Homilie op het feest van het Heilig Sacrament 11 juni 2023 Houten

Het Levende Brood

“Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid” zegt Jezus 1). Dit is het mysterie van het geloof dat we in elke eucharistie vieren en verkondigen als we na de instellingswoorden zeggen: ‘Heer, Jezus wij verkondigen uw dood en wij belijden tot gij wederkeert, dat gij verrezen zijt”. We nuttigen niet alleen het lichaam van Christus, maar wij verkondigen daardoor als volk van God ook zijn verrijzenis en wederkomst. Daarmee is de eucharistie duidelijk een profetische maaltijd is. Zij is het teken dat verwijst naar het koninkrijk van God dat komt en naar de verrijzenis: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid”.
In de eucharistische maaltijd en de communie ontvangen we in geloof dit levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Jezus voedt ons met zichzelf. Hij schenkt ons niet alleen de Blijde Boodschap, Hij schenkt ons niet alleen zijn leer. Hij schenkt ons ook zijn leven,  zijn goddelijk leven. Die niet van elkaar los te maken zijn. Hij schenkt ons de levende gemeenschap met hem: “neemt en eet hiervan, want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt”. Dat is een zaak van geloof. Daarom antwoordt degene die ter communie gaat met “Amen” Dat is “ik geloof”. 
In de loop van de tijd  is er helaas veel verwarring, onenigheid en zelfs strijd geweest over de vraag in hoeverre brood en wijn werkelijk lichaam en bloed zijn van Christus in de eucharistie. De Joodse tijdgenoten van Jezus vroegen zich al verwonderd of geërgerd af zoals we hoorden: “Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven”. We zijn toch geen kannibalen? Nee, absoluut niet. Maar de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in brood en wijn is ons als gelovigen bijzonder lief en kostbaar. Ja, daar staat of valt ons geloof en de kerk mee omdat hijzelf het zegt.; “Dit is mijn lichaam”. Om dit te benadrukken viert de kerk dit feest van Sacramentsdag sinds ongeveer de 13e eeuw. De reden was dat in die tijd steeds meer discussie ontstond over het hoe van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in brood en wijn. Daardoor rees twijfel en kwam er onenigheid
Natuurlijk was elke Witte Donderdag de gedachtenis van de instelling van de Eucharistie. En dat is het nog steeds. Toen zei Jezus immers: “Blijft dit doen om Mij te gedenken”.  Daardoor begrepen de apostelen dat het Laatste Avondmaal niet een eenmalige gebeurtenis was, maar dat ze zo telkens moesten samenkomen en handelen. Dat heeft de kerk dan ook vanaf die dag elke zondag gedaan tot op de dag van vandaag. Ze dankten God, braken het brood en deelden de wijn. Deze traditie heeft ook de apostel Paulus ontvangen. Hij was zelf niet aanwezig bij de instelling van de eucharistie. Hij kwam pas later tot geloof. Maar niet minder krachtig beleed hij in zijn brieven zoals we hoorden: “geeft niet het brood dat wij breken gemeenschap met het lichaam van Christus? En hij voegt er meteen aan toe: omdat het brood één is, vormen wij alleen één lichaam want allen hebben wij deel aan het ene brood” 2).
Paulus laat dus zien dat er een direct verband is tussen het lichaam van Christus dat wij ontvangen in de communie en de geloofsgemeenschap van de kerk dat ook lichaam van Christus genoemd wordt. De Heilige Augustinus brengt het zo onder woorden: door de communie worden we steeds meer het lichaam van Christus dat we zijn.
