Oh, kom er eens kijken wat ik in mijn schoentje vind III

De eerste stap in de verbale wereld

Een kind dat leert lezen, is als Alice in Wonderland die plotseling door een gat in de werkelijkheid valt, en in duizelingwekkend vaart in een andere wereld terecht komt waar alles en iedereen er anders uitziet.
Lettertekens zijn liggende en staande strepen en bogen. Op een bepaalde manier gegroepeerd  vormen die streepjes en haaltjes het woord “hond” en roepen een beeld op.
“De hond springt tegen de boom op en blaft” is een minifilmpje. Letters vormen een venster op een andere wereld. Elk kind is daardoor gefascineerd. Het krijgt toegang tot de wereld van het boek. Een wereld vol verbeelding en avontuur.

Maar niet alleen de roman opent een oneindige wereld van verbeelding. Ook het schoolboek en later het wetenschappelijke boek. Want het wetenschappelijke boek beschrijft, verklaart, argumenteert, discussieert.  De lezer neemt daardoor deel aan een gesprek met vele onzichtbare, meest onbekende discussiegenoten.
Die wereld van verbeelding en kennis is een geestelijke wereld. Het is een binnenwereld, niet van één mens, maar van vele mensen samen 1)

Toch is er meer aan de hand. Het kind dat leert lezen, treedt een wonderlijke nieuwe wereld, van schrift en betekenis, binnen. Maar ook de eigen vertrouwde wereld is nooit meer dezelfde. Want wat gebeurt er als we kunnen lezen? De gesproken woorden worden vanaf dat moment en die tijd potentieel geschreven woord. Klank en letter, tot dan toe, voor de prae-alfabeet 2), twee gescheiden werelden, vallen samen. Wij kunnen ons de woorden die we horen, niet meer voorstellen zonder letters. Elk woord is in zichzelf een klein dictee.

Dit heeft ingrijpende gevolgen voor het woord dat we horen. Ooit was elk woord direct een opdracht, een belofte, een aanwijzing, een troost, een beloning, een sanctie. Het woord drong onmiddellijk via het oor tot de hoorder door.
Oorspronkelijk had het woord niets met schrift te maken. Taal heeft in het Grieks glossa, in het Latijn lingua, in het Frans langue. Deze woorden betekenen  eerst “tong” dan “taal” want woorden klinken door de beweging van de tong

De Romeinse centurion die Jezus vertelt dat zijn knecht ernstig ziek thuis ligt, zegt: “Heer, waarom zou u moeite doen om met mij mee te gaan. Spreek slechts één woord en mijn knecht zal genezen zijn. Want zelf ben ik een ondergeschikte, maar als ik tegen mijn knecht zeg “doe dit” dan doet hij het……..” (Evangelie naar Johannes)

Een woord is een macht en een kracht. Het Hebreeuws woord voor woord Dabar betekent “woord dat teweegbrengt wat het zegt”
Hoe ver zijn we hiervan verwijderd in het spreekkoor van FC Feyenoord: “geen woorden, maar daden”.

Een gesproken woord verliest veel van zijn kracht doordat de spreker zijn woorden zelf niet waarmaakt of doordat mensen hun oren kunnen sluiten voor wat ze horen.
Maar op een ander  nivo hebben woorden ook heel veel van hun kracht verloren omdat woorden sinds de verbreiding van het schrift woorden uit een woordenboek geworden zijn.
Met andere woorden, er is iets tussen het woord dat de mond spreekt en het oor dat het woord hoort, gekomen: het schrift dat uit letters bestaat. Alsof het gesproken woord gevangen wordt in een net van letters en ontcijfert moet worden door de hoorder. Het oog lijkt tussen woord en hoorder te komen. Woorden worden veelmee een zaak van zien dan van horen, ook de gesproken woorden.

In zekere zin kunnen we zeggen dat ook gesproken woorden informatie zijn geworden. Er is een afstand gekomen tot het woord dat we horen. Het woord nodigt uit tot nadenken in plaats van onmiddellijk gevolg geven.

Taal verliest haar spontaniteit op het moment dat taal en schrift samenvallen. Mensen verliezen een deel van hun oorspronkelijk spontaniteit als ze binnengetreden zijn in de wereld van het schrift. Om te beginnen bij kinderen die leren lezen.

De wereld waarin het kind dat leert lezen binnentuimelt als een Alice in Wonderland, is de moderne wereld waarin we afstand nemen tot de dingen. We gaan minder met de dingen om. We bezitten en verwerven informatie over de wereld om ons heen.
Het is als een ruimtevaarder die van grote hoogte de aarde gezien heeft als een bol. Als hij weer voet op de aarde zet, loopt hij niet meer op een plat vlak maar op een bol.

Deze overwegingen hierboven zijn wat mij betreft geen bewijs van nostalgie naar een kinderlijke wereld. Het schrift betekent inderdaad verlies, maar ook een enorme winst.
Waar ik de aandacht op wil vestigen is dat de letters die we ons kind leren haar/zijn beleving van de werkelijkheid en de beleving van eigen bestaan grondig veranderen. Schrift is veel meer dan een handig hulpmiddel dat je gebruikt als het je uitkomt. Door het schrift verandert ons hele bestaan en onze wijze van verstaan van onszelf en onze wereld

O, kom er eens kijken wat ik in mijn schoentje vindt:  een letter van banket: de eerste schrede in de verbale wereld.

