van het moment nog veel beter voorstellen als we bedenken dat het kruis nog nergens afgebeeld was. Kruisbeelden boven de deur, hangertjes om de hals. Het was tot dan toe verboden geweest om het kruis zichtbaar te maken. Niemand was ook op de gedachte gekomen.
Voor de Romeinen was een kruis een schandelijk beeld zoals bij ons een strop. En de christenen mochten er niet voor uitkomen.

Dat was voor hen heel schrijnend omdat het kruis waaraan Jezus zijn leven offerde uit liefde voor de wereld, het medicijn is tegen de zonde en tegen het kwade.
Want dát is het hart van de christelijke boodschap: ieder die met zijn ogen opziet naar de gekruisigde Jezus wordt genezen van alle zonde. Ieder die zijn oog opheft naar Jezus aan het kruis, krijgt deel aan het eeuwige leven, aan het leven van God.
Dát en niets anders is het Evangelie.
Zo beleefden christenen het zelf. Het kruis mochten ze zich wel innerlijk voorstellen en ze mochten er in het geheim over praten, maar ze mochten het niet tonen. Nooit. Nergens. Hartverscheurend. Ze mochten het alleen maar voorleven door in de voetstappen van Jezus hun kruis op zich te nemen, het kruis van vervolging en discriminatie.
En nu voor het eerst werd het kruis zichtbaar gemaakt en omhoog geheven en nog wel op de plek waar Jezus gekruisigd was.

Nú kunnen we ons de tranen van vreugde, de vele eeuwen opgespaarde tranen van vreugde voorstellen.
Sindsdien werd het kruis overal zichtbaar. Het verkondigde aan iedereen de genade en vrede die God schenkt aan ieder die in de gekruisigde gelooft als de poort naar God, naar het rijk van God, naar het leven zoals God het in zijn liefde bedoeld heeft.
Tot op de dag van vandaag verkondigt het kruis overal de verlossing, het geluk dat God de mens wil schenken door het geloof in zijn Zoon

Maar hoe kan dat dan, vragen wij ons? Hoe kan dat kruis, afzichtelijk als het is, onze redding zijn? We willen dat graag analyseren en verklaren. Maar dat kan juist niet. Het is het geheim van God, van de liefde van God.
Als wij de wijsheid en de kracht van het kruis konden analyseren en verklaren, dan zouden we wijzer zijn dan God. Dan hadden we het zelf kunnen bedenken. Maar de redding door het kruis is de volstrekte unieke wijsheid van God.
Als wij opzien naar het kwaad dat aan een onschuldig mens is aangedaan, aan Jezus, dan geneest God ons van de macht die het kwade over ons heeft.
Dan stroomt door onze tranen een licht ons leven binnen. Dan worden we getroost in alle lijden en gebrek. Dan hebben we deel aan het eeuwige leven.

Dat was toen zo en dat is nu zo. Als ons geloof niet meer gebaseerd is op het kruis verliest het zijn kracht. Dan hebben we ook de wereld niets meer te bieden.
Want de wereld om ons heen kan alles bedenken, maar niet het kruis als redmiddel. Want dat is in de ogen van ieder weldenkend mens absurd.
Toch is dat het goddelijk medicijn dat voor geen geld te koop is, maar het wordt aan iedereen gratis aangeboden
Dat kruis helpt ons om te gaan met onze eigen onvolkomenheden en fouten en teleurstellingen. Het helpt ons ons eigen lijden te dragen.

Maar het kruis maakt ook dat we als christenen onze ogen niet sluiten voor het lijden in de wereld.
Omdat het kruis van onze Heer ons kracht en uitzicht geeft, voelen we ons, als het goed is aangetrokken, tot de zwakkeren in de samenleving.
De armen, de gebrekkigen, de jongeren die een thuis missen, de ouderen die aan hun lot worden overgelaten.
Paus Franciscus grijpt elke gelegenheid aan om te zeggen dat de armen de rijkdom van de kerk zijn, dat de gebrekkigen het sieraad van de kerk zijn.
Waar we als kerk en als gelovigen oog hebben voor de concrete nood van mensen, daar zal ook de kerk bloeien. Niet stoffig en doods, maar vitaal en jong.
En dan gaat het niet alleen of in de eerste plaats hierom dat wij met onze rijkdom en overvloed en middelen de armen en gebrekkigen kunnen helpen. Dat we blij kunnen zijn dat we hen kunnen helpen. Dat we daarin zelf een beetje op God mogen lijken die aan alle schepselen geeft wat ze nodig hebben.

Natuurlijk is hulp belangrijk, maar, zegt de paus, de armen betekenen veel meer voor de kerk. Het gaat vooral om de ontmoeting met de arme en gebrekkige, omdat we in hun het gezicht van de gekruisigde Heer tegenkomen.
Dat kan je werkeloze buurman of buurvrouw zijn. Dat kunnen ouderen om je heen zijn die afhankelijk en gebrekkig worden. Vorige week alleen al kreeg ik vier maal bericht dat een oudere zwaar was gevallen. Drie met een gebroken heup. Eén met een gebroken kaak. Ouder worden betekent kwetsbaar en afhankelijk worden.
Maar we mogen de ouderen niet als een last zien. Ze zijn een kans om God te ontmoeten die ons in de ander aankijkt.
Zulke ontmoetingen maken de kerk weer levend en jeugdig en aanstekelijk.

Drie eeuwen na Christus werd het kruis gevonden en opgericht. Sindsdien heeft het nergens ontbroken aan kerken en kruisen.
Nu is het misschien de tijd om opnieuw het kruis te vinden en op te richten. Doordat we de armen en gebrekkigen, de verlatenen en eenzamen op de eerste plaats stellen en een ereplaats geven.

“Heer Jezus. U haalde uw neus niet op voor het kruis. U gaf u zelf als medicijn en redmiddel voor de hele wereld om allen Gods liefde mee te delen. Geef dat wij ook in onze tijd weer onze ogen leren opslaan naar u, onze gekruisigde Heer.
Open onze ogen ook voor het gebrek van onze naaste om nog meer één te worden met U en Gods liefde nog dieper te verstaan”. Amen

(c) Martin Los, pastoor