Dat Christus werkelijk tegenwoordig was in brood en wijn daar was eeuwenlang geen discussie over. Totdat in de Middeleeuwen behoefte ontstond onder theologen om die tegenwoordigheid nauwkeurig te definiëren aan de hand van de wetenschappelijke concepten van die tijd. Men wilde op die manier het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in brood en wijn beschermen.
Vanaf die tijd ontstond verschil van opvatting over hoe Christus tegenwoordig is. Het was de tijd van de Reformatie waarin verschillen werden uitvergroot in plaats van overbrugd. Met name in Protestante kerken koos men ervoor de woorden van Jezus zo uit te leggen: “Dit betekent mijn lichaam”. Dat is iets anders dan werkelijke tegenwoordigheid. Gelukkig is er in onze tijd een groeiende overeenstemming onder de verschillende kerken.
In onze Rooms-katholieke kerk is door theoloog Joseph Ratzinger (de latere paus Benedictus XVI) betoogt dat ons geloof niet afhankelijk gemaakt mag worden van filosofische begrippen die toen in de Middeleeuwen bruikbaar waren om het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid te beschermen, maar die nu niet meer begrepen worden en het alleen maar moeilijker maken. Hij benadrukt het profetische teken karakter van de eucharistie.
Wij hoeven immers niet te geloven in theorieën, want de werkelijkheid zelf daar gaat het om. En die ligt voor het geloof open en bloot voor ons door de woorden van Jezus zelf: “Dit is mijn lichaam” en “Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald”
Tegelijk is weer veel meer oog  gekomen het feit dat de Christus niet alleen in het brood zelf tegenwoordig is, maar in hele eucharistische maaltijd. Jezus zegt immers: “Blijft dit doen om mij te gedenken”. “Dit” is niet het brood alleen, maar de hele handeling. Christus zelf is de priester die aan het altaar het brood breekt en de offeraar die zijn leven als dankoffer van God brengt. “Ik ben het Levende Brood dat uit de hemel is neergedaald.
Naast dat Bijbels inzicht zien we in onze tijd groeiende toenadering tussen de kerken doordat ook de traditionele protestantse kerken steeds meer openstaan voor de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de viering van het laatste avondmaal. Het opent misschien de weg naar de gezamenlijke viering van de maaltijd van de Heer. Het zou de verhoring van de gebeden om de eenheid van de christenen een stuk dichterbij brengen, verhoring ook en vooral van het gebed van Jezus die bad: Vader, ik bidt u dat zij allen één zijn.Sacramentsdag is in het leven geroepen om door verering van het Allerheiligst Sacrament het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer te beschermen en versterken. Niet om mensen buiten te sluiten, maar om tot zegen te zijn van iedereen. De beste wijze om dat te doen is zelf de eucharistie en de communie elke keer met groot respect en liefde tot God te vieren en uit liefde voor Hem die ons gezegd heeft: “blijft dit doen om mij te gedenken”. Laten wij dat doen met groot verlangen om te groeien in gemeenschap met Christus en met elkaar tot zegen van onszelf, tot zegen van de kerk, tot zegen van heel de wereld. Amen

