Preek op de 27e zondag door het jaar op zondag 5/10/2014 Mariakerk

wijngaard2014voorgeschreven Schriftlezingen van het wereldwijde r.k. lectionarium van deze zondag: 1e lezing Jesaja 5:1-7; 2e lezing Filippenzen 4:6-9. Evangelie: Matteus 21:33-43

In deze Mis vierde het parochiële koor Singhet die Mare zijn 45 jarig bestaan

Lieve zusters en broeders, “Weest onbezorgd” zegt de Paulus. “Laat uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging”.
De apostel spoort de gelovigen aan om voortdurend alle zorgen in gebed aan God voor te leggen en om te danken voor het vele goede dat we ontvangen.
Je voelt je daar persoonlijk goed bij als we zo doen in het dagelijks leven. Maar  ook als geloofsgemeenschap wanneer we samenkomen om te bidden zoals vandaag op de dag van de Heer.
Wat mooi dat we ons vertrouwen in God en onze noodkreten en onze dankbaarheid samen mogen uitzingen. Wat fijn dat we daarin ondersteund worden door zang van een koor als Singhet die Mare dat vandaag zijn vijfenveertigjarig jubileum viert. Dat is vandaag extra reden tot dankbaarheid.

We hebben elkaar hard nodig om die positieve instelling waartoe Paulus ons aanspoort, te bewaren. Want de toestand in de wereld is niet rooskleurig. Er is alle reden om ons zorgen te maken.
Met zijn aansporing om niet bezorgd te zijn bedoelt de apostel zeker niet dat we onze kop in het zand moeten steken. Vandaar ook dat hij zegt: “leg alles voor aan God in uw gebeden”.
We moeten weten dat we er niet alleen voor staan. We zijn niet voor onszelf bezig. We zijn het volk van God. We zijn geroepen om allemaal werkers te zijn in zijn wijngaard. En we hebben een boodschap  van hoop en uitzicht voor onze wereld. Een boodschap die telkens klinkt als een nieuw lied, een boodschap van vreugde in een wereld die overschaduwd wordt door nare dingen.

Wat is er in de wereld toch aan de hand, vragen we ons. We zien hoe in verschillende gebieden vele onschuldige mensen het slachtoffer worden van terreur en geweld.  De daders zijn mensen zoals wij. Hoe kan dat?
Veel bevrijdingsbewegingen begonnen ooit vreedzaam, maar later ontaarden ze in geweld. Het communisme begon bij idealisten die terecht verkondigden dat de enorme armoede onder een groot deel van de bevolking onrecht was. Het eindigde in eindeloos bloedvergieten en onderdrukking van onschuldige arme boeren en burgers.
In onze tijd is het niet anders. Misschien waren dat de eerste dromers over een Islamitisch Kalifaat vervuld van puur idealisme. We weten inmiddels waar deze beweging toe in staat is.

Het is een les voor ons allen dat idealen kunnen uitdraaien op discriminatie en geweld. Op een bepaald moment gaat men andere mensen als vijanden zien en dan lijkt alles geoorloofd.
Elke politieke of maatschappelijke beweging loopt dat gevaar dat het doel de middelen heiligt.
Ook godsdienst ontkomt niet aan dat gevaar. Ze heeft als ideaal de Allerhoogste te dienen. Maar godsdienst kan ook verworden tot regelzucht en onbarmhartigheid en uitsluiting van anderen.

Vandaag horen we hoe Jezus zelf zijn hoorders daarover een spiegel voorhoudt. God dienen is als werken in de wijngaard. De wijngaard is de aarde die aan de mensen gegeven is, om haar te bewerken en de vruchten te oogsten en van de wijn te genieten. Het volk van God is uitverkoren om deze wijngaard te onderhouden. Ze geniet het voorrecht om aan alle mensen te laten zien hoe goed God is en hoe goed het is om God te dienen.
Maar ook de geschiedenis van Gods volk in het Oude Testament laat zien dat mensen de godsdienst gingen gebruiken voor eigen doeleinden en op een verkeerde manier.
God zond profeten om hen tot ommekeer te bewegen. Maar er werd niet naar hen geluisterd. Ze werden soms zelfs gedood.
Als de eigenaar van de wijngaard tenslotte zijn eigen zoon zendt, zouden ze dan naar hem luisteren of zouden ze hem ook ombrengen zodat ze helemaal vrij spel zouden hebben? Als ze hem doden is dan niet alles afgelopen? Dat zou je denken.
Maar God is anders. Juist als de Zoon wordt gedood, is dat niet het einde van de wijngaard, want het is Gods wijngaard.
“De steen die door de bouwlieden werd afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden” zegt Jezus. Hij citeert daarmee één van de bekende Psalmen.
De Heer doelt daarmee op zijn dood aan het kruis. Dat zal het begin zijn  van een nieuwe wereld waarin Gods liefde en barmhartigheid het laatste woord heeft.
Als de gekruisigde, en verworpene, is Hij de hoeksteen die het hele bouwwerk bijeenhoudt. Het bouwwerk van de nieuwe tempel van God

