Homilie op Beloken Pasen 6/7 april 2013

Preek op Beloken Pasen (Zondag van de goddelijke barmhartigheid) 6 en 7 april 2013 Willibrordkerk Vleuten.
Evangelie Johannes 20:19-31

Lieve zusters en broeders, op de derde dag nadat Jezus aan het kruis gestorven was, zaten zijn leerlingen bij elkaar. Verdrietig en angstig. Verdrietig vanwege wat hun meester was aangedaan. En angstig omdat ze zelf misschien gevaar liepen.
Plotseling  terwijl de deuren gesloten waren, verscheen Jezus aan hen als de verrezen Heer.
Ze herkenden zijn stem die zei: “vrede zij u”.
En hij toonde hen zijn handen en zijn zijde. Handen die aan het kruis met spijkers waren doorboord. En zijn zijde waar de soldaat die bij het kruis stond, een lans in had gestoken om te zien of hij gestorven was.
Dus juist aan de wonden van Jezus konden de leerlingen zien dat het hun Heer was die verrezen was. De littekens waren duidelijk zichtbaar.

Is dat niet merkwaardig? Door zijn verrijzenis deelde Jezus in de heerlijkheid van God. De heerlijkheid van God is toch het mooiste wat er is? Puur geluk. Daar is toch volstrekt geen sprake van enig gebrek?
Toch toont Jezus die verrezen is, zijn littekens aan hen. Littekens zijn toch in zekere zin een handicap?
Heb je een litteken op een zichtbare plaats, dan hoef je er niet op te rekenen dat je model, of filmster of zoiets wordt.
Da’s nou juist een droom van veel mensen, vooral jongeren. Gekend zijn. Beroemd worden.
Een litteken is dan een streep door de rekening. Ze worden gezien als een beschadiging van wat mooi en gaaf is.
Littekens herinneren aan lijden, aan pijn. Hoe kan er in het eeuwige geluk plaats zijn voor herinnering aan pijn en verdriet? Daar is toch geen verdriet? Alle tranen zijn daar voorgoed gedroogd.

Voor ons gevoel staan die twee dingen op gespannen voet: verrijzenis, delen in Gods heerlijkheid, in de eeuwige vreugde én littekens. Toch verenigt Jezus ze beiden in zich. In hem onderstrepen die heerlijkheid en littekens elkaar juist

Wat heeft ons dat te vertellen?
Allereerst dat de apostelen dóór de littekens Jezus herkenden. Het was niemand anders dan hun meester die aan het kruis geslagen was.
Hij had niet als een soort Spiderman die aan het eind van een spannend avontuur zijn vermomming aflegt, zijn aardse lichaam als een soort wetsuit uitgetrokken compleet met de littekens. Alsof zijn hele lijden en sterven een soort truukje was geweest. Alsof het hem alle niets gekost had.

De leerlingen waren ook helemaal niet teleurgesteld omdat de verrezen Heer littekens vertoonde. “Zij verheugden zich toen ze de Heer zagen” vertelt het Evangelie.
Juist door de littekens wisten zij dat het Jezus echt zelf was. Daarom waren zij zo verheugd. En de littekens waren schitterden. Ze waren niet langer iets lelijks, maar iets heel moois. Ze schitterden als deel van zijn heerlijkheid.
De littekens vertelden waarom Jezus verheerlijkt was: omdat hij geleden had en gestorven was voor de zonden van alle mensen. Ze waren teken dat Jezus niet voor niets geleden had aan het kruis, maar dat alle zonden vergeven zijn voor iedereen die in hem gelooft. Dat was de boodschap die ze voortaan moesten verkondigen aan de mensen.
De littekens van Jezus waren dus niet langer teken van smaad. Ze waren eretekens geworden. Een hemelse onderscheiding

Nu snappen we waarom het voor Thomas die er eerst niet bij was, zo belangrijk was, dat de verrezen Jezus inderdaad te herkennen was aan de littekens. Hij wilde zeker zijn dat de leerlingen geen spook gezien hadden, maar de Heer zelf die aan het kruis gestorven was.

Dat is een boodschap voor ons allen.
Niet alleen dat Jezus die verrezen is, inderdaad echt dezelfde is als degene die geleden heeft. Maar het is ook een boodschap voor hoe we aankijken tegen ons eigen lijden en dat van anderen.

