Homilie als gesprek tussen Geest en geest

Nieuwe geest

Wie regelmatig de eucharistie meeviert in de rk kerk in ons land, zal het niet ontgaan zijn dat het woordje “preek” in officiële publicaties vervangen is door “homilie”.  Zo ook in de liturgieboekjes als “Bron van christelijke geest”. Dat zijn die dunne boekjes met de lezingen, liederen en gebeden voor de eucharistie  die elke zondag tegen geringe betaling gereed liggen in het kerkportaal. Dus ook de gewone kerkganger kent het woord “homilie”inmiddels. Tussen de evangelielezing en de geloofsbelijdenis staat in deze boekjes tegenwoordig “homilie”. Maar waarom? En wat betekent die term?
Het was de wens van het 2e Vaticaanse Concilie dat er elke zondag in de Mis gepreekt zou worden. Het was een nieuwe geest die ging waaien. Voor die tijd was het lang niet altijd het geval dat er een preek gehouden werd. Hitte in de zomer, koude in de winter, grote toeloop van communicanten konden aanleiding geven geen preek te houden.
De preek waarover het Concilie sprak, zou dicht moeten aansluiten bij de Schriftlezingen. Ze zou verder pastoraal van aard moeten zijn. Sindsdien is de preek niet meer weg te denken uit de Eucharistie. Ze is een wezenlijk onderdeel van de viering geworden.

Homilie

Omdat “preek” in de oren van velen een wat negatieve, moralistische klank had gekregen, werd voor de “toespraak” van de priester na het Evangelie een oud-christelijke woord van stal gehaald: homilie. Dit Griekse woord betekent oorspronkelijk: woordje, gesprekje.
Het heeft lang geduurd voordat het begrip “homilie”in de Nederlandstalige liturgie gangbaar geworden is. “Preek” mocht dan een wat negatieve klank hebben vanwege de gedachte aan de opgeheven vinger, maar zou “homilie” niet (wereld)vreemd overkomen?
Inderdaad zie ik nog niet snel iemand tegen mij zeggen: “Nog bedankt voor de mooie homilie!” Zo blijkt ook het al heel lang gebruikelijke woord “eucharistie” voor veel gelovigen toch nog steeds iets te deftig  om het zelf in de mond te nemen. “Mooie Mis” of  “Fijne viering” zijn gebruikelijke uitdrukkingen. Met “bedankt voor de preek” is ook niks mis natuurlijk

Toch, als officiële aanduiding van de toespraak na het Evangelie in de Eucharistie is “homilie” niet verkeerd. Die toespraak moet inderdaad een “gesprekje” zijn
Maar dit is geen gesprekje tussen de priester (of bij gelegenheid diaken) en de aanwezige gelovigen in de vorm van een dialoog. Daar zijn andere gelegenheden voor: een gesprekgroep of een parochieavond of misschien een “twitter-samenkomst”.
Nee, met homilie/gesprekje in de eucharistie wordt bedoeld een gesprekje tussen God en de gelovige, tussen de Heilige Geest en de geest van de hoorder.

De Geest spreekt tot de geest

Hoe moeten we ons dat nu voorstellen? Dat zal ik hier proberen uit te leggen.
De predikant spreekt, maar zodra hij spreekt gaan die woorden een eigen weg. Dat is te vergelijken met de schrijver van een boek.
Zodra het boek af is en gedrukt, lijkt het een eigen leven te gaan leiden. Zoals een moeder een kind baart, dat uit haar voortkomt, maar een eigen wezen is en een eigen weg gaat.
Het is met het boek alsof behalve de schrijver zelf (real-life author*) iemand anders de echte auteur is. Een soort schrijver die in het boek tot de lezer spreekt (implied author).
En zo is het ook met de lezer (real-life reader). Deze leest de roman, probeert de tekst te begrijpen. Maar in de geest van de lezer werkt het verhaal door op een manier waarvan h/zij zelf staat te kijken. Dat is de weerklank die de roman in het hart van de lezer heeft (implied reader).
Zo gaat het ook met de “homilie”.  Als het goed is, spreekt de Heilige Geest als een soort innerlijke Spreker door de woorden van de pastor tot de gelovige die zich in de geest innerlijk laat aanspreken op zijn kind van God zijn.  Het is een gesprekje dat zich in het hart van iedereen op een andere manier afspeelt. Het is zo intiem dat het moeilijk is Geest (implied speaker) en geest (implied hearer) te scheiden. Het is de communicatie van de heilige Geest die aan het begin van de viering aan de aanwezigen wordt toegezegd