1)  één van de krachtigste argumenten tegen degenen die de geest terugbrengen tot een fysiek proces in de hersenen van het individu is dat dit proces nooit in staat is te verklaren hoe alle mensen aangesloten kunnen zijn op een gemeenschappelijk geest die zich uit in de taal als gemeenschappelijke gegeven, de cultuur en vele andere uitingen
2) het begrip analfabeet (iemand die niet kan lezen) is zo beladen, dat ik het liever vervang door de term prae-alfabeet. (iemand die nog niet kan lezen)
Een kind een analfabeet noemen is een anachronisme

Wordt vervolgd © Martin Los

De identiteit van de verdachte en de publieke opinie

Eerst werd in de media angstvallig vermeden de afkomst te vermelden van de jonge voetballers die verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van een grensrechter die ze na de wedstrijd aanvielen. Er werd in het begin druk gespeculeerd, want hun club kwam uit Amsterdam-West. Daar wonen zoals bekend veel Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond. De Telegraaf  maakte geheel in de lijn van zijn populistische traditie bekend dat het om Marokkaanse jongeren ging, of minstens twee van de drie. En omdat men graag naar boven afrondt, is er sindsdien sprake van de Marokkaanse jongeren die de grensrechter belaagd hebben.

Vanaf dat moment focust de aandacht zich op de hele Marokkaanse gemeenschap die er maar niet in zou slagen haar jongeren in toom te houden. En steeds weer die vraag of er misschien toch niet een verband is tussen hun cultuur en deze geweldsuitbarsting.

In dezelfde week kwam een inwoner van Friesland met een bekentenis dat hij dertien jaar geleden een zestienjarig meisje uit een naburig dorp verkracht en vermoord heeft. Veel kranten hadden intussen een luchtfoto van zijn huis getoond waarin iedereen onmiskenbaar een boerderij kon herkennen. De inwoner van Friesland die aangeklaagd is voor de gruwelijke misdaad is dus een boer. Maar wat voor boer? Een goedboerende boer? Een moderne boer die de koeien ook ’s zomers op stal laat staan? Een biologische boer? Dat wil je toch weten van een boer als boer? Nee, de boer is gereformeerd.
Dat blijkt ineens betekenisvolle informatie. Gereformeerden zijn keurige mensen. Helemaal geen geweldcultuur. Vreemd dat achter de voordeur van zo’n keurig Gereformeerd gezin zich een moordenaar jarenlang schuil hield. Eigenlijk heel gewiekst. Maar is dat niet kenmerkend voor Gereformeerden? hoor je denken. Vroom voorkomen, maar hou ze in de gaten! En laat die moralisten vooral niets meer over andere gewone mensen zeggen.

Hier wordt een verband gelegd tussen de religieuze identiteit van de verdachte met de moord, niet direct natuurlijk, maar doordat stilzwijgend een relatie gesuggereerd wordt met het verzwijgen van de misdaad en alle gevolgen van dien voor de alle betrokkenen.

Leven we onderhand niet in een schizofrene cultuur? We zien door de overheid gesubsidieerde acties tegen pesten, maar is groepen stigmatiseren  niet hetzelfde maar dan ongrijpender in groter verband?
Met “Marokkaanse jongeren” wordt een hele bevolkingsgroep betrokken bij het misdrijf van een drietal jongeren.
Met “Gereformeerde boer” wordt associatief een hele religieuze groepering betrokken bij zijn misdaad en lange zwijgen.

Mijn vraag is: wanneer bij andere mensen die een ernstig misdrijf plegen, uiteindelijk geen specifieke etnische achtergrond of religieuze instelling aanwezig is, moeten we dat feit dan ook niet zien als betekenisvol in verband met hun daad, vanwege de maatschappelijke en culturele context?

Krijgen we nu voortaan te lezen in de krant: atheïstische accountmanager heeft zijn ex-vriendin om het leven gebracht?  Blanke, geheel geseculariseerde vrouw, is op jongen ingereden?  Bankdirecteur die wel gelooft dat “er Iets is” heeft de bank voor vele miljoenen opgelicht?

Als in de ogen van de publieke opinie het aanhangen van een levensbeschouwing context voor een misdrijf kan zijn, waarom dan ook niet het helemaal niet-aanhangen van een bepaalde religie of levensbeschouwing?
Wie voor die consequentie terugschrikt, moet zich ook onthouden van stempels drukken op bepaalde bevolkingsgroepen die herkenbaar zijn door een bepaalde identiteit ook al is die nog zo divers.

Of speelt in de publieke opinie vooral een rol dat iemand (nog) tot een religieuze of etnische minderheid behoort? Als een verdachte tot een minderheid behoort, is dat op zichzelf al verdacht. Tot de meerderheid behoren is normaal. En wat normaal is kan natuurlijk geen reden zijn om dat als context aan te voeren. Want stel je voor dat behoren tot de meerheid reden zou zijn om met de vinger te wijzen, naar wie kun je dan anders wijzen dan naar jezelf!

Sinds 1990 heeft de overheid bij wet bepaald dat de religieuze identiteit niet meer vermeld mag worden als onderdeel van de burgerlijke stand. Elke burger m/v dient als zelfstandig persoon  gezien te worden met een eigen identiteit en verantwoordelijkheid. De publieke opinie blijkt nog lang niet zo ver. Maar zij voelt dan ook geen pijn als ze een hele bevolkingsgroep in de beklaagdenbank zet. De publieke opinie heeft nooit iets op haar geweten.