Jezus Christus en zijn Evangelie kunnen niet meer uitgeroeid worden uit deze wereld. Het is een onstuitbare beweging van mensen die geraakt zijn door de mateloze liefde en genade van God die Christus in deze wereld verspreid.
Als christenen staan wij voor het geloof in Gods barmhartigheid. Maar dan moeten juist wij, christenen, op onze hoede zijn, dat we niet menselijke regels boven de mens stellen. Ons hoogste ideaal moet zijn dat we de barmhartigheid van God en de liefde van Jezus in praktijk brengen. Idealisme kan niet zonder echte compassie.

Lieve zusters en broeders, het behoort tot de natuur van mensen bepaalde waarden hoger te achten dan zichzelf. God heeft alle mensen zo gemaakt. Die waarden zijn de voedingsbodem voor onze idealen. Prachtig. Het zet ons in beweging.
Wat we ook zien is dat idealen gemakkelijk over kunnen gaan in ideologieën.
Jezus Christus behoedt ons voor deze verafgoding van idealen.
Laten we als kerk en als gelovigen dit aan de wereld voorleven.  Idealen zijn menselijk en mooi en waard na te streven en offers voor te brengen. Maar nooit ten koste van de barmhartigheid en van de medemenselijkheid.

Laten we dat ook waarmaken binnen in de kerk. De kerk in het groot. En ook in het klein, in onze eigen gemeenschap, in onze gezinnen en verenigingen.
Laten we altijd de aansporing van Paulus ter harte nemen: “laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging” zoals Paulus.
Want dankbaarheid is het beste medicijn tegen hardvochtigheid en onmenselijk gedrag naar elkaar en anderen. Laten we die dankbaarheid uiten, elke dag opnieuw. En laten we die dank met elkaar uitzingen als we samenkomen in de liturgie zoals vandaag. De koorzang herinnert ons allen telkens aan die opdracht.
We zullen er zelf wel bij varen in de wijngaard van de Heer. En dan hebben we ook een boodschap voor deze wereld met zijn zorgen en verschrikkingen. Dan maken we waar wat ons wordt toegeroepen: “Zingt een nieuw lied voor God, de Heer. Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam”.
Pastoor Martin Los

Tranen voorbij de douane

Op het vliegveld Lourdes/Tarbes sloot ik me aan bij de degenen die voor mij hun handbagage in de grijze plastic bakjes legden.
Een medewerker van de douane legde de mensen uit wat ze af moesten geven voor ze door de poortjes van de controle gingen.
Voor mij waren een man en vrouw aan de beurt die onbekend voor mij waren en niet tot onze groep behoorden. Was het een echtpaar? Ze zagen er in elk geval beide een beetje verfomfaaid uit.
Ze hadden moeite de beambte te begrijpen die alleen Frans sprak en verstond
Zijn irritatie over hun traagheid van begrip verbaasde me. Het maakte de man en vrouw onzeker. Ik had met hen te doen.

Ik stelde me voor hoe ze kort daarvoor in Lourdes nog gebeden hadden bij de grot.
Aan de twee plastic tassen te zien hadden ze inkopen gedaan bij de winkels in devotionalia.
Nog een paar uur dan zouden ze hun kinderen en kleinkinderen, familie en vrienden verrassen met kitscherige beeldjes, rozenkransen, en ander goedkoop spul.
Zo hoopten ze misschien bij hun thuiskomst hun sprakeloosheid over hun persoonlijke beleving van het wonder van Lourdes te vergoeden met tastbare herinneringen aan hun bezoek aan de grot van Massabiel. Dat is de plek waar eens het eenvoudige meisje Bernadette Soubirou een verschijning van Maria ontving die tot op de dag van vandaag tot de verbeelding van talloze mensen spreekt, gelovig of niet.

Naast de twee lichtgroene plastic tassen hadden de man en de vrouw beiden een handkoffer bij zich.
De vrouw was een paar keer zichtbaar ineengekrompen bij de strenge manier waarop de beambte haar benaderde. Ze hadden toch niet misdaan? Waarom werden ze zo kortaf en ongeduldig behandeld?
Was dit de dank aan mensen die helemaal naar Lourdes gekomen waren om zich een keer in hun leven te mogen laven aan de bron van Gods liefde en genade? Misschien hadden ze al hun spaarcentjes hadden uitgegeven om de reis van hun leven te maken.

Ik verloor hen even uit het oog, omdat ik zelf aan de beurt was.
Ik plaatste mijn kleine koffertje in het plastic bakje op de rolbank.
Mijn jasje met sleutels, telefoon, muntstukken legde ik ook en een bakje.
Daarbij mijn riem vanwege de ijzeren gesp.
Mijn schoenen ook met gesp mocht ik tot mijn verbazing aan houden.
Ik verbaasde me dat de beambte die zoeven zo streng was geweest, nu zo vriendelijk deed.
Na de gebruikelijke vraag of ik een laptop of Ipad in mijn koffertje had, mocht ik mijn bakjes met mijn spullen doorschuiven over de rollers naar de eigenlijke controle.