Martin Los

1) Evangelielezing tijdens de eucharistie op het Hoogfeest van het Heilig Sacrament: Johannes 6:51-58
2) tweede lezing: I Korintiërs 10:16-17

Homilie op het hoogfeest van de Heilige Drieenheid 4 juni 2023 Tiel

Dierbare zusters en broeders, voor iedereen die in de katholieke traditie staat, is bijna niets zo vertrouwd als de Heilige Drieeenheid. Elke keer dat we een kruisteken maken zeggen we in stilte “in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”. Ook elke eucharistie en andere officiële kerkelijk vieringen beginnen en eindigen we met “In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.
In de Bijbel horen we Jezus zelf zeggen tot zijn leerlingen bij zijn hemelvaart: “Ga, maak alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”. We zijn zélf gedoopt “in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”. Door die woorden en door de overgieting met het water zijn we opnieuw geboren tot kinderen van God. Het staat onuitwisbaar op onze voorhoofden geschreven met zijn handtekening: in de naam van God als Vader, Zoon en Heilige Geest.
In het afgelopen half jaar hebben we de feesten gevierd van Kerstmis, Pasen en Pinksteren. We vierden de grote daden van God te weten de menswording van Gods Zoon, zijn dood en verrijzenis en de hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest. Na deze feesten gaan we niet over tot de orde van de gewone zondagen door het jaar. Nee, we danken op deze eerste zondag na Pinksteren onze God die zich aan ons heeft geopenbaard in zijn werken. We zijn eeuwig dankbaar dat wij de Drieëne God mogen kennen als de barmhartige God die Hij is.
Door de Schepping van de wereld, door zijn belofte aan de aartsvaders, door de profeten, door het Evangelie van Jezus Christus, door de overwinning op zonde en dood, door de belofte van zijn rijk en door de bijstand van de Heilige Geest.
Vanaf de vroege Middeleeuwen waren eigenlijke alle gewone zondagen na Pinksteren tot aan Advent gewijd aan de Heilige Drieeenheid, Uit dankbaarheid voor wat God als Vader, Zoon, en Heilige Geest heeft gedaan voor ons heil en de redding van de wereld.
Voor het Tweede Vaticaanse Concilie, nu zestig jaar geleden,  dat grote vernieuwingen in de liturgie heeft aangebracht, met name een grotere variatie in de Schriftlezingen en gebeden door het jaar – voor dit Concilie was de prefatie van het eucharistische gebed elke zondag de prefatie van de Heilige Drieeenheid tot de Advent weer aanbrak. Lof en dank en heerlijkheid aan God, Vader, Zoon en Heilige Geest –stond voorop in het kerkelijk, sociale en persoonlijke leven. Daarom werd deze eerste zondag na Pinksteren, deze eerste in de reeks van zondagen van de H. Drieeenheid uit geroepen tot Hoogfeest van de H. Drieenheid. Wij aanbidden één God, drie personen.
Het is heel belangrijk voor ons geloof dat we deze Drieëne God niet los zien van de Bijbelverhalen, als iets abstracts. Hoe God zich in de Bijbel openbaart zo is Hij ook in zichzelf, namelijk liefde, bron van liefde.  Naar de mensen toe openbaart God zich evenzeer als liefdevol maar ook als barmhartig. Want als mensen beantwoorden wij de liefde van God niet altijd met wederliefde. Dat verandert Hem niet. Zijn liefde wordt barmhartigheid.
De eerste lezing herinnert eraan dat Mozes bij de sluiting van Gods verbond met zijn volk niet eenmaal maar tweemaal met de stenen tafels met de Tien Woorden van de berg was afgedaald 1). De eerste keer daalde Mozes vol vreugde de berg af.  Toen hij beneden kwam zag hij het volk rondom een gouden stierkalf dansen alsof ze zich op eigen kracht hadden bevrijd uit Egypte. Een vorm van populisme. Eigen volk eerst. Toornig had Mozes de stenen tafel tegen elkaar stuk geslagen. Het volk besefte dat het verkeerd gehandeld had en had spijt. Mozes ging vroeg in de morgen opnieuw de berg op. Toen trok God in een wolk aan Mozes voorbij met de proclamatie: “De Heer is een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw”. Vanwege deze openbaring van God viel Mozes op de knieën en bad: “ach Heer vergeef ons onze verkeerde daden en trek met ons mee”. Gods barmhartigheid overwon.
Wij, mensen, hebben ook barmhartigheid nodig omdat we in eerste instantie niet altijd Gods liefde beantwoorden. Maar Hij geeft ons als we berouw hebben, steeds een nieuwe kans. Met de bedoeling dat we zo ook met elkaar handelen en elkaar vergeving schenken.
God heeft zich niet voorgoed van de wereld afgekeerd vanwege de zonden van de mensen. Hij is barmhartig en genadig. Daaraan herinnert Jezus de sympathieke Farizeeër Nikodemus die in het donker een bezoek brengt aan Jezus: “Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben” 2). Ook in deze woorden klinkt de eeuwige en onmetelijke barmhartigheid van God.
Hij is oneindige liefde maar die blijkt het meest uit zijn barmhartigheid, als mensen zich tot hem bekeren. Maar dan moeten we tegelijk ook barmhartig zijn in de omgang met elkaar.
Die oproep doet ook de apostel Paulus als hij schrijft aan zijn medechristenen in Korinthe: “broeders en zusters, laat alles weer goed komen. Bewaart de vrede. En de God van liefde en vrede zal met u zijn” 3) En hij besluit zijn brief die gaat over de liefde en verzoening binnen de gemeenschap met de woorden die verwijzen naar de Drieëne God: De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen”. Zo begint elke eucharistieviering.  Wat mooi als we dat geloven en ook naar elkaar van harte waarmaken. Dan is ook onze barmhartigheid een openbaring van God. Dan zijn we ook kind-aan-huis bij de Drieëne  God, Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en in eeuwigheid. Amen

Martin Los, pr

1) Eerste lezing in de eucharistie van het feest: Exodus 34, 4b-6,8-9
2) Evangelielezing: Johannes 3:16-18
3) tweede lezing: 2 Korintiërs 13:11-13
afbeelding: Heilige Drie-eenheid (Troitsa) Andrej Rubljov 1350-1430