Geen informatie of mening

Ook de predikant (real life speaker) is zelf dubbel hoorder (real life hearer én implied hearer) van de woorden die hij spreekt. Het is niet zijn mening die hij verkondigt. De boodschap die hij mag verkondigen is ook boodschap aan hem. Hij is in feite de “eerste hoorder”.
Daarom bereidt elke predikant zich voor op de homilie door gebed, bestudering van de Bijbeltekst, en door meditatie.
Zou de preek pure informatie zijn, dan zou desgevraagd elke hoorder na afloop hetzelfde antwoord geven op de vraag: “waar ging de preek over?”  Maar de homilie is geen informatie.
Ze kan wel enige informatie bevatten. Maar dat is niet het doel.

Intieme omgang

De homilie is bedoeld als omgang van God met ons door de heilige Geest. In die omgang voelen we ons gekend. Daar worden we getroost, gesterkt, opgewekt als mensen die eraan herinnerd worden dat we kinderen van God zijn en wat ons te doen staat. Er is hier geen sprake van macht of dwang, maar van de vrijheid die past bij het geloof in de liefdevolle en barmhartige God.

Jaar van het geloof

De vergelijking van het gesprekje dat de homilie in de eucharistie is, met de litterair wetenschappelijke theorie  van real-life author, implied author, real-life reader, implied reader neem ik graag voor eigen rekening. Maar ze geeft mijns inziens zeker inzicht in wat een homilie is, en wat het IIe Vaticaans Concilie voor ogen stond bij de herinvoering van de term “homilie”

In de eucharistie worden we zo gevoed door het Woord van de Heer en door de Tafel van de Heer.
Dit was het grote verlangen van de Concilievaders. Het is goed om dit in dit “Jaar van het geloof” opnieuw onder de aandacht te brengen

(c) Martin los, pastoor

*) W.C. Booth 1983 The Rhetoric of Fiction 2nd ed. Chicago: University of Chicago Press. Geciteerd in Martha Nussbaum 2001 Upheavals of Thought, First ed. Press Syndicate University of Cambridge

Waar wringt de schoen? gedachten bij de praktijk van ontdopen

Onwennig woord

Ik moet nog steeds wennen aan het woordje “ontdopen”. Het is betrekkelijk nieuw voor zover ik weet. Het kreeg een paar jaar geleden bekendheid toen de eerste berichten van misbruik in de r.k.kerk in Nederland opdoken.
Omdat in Amerika en Ierland gevallen van misbruik door geestelijken al veel eerder openbaar werden, zou het me niet verbazen als “ontdopen”een vertaling is van “debaptize” of zoiets.

Om meerdere redenen moet ik wennen aan de term “ontdopen”. Niet alleen vanwege de nieuwheid van het woord. Ook door de dubbelzinnigheid van het voorvoegsel “ont-“.
Ontbijten betekent dat iemand die dag voor het eerst ergens in bijt. Ontginnen betekent dat een terrein in cultuur wordt gebracht.

In het voorvoegsel “ont-“ klinkt altijd iets door van beginnen: “ontsluiten, ontrafelen, ontvouwen, ontketenen” Het is een proces dat naar een doel gaat. Er wordt iets blootgelegd of ruimte gegeven. Of er wordt verwezen naar een bron.
“Ontvreemden” en “onteigenen” spreken elkaar eigenlijk tegen. Want als je iets ontvreemdt begin je heimelijk iets weg te nemen van iemand zodat het in vreemde handen overgaat. Maar bij onteigenen wordt iets dat iemand eigen is van hem afgenomen. En “ontlenen” onderstreept juist de herkomst en afhankelijkheid.
Is “ontdopen” het begin van een proces dan is de uitschrijving niet het eindresultaat, maar pas het begin. Het begin waarvan? Ik hoor mensen die zich laten ontdopen zeggen: “ik ben er helemaal klaar mee!”