Lijden is naar onze overtuiging iets dat we zoveel mogelijk moeten vermijden voor onszelf en voor anderen. Terecht.
Veel van de discussies in de politiek gaan erover hoe we ziekte kunnen voorkomen of genezen, armoede en werkeloosheid kunnen voorkomen of verminderen, discriminatie kunnen voorkomen of de wereld uit helpen. Dat is volkomen terecht.
Maar ondanks alle pogingen zal er toch altijd mensen zijn die lijden aan ziekte, armoede, vervolging.
Zijn zij dan de verliezers in een wereld waarin alles gericht op mooi, jong, succesvol zijn?
Nee, ook een mens die lijdt, is volledig mens. Die mens verdient ons respect.
Die mens is in vele opzichten vaak een voorbeeld voor anderen die geen tegenslag kennen.

Vanuit het Evangelie gezien ben je niet geslaagd voor het leven als je succesvol bent, maar als je hart voor een ander hebt.
Het kan zijn dat je door je eigen lijden je veel beter kunt verplaatsen in anderen die het moeilijk hebben.
Het kan zijn dat je een minder gemakkelijk leven voor jezelf kiest om anderen te helpen. En dat je omdat je voor hen in de bres springt, door anderen gemeden wordt.

Het is goed dat we lijden voorkomen of verminderen. Maar niet omdat degene die lijdt zielig is of minder mens zou zijn. Alsof alleen een mens die honderd procent geniet, volledig mens zou zijn.
Nee, juist in mensen die leven met een gebrek of handicap zien we des te meer hoe kostbaar en waardig een mens is. Mens zijn is meer dan genieten, succes, schoonheid.

Het evangelie van vandaag vertelt ons, dat zij die lijden geen verliezers zijn. Hun leven is geen vergissing of een bedrijfsongeluk dat eigenlijk voorkomen had moeten worden. Alsof alleen een leven zonder lijden zinvol en de moeite waard is.
Hun leven telt. Ja, hun leven is kostbaar in Gods ogen.

Het evangelie van vandaag vertelt dat zij allen door hun lijden heen kinderen van God zijn, en dat zij mogen delen in zijn heerlijkheid. De littekens van dit aardse leven, zijn daar Koninklijke onderscheidingen, eretekenen.

Dat staat eigenlijk haaks op onze tijd. We proberen er allemaal mooi en jong uit te zien. Elk rimpeltje wordt weggewerkt.
Dat wordt versterkt door de televisie en de camera. Het oog van de camera legt elk puistje, elke rimpeltje onbarmhartig vast. De meeste foto’s in tijdschriften van bekende Nederlanders zijn gefotoshopt zodat ze er zo voordelig mogelijk uitzien.
Dat heeft grote invloed op hoe we tegen onszelf en alles aankijken. Steeds kritischer.
Maar als we eens in de hemel komen, in de heerlijkheid van God, dan is dat niet een soort fotoshop van ons leven.
God kijkt op zijn eigen liefdevolle, barmhartige wijze tegen ons aan. Eens mogen we onszelf zo zien. Maar we mogen al een beetje oefenen met Gods ogen te kijken

Het eeuwige geluk, delen in de heerlijkheid en de verrijzenis van Jezus is, dat we onszelf moge zien met de ogen van Gods liefde.
En dat we ook elkaar eindelijk mogen zien met de ogen van Gods liefde.
Alle pijn en verdriet is dan voorgoed voorbij. Maar alles wat we gedaan hebben uit liefde voor God en mensen zal daar stralen. Ook het lijden dat we gedragen hebben
Het is ons leven hier en nu dat straks mag delen in de heerlijkheid van God.
Wat hoopvol dat we dat door Jezus’ verrijzenis zo al mogen zien.
Dat geeft moed en kracht om eigen lijden te dragen en anderen die lijden bij te staan. Wat mooi dat we zo ook elkaar al een beetje zo mogen zien en respecteren en bijstaan. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Homilie op 1e Paasdag 2013

Preek op de 1e Paasdag 31 maart 2013 in de kerk van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming De Meern.
Bij het Evangelie van de verrijzenis Johannes 20:1-9. Er werden drie al wat oudere kinderen gedoopt.

Ik heb hier in mijn hand een groot ei. In een ei zit een kuiken dat nog niet uitgekomen is.
We weten niet wat zo’n kuiken in een ei voelt. Een kuiken in een ei leeft. Het hart klopt. Het groeit.
Zou zo’n kuiken zich prettig voelen in het ei? Ik denk het wel. Het heeft alles wat het hartje begeert. Voedsel, geborgenheid. Alles. Het is er wel donker, maar het kuiken weet niet beter. Het denkt dat dat gewoon is

Stel dat we tegen het kuiken in het ei konden praten. Stel dat we konden zeggen: “kuiken, wil jij eruit komen?” Zou het dan zeggen: “graag?”
Ik denk het  niet. Het zit eigenlijk in een enorme prettige “comfortzone” zoals we dat tegenwoordig noemen.

