Geen centrum, wel een hart

Vijfentwintig jaar geleden kwam ik als pastor in De Meern wonen.  Onmiddellijk trof mij de hartelijke sfeer in het dorp. Ze voelde als een warme deken. De saamhorigheid onder alle bewoners uitte zich op alle terreinen. Een perfecte match van de oorspronkelijke bevolking van boeren en tuinders en de forenzen die hier waren komen wonen. Er was een voortreffelijke samenwerking tussen de verschillende kerken. In de parochie tot wie meer dan de helft van de tienduizend bewoners hoorde, was die goede geest ook dubbel en dwars aanwezig.

In de loop der tijd kwam ik op bezoek in andere dorpen en omringende plaatsen. “Waar bent u pastoor? “ vroegen de mensen dan. “In De Meern”  zei ik.  Men keek mij dan meewarig aan en zei: “De Meern heeft geeneens een  centrum”.  Die reactie trof mij natuurlijk een beetje onaangenaam. “De Meern geen centrum?” dacht ik bij mezelf  “Nou en? De Meern heeft iets wat de anderen niet hebben: die typisch Meernse warme hartelijke sfeer in kerk en samenleving”.

Op zeker moment kreeg ik een inval. Het heette toen nog geen oneliner, maar dat was het wel. Als weer iemand tegen mij zei: “De Meern heeft geeneens een centrum”  zei ik glunderend van trots: “De Meern geen centrum, maar wél een hart!”
Ik zag dan de omstanders verbaasd opkijken: “geen centrum, maar wel een hart”? wat wil hij daarmee zeggen?
Natuurlijk legde ik mijn oneliner niet uit. Die moet je de tijd geven om te landen bij de hoorder totdat het lichtje gaat branden.
Inwoners van De Meern hoef ik “geen centrum maar wel een hart” niet uitleggen. Die begrijpen de oneliner onmiddellijk, ook al hebben ze hem nooit eerder gehoord.
Je kunt wel een fraai dorps-of stadscentrum hebben, maar dat zegt niks over de kwaliteit van de omgang van de bewoners met elkaar. Die was in De Meern dikvoormekaar. Dat kon je niet van al die andere plaatsen zeggen met hun historische panden.

En nu, vijfentwintig jaar later? De Meern heeft nog steeds geen centrum. En wat er aan centrum is, dreigt ons nog af genomen te worden. Het winkelcentrum aan de Oranjelaan dreigt leeg te lopen als niet snel iets gebeurt. De omgeving van de Meernbrug is te treurig voor woorden
Hoe staat het nu met het hart van De Meern?  Dat hart lijdt. We generen ons. Temeer omdat in de omliggende wijken er trots bijliggen. Dat gunnen we hen van harte. Maar wordt de Meern het slachtoffer van “de vooruitgang”?

Dat heeft De Meern met zijn inwoners niet verdiend! Ik kan begrijpen dat er zeer waarschijnlijk geen winkelcentrum rond de Meernbrug komt. Daar is meer dan vijfentwintig jaar over gepraat zonder veel perspectief.
Maar dat het winkelcentrum dat er wel is in een levendige buurt van scholen en van De Schalm en de r.k. kerk, dreigt te verwelken, dat mag niet gebeuren.
En de het gebied rond de Meernbrug moet een facelift krijgen. Zolang er geen appartementen komen, kan er toch op zijn minst een fraai klein parkje komen. Groen en gezellig. Nu is het alsof er net een burgeroorlog heeft gewoed.

De Meern heeft geen centrum, nog steeds niet, en steeds minder, maar wel een hart, een hart dat nu bloedt: hoe lang nog

© Martin Los

Ik ben een LeidscheRijner (vervolg)

In mijn vorige Blog heb ik verteld waarom ik mij een LeidscheRijner voel. In dit vervolg leg ik uit hoe vanuit de historie, vooral de kerkelijke, dit gebied altijd al een eenheid is geweest. Dus LeidscheRijner ben je op goede gronden

Gemeente OudenRijn
Vijfentwintig jaar geleden, in 1987, kwam ik in De Meern wonen, onderdeel van de gemeente Vleuten-De Meern (1954). Ik was niet alleen inwoner van De Meern, maar als rooms-katholiek behoorde ik ook tot de parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming.
Deze parochie omvatte de voormalige gemeente Oudenrijn en het ambacht Veldhuizen, ten Zuiden van de Leidsche Rijn, maar ook een groot gebied ten Noorden van de rivier:  Hoge Weide, ’t Zand, Groenedijk, Alendorperweg tot aan de Esdoornlaan, en de Zandweg tot aan de grens met Harmelen.

Tot over het huidige Amsterdam-Rijnkanaal
Het is goed om in herinnering te brengen dat voor de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal en de A2 ook Papendorp en Oog & Al tot Oudenrijn en dus tot de parochie behoorden. Wat sindsdien Utrecht heette, was dus nog niet eens zo lang geleden onderdeel van mijn parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming.
Het andere deel van de toenmalige gemeente Vleuten-De Meern, viel samen met de parochie H. Willibrord, waartoe ook Haarzuilens behoorde, en het gebied rond de Enghweg en de Utrechtse weg tot aan het Amsterdam-Rijnkanaal en de grens met Maarssen
Deze beide parochies, H. Willibrord en O.L.V. ten Hemelopneming, vielen dus samen met het gebied van de gemeente Vleuten-De Meern voor de annexatie door de gemeente Utrecht

Annexatie
Toen de gemeente Utrecht in 1996 een flink deel van Vleuten-De Meern annexeerde, bleef dit gewoon deel uitmaken van de beide r.k. parochies. De gemeente Vleuten-De Meern werd een behoorlijk stuk kleiner, maar de parochies niet, en voor het gevoel van de parochianen ook niet.  In 2001 werd de flink gekrompen gemeente Vleuten-De Meern helemaal geannexeerd door Utrecht.

