Vurig verlangen en dorst naar meer

Preek op de 20e zondag 14 augustus 2022 Tiel

“Vuur ben ik op aarde komen brengen en hoe verlang ik dat het reeds oplaait” zegt Jezus tegen zijn leerlingen 1). Hoe vernietigend vuur kan zijn, zien we in onze tijd van klimaatverandering op veel plaatsen in de wereld, ook in Europa, waar enorme bosbranden woeden. Maar ook onder mensen kan de vlam in de pan slaan. Denk aan revolutionaire bewegingen. Denk aan nationalisme. En niet te vergeten religieus fanatisme dat mensen tegen elkaar opzet en van elkaar vervreemdt. Helaas hebben we daar deze week weer een gruwelijk voorbeeld van gekregen in de aanslag op schrijver Salman Rushdie.
Het is dus niet zo gek dat we ons wat ongemakkelijk voelen bij de woorden “Vuur ben ik op aarde komen brengen en hoe verlang ik dat het reeds oplaait”. Maar als gelovigen die vertrouwd zijn met het Evangelie weten we dat Jezus beslist geen haat tussen mensen predikt, maar liefde. En als christenen mogen we uit ervaring weten dat Jezus ons de kracht geeft om zelfs onze vijanden lief te hebben. In die richting moeten we denken, geen vuur dat verwoest, maar het vuur van de liefde.
De leerlingen van Jezus legden soms wel wat fanatisme aan de dag. Toen hij eens op weg was om het Evangelie te verkondigen, kwamen ze in een dorp van andersdenkenden, Samaritanen. Deze weigerden Jezus de doortocht door hun gebied. Daarop zeiden de leerlingen: “Meester, zullen we vuur van de hemel afroepen dat hen verdelgt?” Waarop Jezus zijn leerlingen bestrafte en naar een volgend dorp ging. Fanatisme en Jezus volgen gaan absoluut niet samen.
Het is opvallend dat Jezus zijn verlangen naar het oplaaien van het vuur op aarde uitspreekt tegenover zijn leerlingen en niet tegenover de menigte die hen dagelijks omgeeft. Hij vertrouwt hen dus iets heel persoonlijks toe. Iets waar zij om zo te zeggen, recht op hebben op grond van hun intieme, persoonlijke relatie tot hun meester.
Jezus heeft dertig jaar geleefd met een groot geheim in zich. Hij heeft een persoonlijke relatie met God, de Vader. Hij is gegroeid in zijn roeping. Maar pas op zijn dertigste kreeg hij bij zijn doop in de Jordaan groen licht om zijn missie ten uitvoer te brengen. Hij is vol verwachting en vol vuur. Het gloeit in zijn binnenste.
Tegelijkertijd wil hij niet eigenmachtig optreden. Hij zoekt telkens in gebed, in de stilte van de avond, contact met God, de Vader om af te stemmen hoe hij zijn zending kan voltooien. Elke dag is voor Jezus op een bepaalde manier ook weer een verrassing wat God, de Vader, met hem voor heeft. Hij vertrouwt zijn leerlingen zijn heel persoonlijk passie toe, de spanning, het blijde vooruitzicht wat er gaat gebeuren, een zekere mate van ongeduld van hoe het moment zou verlopen waarop hij God en mensen met elkaar mocht verzoenen. Wat er zou gebeuren als de liefde van God door hem echt de harten van de mensen zou bereiken. Hij wilde hen deze innerlijke spanning en vreugde die hij voelde niet onthouden. Hij was er vol van en toch moest ook hij afwachten. Hij kon niet forceren of op de ontwikkelingen vooruitlopen. Te vaak hebben we een idee dat Jezus zijn weg al helemaal al uitgestippelde had, een soort invuloefening. Maar de enige weg die Jezus volgde was wat de Heilige Schriften hem vertelde zoals bijvoorbeeld het lot van Jeremia die uit de weg geruimd werd, maar toch gered 2). En de tekenen die Hij van de Vader ontving.
Als wij als mensen die geloven en die Jezus willen volgen, dus niet precies weten hoe ons leven verder zal gaan, maar uitzien en vertrouwen hebben, ja benieuwd zijn, zijn we op de goede weg.
Wel voorziet Jezus dat zijn manier van leven en zijn boodschap weerstand zal oproepen. Weerstand die dwars door gezinnen en families zal gaan. Maar dat moet geen reden zijn om terug te schrikken.
Jezus waarschuwt zijn leerlingen al vooraf, zodat ze bij onenigheid en tegenstand, niet opgeven of denken dat ze zich vergist hebben. De weg van Jezus, zijn uitnodiging aan de mensen om Gods liefde te omarmen, zijn uitdaging om het met Gods liefde te wagen in de omgang met andere mensen, zal niet door iedereen begrepen worden. Ze zal niet door iedereen geaccepteerd worden als wijze van leven in de wereld. Maar dat moet geen reden zijn om bang te zijn of Jezus voor de voeten te werpen dat hij ons met een onrealistische opdracht de wereld in heeft gezonden. Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Maar laat ons dat niet tot de conclusie leiden dat we op het verkeerde paard gewed hebben. Integendeel. Het innerlijk vuur van de liefde van God bezielt ons. Niet op een fanatieke manier. Niet met dwang, onheilig vuur en geweld. Maar geduldig luisterend naar Jezus, met zijn voorbeeld voor ogen. De tijd nemend voor gebed en bezinning.  Het koninkrijk breekt zich baan als een vuur. Maar tegelijkertijd zijn het kleine stappen die het rijk van God dichter bij brengen. Geef niet op, sla niet door. Bid en luister. Pluk de dag, grijp de kansen die er zijn
“vrede geef ik u, mijn vrede geef ik u” zegt de Heer 3). Moge dat zo zijn. Amen