Stel dat we dan zouden zeggen: “Maar het is hier buiten heel bijzonder. Je ziet hier de mooiste kleuren” dan zou het kuiken antwoorden: “kleuren? Ik weet niet was dat zijn. Kun je die eten?
Stel dat we zouden zeggen: “hierbuiten zijn allemaal kuikens net als jij, kom, dan kun je samen spelen”.
Dan zou het kuiken antwoorden: “spelen. Wat is dat voor iets? Kun je dat ook eten? Trouwens, er zijn geen andere kuikens, want ik ben alleen op de wereld. Voel maar.”

Zo zou het gesprekje nog wel een tijdje door kunnen gaan. Het zou niks helpen. Want het kuiken in zijn ei, gelooft niet dat er buiten de gesloten wereld van zijn ei nog iets.
Als het later uit zijn ei komt, dan is het door de warmte van de broedende kloek. Dus toch iets van buiten. Iets dat groter is.

Lijken wij menseneigenlijk niet een beetje op dat kuiken?
We leven allemaal in een wereld die net zo gesloten is als een ei.
Die wereld lijkt wel onmetelijk groot. Een heelal. Maar het is toch als een enorm ei om ons heen. Voor het kuiken is het ei ook onmetelijk groot want het heeft geen begin en geen einde. Het is helemaal rond.

We kunnen ons deze gesloten wereld niet anders voorstellen dan zoals ie is.
Een wereld met oorlog en geweld zoals in Syrië. Een wereld waarin mensen dood gaan door ongelukken, ziekte, ouderdom. Een wereld waarin de sterksten het voor het zeggen lijken te hebben, en er met de buit van doorgaan. Een wereld waarin je je afvraagt of het wel zin heeft je in te zetten voor het goede. Een wereld waarin God afwezig lijkt.

Stel dat er iemand tegen het grote ei van onze wereld zou kloppen, en dat we een stem zouden horen die zei: “mensen, willen jullie naar buiten komen?“
Ik denk dat de meesten zouden zeggen:”Er is helemaal niks buiten deze wereld?”

Maar op dit Paasfeest vieren we dat er een gat geslagen is in het grote ei van de wereld om ons heen.
Er klopt iets niet meer dat de wereld om ons heen zoals die is, alles is.
Vroeg in de morgen gaan vrouwen naar het graf van Jezus, om zijn dode lichaam te verzorgen en te balsemen zodat het nog heel lang mooi en gaaf zal blijven. Dan kunnen ze bij zijn graf met tranen in de ogen dromen van wat een goed mens hij was en wat een mooie dingen hij had gezegd.

Maar als ze aankomen bij het graf is de zware steen weggerold en ze zien dat het graf leeg is. En even later vragen twee engelen aan de vrouwen: waarom zoek je hem die leeft bij de doden? Hij is hier niet”.

De vrouwen kunnen hun ogen en oren niet geloven. Ze halen de leerlingen erbij. En ook die begrijpen het eerst helemaal niet. Maar dan begint het tot hen door te dringen: Jezus is verrezen. De Heer leeft.

Als kuikens die uit hun ei kruipen, komen de leerlingen naar buiten uit een wereld waarin het kwade en de dood het laatste woord hebben.
Ze treden in een nieuwe wereld binnen. De wereld waarin de liefde van God het laatste woord heeft. Want hij heeft Jezus uit de dood opgewekt.
God heeft Jezus gelijk gegeven, Jezus die vertrouwde op Gods liefde, ook al moest hij daarvoor het kwade ondergaan van de haat van de mensen en zijn dood aan het kruis.

Sindsdien verkondigen wij, christenen, aan de hele wereld: mensen, wordt wakker. Ook al lijkt het zo. Het kwade heeft niet het laatste woord over ons leven. De dood is niet het einde. Het heeft zin om elkaar lief te hebben. Het heeft zin om steeds weer op te staan uit onrecht en tegenslagen.

Er is altijd reden tot hoop. “Wordt wakker. Sta op. Er is een nieuwe wereld aangebroken. Een wereld die begint bij de dood en verrijzenis van Jezus Christus”.
Jezus is als een licht dat ons voorgaat vanuit de duisternis van de oude wereld in die nieuwe wereld in. Daarom zien we als gelovigen altijd lichtpunten. We zijn altijd hoopvol en blij.
En daarom wensen we elkaar allemaal een Zalig Pasen. Amen

Pastoor Martin Los