homilie op het feest van de Openbaring van de Heer (driekoningen) 2014

Preek op het Hoogfeest van Epifanie (Driekoningen)
op zondag 5 januari (en vooravond 4 januari) 2014 Willibrordkerk Vleuten
Voorgeschreven schriftlezingen uit het wereldwijde r.k. lectionarium voor dit feest. 1e lezing Jesaja 60:1-6  2e lezing Efeziërs 3:2-6. Evangelie: Mattheus 2:1-12

Lieve zusters en broeders,  wist u dat het veld waarop de herders hun kudden weiden, dichtbij de stal is waar Jezus geboren werd? Ik realiseerde me dat.plotseling toen ik in november met een groep pelgrims in Bethlehem was.
De herders die de boodschap van de engel gehoord hadden, gingen meteen op weg naar het pasgeboren kind en vlakbij vonden ze het kind in doeken gewikkeld liggend in de kribbe. De herders waren dus bijna buren van de stal of de grot waar Jezus geboren werd.
Ook op de maatschappelijke ladder stonden de herders niet ver af van Jozef en Maria. Jezus werd onder armoedige omstandigheden geboren. En de herders kwamen op kraamvisite met lege handen. Ze hoefden zich ook niet voor hun schamele kleding te schamen, want het kind lag in een voederbak van dieren in plaats van in koninklijke wieg

Misschien herkennen wij ons wel in hen. Wij die als christenen van huis uit vertrouwd zijn met Jezus, hebben misschien ook wel eens het gevoel dat het nog steeds een armoedige boel is. Wat hebben we meer in handen dan het verhaal van een kwetsbare mens die in een stal geboren werd en die als jongeman stierf aan het kruis? Kun je daar nog mee voor de dag komen in deze wereld?
“Ja, maar hij is de verrezen Heer” roepen we uit. En zo beleven we het zelf ook. Maar “bewijs ons dat eens” zegt de mensen om ons heen. En dan staan we voor ons gevoel met lege handen. Een armoedig gevoel..
Konden we dan nog maar naar de kerk wijzen en konden we maar een succesverhaal over onszelf en onze geloofsgemeenschap vertellen. Maar ook als geloofsgemeenschap maken we niet heel veel indruk. Zelfs onze jongeren lijken een beetje hun schouders op te halen..
Voelen we ons zo niet net als de herders die zelf de stem van de engel gehoord hebben, maar die het aan anderen moeten vertellen die deze stem niet gehoord hebben? Een blijde, maar tegelijk zo moeizame taak dat we ons soms machteloos en arm voelen. Alsof we nog niets opgeschoten zijn vergeleken bij de herders in het begin.

Gelukkig is er ook nog het andere verhaal. Van de Wijzen uit het Oosten. Anders dan de herders komen de wijzen uit het Oosten van heel ver. Zíj zijn niet arm en ze komen met kostbare geschenken. Ze hebben in de verte aan de hemel een ster gezien. Een soort hemelse schijnwerper die licht op de aarde laat vallen op een heel bijzondere persoon die pas geboren moet zijn, een koningskind. Helemaal uit eigen beweging zijn de wijzen op weg gegaan. Er is nog geen mens en geen engel aan te pas gekomen.

Waarom is het nou zo geweldig dat we naast het Evangelie van de herders nog het Evangelie van de Wijzen uit het Oosten hebben?
Het verhaal van de Wijzen laat zien dat we ook op Christus zelf mogen vertrouwen. Op zijn kracht en op zijn uitstraling. Dat ook hij aan het werk is op een manier die we zelf niet eens zien.
Wij ploeteren met zijn allen als de herders. En dat moeten we vooral blijven doen. Want geloven vraagt inspanning in de werkelijkheid van alledag. In een wereld die zelf weerbarstig is. We hebben als gelovigen soms moeite elkaar goed te begrijpen en te ondersteunen en alles in dienst te stellen van onze Heer. En we tasten soms in het duister om de boodschap te vertalen naar mensen van deze tijd.

Maar naast dat ploeteren is er ook de belofte van  Christus zelf. Hij heeft tot zijn apostelen gezegd: “zie, Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld”.
Christus is niet alleen het kind in de kribbe in doeken gewikkeld. Hij is ook het onstuitbare licht dat naar alle kanten van de wereld straalt. We staan er niet alleen voor. Hij is er ook nog.
Het verhaal van de wijzen uit het Oosten vertelt dat Christus op zijn eigen wonderbare wijze mensen trekt. In elke tijd opnieuw.