Martin Los, pr
Schriftlezingen tijdens de Eucharistie op de 20 reguliere zondag door het jaar 14 augustus 2022
1) Evangelielezing: Lukas 12:49-53
2) 1e lezing: Jeremia 4-10
3) gebed voor de vredeswens

Verlangen naar de dag waarop alle christenen verenigd worden in liefde tot Maria, de moeder van Jezus.

Preek op het Hoogfeest van O.L.V. ten Hemelopneming in het Cenakel te Zuilen (Utrecht) en de kerk van Houten

Lieve zusters en broeders, we vieren vandaag met de hele katholieke kerk het Feest van de ten Hemelopneming van Maria, de moeder van de Heer en daardoor de moeder van de kerk. We vieren dit feest met de dankbaarheid, de vreugde en de warmte die bij een groot feest van een moeder past. Ook de Orthodoxe kerken en de Oriëntaalse christenen vieren dit feest, maar dan onder de benaming “het ontslapen van Maria” 1). In hun kerken vinden we prachtige iconen van deze gebeurtenis. We zien Maria omgeven door de twaalf apostelen. Ze sluit de ogen. En we zien Christus die haar als totale persoon, naar lichaam en ziel, omhoog heft naar de hemel waar hij zit aan de rechterhand van God. Een groot mysterie. Heeft Jezus niet gezegd: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven ook al is zij gestorven. En wie leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven”?
Als gelovige mensen verheugen we ons dat Maria als eerste van alle schepselen mag delen in de heerlijkheid van Christus. Het is ook een belofte aan ons die kinderen van God genoemd worden, dat wij eens met Maria zullen worden opgenomen in het rijk van God waar de dood en het kwade niet meer zullen zijn.
Bovendien verenigd Maria ons allemaal als kinderen van één huisgezin dat de kerk is. We zijn geen vereniging van mensen die eenzelfde mening of overtuiging aanhangen. We zijn door de doop en het geloof broeders en zusters die elkaar vasthouden en niet buitensluiten omdat we samen één zijn. Het moederschap van Maria herinnert ons daaraan. Het staat er borg voor. We zijn broeders en zusters van elkaar, niet alleen met degenen die nu leven en met wie we samen ons geloof beleven in de plaatselijke geloofsgemeenschap. We zijn ook broeders en zusters van alle heiligen die ons zijn voorgegaan naar de hemel bij God. Zij inspireren ons samen met Maria en wij mogen een beroep op hen doen verenigd rondom Maria. Maria is niet als enige opgenomen, maar zij is de eerste en voornaamste. En als er sprake is van “de eerste” dan is er sprake van velen die met haar deel mogen hebben aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Dit Mariafeest is eigenlijk een feest van de Heer die zijn moeder laat delen in zijn verrijzenis en eeuwig leven. Ondanks de grote vreugde van dit feest voelen we ook in onze streken, de Lage Landen bij de zee, gemis. Want onze protestantse zusters en broeders hebben moeite met de centrale plaats die wij Maria in het geloof en in de kerk toekennen. Waar Maria de eenheid van de kerk belichaamt, is er juist sprake van een scheiding der geesten. Hoe zouden we deze eeuwenoude verwijdering kunnen overbruggen? En is daar na zovele eeuwen zicht op? Dat zou voor ons verlangen naar eenheid onder de christenen een grote stimulans vormen.