Of moeten we bij “ontdopen” aan “ontkerstenen” denken. Ontkerstening betekent dat een begin wordt gemaakt met het onttrekken van een een cultuur aan de invloed van het christelijk geloof. Maar “ontdopen” is de daad van een persoon. Dat is toch geen begin van een hele beweging? Of is dat juist de bedoeling?

Ik weet dat woorden door hun gebruik geïmpregneerd worden. Dus de tegenwerping dat iedereen begrijpt wat er in de praktijk verstaan wordt onder “ontdopen” is terecht. Dat neemt niet weg dat ik een ongemakkelijk gevoel houdt bij het woord. Als een schoen die ergens blijft wringen. Misschien is dat ook de bedoeling.
Maar dat heeft echt niet alléén met de taal te maken.

Verwarrend  woord

Het is opmerkelijk dat “ontdopen” gekoppeld is aan de Rooms-katholieke kerk. In de andere kerken zoals de PKN worden toch ook kinderen gedoopt?
In de r.k. kerk beschikt elke parochie over een doopboek. Daarin worden de gedoopten op de dag van de doop ingeschreven. Er is een kolom voor hun doopnamen, hun geboortedatum, ouders en peetouders. Daarnaast is er een kolom die te zijner tijd wordt ingevuld als het vormsel heeft plaats gevonden, ook al is de betrokkene inmiddels verhuisd naar een andere parochie. En er is een kolom waar later een huwelijk of religieuze staat kan worden ingeschreven.

Voor de invoering van de Burgerlijke stand kende de toenmalige protestantse staatskerk ook een boek voor de doop dat ook als een soort geboorte register dienst deed. Genealogen maken daar graag gebruik van.
Maar toen de overheid de geboorten systematisch ging registreren raakten doopboeken in protestante gemeenten in onbruik. Men hield een ledenadministratie bij. Vertrok iemand dan kreeg hij een bewijs mee (attestatie) dat h/zij gedoopt was. Dit is in grote lijnen nog steeds de praktijk.

Intussen is de SILA gekomen. Deze Stichting Interkelijke ledenadministratie houdt bij wanneer een protestants gedoopte verhuist. Men hoeft dat dus niet zelf door te geven. Wenst een protestants gedoopte niet langer ingeschreven te staan in de kerk, dan laat h/zij weten uit de landelijke SILA verwijderd te worden. Men laat zich dan niet “ontdopen”maar gewoon uitschrijven uit de kerk.
Dit is voor r.k. gedoopten ook zonder enige moeite mogelijk. Wie uit SILA verwijderd is, zal nooit op enige manier door de kerk benaderd worden. Men staat niet langer te boek als lid. Als uitschrijving uit de kerk is ook  voor r.k. gedoopten voldoende dat men zich laat uitschrijven uit SILA

Men heeft voor zijn of haar gevoel dan niets meer met de kerk te maken. Er bestaan geen verplichtingen meer. Maar “ontdoopt” is men als protestant niet. Want de doop heeft ooit plaatsgevonden en dat feit kan niet worden teruggedraaid.
De r.k. kerk beschikt in haar parochie wel over een doopboek. Daar kan inderdaad op verzoek de aantekening in worden gemaakt, dat men als niet gedoopt te boek wil staan. Maar daarmee kan men de geschiedenis niet terugdraaien. De doop heeft plaatsgevonden.
Dit nog een reden waarom het woord “ontdopen” eigenlijk niet de lading dekt. Men kan bij wijze van spreken zijn/haar naam laten schrappen in het doopboek.Dat is iemands goed recht. Maar de doop als gebeurtenis zelf ongedaan maken, is niet mogelijk.

Daarnaast is de mogelijkheid van “ontdopen” beperkt tot de r.k. kerk (en door traditie nauw met haar verwante kerken). Dat is onbevredigend, want het woord” ontdopen”wekt de indruk voor alle als christen gedoopten te gelden. Dat is niet het geval. Op andere terreinen zou men in zo’n geval spreken van rechtsongelijkheid.
Of gaat men nu de r.k. kerk prijzen omdat die de mogelijkheid biedt tot “ontdopen” in de zin van schrappen van de naam in het doopboek, en de andere kerken niet?