Stadsplan Riek Bakker
Stadsarchitect  Riek Bakker was door de besturen van de gemeenten Vleuten-de Meern en Utrecht ingehuurd om een totaal plan te maken voor het gehele gebied ten Westen van het Amsterdam-rijnkanaal. Dit hele gebied zou Leidsche Rijn gaan heten, inclusief de gemeente Vleuten-De Meern. Op de kaart van Utrecht staat dit gebied in zijn geheel aangeduid als Leidsche Rijn.
Het tegenwoordige Maxiama park moest het hart gaan vormen van deze nieuwe stad. De aanleg van wegen en wijken was er duidelijk op gericht dat er samenhang zou zijn tussen de wijken van dit gebied, zowel nieuwbouw als bestaande centra, de kernen van Vleuten en Haarzuilens en van De Meern.

Oplopende emoties
Toen kwam het onzalige besluit van de overheid om een aanzienlijk deel van de gemeente Vleuten-de Meern te annexeren. En 2001 werd zelf de gehele gemeente geannexeerd.
Dat allemaal vóórdat deze plannen van Riek Bakker gerealiseerd waren. Terwijl er juist was afgesproken dat de beide gemeenten samen Leidsche Rijn zouden verwezenlijken.
Door de verbreking van die belofte en door de hoogoplopende emoties die daarop volgden, werd door vele bewoners het oorspronkelijke plan van Riek Bakker uit het oog verloren.
Bewoners van De Meern zagen de wijken Langerak en Parkwijk voortaan als Utrechtse aangelegenheid. Verhalen over criminaliteit in deze wijken deden al snel de ronde. De nieuwe bewoners van de tezelfdertijd gebouwde wijk Veldhuizen gingen hun wijk idealiseren omdat ze tot het dorp De Meern behoord.  Men vond ook al gauw, en niet geheel ten onrechte, dat de nieuwbouw door Vleuten-De Meern meer kwaliteit had dan in het Utrechtse deel.
Toen de nieuwbouw ook begon in het gebied van Vleuten werd deze gang van zaken alleen nog maar versterkt.

Samenhang
Als pastoor vond ik dat voor de parochie geen goede ontwikkeling, omdat zowel Parkwijk-Langerak als Veldhuizen voor mijn gevoel bij door de parochie (O.L.V. ten Hemelopneming) bij elkaar hoorden. Datzelfde geldt voor Terwijde en Vleuterwijde (H. Willibrord). Als er op dat moment al enige samenhang was, kwam dat omdat mensen uit die uiteenlopende wijken elkaar in de parochie en in de kerk ontmoeten. Ik denk aan de vieringen, de werkgroepen. Maar ook aan de drukbezochte avond voor ouders uit alle verschillende wijken die hun kind wilden laten dopen.

Eenwording parochie in belang Leidsche Rijn
Op 1 januari  2004 werden de parochies H. Willibrord en O.L.V.ten Hemelopneming door een decreet van de aartsbisschop tot één parochie gemaakt. De reden was dat door deze eenwording het parochiebestuur en het pastorale team beter in staat zouden zijn de ontwikkelingen in de totale Leidsche Rijn te volgen en zich daarop in te stellen met het oog op het welzijn van de geloofsgemeenschappen in de parochie, maar ook voor het welzijn en de samenhang van heel de samenleving in ons gebied.
Ik werd toen tot pastoor van het gehele gebied benoemd. Dus over iets meer dan een jaar viert de parochie Licht van Christus die samenvalt met Leidsche Rijn haar tienjarig lustrum.

Eén in verleden, heden en toekomst
Ik hoop dat  ik voldoende duidelijk gemaakt heb dat het gebied waarop nu de gehele Leidsche Rijn gevestigd is al lang een eenheid was door de beide r.k. parochies in dit gebied waartoe het grootste deel van de bevolking behoorde.
Je moet dan ook in de overweging meenemen dat de parochie O.L.V ten Hemelopneming eeuwen geleden is voortgekomen uit de H. Willibrord in Vleuten.
Door de eenwording van de parochies H.Willibrord en O.L.V. ten Hemelopneming in 2004 is verenigd wat eeuwen geleden nog een eenheid was.
Omdat de protestantse PKN gemeente ook teruggaat op die ene kerk in dit gebied voor de Reformatie, heeft de eenheid van dit gebied van Leidsche Rijn hele oude, goede en veelbelovende papieren. Papieren die wellicht teruggaan helemaal tot de heilige Willibrord die in deze streken rond 719 het evangelie verkondigde voor alle mensen

Vanwege het gedeelde verleden, het dynamische heden, en de veelbelovende toekomst ben ik een overtuigd LeidscheRijner.
Ik geloof in Leidsche Rijn 🙂