Onlangs verscheen een boek getiteld “Maria, icoon van genade”  van een christelijke gereformeerde dominee en protestantse hoogleraar in de theologie te Utrecht Arnold Huijgen. In dit boek voert hij een pleidooi voor meer respect en een grotere plaats voor Maria in de kerk en in de geloofsbeleving van de protestanten. Het boek heeft een grote oplage bereikt, enkele tienduizenden. Er nemen dus veel mensen kennis van de inhoud van zijn boek. Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor de protestantse kerken. Het is zeker een belangrijke stap in de richting van meer begrip voor de katholieke traditie van aandacht voor Maria als moeder van Jezus en moeder van de kerk, een titel dit professor Huijgen ook aanbeveelt aan zijn medegelovigen. Toch werpt hij ook wel bezwaren op. Hij merkt op dat we Maria niet moeten vergoddelijken door te spreken over  “bidden tot Maria”. Daar heeft hij gelijk in. We mogen een beroep doen op Maria als mede gelovige en voorspreekster bij God. We mogen met haar spreken. Dat is om zo te zeggen een gesprek tussen gelovigen. De term bidden tot Maria is daarbij minder gepast en geeft dus aanleiding tot misverstanden die we als katholieken kunnen vermijden. Verder hebben protestanten, inclusief  dr. Huijgen, er moeite mee dat het lijkt alsof wij Maria tot bron van genade verheffen in plaats van God en Christus. Dat is natuurlijk helemaal niet onze bedoeling als we zeggen: “Wees gegroet Maria vol van genade”. Via het Latijn is deze uitdrukking tot ons gekomen, maar in het Grieks staat er “Wees gegroet, begenadigde”. We hoeven echter niet die door de eeuwen heen gepolijste titel “vol van genade” te wijzigen, als we maar voor ogen hebben dat de genade waarom we Maria smeken, de genade is waarmee God haar bekleed als zijn kind en de moeder van de Heer.
Van beide zijden kunnen we als christenen elkaar helpen te groeien in liefde voor Maria. Als de tekenen niet bedriegen lijkt de Mariadevotie ook steeds meer medechristenen te bereiken. De scheidslijn lijkt minder absoluut dan een halve eeuw geleden. Aan Maria zal het niet liggen. Integendeel. Als de ware moeder van God, en van de Kerk doet zij niets liever dan gelovigen verenigen in liefde voor de Heer, voor elkaar en voor de mensheid en alle volken. Sluiten we af met: Weest gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot. Heilige Maria moeder van God, bid voor ons zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen

Martin Los pr
1) icoon van de Dormition, het ontslapen van Maria