Door de tijden heen is de wereld steeds ingrijpend veranderd. Soms raakten kerk en geloof mede als gevolg van die omwentelingen in de wereld in een ernstige crisis. Maar telkens begon Christus opnieuw te stralen. Telkens gingen mensen opnieuw naar hem op zoek.
Ze stroomden toe. Vol verlangen om het leven in dienst van God te stellen zoals de wijzen die met hun geschenken bij Jezus kwamen en het kostbaarste van hun land en cultuur aan zijn voeten  legden.
Telkens in de geschiedenis ontdekten mensen Christus opnieuw en probeerden hun leven en hun cultuur in te richten naar het Evangelie van Gods liefde.
Als kerk en gelovigen mogen we erop vertrouwen ook in onze tijd Christus bezig mensen te trekken die als het ware een ster hebben gezien en op weg gaan om bij het Jezus en het Evangelie uit te komen.

We lijken op die armoedige herders die verkondigen wat we zelf gehoord hebben van dat kind in de kribbe in doeken gewikkeld dat de Heiland van de wereld is. Dat je door in Hem te geloven echt gelukkig wordt en deel krijgt aan het eeuwige leven. We beleven dat zelf ook echt zo. Maar oh, wat is het moeilijk om het aan anderen over te brengen!
Tegelijk moeten we zijn als wachters die op de uitkijk staan. Enthousiast. Vol verwachting naar wat Christus zelf in de wereld te weeg brengt in de harten van mensen.
We moeten de vinger aan de pols houden van de wereld om ons heen. Niet ons teleurgesteld afhaken als we geen resultaat zien.. We moeten juist open zijn naar de mensen en de wereld rondom ons. We moeten op de hoogte zijn van wat mensen echt bezig houdt en hun verlangen naar God.
Laten we ondanks de grote inspanning die het geloof en kerkzijn voor velen van ons in deze tijd is vraagt, niet klagen. Laten we juist blij zijn. Vol vreugde omdat we zelf het voorrecht kennen om te geloven en dat Jezus ons in zijn dienst genomen heeft.
Want dat ploeteren van ons en dat stralen van Christus staat niet los van elkaar. Het zijn twee kanten van dezelfde zaak.

Lieve zusters en broeders, we staan ook als parochie aan het begin van een nieuw jaar. Een jaar dat weer alle inzet van ons vraagt in dienst van het Evangelie. Maar ook een jaar waarin we vol verwachting mogen uitzien naar wat Christus zelf in ons midden bezig is te doen en in de wereld om ons heen.
Het is een bijzonder jaar voor onze parochie omdat zij tien jaar bestaat. De bisschop voegde tien jaar geleden de twee eeuwenoude parochies samen met de bedoeling de krachten te bundelen. Wat mooi dat er in deze enorm groeiende en bruisende stad van LeidscheRijn-VleutenDeMeern rondom het Maximapark een vitale parochie is die mensen in aanraking mag  brengen met het Evangelie. De tijd is er misschien meer dan rijp voor!
Laten we trots zijn dat we samen kerk mogen zijn in deze nieuwe samenleving waar zoveel uitdagingen liggen voor de verkondiging en de verbreiding van het Evangelie.

Alle harde werkers bedankt, alle enthousiaste zieners bedankt, allen bedankt die trouw de vieringen bezochten en in stand hielden, allen bedankt die hun zonder klagen hun kruis op zich hebben genomen en die in moeite en leed trouw aan hun geloof zijn gebleven. U, allen,  zonder uitzondering bedankt voor uw geloof en uw talenten en bijdragen in het voorbije jaar. Ook u die met kritische opmerkingen kwam.
Alle reden om dit nieuwe jaar met vertrouwen en met liefde en met hoop en vreugde binnen te gaan.
Want Jezus Christus is heden, gisteren, dezelfde tot in eeuwigheid.
Geloofd zij Jezus Christus in eeuwigheid. Amen

© Pastoor Martin Los

Homilie op de zondag na Kerstmis. Feest van de h. familie (Jozef. Maria en Jezus) op zondag 29 december 2013 Mariakerk De Meern