Onnodig woord

De doop is meer dan het begin van inschrijving in een kerkelijke administratie. Het is een religieuze rite. Die rite laat zichtbaar zien wat onzichtbaar is: een mens wordt ondergedompeld in het leven, lijden en sterven en de verrijzenis van Jezus Christus en een nieuwe mens.
Vanaf dat moment is de gedoopte één met hem en met alle gedoopten die samen de kerk vormen.
Het is volstrekt duidelijk dat de doop niet zonder enige vorm van geloof in God en in Jezus.
Dus voor iemand die gedoopt is en niet gelooft is de doop als een soort papier zonder waarde.

Er zijn in de loop van de tijd talloze mensen geweest die gedoopt waren, maar hun geloof niet beleefden. Ze hadden er geen moeite mee dat ze gedoopt waren, want het was iets uit hun kindertijd waar ze geen enkele binding mee voelden. Hooguit iets folkloristisch.
Ook in onze tijd zouden mensen die als kind gedoopt zijn, maar die niets met de kerk hebben, dus gewoon kunnen volstaan met hun doop te zien als een stukje speelgoed op zolder uit de kindertijd.
En mocht men later opnieuw het geloof ontdekken, dan is ook meteen de doop weer van kracht als iets dat niet alleen het verleden betreft, maar ook het actuele leven.

Geldt dat dan niet voor de mensen die zich nu laten “ontdopen”? Uiteraard. Ook wie zich heeft laten ontdopen, hoeft niet opnieuw gedoopt te worden als h/zij zich weer betrokken voelt bij geloof en kerk.
Men ontzegt zichzelf bij voorbaat wellicht die mogelijkheid, maar de kerk doet dat niet! De “ontdoopte” die door welke wending in diens leven dan ook, opnieuw tot geloof komt, wordt als in een gezin met vreugde onthaald als een zoon of dochter die lange tijd spoorloos was. Men kan en behoeft niet opnieuw gedoopt worden.

Bevrijdend woord?

Het kan ook zijn dat degenen die de aanzet hebben gegeven tot de “praktijk van ontdopen” meer bedoelen dan verwijdering uit de kerkelijke administratie vanwege het feit dat men geen enkele betrokkenheid voelt. Wil men iets van bevrijding ervaren? Bevrijding van iets dat men als een last ervaart: bevrijding van de kerk? Dan is “ontdopen” ook een vorm van protest.
Ik gun het mensen die op de een of andere manier onder de kerk geleden hebben bijvoorbeeld als gevolg van sexueel misbruik of machtsmisbruik dat zij eindelijk opluchting ervaren door een bepaalde daad. Als het zogenaamde “ontdopen” hen daarbij kan helpen, kunnen we alleen maar respect tonen.
Maar in aansporingen naar anderen toe, via media en sociale media, om zich ook te laten “ontdopen” openbaart zich iets van een missie. Men wil anderen bevrijden of losmaken van de kerk en hun kerkelijke verleden.  Maar blijft daardoor niet een soort negatieve binding bestaan? De bedoeling van “ontdopen” was toch om helemaal los van de kerk te zijn?

Waren zij die in de afgelopen eeuwen van beginnende secularisiering en ontkerkelijking gedoopt waren, maar geen relatie tot kerk en geloof voelden, geen vrijere mensen? Sommigen bekritiseerden de kerk naar hartelust, maar niet hun doop. Zij begrepen dat de doop alleen maar van betekenis is als je gelooft. Zij geloofden niet, dus had de doop voor hen geen betekenis anders dan een folkloristische.

Het lijkt alsof voor de hedendaagse “ontdopers” de doop ook een rol speelt als je niet gelooft. Iets waarvan je ontdaan wilt worden, ook als je niet gelooft. Juist omdat je niet gelooft. Dat kan niet anders dan in veel gevallen een knellend gevoel geven. Ergens wringt de schoen.
Maar misschien geeft het leer op den duur mee.

Dan zal men pas werkelijk vrij zijn. Wellicht ook vrij om met een open vizier naar de kerk en het christendom te kijken en naar de eigen doop.

© Martin Los