Zo kwam ik weer aan bij de man en de vrouw. De man ging net door de controleport.
Vier medewerkers stonden klaar om te fouilleren. Een vorm van ambtelijke overkill.
Intussen werd de vrouw weer onderworpen aan een ondervraging door een volgende beambte.
Hij vroeg aan de vrouw wat er in haar koffertje zat.
Ze keek hem smekend aan.
Hij schudde zijn hoofd en wees naar de poortje waarin de bagage gescand werd.
Kennelijk had de vrouw in met gebaren gevraagd of de koffer niet door het poortje hoefde.
Ik zag aan de beambte dat hij een vergrijp op het spoor was, als een hond die een spoor te pakken heeft.
Eindelijk weer eens een opleving in dit saaie bestaan op een vliegveld waar nooit iets gebeurt.

Met haar schouders omlaag waardoor de jas die ze aanhad, er nog armoediger uitzag, liep de vrouw voorbij het poortje waar op hetzelfde moment haar koffertje doorging.
De volgende beambte, gewaarschuwd, door zijn voorganger, gebaarde aan de vrouw dat ze het koffertje moest openen.
Op dat ogenblik moest ik zelf door het poortje met de groene en rode lichtjes en de piep die in mijn geval uitbleef ondanks de stalen gespen.
Het viertal maakte geen aanstalten mij te fouilleren. Ik mocht gewoon doorlopen.

Ik liep naar de band met de plastic bakjes waarop mijn spullen lagen die door de scan waren gegaan.
De vrouw had haar koffertje geopend.
De beambte haalde een kledingstuk dat bovenop de inhoud lag weg.
Daar lagen op een rij vier plastic voorraadflessen met water.
Bijna triomfantelijk pakte de beambte één van de flessen met de onzichtbare vloeistof en hield deze omhoog.
Arme vrouw. Iedereen schudde zijn hoofd.
Iedereen weet toch dat je geen vloeistof in je handbagage mag meenemen.
Elke reisleider zegt dat toch tegen zijn groep. Het staat toch in elke reisgids.
Het staat toch in de hal van het vliegveld te lezen? Wat een kansloze onderneming.
Inwendig was ik ook een beetje boos op haar. Hoe dom kun je zijn.
Maar gevoelens met medelijden kregen al gauw weer de overhand.
Ik deed mijn riem aan en ik trok mijn colbertjasje weer aan.
Daarna keek ik of achter mij al medepelgrims aankwamen.
Even stond ik zo in gedachten.
Toen trok ik het handvat van mijn rolkoffertje omhoog en liep weg van de controle.

Het was een goed moment om even de TaxFreeShop door te lopen om iets uit te zoeken voor thuis na zes dagen afwezigheid.
Het werd een flesje licht gele geurige vloeistof, eau de toilette.
Wat voor flesjes met vloeistof je na de controle koopt is geen probleem.
Nadat ik had afgerekend en de winkel uitliep, zeg ik de vrouw weer.
Ze zat ineengekrompen op een bankje.
De man was nergens te bekennen. Schaamde hij zich voor haar?
Het werd me duidelijk dat ze geen echtpaar waren, maar gewoon medepelgrims die met hetzelfde vliegtuig reisden en toevallig achter elkaar bij de controle hadden gestaan.
Voor de vrouw op de bank stond een andere vrouw die zich over haar ontfermd had.
Haar schouders schokten. Over haar wangen stroomden tranen.
Ik zag in haar ogen ongeloof. Wat had ze toch misdaan, zag ik haar denken.
Natuurlijk wist ze wel dat je geen vloeistof mee het vliegtuig in mag nemen in je handbagage.
Dat weet toch iedereen.
Maar water van de bron in Lourdes valt toch niet onder die bepaling? Dat is toch een heel ander verhaal?
Je blaast een vliegtuig toch niet op met het water uit de bron bij Onze Lieve Vrouw van Lourdes? Dat water bevat is zegen voor iedereen.

“God verzamelt al uw tranen in zijn kruik” ging het door mij heen. Ik herinnerde het mij uit één van de Psalmen, drieduizend jaar geleden geschreven.
De tranen van de vrouw waren niet in een kruik als ontoelaatbare vloeistof binnengesmokkeld.
Ze waren gewoon in haarzelf door de douane gekomen.

Stilletjes vroeg ik aan Maria of ze deze vrouw haar smadelijke afgang wilde vergoeden met een extra voorspraak bij de Lieve Heer om zegen en geluk voor haar en allen voor wie ze het water uit de bron had willen meenemen.
Gelukkig hoeft ons hart niet door de scan. Het is bekend bij God.

© Martin Los