Preek op de zondag van de Heilige Familie in het weekend van 28 en 29 december 2013 in de Mariakerk in De Meern
Schriftlezingen volgens het r.k. lectionarium voor deze zondag. 1e lezing Jezus Sirach 3:2-6,12-14, 2e lezing Kolossenzen 3:12-21  Evangelie: Mattheus 2:13-15, 19-23

Lieve zusters en broeders, denkt u ook niet “Er is niets nieuws onder de zon” wanneer je hoort over de vlucht van Jozef met Maria en het kind naar Egypte. Koning Herodes beraamt een moord op alle pasgeboren kinderen in Bethlehem. Typische paranoia van de macht.

Er ís niets nieuws onder de zon wat dit betreft. Want hoeveel ouders met hun kind zijn ook in onze tijd niet op de vlucht voor moordende machthebbers of rebellen voor wie een mensenleven niet telt? Zie de onmetelijke kampen van vluchtelingen uit Syrië en Soedan.

 Wat beweegt vaders en moeders om met hun gezin te vluchten uit hun land, met achterlating van alles? Meestal zal het een plotselinge ingeving geweest zijn om te vluchten. Een besef van nu of nooit. Een gevoel van we zijn niet bestemd voor de dood maar voor het leven.
In het geval van Jozef was het een engel van de Heer die in een droom aan Jozef verscheen en sprak: “Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte”

 Vaak zullen vluchtelingen die alle ontberingen overleefden, als ze terugblikken, zeggen: “De hand van God heeft ons geleid”.
Ik weet dat het verstand zegt “en al die anderen dan die het niet overleeft hebben?”  Bij zo’n tegenwerping kunnen we alleen maar de ogen neerslaan uit respect voor de kritische vraagsteller, maar nog meer uit respect voor de velen die het geweld inderdaad niet overleefd hebben.

Toch zijn er mensen die alle geluk van de wereld gehad hebben. Ze hebben schijnbaar onmogelijke gevaren doorstaan als vluchteling, die God danken dat zijn hand hen bewaard heeft. Ook zulke verhalen kunnen we alleen maar vol respect beluisteren.

Wat vertelt ons het verhaal van de vlucht van Jozef met zijn gezin naar Egypte?  Het vertelt dat Gods plannen nooit gedwarsboomd kunnen worden door de macht van mensen, zelfs niet als ze tot het uiterste gaan.
Gods plan is de redding van de wereld door zijn Zoon. De redding van de wereld door het mysterie van zijn dood aan het kruis. Niets kan deze missie verhinderen.
En deze dood, nu niet van het kind Jezus, maar van de volwassen Jezus zou de overwinning en de liefde en de macht van God laten zien over alle brute wereldse macht.  Door dit offer van zijn leven zou Jezus troost en uitzicht geven aan vele slachtoffers van geweld, van vluchtelingen en ontheemden, door alle tijden. Het kruis zet de goddelijke barmhartigheid voorgoed op de kaart van de mensheid.

Bescherming van kinderen is één van de belangrijkste taken van het gezin. Daarom verdienen gezinnen altijd extra steun van de omgeving en de maatschappij. En de internationale wereld heeft een plicht om de gezinnen van vluchtelingen op te vangen en te helpen.
Maar het gezin heeft  niet alleen van buitenaf steun en bescherming nodig. Ook van binnenuit is het nodig dat we het gezin onderhouden en bouwen.

Want het gezin is uit zichzelf niet perfect. En waarom niet? Omdat het uit mensen bestaat die zelf ook niet perfect zijn.
Dat is het nu niet. En dat was het ook vroeger niet. De woorden van Jezus Sirach in de eerste lezing uit de tijd  voor Christus herinneren ons eraan: “wie zijn vader respecteert, krijgt vergiffenis van zonden. En als iemand die schatten verzamelt, is hij die zijn moeder eert” en “wie de Heer vreest, eert zijn ouders”.
Deze aansporingen zouden niet nodig zijn geweest, als respect van opgroeiende kinderen voor hun ouders in alle tijden volstrekt normaal was geweest.
We weten allemaal dat we als kleine kinderen onze ouders als reuzen zagen waar je tegenop keek. Maar op weg naar de volwassenheid zagen we voornamelijk hun tekortkomingen en gebreken. We schaamden ons  misschien zelf wel eens voor hen. Pas als je zelf ouder bent geworden, ga je ontdekken wat ze voor je betekend hebben.

Omdat het gezin bestaat uit tekortkomingen en zwakheden is onderling respect hard nodig. Juist in het gezin is het van levensbelang we de waarschuwing van Jezus ter harte nemen dat we wel  de splinter in het oog van de ander zien, maar niet de balk in eigen oog.
Respect voor elkaar in het gezin is nodig om een veilige sfeer te scheppen waar emoties een grote rol spelen en emoties ook plotseling hoog op kunnen laaien.

Omdat  we in het gezin geconfronteerd worden met elkaars tekortkomingen en hebbelijkheden is het van levensbelang voor gezinnen dat we respect voor elkaar leren.
Maar dat is ook in het belang van de samenleving. Want hoe beter we met elkaar leren omgaan in het gezin, des te beter kunnen we met andere mensen omgaan in de maatschappij.

Gezinnen verdienen daarom in onze samenleving respect en steun. Niet omdat ze volmaakt zijn. Maar omdat het gezin voor ieder mens de ozo belangrijke fase in de leerschool van het leven zelf is. Jezus, onze Meester,  heeft zelf voor het gezin niet de neus opgehaald. Zelfs niet voor een gezin dat als zovelen toen en nu moest vluchten

 De apostel Paulus houdt ons bovendien als gelovigen voor dat het gezin de plaats is waar we dagelijks de liefde van God in praktijk mogen brengen.
“Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik in hun midden” heeft Jezus gezegd. Op een heel bijzondere manier geldt dat van onze huisgezinnen waar we met elkaar bidden en waar we  voor elkaar bidden. Waar we proberen als navolgelingen van Jezus met elkaar te leven. We doen dat met het oog op elkaars welzijn. Maar we doen ook met het oog op de uitstraling naar de wereld om ons heen. Als we de liefde van Christus naar elkaar proberen waar te maken in het gezin waar we het leven met elkaar delen, laten we zien hoe aantrekkelijk het geloof is.

 Natuurlijk struikelen we over Paulus’ oproep in de 2e lezing aan de christelijke echtgenotes om hun man onderdanig te zijn. Het woord “onderdanig”alleen al doet ons de haren te bergen rijzen. Het roept gedachten op aan bangigheid en onvrijheid. Dat is uiteraard niet de bedoeling van Paulus. Het gaat hem erom dat man en vrouw in liefde een echt team vormen, zich voegen naar elkaar vanwege een bepaald doel, als een strategie. Als gelijken. Niet uit angst of superioriteitsgevoel. We zouden zo’n woord als “onderdanig” nooit meer gebruiken. En Paulus zou als apostel, denk ik, de eerste zijn, om te zeggen: in de 21ste zou ik zo’n woord niet meer gebruiken.

Tegenwoordig heerst in de meeste gezinnen een cultuur van overleg om samen een team te kunnen vormen. De agenda’s liggen geopend naast elkaar.
Maar ook in onze moderne  gezinnen moeten er vaak beslissingen genomen worden waarbij soms de ene partij en de soms de andere iets inlevert. Dat vraagt om een bepaalde strategie. En de beste strategie is die van de liefde.
Voor ons christenen is daarbij van belang, dat we in onze gezinnen niet alleen vragen “wat vind ik er zelf van?” maar dat we ook aan God vragen: “Wat vindt u ervan dat we deze of die beslissing nemen?”
En het is van belang dat we wat we doen op de een of andere manier altijd tegen het licht van de liefde van Christus houden, om te zien of we op de goede weg zijn.

Het gezin is niet ideaal. Ook het christelijke gezin niet. Het gezin is kwetsbaar. Bedreigd van buiten af zoals de bij de vluchtelingen. En bedreigd van binnen uit door menselijke zwakheid. Maar beter is er niet. Het verdient ons respect. Het is ook de plek waar God zelf ter wereld kwam.
Van Godswege wordt het gezin dan ook bijzonder geëerd doordat de gemeenschap van alle mensen “gezin” wordt genoemd. Huisgezin van God. Verenigd rondom de heilige familie: Jozef, Maria en Jezus. Verenigd en vereeuwigd. Amen

(c) Martin Los, pastoor